Ontwerpresolutie - B7-0174/2010Ontwerpresolutie
B7-0174/2010

    ONTWERPRESOLUTIE over gewetensgevangenen in Cuba

    8.3.2010

    naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
    ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

    Adrian Severin, Luis Yáñez-Barnuevo García, Emine Bozkurt, Emine Bozkurt namens de S&D-Fractie

    Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0169/2010

    Procedure : 2010/2592(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B7-0174/2010
    Ingediende teksten :
    B7-0174/2010
    Aangenomen teksten :

    B7‑0174/2010

    Resolutie van het Europees Parlement over gewetensgevangenen in Cuba

    Het Europees Parlement,

    –   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de situatie in Cuba, en met name die van 17 november 2004 en 2 februari 2006,

    –   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de mensenrechten in de wereld in 2004, 2005 en 2006 en het mensenrechtenbeleid van de EU,

    –   onder verwijzing naar zijn resolutie van 14 december 2006 over de follow-up van de Sacharov-prijs[1],

    –   gezien de verklaring van het voorzitterschap van de Raad van 14 december 2005 over de Damas de Blanco, alsook de eerdere verklaringen van 26 maart 2003 en 5 juni 2003 over de situatie in Cuba,

    –   gezien Gemeenschappelijk Standpunt 96/697/GBVB van de Raad, dat op 2 december 1996 is aangenomen en vervolgens regelmatig is geactualiseerd,

    –   gezien de conclusies van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 18 juni 2007 over Cuba,

    –   gezien de verklaring van hoge vertegenwoordiger Catherine Ashton over de dood van de heer Zapata in Cuba,

    –   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

    A. overwegende dat de bescherming van de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten, met inbegrip van burgerrechten en politieke, economische, sociale en culturele rechten, nog steeds een van de hoofddoelstellingen van de Europese Unie vormt,

    B.  overwegende dat tientallen onafhankelijke journalisten, vreedzame dissidenten en verdedigers van de mensenrechten nog steeds in de gevangenis zitten,

    C. overwegende dat het Parlement de Sacharov-prijs 2005 voor de vrijheid van meningsuiting heeft toegekend aan de Damas de Blanco; overwegende dat de Cubaanse autoriteiten geweigerd hebben de Damas de Blanco naar de zetel van het Europees Parlement te laten gaan om hun prijs in ontvangst te nemen, hetgeen een schending vormt van een van de elementaire mensenrechten, namelijk de vrijheid om zijn land te verlaten en ernaar terug te keren, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

    D. overwegende de stappen die het voorzitterschap van de EU heeft ondernomen ten behoeve van de gewetensgevangenen in Cuba,

    E.  overwegende dat de dood van Orlando Zapata een stap achteruit vormt met betrekking tot de eerbiediging van de mensenrechten in Cuba,

    1.  betreurt ten zeerste de onnodige en wrede dood van de Cubaanse opposant Orlando Zapata na een lange hongerstaking;

    2.  betreurt het uitblijven van noemenswaardige reacties van de Cubaanse autoriteiten op de oproepen van de internationale gemeenschap tot vrijlating van alle politieke gevangenen;

    3.  eist van de Cubaanse regering de onmiddellijke, definitieve en volledige vrijlating van de gewetensgevangenen;

    4.  betreurt dat er geen gevolg is gegeven aan het verzoek van de Raad en het Europees Parlement om onmiddellijke vrijlating van alle politieke en gewetensgevangenen, en wijst er andermaal op dat het opsluiten van Cubaanse dissidenten wegens hun idealen en hun vreedzame politieke activiteiten in strijd is met de Universele Verklaring van de rechten van de mens;

    5.  dringt er bij de Raad en de Commissie op aan dat zij alle nodige maatregelen blijven nemen om de vrijlating van de politieke gevangenen te eisen en het werk van de verdedigers van de mensenrechten weer op gang te brengen en te waarborgen;

    6.  verzoekt de Europese instellingen om het opstarten van een vreedzaam politiek overgangsproces naar een meerpartijendemocratie in Cuba onvoorwaardelijk te steunen en zonder voorbehoud aan te moedigen;

    7.  verklaart zich volkomen solidair met het hele Cubaanse volk en steunt het op zijn weg naar democratie en eerbiediging en bevordering van de fundamentele vrijheden;

    8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het roulerend voorzitterschap van de EU, de hoge vertegenwoordiger, de Euro-Latijns-Amerikaanse parlementaire vergadering en de Cubaanse regering.