Ontwerpresolutie - B7-0133/2010Ontwerpresolutie
B7-0133/2010

ONTWERPRESOLUTIE over belasting op financiële transacties - van theorie naar praktijk

3.3.2010

naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B7‑0000/2010 - O‑0025/2010
ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement

Sharon Bowles namens de Commissie economische en monetaire zaken

Procedure : 2009/2750(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B7-0133/2010
Ingediende teksten :
B7-0133/2010
Aangenomen teksten :

B7‑0133/2010

Resolutie van het Europees Parlement over belasting op financiële transacties - van theorie naar praktijk

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 24 april 2009 over de Top van de G20 in Londen van 2 april 2009[1],

–   gezien de verklaring van de regeringsleiders in het kader van de G20-top in Pittsburgh van 24 en 25 september 2009,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 8 oktober 2009 over de op 24 en 25 september 2009 in Pittsburgh gehouden G20-top[2],

–   gezien het persbericht van 7 november 2009 van de ministers van Financiën en de gouverneurs van de centrale banken in het kader van de G20-top in St.-Andrews,

–   gezien de conclusies van de Europese Raad van 10 en 11 december 2009, en met name paragraaf 15,

–   gezien de verklaring van 15 december 2009 van voorzitter Barroso aan het Europees Parlement,

–   gezien de brief van 18 januari 2010 van de Zweedse minister van Financiën aan het voorzitterschap van de Raad over de invoering van een stabiliteitsvergoeding in de lidstaten,

–   gelet op Richtlijn 2008/7/EG van de Raad van 12 februari 2008 betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal[3],

–   gezien het voorstel van de Commissie voor een richtlijn tot wijziging van richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de behandeling van verzekerings- en financiële diensten (COM(2007)747),

–   gelet op de vraag van 24 februari 2010 aan de Commissie over belasting op financiële transacties (O-0025/2010 – B7‑0000/2010),

–   gelet op artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het Parlement zijn waardering heeft uitgesproken voor de onderzoekswerkzaamheden die zijn gestart op het niveau van de G20 om te komen tot een internationaal kader voor belastingheffing op financiële transacties, naar aanleiding van de top in Pittsburg in september 2009,

B.  overwegende dat het Parlement heeft aangedrongen op snelle vooruitgang om ervoor te zorgen dat de financiële sector een eerlijke bijdrage levert aan economisch herstel en ontwikkeling, daar de aanzienlijke kosten en gevolgen van de financiële crisis tot dusverre gedragen worden door de werkelijke economie, belastingbetalers, consumenten, overheidsdiensten en de samenleving in het algemeen,

C. overwegende dat de Europese Raad heeft benadrukt hoe belangrijk het is om het economische en sociale contract tussen de financiële instellingen en de samenleving die zij dienen te vernieuwen, en om ervoor te zorgen dat de burgers hiervan in goede tijden profijt trekken en beschermd zijn tegen risico's; overwegende dat de Europese Raad het IMF in deze context heeft aangemoedigd om zich tijdens zijn toetsing te beraden op het volledige scala van opties, met inbegrip van een mondiale heffing voor financiële transacties; overwegende dat de Europese Raad in deze context eveneens de Raad en de Commissie heeft verzocht de belangrijkste beginselen te omschrijven waaraan nieuwe wereldwijde regelingen zouden moeten voldoen,

D. overwegende dat verschillende lidstaten hebben gevraagd om een belasting op financiële transacties in te voeren,

E.  overwegende dat de nieuwe regelgevingsinitiatieven, zoals maatregelen tegen belastingsparadijzen, het wegwerken van buiten de balansstelling vallende achterpoortjes, vereisten voor beurshandel en het gebruik van transactieregisters voor de registratie van derivaten, het klimaat voor politieke maatregelen op dit gebied duidelijk hebben gewijzigd,

F.  overwegende dat de Commissie, naar aanleiding van vragen die werden gesteld tijdens de vergadering van 6 oktober 2009 van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissaris verantwoordelijk voor belastingen, momenteel aan het werken is aan ideeën betreffende "innovatieve financiering" in de context van mondiale uitdagingen, met inbegrip van belasting op financiële transacties, om te gelegener tijd voorstellen in te dienen, wat werd bevestigd door voorzitter Barroso in zijn verklaring aan het Parlement van 15 december 2009,

G. overwegende dat het IMF momenteel het publiek raadpleegt over de kwestie van belasting in de financiële sector, als onderdeel van het verzoek van de G20 op de top in Pittsburgh van 24 en 25 september 2009,

H. overwegende dat belastingen en heffingen op financiële transacties in verschillende vormen bestaan in de lidstaten; overwegende dat deze nationale rechten en belastingen meestal slechts betrekking hebben op transacties van bepaalde activa; overwegende dat België en Frankrijk op nationaal niveau wetgeving hebben aangenomen inzake een belasting op valutatransacties, maar deze enkel zullen toepassen wanneer wordt gezorgd voor tenuitvoerlegging op het niveau van de EU,

I.   overwegende dat onrechtstreekse belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal, zoals kapitaalsbelasting, het zegelrecht op effecten en het recht op herstructureringen, in tegenstelling tot andere vormen van belasting, aanleiding geven tot discriminatie, dubbele belastingheffing en ongelijkheden die het vrije verkeer van kapitaal in het gedrang brengen,

J.   overwegende dat in de loop van het laatste decennium het volume van financiële transacties enorm en snel is toegenomen in vergelijking met de omvang van handel in goederen en diensten, wat onder meer kan worden verklaard door de snelgroeiende derivatenmarkt,

K. overwegende dat de leiders van de G20 een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om de sociale gevolgen van de crisis te lenigen, zowel in hun lidstaten als in de ontwikkelingslanden, die zwaar zijn getroffen door de neveneffecten van de crisis; overwegende dat een belasting op financiële transacties een bijdrage kan leveren aan het dekken van de kosten die de crisis met zich meebrengt,

1.  is van mening dat de Europese Unie overeenstemming moet bereiken over een gemeenschappelijk standpunt in het internationaal kader van de bijeenkomsten van de G20 met betrekking tot de mogelijkheden die bestaan om de financiële sector te verplichten een redelijke en substantiële bijdrage te leveren aan de financiering van alle lasten die hij heeft veroorzaakt voor de werkelijke economie en van alle kosten die verbonden zijn aan overheidsingrepen tot stabilisering van het bankwezen; is van mening dat de EU, parallel en consistent met de werkzaamheden van de G20, een eigen strategie moet ontwikkelen met betrekking tot de mogelijke maatregelen;

2.  is van mening dat de Commissie, voldoende vóór de volgende G20-top, een beoordeling moet uitvoeren van de gevolgen van een mondiale belasting op financiële transacties, met een analyse van de voordelen en nadelen ervan, met het oog op het bereiken van een samenhangend EU-standpunt, op basis van objectieve analyses;

3.  dringt er bij de Commissie op aan bij haar beoordeling zorgvuldig rekening te houden met volgende de aspecten:

a)  in het verleden opgedane ervaring met belastingen op financiële transacties, met name op het vlak van belastingontwijking en de verplaatsing van kapitaal of dienstverlening naar alternatieve locaties, en de invloed van dergelijke belasting op individuele investeerders en kmo's;

b)  de voor- en nadelen van de invoering van belastingen op financiële transacties in de Europese Unie alleen, in vergelijking met de mondiale invoering ervan en in vergelijking met de huidige situatie;

c)  het potentieel om aanzienlijke inkomsten te genereren in vergelijking met andere bronnen van belastinginkomsten, de inningskosten en de verdeling van de inkomsten tussen de landen;

d)  het feit dat, bij de beoordeling van de potentiële inkomsten van belastingen op financiële transacties op mondiaal of op EU-niveau, rekening moet worden gehouden met verschillende ontwerpopties, terwijl de verhoging van de transactiekosten moet worden gekwantificeerd in alle mogelijkerwijs betrokken markten (transacties op effectenbeurzen, over-de-toonbank-transacties) en voor "business-to-business" (B2B) en "business-to-consumer" (B2C) transacties;

e)  het feit dat bij de beoordeling eveneens rekening moet worden gehouden met het potentieel van de verschillende opties om zowel de prijsniveaus als de stabiliteit op lange en op korte termijn te beïnvloeden, alsook de financiële transacties en de liquiditeit;

f)   de vraag hoe een belasting op financiële transacties moet worden ontworpen om de negatieve neveneffecten te beperken die vaak samenhangen met onrechtstreekse belasting op het bijeenbrengen van kapitaal;

g)  de vraag in welke mate een belasting op financiële transacties zou bijdragen aan de stabilisatie van de financiële markten, met betrekking tot de invloed ervan op overmatige kortetermijntransacties, excessief speculeren en op de transparantie;

h)  de vraag of een belasting op financiële transacties een financiële crisis in de toekomst kan vermijden door gericht te zijn op bepaalde soorten "ongewenste" transacties; deze moeten door de Commissie worden gedefinieerd;

4.  benadrukt dat er bij elke mogelijke oplossing noodzakelijkerwijs over moet worden gewaakt dat het concurrentievermogen van de EU niet wordt verminderd en dat duurzame investeringen, innovatie en groei, die ten goede komen van de werkelijke economie en de samenleving, niet worden verhinderd;

5.  benadrukt dat het belangrijk is rekening te houden met de nood van de banksector om gezond kapitaal op te bouwen, waardoor het bankwezen het vermogen behoud om investeringen in de werkelijke economie te financieren; benadrukt dat het belangrijk is dat het nemen van buitensporige risico's wordt verhinderd;

6.  vraagt de Commissie en de Raad het potentieel van verschillende opties met betrekking tot belasting op financiële transacties te beoordelen om bij te dragen aan de EU-begroting;

7.  roept de Commissie en de Raad op te beoordelen in welke mate de beschikbare opties eveneens kunnen worden aangewend als innovatieve financiële mechanismen om bij te dragen aan de aanpassing en de verlichting van de klimaatverandering voor ontwikkelingslanden, alsook aan de financiering van ontwikkelingssamenwerking;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Centrale Bank en de regeringen en parlementen van de lidstaten.