Procedure : 2010/2502(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0137/2010

Ingediende teksten :

B7-0137/2010

Debatten :

PV 10/03/2010 - 6
CRE 10/03/2010 - 6

Stemmingen :

PV 10/03/2010 - 7.11

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0062

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 136kWORD 85k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0137/2010
3.3.2010
PE432.996v01-00
 
B7-0137/2010

naar aanleiding van vragen voor mondeling antwoord B7‑0010/2010 en B7‑0009/2010

ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement


over het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens


Elmar Brok, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ioannis Kasoulides namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de non-proliferatie van kernwapens  
B7‑0137/2010

Het Europees Parlement,

–   gezien de door Annemie Neyts-Uyttebroeck, namens de ALDE-Fractie, en Angelika Beer, namens de Verts/ALE-Fractie, ingediende ontwerpaanbeveling aan de Raad over non-proliferatie en de toekomst van het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens (NPV) (B6-0421/2008),

–   gezien de in 2010 te houden herzieningsconferentie van de partijen bij het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens,

–   gezien resolutie 1887 (2009) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over het NPV,

–   gezien de op de EU-VS-Top van 3 november 2009 (bijlage 3) aangenomen verklaring,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties van 26 februari 2004(1), 10 maart 2005(2), 17 november 2005(3) en 14 maart 2007(4) over non-proliferatie en nucleaire ontwapening,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 5 juni 2008 over de tenuitvoerlegging van de Europese veiligheidsstrategie en het EVD(5),

–   gezien de strategie van de Europese Unie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens, die de Europese Raad op 12 december 2003 heeft goedgekeurd,

–   gezien de verklaring van de Raad van 8 december 2008 over versterking van de internationale veiligheid, in het bijzonder de punten 6, 8 en 9, waarin uitdrukking wordt gegeven aan de vastbeslotenheid van de EU om de proliferatie van massavernietigingswapens en hun lanceerinrichtingen te bestrijden,

–   gezien de sleutelrol die de groep van nucleaire exportlanden in het kader van de non-proliferatie speelt,

–   gezien de resoluties 1540 (2004) en 1673 (2006) van de VN-Veiligheidsraad over de non-proliferatie van massavernietigingswapens,

–   gelet op het Alomvattend Kernstopverdrag, de overeenkomsten betreffende nucleaire waarborgen en aanvullende protocollen van de IAEA, het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal, het Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme, de Haagse Gedragscode tegen de verspreiding van ballistische raketten, het START I-verdrag over de vermindering van strategische kernwapens, dat in 2009 is verstreken, en het SORT-verdrag inzake de beperking van strategische aanvalswapens,

–   gezien het verslag over de tenuitvoerlegging van de Europese veiligheidsstrategie zoals dat door de Europese Raad op 11 december 2008 is aangenomen,

–   gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A6-0234/2009),

–   gezien de op 21 december 2009 aan de Commissie en de Raad gestelde vragen over het Non-Proliferatieverdrag (O-0170/2009 – B7 0010/2010, O-0169/2009 – B7–0009/2010),

–   gelet op artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het NPV de hoeksteen van het nucleaire non-proliferatieregime blijft en een essentiële grondslag voor verdere nucleaire ontwapening en het vreedzaam gebruik van kernenergie,

B.  eens te meer de onvervreemdbare rechten van alle partijen bij het NPV onderschrijvend om kernenergie overeenkomstig artikel IV van het NPV voor vreedzame doeleinden te ontwikkelen, daarnaar onderzoek te doen en deze te produceren en te gebruiken,

C. de noodzaak onderstrepend van verdere versterking van alle drie de pijlers van het NPV, te weten non-proliferatie, ontwapening en samenwerking bij de civiele toepassing van kernenergie,

D. overwegende dat de proliferatie van massavernietigingswapens en hun lanceerinrichtingen onder zowel staten als niet-statelijke entiteiten een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt,

E.  in overweging van de ruime consensus binnen de Europese Unie om het NPV nieuw leven in te blazen en meer concrete inhoud te geven in de aanloop naar de van 3 t/m 28 mei 2010 in New York te houden NPV-herzieningsconferentie,

F.  erop aandringend dat verdere vooruitgang bij alle aspecten van de ontwapening ter verbetering van de mondiale veiligheid geboden is,

G. overwegende dat het NPV als hoeksteen van het wereldwijde non-proliferatieregime versterkt moet worden en in het besef dat krachtig politiek leiderschap en een aantal geleidelijke, opeenvolgende stappen dringend noodzakelijk zijn teneinde de validiteit van het NPV te herbevestigen en de overeenkomsten, verdragen en agentschappen waaruit het huidige non-proliferatie- en ontwapeningsregime bestaat te versterken, zoals met name het Alomvattend Kernstopverdrag (CTBT) en het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA),

H. de belangrijke rol van de IAEA onderstrepend bij het oplossen van de Iraanse nucleaire kwestie en nogmaals het vastberaden voornemen van de IAEA onderschrijvend om te blijven werken aan een diplomatieke oplossing voor de Iraanse nucleaire kwestie,

I.   overwegende dat er sprake is van een duidelijk gebrek aan vorderingen bij het realiseren van concrete doelstellingen ter verwezenlijking van de doeleinden van het NPV (bv. de zogenaamde '13 stappen'(6)), zoals was overeengekomen op de vorige toetsingsconferenties, met name nu er bedreigingen komen vanuit allerlei bronnen, waaronder het feit dat de toenemende proliferatie gepaard gaat met een grotere vraag naar, en beschikbaarheid van, nucleaire technologie, en het gevaar dat dergelijke technologie en radioactief materiaal in de handen vallen van criminele organisaties en terroristen,

J.   overwegende dat de EU de toezegging heeft gedaan gebruik te maken van alle haar ter beschikking staande instrumenten om proliferatieprogramma's die bezorgdheid op wereldniveau veroorzaken, te voorkomen, af te wenden, te stoppen en indien mogelijk te elimineren, zoals duidelijk is uiteengezet in de EU-strategie tegen de proliferatie van massavernietigingswapens, die door de Europese Raad is goedgekeurd op 12 december 2003,

K. de noodzaak benadrukkend dat de EU haar inspanningen intensiveert om proliferatiestromen en de financiering van proliferatie tegen te gaan, om daadwerkelijke proliferatie te bestraffen en om maatregelen te ontwikkelen ter voorkoming van ongrijpbare overdracht van kennis en knowhow, met alle beschikbare instrumenten waaronder multilaterale verdragen en verificatiemechanismen, nationaal en internationaal gecoördineerde exportcontroles, samenwerkingsprogramma's voor dreigingsvermindering, en politieke en economische invloed,

L.  overwegende dat in de overeenkomsten die sinds 2003 tussen de EU en derde staten zijn gesloten steeds vaker "non-proliferatieclausules" worden opgenomen,

M. de noodzaak onderstrepend van nauwe coördinatie en samenwerking tussen de Europese Unie en haar partners, waaronder met name de Verenigde Staten en Rusland, met het oog op de vernieuwing en aanscherping van het non-proliferatieregime,

N. verheugd over de Verklaring inzake non-proliferatie en ontwapening (bijlage 3) die op de EU-VS-top van 3 november 2009 is aangenomen, waarin de noodzaak wordt benadrukt van de instandhouding en aanscherping van de relevante multilaterale maatregelen, en met name van het nucleair non-proliferatieverdrag, steun wordt uitgesproken voor de inwerkingstelling van het Alomvattend Kernstopverdrag en wordt aangedrongen op het starten van onderhandelingen over het FMCT (verdrag tot stopzetting van de productie van splijtstoffen voor explosiedoeleinden) in januari 2010; voorts constaterend dat in deze verklaring nogmaals wordt onderstreept dat Iran en de Democratische Volkrepubliek Korea (DVK) moeten voldoen aan hun internationale nucleaire verplichtingen,

O. overwegende dat de Commissie de status van waarnemer bij de groep van nucleaire exportlanden en bij de NPV-herzieningsconferentie heeft, en dat ook het secretariaat van de Raad deelneemt aan de NPV-conferentie, hetzij binnen de delegatie van de Europese Commissie, hetzij via het EU-voorzitterschap,

P.  verheugd over de inspanningen die door de kernwapenlanden worden ondernomen en geleverd met het oog op de beperking van het nucleair arsenaal en de nucleaire ontwapening, en de noodzaak onderstrepend van verdere inspanningen op het gebied van nucleaire ontwapening conform artikel VI van het NPV,

Q. aangemoedigd door nieuwe ontwapeningsvoorstellen, waaronder die van Henry Kissinger, George P. Shultz, William J. Perry en Sam Nunn in januari 2007 en januari 2008, de Modelkernwapenconventie en het Hiroshima-Nagasaki-Protocol, die wereldwijd door burgerorganisaties en politieke leiders worden ondersteund, en door campagnes zoals "Global Zero", die betogen dat het streven naar ontmanteling van alle kernwapens een belangrijke manier is om nucleaire proliferatie te voorkomen en mondiale veiligheid te realiseren,

1.  roept alle betrokken partijen op om de in 2010 te houden conferentie over de herziening van het Non-Proliferatieverdrag te benutten ter verwezenlijking van de doelstelling volledige nucleaire ontwapening dichterbij te brengen op basis van een internationaal verdrag voor de geleidelijke afschaffing van kernwapens over de hele wereld;

2.  onderstreept de noodzaak tijdens de in 2010 te houden NPV-herzieningsconferentie overeenstemming te bereiken over een verdrag om de productie van splijtmateriaal voor wapendoeleinden op niet-discriminerende wijze een halt toe te roepen, hetgeen betekent dat het desbetreffende verdrag moet inhouden dat niet-kernwapenlanden of staten die momenteel geen partij zijn bij het NPV het maken van splijtmateriaal voor wapendoeleinden moeten afzweren en al hun bestaande productiefaciliteiten voor splijtmateriaal voor dergelijke wapens moeten ontmantelen,

3.  benadrukt dat de vijf leden van de VN-Veiligheidsraad, die alle beschikken over nucleaire wapens, ernaar moeten streven geleidelijk af te zien van de productie van splijtstoffen voor wapendoeleinden en al hun bestaande faciliteiten voor de productie van splijtstofmateriaal voor dergelijke wapens te ontmantelen, maar onderkent tegelijkertijd dat het ontwapeningsproces dat door een aantal landen op gang is gebracht geen directe invloed heeft op de vraag of andere landen ervoor kiezen hun proliferatieprogramma's stop te zetten of daarmee door te gaan, hetgeen betekent dat een resolute aanpak vereist is ten aanzien van landen of organisaties die voornemens zijn op de proliferatie van massavernietigingswapens gerichte programma's op te zetten of daarmee reeds zijn begonnen;

4.  herhaalt zijn verzoek het gemeenschappelijk standpunt 2005/329/GBVB van de Raad van 25 april 2005 met betrekking tot de in 2005 gehouden herzieningsconferentie van de partijen bij het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens(7) te herzien en te actualiseren, om een positief resultaat bij de in 2010 te houden herzieningsconferentie van de partijen bij het NPV mogelijk te maken, waardoor de drie bestaande pijlers van het NPV verder worden versterkt en de betrokken partijen ertoe worden aangezet zich vast te leggen op de verbintenis tot uiteindelijke totale nucleaire ontwapening, zoals die is vervat in het voorstel voor een kernwapenverdrag;

5.  moedigt het streven aan ter bevordering van de ontwikkeling van vreedzaam gebruik van kernenergie door landen die hun capaciteit op dit gebied willen handhaven of uitbreiden via een model dat de proliferatierisico's beperkt en voldoet aan de hoogste internationale normen op het gebied van garanties, beveiliging en veiligheid;

6.  dringt er bij de Raad op aan het Europees Parlement regelmatig in te lichten over alle voorbereidende vergaderingen in de aanloop naar de NPV-herzieningsconferentie in 2010 en daarbij rekening te houden met de standpunten van het Parlement inzake non-proliferatie en ontwapening in verband met die conferentie;

7.  herhaalt dat het belangrijk is dat de Raad, in samenwerking met zijn partners, actieve steun verleent aan concrete voorstellen om de productie, het gebruik en de opwerking van alle nucleaire brandstof onder toezicht van de IAEA te plaatsen, met inbegrip van het opzetten van een internationale brandstofbank; verleent voorts steun aan andere initiatieven voor het multilateraal maken van de nucleaire-brandstofcyclus voor het vreedzaam gebruik van kernenergie, in dezen rekening houdend met het feit dat het Parlement is ingenomen met de bereidheid van de Raad en de Commissie om voor maximaal 25 000 000 EUR bij te dragen aan de oprichting van een splijtstofbank onder toezicht van de IAEA, en spreekt de wens uit dat op korte termijn overeenstemming wordt bereikt over een gezamenlijk optreden op dit terrein;

8.  steunt de IAEA en het belangrijke werk dat zij op het gebied van nucleaire garanties, nucleaire veiligheid en nucleaire beveiliging verricht;

9.  steunt de inspanningen die daarnaast worden geleverd ter versterking van het mandaat van de IAEA, met inbegrip van de algemene introductie van de aanvullende protocollen bij de IAEA-garantieovereenkomsten en andere stappen met het oog op de ontwikkeling van vertrouwenwekkende maatregelen, o.a. om ervoor te zorgen dat er aan de IAEA voldoende middelen beschikbaar worden gesteld om haar cruciale mandaat – de beveiliging van nucleaire activiteiten – te kunnen vervullen;

10. verleent zijn volledige steun aan het versterken en verbeteren van de middelen waarmee de naleving van alle beschikbare non-proliferatie-instrumenten kan worden geverifieerd;

11. roept op tot meer inspanningen om ervoor te zorgen dat non-proliferatieregels en -instrumenten universeel worden toegepast en effectief ten uitvoer worden gelegd, met name wat betreft de verbetering van verificatiemethoden;

12. dringt aan op een evaluatiestudie naar de effectiviteit van het gebruik van bepalingen inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens in tussen de EU en derde staten gesloten overeenkomsten;

13. spreekt zijn steun uit voor de strijd tegen nucleair terrorisme, voor alle maatregelen om te voorkomen dat terroristen massavernietigingswapens kunnen verwerven en voor het mondiale initiatief ter bestrijding van nucleair terrorisme (GICNT) en het Veiligheidsinitiatief tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PSI);

14. roept de lidstaten ertoe op beste praktijken uit te wisselen met het oog op verbetering van de veiligheidsnormen en nucleaire veiligheidspraktijken en ter verscherping van de normen inzake nucleaire veiligheid, zodat het risico voor nucleair terrorisme kan worden beperkt;

15. steunt de vroegtijdige inwerkingstelling van het Alomvattend Kernstopverdrag (CTBT), en spreekt in afwachting daarvan zijn steun uit voor de voortgaande inachtneming van de moratoria op kernproeven;

16. dringt aan op verdieping van de dialoog met de nieuwe Amerikaanse regering en met alle kernmachten teneinde een gemeenschappelijke agenda te kunnen verwezenlijken die gericht is op de progressieve vermindering van het kernkoppenarsenaal; steunt met name de stappen die van Amerikaanse en Russische zijde worden ondernomen om hun kernwapenarsenaal substantieel te verlagen, zoals is overeengekomen in START I en in SORT, en dringt aan op de ratificatie van het CTBT en de verlenging van de START-Overeenkomst;

17. is in dit verband ingenomen met de beslissing van de Russische Federatie en de VS om onderhandelingen aan te knopen met het oog op de sluiting van een nieuw uitgebreid en juridisch bindend akkoord ter vervanging van het Verdrag over de vermindering van strategische bewapening (START), dat in december 2009 is verstreken, en de ondertekening van het 'Gemeenschappelijk Akkoord over een vervolg op het START-1-verdrag' door president Barack Obama en president Dmitri Medvedev in Moskou op 6 juli 2009;

18. is ingenomen met de recente vorderingen bij de Amerikaans-Russische onderhandelingen en hoopt dat er een definitief akkoord kan worden bereikt in het kader van de volgende ronde van de besprekingen, die op 9 maart in Genève van start gaan;

19. verwelkomt de aankondiging door president Obama dat hij zal streven naar ratificatie van het CTBT; dringt er bij de Raad op aan op een positieve en proactieve wijze bij te dragen aan de voorbereidingen voor de volgende conferentie over de herziening van het Non-Proliferatieverdrag (NPV) in 2010, een en ander in nauwe samenwerking met de VS en Rusland;

20. dringt er bij Iran op aan zich in samenwerking met de IAEA in te zetten voor het oplossen van alle nog onopgeloste kwesties in verband met het nucleaire programma van Iran, en te dien einde volledig met de IAEA samen te werken door haar de voor het oplossen van deze problemen noodzakelijke toegang en informatie te verstrekken;

21. steunt de voor het nucleaire programma van Iran gevolgde tweesporenaanpak; dringt er andermaal bij Iran op aan zich onverkort en onverwijld te voegen naar zijn verplichtingen uit hoofde van de desbetreffende resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en de IAEA, en met name te voldoen aan de vereisten in de door de Raad van Beheer van de IAEA uitgebrachte resolutie van 27 november 2009; dringt er bij de Raad op aan steun te verlenen aan stappen van de VN-Veiligheidsraad indien Iran blijft weigeren met de internationale gemeenschap samen te werken wat betreft zijn nucleaire programma; roept de Raad op paraat te zijn om de nodige 'intelligente', gerichte en op nonproliferatie toegespitste maatregelen te nemen om dit proces van de VN-Veiligheidsraad te begeleiden;

22. roept de internationale gemeenschap ertoe op snel werk te maken van de ontwikkeling van een substantiële nieuwe sanctieregeling tegen Iran vanwege zijn nucleaire programma, indien het land blijft weigeren een door andere landen voorgesteld akkoord te accepteren om het merendeel van zijn laagverrijkte uranium in te ruilen voor hoogwaardiger uranium voor medische doeleinden, en indien het IAEA-rapport na de inspectie in Isfahan bevestigt dat het risico bestaat dat er aan de productie van wapens wordt gewerkt en Iran zich niet aan de desbetreffende VN-resolutie wil houden;

23.  onderstreept dat de twijfelachtige aard van het Iraanse nucleaire programma het non-proliferatiestelsel en de stabiliteit in de regio en in de wereld in gevaar brengt; steunt het streven om via onderhandelingen met Iran tot een oplossing te komen door middel van de tweesporenstrategie van dialoog en sancties, in overleg met de overige leden van de Veiligheidsraad en het Internationaal Agentschap voor kernenergie;

24. roept Iran ertoe op om met de steun van de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie (P-5 +1) serieus en constructief in onderhandeling te treden met China, Frankrijk, Duitsland, de Russische Federatie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, ten einde de dialoog over de nucleaire kwestie waarmee op 1 oktober 2009 in Genève een begin is gemaakt, te bevorderen;

25. betuigt opnieuw zijn bereidheid om zich sterk te maken voor een alomvattende, langdurige en passende oplossing voor de Iraanse nucleaire kwestie door middel van dialoog en onderhandelingen, van zodra Iran zich houdt aan de resoluties van de VN-Veiligheidsraad;

26. dringt er bij de Democratische Volksrepubliek Korea op aan te voldoen aan de verplichtingen die zijn geformuleerd in de Gezamenlijke Verklaring van september 2005, en om onomkeerbare stappen te zetten naar controleerbare denuclearisering, en wijst nogmaals op de noodzaak van een volledige en transparante uitvoering van de resoluties 1718 en 1874 van de VN-Veiligheidsraad als instrumenten ter beperking van de proliferatieactiviteiten van de Democratische Volksrepubliek Korea en om de DVK ervan te overtuigen terug te keren naar het zespartijenoverleg en naar denuclearisering;

27. steunt de bijeenroeping van de Nucleaire Veiligheidstop in april 2010, in het besef dat de illegale handel in en het gebruik van nucleaire materialen een directe en ernstige bedreiging vormt voor de mondiale veiligheid, en ziet uit naar concrete voorstellen om de veiligheid van gevoelig nucleair materiaal te verbeteren, o.a. via maatregelen om een effectief onderzoek in te stellen naar gevallen waarbij materiaal illegaal een andere bestemming heeft gekregen en om degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn te vervolgen;

28. onderkent het belang van de IAEA-gedragscode inzake de veiligheid en beveiliging van radioactieve bronnen en het bijbehorende richtsnoer inzake de invoer en export van radioactieve bronnen ter voorkoming van een radiologische aanval, en zal zich inzetten voor de wereldwijde implementatie daarvan;

29. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vice-voorzitter/Hoge Vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de secretaris-generaal van de VN, de voorzitter van de in 2010 te houden NPV-herzieningsconferentie en de directeur-generaal van de IAEA.

(1)

PB C 98 E van 23.4.2004, blz. 152.

(2)

PB C 320 Evan 15.12.2005, blz. 253.

(3)

PB C 280 E van 18.11.2006, blz. 453.

(4)

PB C 301 E van 13.12.2007, blz. 146.

(5)

Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0255.

(6)

Verenigde Naties: Herzieningsconferentie 2000 van de partijen bij het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens, NPT/CONF.2000/28 (delen I en II).

(7)

PB L 106 van 27.4.2005, blz. 32.

Juridische mededeling - Privacybeleid