Ontwerpresolutie - B7-0072/2010Ontwerpresolutie
B7-0072/2010

ONTWERPRESOLUTIE over de aardbeving in Haïti

3.2.2010

naar aanleiding van een verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vice-voorzitter van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

Gay Mitchell, Michèle Striffler, Carlos Coelho, Filip Kaczmarek, Licia Ronzulli, Iva Zanicchi, Cristian Dan Preda, Lena Kolarska-Bobińska, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra namens de PPE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0072/2010

Procedure : 2010/2518(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B7-0072/2010
Ingediende teksten :
B7-0072/2010
Debatten :
Aangenomen teksten :

B7‑0072/2010

Resolutie van het Europees Parlement over de aardbeving in Haïti

Het Europees Parlement,

–   gezien de conclusies van de buitengewone vergadering van de Raad Buitenlandse Zaken op 18 januari 2010 in Brussel,

–   gezien de verklaring van 19 januari 2010 over de aardbeving in Haïti van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

–   gezien de conclusies van de voorbereidende ministerconferentie van 25 januari 2010 in Montreal,

–   gezien de in december 2007 door de drie Europese instellingen ondertekende Europese consensus over humanitaire hulp,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Haïti op 12 januari is getroffen door een aardbeving van 7.0 op de schaal van Richter,

B.  overwegende dat de aardbeving werd gevolgd door zeker 30 naschokken waarvan er een een kracht had van 5.9 op de schaal van Richter,

C. overwegende dat het epicentrum van de aardbeving in de stad Léogâne lag, ongeveer 19 kilometer ten westen van de Haïtische hoofdstad Port-au-Prince,

D. overwegende dat de aardbeving naar schatting 200 000 doden en circa 250 000 gewonden heeft geëist,

E.  overwegende dat bijna 3 miljoen mensen rechtstreeks getroffen zijn door de tragedie en dat meer dan 2 miljoen mensen voedselhulp nodig hebben,

F.  overwegende dat dat er in de komende zes maanden voor de regentijd dringend meer dan 25 tentenkampen moeten worden opgezet om per kamp 10 000 mensen onder te brengen, zodat 250 000 ontheemde daklozen onderdak krijgen,

G. overwegende dat Haïti het armste land van het westelijk halfrond is en dat voor de aardbeving meer dan 70% van de bevolking onder de armoedegrens leefde en minder dan 2 USD per dag ter beschikking had,

H. overwegende dat Haïti een grote buitenlandse schuld heeft en dat het ongeveer 890 miljoen USD verschuldigd is aan internationale crediteuren, een groot deel daarvan aan het IMF,

I.   overwegende dat wederopbouwmaatregelen voor de middellange en lange termijn, inclusief die voor de opbouw van staatsinstellingen, door de internationale donoren adequaat gecoördineerd en in nauwe samenwerking met de Haïtiaanse autoriteiten en het maatschappelijk middenveld uitgevoerd moeten worden,

J.   overwegende dat de door de aardbeving aangerichte verwoestingen en de daarmee gepaard gaande humanitaire ramp de rol en de noodzaak van de nieuwe commissaris voor internationale samenwerking, humanitaire hulp en crisisbeheersing onderstrepen,

K. overwegende dat de onverwijlde wederopbouw van de Haïtiaanse capaciteit voor een functionerende democratie en regering een essentieel onderdeel is van de overgang van de eerste fase, t.w. noodhulp, naar de aanzienlijke taak om de natie weer op te bouwen,

1.  spreekt zijn oprechte medeleven, medelijden en solidariteit uit met de bevolking van Haïti en andere landen, de gezinnen van de slachtoffers van deze ramp en het personeel van internationale organisaties, onder andere de VN en de Commissie, wegens het massale verlies van mensenlevens en de enorme vernietiging die de aardbeving heeft veroorzaakt;

2.  is ingenomen met de voorlopige toezegging van de Commissie om onmiddellijk humanitaire hulp te verlenen voor een bedrag van 30 miljoen euro, naast de 136 miljoen euro aan voorlopige toezeggingen van de lidstaten en die van 100 miljoen euro van de Commissie voor niet-humanitaire noodhulp en 200 miljoen euro voor maatregelen op langere termijn;

3.  is ingenomen met het besluit van de Raad van de Europese Unie om 350 leden van de militaire politie uit te zenden om de hulpmaatregelen in Haïti te ondersteunen en dezen onder het commando van de Verenigde Naties te laten vallen, en met het besluit om in Brussel een coördinatiepunt te creëren (EUCO Haïti), om een proactieve Europese reactie op militair en veiligheidsgebied en de coördinatie van de bijdragen van de lidstaten van EU te faciliteren;

4.  heeft waardering voor het werk dat door de lidstaten van de Europese Unie en het communautair mechanisme voor civiele bescherming is verricht en voor de doeltreffende coördinatie van de de steun door het waarnemings- en informatiecentrum (MIC) en ECHO-teams die slechts enkele uren na de aardbeving werden ingezet, de door de 24 EU/EER-landen geboden hulp, zoals het zoeken naar en het redden van vermisten, maatregelen op het vlak van de gezondheidszorg, beschikbaarstelling van onderdak, watervoorziening, maatregelen op het gebied van hygiëne en verdeling van kleding, hetgeen er toe heeft bijgedragen dat de ergste nood werd gelenigd, en eveneens voor de onmiddellijke reactie van de internationale gemeenschap;

5.  neemt kennis van het feit dat de Commissie voor het eerst twee modules heeft ingezet, die via een voorbereidende actie met het oog op een EU‑structuur voor snelle respons die met de steun van Parlement werd ingesteld, beschikbaar kwamen, te weten een waterzuiveringsinstallatie en een geavanceerde medische post met operatiefaciliteiten, die in Frankrijk en Italië voor operaties in het kader van het communautair mechanisme voor civiele bescherming op afroep beschikbaar werden gehouden;

6.  verzoekt de Commissie zo snel mogelijk de Europese reactie op de humanitaire crisis in Haïti te evalueren en voorstellen in te dienen voor een verdere verbetering van de maatregelen van EU met betrekking tot vergelijkbare toekomstige situaties;

7.  onderstreept de noodzaak van een betere coördinatie en aanvulling van de maatregelen van EU en lidstaten, zodat een snelle, doeltreffende en zichtbare reactie op crises/rampen gewaarborgd is en bijgevolg gezorgd wordt voor een koppeling van noodhulp, herstel en ontwikkeling aan een onbelemmerde overgang van noodhulp naar herstelmaatregelen na noodsituaties;

8.  verzoekt de Commissie met klem zo snel mogelijk wetgevingsvoorstellen in te dienen voor de oprichting van een echte, onafhankelijke en permanente Europese civiele beschermingsmacht die is gebaseerd op het mechanisme voor civiele bescherming van de EU en ook een militaire capaciteit voor civiele reddingsmissies te voorzien, om de veiligheid en snelheid van hulpoperaties te waarborgen, zoals werd gevraagd in zijn resoluties van 2007, 2008 en 2009 naar aanleiding van het verslag-Barnier;

9.  verzoekt de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken het voortouw te nemen bij de coördinatie van de reactie op crises van de Europese Unie en gebruik te maken van de in het Verdrag van Lissabon geschapen bevoegdheden om de reactie van de Europese Unie op toekomstige crises beter te coördineren maar daarbij voort te bouwen op hetgeen reeds is bereikt;

10. verzoekt de EU met klem de EU in toekomstige crises beter zichtbaar te maken, rekening houdend met de omvangrijke bijdragen van de EU op het gebied van civiele bescherming, humanitaire en ontwikkelingshulp;

11. verzoekt de internationale gemeenschap zo snel mogelijk een raming te maken van de behoeften in de periode na de catastrofe, zodat de geplande internationale conferentie/wereldtop over de wederopbouw van Haïti uitmondt in echte plannen voor een duurzaam herstel op de korte, middellange en lange termijn;

12. verzoekt de internationale gemeenschap ervoor te zorgen dat de burgers van Haïti en hun regering de belangrijkste actoren in het proces van wederopbouw zijn, zodat zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun gemeenschappelijke toekomst;

13. verzoekt de lidstaten van de EU en de Commissie hun reactie onder meer met de Verenigde Staten te coördineren, en een essentiële rol bij de wederopbouw van de elementaire overheidsstructuren op zich te nemen en zich op de middellange- en langetermijnhulp voor de wederopbouw en de infrastructuur van de Haïtiaanse steden en dorpen, scholen en ziekenhuizen te concentreren;

14. verzoekt de internationale gemeenschap nadrukkelijk zich bezig te gaan houden met de kwestie van de omvangrijke schuld van Haïti en om te zoeken naar wegen en middelen om een bijdrage te leveren aan de vermindering van deze schulden; verzoekt met name het IMF te overwegen de onlangs verstrekte lening van 100 miljoen USD om te zetten in een schenking;

15. verzoekt de EU en de internationale gemeenschap deze gelegenheid te benutten om de kwestie van de, aan alle problemen ten gronde liggende armoede eens en voor altijd op te lossen; wijst erop dat de sloppenwijk Cité Soleil in Port-au-Prince een van de gevaarlijkste plaatsen op de wereld is en dat daar bijna 500 000 mensen leven, de meesten van hen in bittere armoede;

16. verzoekt de EU en de internationale gemeenschap om zo spoedig mogelijk na te gaan of er behoefte bestaat aan een gecoördineerd plan ten behoeve van de duizenden kinderen die door de aardbeving wees zijn geworden; onderstreept het grote risico van misbruik door mensenhandelaren en verzoekt de EU uiterst waakzaam te zijn om ervoor te zorgen dat op de korte en middellange termijn tenminste wordt voldaan aan de basisbehoeften op het vlak van gezondheidszorg en onderwijs;

17. dringt er bij de Commissie en de internationale gemeenschap met klem op aan de gezondheidstoestand van de bevolking in Haïti in het oog te houden, met name die van vrouwen en kinderen; verlangt de instelling van een werkgroep ad-hoc die een databank zou moeten opstellen met gegevens over de gezondheid van alle Haïtiaanse kinderen, waardoor het thans in Haïti werkzame medische personeel de kwaliteit van de eerste hulp zou kunnen verbeteren en toegang zou krijgen tot een nuttig instrument ter voorkoming van de gebruikelijke kinderziektes en andere algemene infecties;

18. dringt er bij de internationale gemeenschap op aan ervoor te zorgen dat de verlichting van de armoede in Haïti hoog op de agenda blijft staan om Haïti te helpen deze ramp met een volledig functionerende democratie achter zich te laten met een economie die de bevolking kan onderhouden en om te waarborgen dat het herstel in jaren en niet slechts in de weken en maanden na de crisis wordt gemeten;

19. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie en de lidstaten, de president en de regering van Haïti, de adjunct-secretaris-generaal voor humanitaire zaken en noodhulpcoördinator van de Verenigde Naties, de Wereldbank en het IMF.