Procedure : 2010/2502(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0141/2010

Ingediende teksten :

B7-0141/2010

Debatten :

PV 10/03/2010 - 6
CRE 10/03/2010 - 6

Stemmingen :

PV 10/03/2010 - 7.11

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0062

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 132kWORD 80k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0137/2010
3.3.2010
PE433.001v01-00
 
B7-0141/2010

naar aanleiding van vragen voor mondeling antwoord B7‑0010/2010 en B7‑0009/2010

ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement


over het Non-Proliferatieverdrag


Reinhard Bütikofer, Ulrike Lunacek, Franziska Katharina Brantner, Raül Romeva i Rueda, Indrek Tarand namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het Non-Proliferatieverdrag  
B7‑0141/2010

Het Europees Parlement,

–   gezien de door Annemie Neyts-Uyttebroeck, namens de ALDE-Fractie, en Angelika Beer, namens de Verts/ALE-Fractie, ingediende ontwerpaanbeveling aan de Raad over non-proliferatie en de toekomst van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (NPV) (B6-0421/2008),

–   gezien de in 2010 te houden herzieningsconferentie van de partijen bij het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties van 26 februari 2004(1), 10 maart 2005(2), 17 november 2005(3) en 14 maart 2007(4) over non-proliferatie en nucleaire ontwapening,

–   gezien de strategie van de EU ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens, die de Europese Raad eveneens op 12 december 2003 heeft aangenomen,

–   gezien de verklaring van de Raad van 8 december 2008 over de versterking van de internationale veiligheid, in het bijzonder de punten 6, 8 en 9, waarin uitdrukking wordt gegeven aan de vastbeslotenheid van de EU om "te strijden tegen de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor",

–   gezien de sleutelrol die de groep van nucleaire exportlanden in het kader van de non-proliferatie speelt,

–   gezien resoluties 1540 (2004) en 1673 (2006) van de VN-Veiligheidsraad over de non-proliferatie van massavernietigingswapens,

–   gelet op het Alomvattend Kernstopverdrag, de overeenkomsten betreffende nucleaire waarborgen en aanvullende protocollen van het IAEA, het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal, het Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme, de Haagse Gedragscode tegen de verspreiding van ballistische raketten, het START I-verdrag over de vermindering van strategische kernwapens, dat in 2009 is verstreken, en het SORT-verdrag inzake de beperking van strategische aanvalswapens,

–   gezien het verslag over de tenuitvoerlegging van de Europese veiligheidsstrategie zoals dat door de Europese Raad op 11 december 2008 is aangenomen,

–   gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A6-0234/2009),

–   gelet op artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de verspreiding van massavernietigingswapens en hun lanceerinrichtingen onder zowel staten als niet-statelijke entiteiten een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt,

B.  overwegende dat er sprake is van een ernstig gebrek aan vorderingen bij het realiseren van concrete doelstellingen (zoals de zogeheten "13 praktische stappen"(5)) voor het bereiken van de doelen van het NPV, zoals overeengekomen op de vorige herzieningsconferenties, met name nu er bedreigingen komen vanuit allerlei bronnen: het feit dat een toenemende verspreiding gepaard gaat met een stijgende vraag naar en beschikbaarheid van nucleaire technologie; het gevaar dat dergelijke technologie en radioactief materiaal in handen vallen van criminele organisaties en terroristen; en de tegenzin van kernwapenstaten die partij zijn bij het NPV om hun nucleaire arsenaal te verminderen of geheel te ontmantelen en om minder vast te houden aan een militaire doctrine van nucleaire afschrikking,

C. overwegende dat het NPV als hoeksteen van het wereldwijde non-proliferatieregime versterkt moet worden en in het besef dat krachtig politiek leiderschap en een aantal geleidelijke, opeenvolgende stappen dringend noodzakelijk zijn teneinde de validiteit van het NPV te herbevestigen en de overeenkomsten, verdragen en agentschappen waaruit het huidige non-proliferatie- en ontwapeningsregime bestaat te versterken, zoals met name het Alomvattend Kernstopverdrag (CTBT) en het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA),

D. overwegende dat de Commissie de status van waarnemer bij de groep van nucleaire exportlanden en bij de NPV-herzieningsconferentie heeft, en dat ook het secretariaat van de Raad deelneemt aan de NPV-conferentie, hetzij binnen de delegatie van de Europese Commissie, hetzij met het voorzitterschap van de EU,

E.  overwegende dat de EU de toezegging heeft gedaan gebruik te zullen maken van alle te harer beschikking staande instrumenten om proliferatieprogramma's die bezorgdheid op wereldniveau veroorzaken, te voorkomen, te ontmoedigen, te stoppen en indien mogelijk weg te nemen, een voornemen dat duidelijk is uiteengezet in de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens, goedgekeurd door de Europese Raad op 12 december 2003,

F.  overwegende dat de EU haar inspanningen moet intensiveren om verspreidingsstromen en financiering van verspreiding tegen te gaan, om verspreiding te bestraffen en om maatregelen te ontwikkelen ter voorkoming van immateriële overdracht van kennis, met gebruikmaking van alle beschikbare instrumenten, waaronder multilaterale verdragen en verificatiemechanismen, nationaal en internationaal gecoördineerde controles op de uitvoer, samenwerkingsprogramma's voor dreigingsvermindering, en politieke en economische druk,

G. overwegende dat de EU haar steun heeft uitgesproken voor andere initiatieven voor non-proliferatie en ontwapening buiten het VN-kader,

H. overwegende dat het sinds 2003 algemeen gebruikelijk is geworden om "non-proliferatieclausules" op te nemen in overeenkomsten tussen de EU en derde landen,

I.   overwegende dat een nauwe coördinatie en samenwerking tussen de EU en haar partners, waaronder met name de VS en Rusland, noodzakelijk is met het oog op een vernieuwing en versterking van het non-proliferatieregime,

J.   overwegende dat president Barack Obama verklaringen heeft afgelegd waarin hij benadrukte dat de VS zullen streven naar een wereld zonder kernwapens, en met Rusland zullen gaan samenwerken om ervoor te zorgen dat de Amerikaanse en Russische ballistische raketten niet langer "on hair-trigger alert" (gereed om bij het minste of geringste te worden gelanceerd) staan en de voorraden Amerikaanse kernwapens en -materiaal drastisch zullen verminderen; overwegende dat de ratificatie door de VS van het aanvullend protocol bij de IAEA-overeenkomsten betreffende nucleaire waarborgen een positieve, vertrouwenwekkende stap is; overwegende dat president Obama heeft aangekondigd dat de ratificatie door de VS van het CTBT afgerond zal worden,

K. overwegende dat in de nieuwe ontwapeningsvoorstellen van Henry Kissinger, George P. Shultz, William J. Perry en Sam Nunn van januari 2007 en januari 2008 en campagnes zoals "Global Zero", wordt gesteld dat het streven naar de ontmanteling van alle kernwapens een belangrijke manier is om nucleaire proliferatie te voorkomen en wereldwijde veiligheid te realiseren,

L.  overwegende dat het gezamenlijke Brits-Noorse initiatief tot beoordeling van de haalbaarheid en de vaststelling van heldere procedurele stappen voor de uiteindelijke ontmanteling van kernwapens en de daarmee samenhangende verificatieprocedures een concrete bijdrage in de goede richting levert,

M. overwegende dat de regeringen van Frankrijk en het VK in 2008 hebben aangekondigd hun aantal operationele kernkoppen te zullen verminderen, maar tegelijkertijd hebben besloten hun kernwapenarsenalen te moderniseren; overwegende dat Frankrijk en het VK een speciale verplichting hebben om een succesvolle bijdrage te leveren aan het non-proliferatie- en ontwapeningsbeleid van de EU,

1.  roept alle betrokken partijen op om van de gelegenheid van de in 2010 te houden herzieningsconferentie van de partijen bij het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens gebruik te maken om de doelstelling van algehele nucleaire ontwapening dichterbij te brengen, op basis van een internationaal verdrag voor de stapsgewijze wereldwijde ontmanteling van kernwapens, en herhaalt gekant te zijn tegen het gebruik van kernenergie voor zowel militaire als civiele doeleinden, vanwege het inherente risico van tweeledig gebruik;

2.  roept alle partijen op hun militaire doctrine te herzien met het oog op het afschaffen van de optie om als eerste nucleaire wapens in te zetten;

3.  dringt er in dit verband bij de vicevoorzitter van de Commissie/Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad en de Commissie op aan om al het mogelijke te doen ter vergroting van het Europese bewustzijn op het vlak van non-proliferatie, in samenwerking met alle partijen en niet-statelijke entiteiten die streven naar een kernwapenvrije wereld, in het bijzonder het netwerk van Parliamentarians for Nuclear Non-Proliferation and Disarmament, het netwerk van Mayors for Peace en het netwerk van gemeenten die kernwapens hebben uitgebannen;

4.  verzoekt de Raad en de lidstaten aan een dergelijk nieuw verdrag bij te dragen door de ontwikkeling, het testen, de productie, de aanleg van arsenalen, de overdracht, het gebruik en het dreigen met gebruik van kernwapens te verbieden en passende druk uit te oefenen op staten die over kernwapens beschikken - al dan niet vallend onder het NPV – om eenzijdige en multilaterale stappen te nemen gericht op nucleaire ontwapening;

5.  benadrukt de noodzaak om op de in 2010 te houden herzieningsconferentie van de partijen bij het NPV strategieën te ontwikkelen die gericht zijn op het bereiken van overeenstemming over een verdrag om de productie van splijtmateriaal voor wapendoeleinden op niet-discriminerende wijze een halt toe te roepen, hetgeen betekent dat het desbetreffende verdrag moet inhouden dat niet alleen niet-kernwapenstaten of staten die momenteel geen partij zijn bij het NPV maar ook de vijf leden van de VN-Veiligheidsraad, die allemaal kernwapens in hun bezit hebben, het maken van splijtmateriaal voor wapens moeten afzweren en al hun bestaande productiefaciliteiten voor splijtmateriaal voor dergelijke wapens moeten ontmantelen,

6.  herhaalt zijn verzoek het Gemeenschappelijk Standpunt 2005/329/GBVB van de Raad van 25 april 2005 met betrekking tot de in 2005 gehouden herzieningsconferentie van de partijen bij het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens(6) te herzien en te actualiseren, om een geslaagd resultaat van de in 2010 te houden herzieningsconferentie van de partijen bij het NPV mogelijk te maken, waardoor de drie bestaande pijlers van het NPV versterkt zullen worden;

7.  dringt er bij de vicevoorzitter van de Commissie/Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad en de Commissie op aan het Europees Parlement regelmatig in te lichten over alle voorbereidende vergaderingen in de aanloop naar de NPV-herzieningsconferentie in 2010 en daarbij rekening te houden met de standpunten van het Parlement inzake non-proliferatie en ontwapening in verband met die conferentie;

8.  herhaalt dat het belangrijk is dat de Raad, in samenwerking met zijn partners, actieve steun verleent aan concrete voorstellen om de productie, het gebruik en de opwerking van alle nucleaire brandstof onder toezicht van het IAEA te plaatsen, met inbegrip van het opzetten van een internationale splijtstofbank; verleent voorts steun aan andere initiatieven voor het multilateraal maken van de nucleaire-brandstofcyclus voor het vreedzaam gebruik van kernenergie, in dezen rekening houdend met het feit dat het Parlement verheugd is over de bereidheid van de Raad en de Commissie om maximaal 25 000 000 EUR bij te dragen aan de oprichting van een splijtstofbank onder toezicht van het IAEA, en wenst dat de gezamenlijke actie in dit verband spoedig wordt goedgekeurd; benadrukt echter dat het actief stimuleren van kernenergie als zodanig op geen enkele wijze deel mag uitmaken van de taakomschrijving van het IAEA;

9.  wijst erop dat de EU al het mogelijke moet doen om projecten voor alternatieve niet-nucleaire energie in derde landen te bevorderen en dergelijke landen te steunen bij hun streven naar energiezekerheid zonder over te stappen op kernenergie, en roept in dit verband op tot nauwe samenwerking met het Internationaal Agentschap voor hernieuwbare energie (IRENA);

10. steunt verdere inspanningen om de taakomschrijving van het IAEA uit te breiden, met inbegrip van het algemeen maken van de Aanvullende Protocollen bij de waarborgovereenkomsten van het IAEA, en andere maatregelen die zijn opgezet met het oog op ontwikkeling van vertrouwensopbouwende maatregelen; streeft ernaar ervoor te zorgen dat er voor het IAEA voldoende middelen beschikbaar worden gesteld, zodat het zijn essentiële opdracht kan vervullen door activiteiten op nucleair gebied veilig te maken;

11. verleent zijn volledige steun aan het versterken en verbeteren van de middelen waarmee de naleving van alle beschikbare non-proliferatie-instrumenten kan worden geverifieerd;

12. roept ertoe op de inspanningen te intensiveren om ervoor te zorgen dat non-proliferatieregels en -instrumenten universeel worden toegepast en doeltreffend ten uitvoer worden gelegd, met name de verbetering van verificatiemethoden;

13. verzoekt om een evaluatie van de doeltreffendheid van de opname van clausules voor non-proliferatie van massavernietigingswapens in tussen de EU en derde staten gesloten overeenkomsten;

14. roept op tot de instelling van kernwapenvrije zones als positieve eerste stap naar een kernwapenvrije wereld; is in dit verband van mening dat een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten van fundamenteel belang is voor het bereiken van duurzame en alomvattende vrede in die regio; wijst erop dat de terugtrekking van alle tactische kernkoppen in Europa in de tussentijd een precedent kan scheppen voor verdere nucleaire ontwapening;

15. betreurt het door de Franse president Nicolas Sarkozy gevoerde agressieve beleid van het stimuleren van kernenergie in derde landen met een twijfelachtige reputatie op het gebied van de mensenrechten, dat de initiatieven van de EU voor non-proliferatie ernstig zou kunnen ondermijnen;

16. verwelkomt de aankondiging door president Obama dat hij zal streven naar de ratificatie van het CTBT; ziet in dit verband uit naar de nieuwe Nuclear Posture Review waarin de VS zich zou moeten vastleggen op het niet verder ontwikkelen van nieuwe kernwapens, met inbegrip van nucleaire bunker-busters, een ingrijpende vermindering van de nucleaire arsenalen en een steeds grotere nadruk op een niet-nucleaire defensie;

17. dringt er bij de Raad op aan op positieve en proactieve wijze bij te dragen aan de voorbereiding van de volgende conferentie over de herziening van het non-proliferatieverdrag (NPT) in 2010, in nauwe samenwerking met de VS, Rusland, China en de andere belangrijkste betrokken partijen;

18. roept op tot een intensievere dialoog met de nieuwe regering van de VS en alle landen die kernwapens hebben, teneinde een gemeenschappelijke agenda gericht op een stapsgewijze vermindering van het kernkoparsenaal vast te stellen en aan te dringen op ratificatie van het CTBT en verdere wezenlijke vooruitgang met het Verdrag over de vermindering van strategische bewapening (START);

19. is in dit verband ingenomen met de beslissing van de Russische Federatie en de VS om onderhandelingen aan te knopen over een nieuw uitgebreid en juridisch bindend akkoord ter vervanging van START, dat in december 2009 is verstreken, en de ondertekening van het gemeenschappelijk voornemen over een vervolg op het START-1-verdrag door president Barack Obama en president Dmitri Medvedev in Moskou op 6 juli 2009;

20. onderstreept dat de twijfelachtige aard van het Iraanse nucleaire programma het systeem voor non-proliferatie en stabiliteit in de regio en in de wereld in gevaar brengt; steunt de doelstelling om via onderhandelingen met Iran tot een oplossing te komen en roept op tot een nieuw initiatief voor het wekken van vertrouwen op regionaal niveau, naar het voorbeeld van het proces van Helsinki, om de langetermijndoelstelling van een Midden-Oosten zonder militaire conflicten te kunnen bereiken;

21. betreurt ten zeerste de nucleaire overeenkomsten tussen de VS, Frankrijk en India, die indruisen tegen de grondgedachten van het NPV, nu India als enige kernmogendheid die niet bij het NPV aangesloten is, nucleaire handel - met inbegrip van verrijking - met de rest van de wereld mag drijven;

22. is bezorgd over de recente kernproeven van de Democratische Volksrepubliek Korea en de afwijzing van Resolutie 1887 (2009) van de Veiligheidsraad van de VN van 24 september 2009 door dit land; steunt niettemin de door de VS gehanteerde aanpak van een bilaterale dialoog in het kader van de zespartijenbesprekingen, om tot het atoomvrij maken van het Koreaanse schiereiland te komen, en wijst erop dat China in dit verband een speciale rol speelt;

23. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de secretaris-generaal van de VN, de voorzitter van de in 2010 te houden herzieningsconferentie van de partijen bij het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens en de directeur-generaal van het IAEA.

(1)

PB C 98 E van 23.4.2004, blz. 152.

(2)

PB C 320 E van 15.12.2005, blz. 253.

(3)

PB C 280 E van 18.11.2006, blz. 453.

(4)

PB C 301 E van 13.12.2007, blz. 146.

(5)

Verenigde Naties: 2000 Review Conference of the Parties to the Treaty on the Non-Proliferation of Nuclear Weapons, NPV/CONF.2000/28 (deel I en II).

(6)

PB L 106 van 27.4.2005, blz. 32.

Juridische mededeling - Privacybeleid