Ontwerpresolutie - B7-0234/2010Ontwerpresolutie
B7-0234/2010

ONTWERPRESOLUTIE over de aanstaande topbijeenkomst tussen de EU en Canada in mei 2010

14.4.2010

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

Elisabeth Jeggle, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Elmar Brok, Peter Šťastný, Daniel Caspary namens de PPE-Fractie
Wolf Klinz namens de ALDE-Fractie
Philip Bradbourn namens de ECR-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0233/2010

Procedure : 2010/2549(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B7-0234/2010
Ingediende teksten :
B7-0234/2010
Aangenomen teksten :

B7‑0234/2010

Resolutie van het Europees Parlement over de aanstaande topbijeenkomst tussen de EU en Canada in mei 2010

Het Europees Parlement,

–   gezien de onderhandelingen over een uitgebreide economische en handelsovereenkomst die van start zijn gegaan op de top EU-Canada van 6 mei 2009 in Praag,

–   gezien de geslaagde 32ste interparlementaire bijeenkomst van de Delegatie voor de betrekkingen met Canada in november 2009 in Brussel,

–   gezien de toestemmingsprocedure beschreven in artikel 218 van het VWEU,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Canada al sinds 1959 banden heeft met de EU, wat het land tot een van de oudste en meest intieme partners van de Unie maakt,

B.  overwegende dat de aan de gang zijnde onderhandelingen over een uitgebreide economische en handelsovereenkomst de betrekkingen tussen de EU en Canada nog zouden kunnen versterken,

C. overwegende dat Canada in 2010 voorzitter is van de G8 en als gastland optreedt voor de volgende G20-topbijeenkomst,

D. overwegende dat de aandacht tijdens de aanstaande topbijeenkomst EU-Canada op 5 mei 2010 in Brussel zal uitgaan naar de versterking van de nu al hechte politieke verhouding tussen beide partners, en in het bijzonder naar gemeenschappelijke uitdagingen zoals de onderhandelingen over een uitgebreide economische en handelsovereenkomst; uitdagingen op buitenlands vlak en op het vlak van de veiligheid, met name in Afghanistan en Pakistan; een gemeenschappelijke koers met betrekking tot Iran; de niet-verspreiding van kernwapens; Haïti en de follow-up van de donorconferentie in New York; ontwikkelingssamenwerking; een gecoördineerde reactie op de financiële en economische crisis; de klimaatverandering en energie; en vorderingen in de Doha-onderhandelingsronde over de wereldhandel,

E.  overwegende dat de EU en Canada gemeenschappelijke waarden delen alsook de overtuiging dat voor het aangaan van grote uitdagingen multilaterale samenwerking vereist is,

1.  is ingenomen met de verklaring van de Commissie waarin vorderingen in de onderhandelingen over een uitgebreide economische en handelsovereenkomst beschreven worden als een essentieel onderdeel van de economische betrekkingen tussen de EU en Canada; is in dit verband van mening dat de topbijeenkomst tussen de EU en Canada op 5 mei 2010 in Brussel een goede gelegenheid vormt om deze onderhandelingen te bespoedigen;

2.  wijst op de soliditeit van de Canadese economie tijdens de economische crisis, in het bijzonder die van de banksector; verklaart zich bereid om in het kader van de G20 nauw samen te werken met Canada om tot een gecoördineerde wereldwijde aanpak inzake fiscale stimulansen en fiscale consolidatie te komen, en meent dat de kwestie van de invoering van een bankheffing of transactiebelasting op wereldniveau een van de prioritaire onderwerpen moet vormen tijdens de volgende topbijeenkomst van de G20 in Toronto;

 

3.  merkt op dat zowel Canada als de EU zich verbinden tot een gecoördineerde, coherente en globale benadering ter voldoening van de behoeften van Haïti op korte en langere termijn; samen willen de EU en Canada zich voor honderd procent inzetten voor de opbouw van een nieuw Haïti dat voldoet aan de gerechtvaardigde en langgekoesterde verwachtingen van de Haïtiaanse bevolking voor hun land, en er tegelijk voor zorgen dat Haïti meester blijft over het reconstructieproces;

4.  verheugt zich over het in de troonrede uitgesproken voornemen om de Canadese telecommunicatiesector open te stellen voor buitenlandse concurrenten;

5.  verheugt zich eveneens over het voornemen om een grootschalige hervorming van het beheersysteem van de Canadese visserijsector door te voeren, waarbij ook de NAFO (Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan) zal betrokken zijn;

6.  geeft opnieuw uiting aan zijn ongerustheid over de visumverplichting voor burgers van de Tsjechische Republiek en van Roemenië en vraagt dat deze verplichting zo snel mogelijk wordt opgeheven; merkt op dat de Canadese regering de visumverplichting voor Tsjechische burgers heeft ingevoerd naar aanleiding van de enorme toestroom van Roma naar Canada, en verzoekt de lidstaten daarom om een gepaste aanpak van de situatie van de Roma in Europa; is in dit verband ingenomen met de opening van een visumkantoor in de Canadese ambassade te Praag en de oprichting van een werkgroep van deskundigen voor deze kwestie, en is benieuwd of de aangekondigde grondige herziening van het Canadese vluchtelingensysteem zal leiden tot de opheffing van de visumverplichting;

7.  benadrukt dat de EU en Canada zich verbinden tot de bouw van een koolstofarme, veilige en duurzame wereldeconomie, en tot een verbetering van het vermogen tot aanpassing aan de gevolgen van de klimaatverandering; benadrukt het belang van continue gedachtewisselingen over milieukwesties in het kader van de milieudialoog op hoog niveau tussen de EU en Canada; verheugt zich over het in de recente troonrede uitgesproken engagement van Canada om te investeren in schone energietechnologieën, zijn plaats als schone energiesupermacht te bestendigen en een leidende positie in te nemen op het vlak van de schepping van groene banen;

8.  herinnert de Raad en de Commissie eraan dat het Europees Parlement sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon zijn goedkeuring moet geven aan internationale overeenkomsten en volledig betrokken moet worden bij alle etappes van de procedure, en kijkt uit naar een spoedige verklaring van de Commissie over de manier waarop dit zal gebeuren;

9.  feliciteert het organiserend comité van Vancouver (VANOC) met het welslagen van de Olympische en Paralympische Winterspelen van 2010;

10. merkt op dat de bevoegdheid voor de betrekkingen tussen de EU en Canada uitsluitend bij de federale autoriteiten berust, maar moedigt de deelname van de provincies en grondgebieden in de onderhandelingen betreffende een uitgebreide economische en handelsovereenkomst en in bepaalde andere aspecten van de betrekkingen tussen de EU en Canada aan;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het fungerend voorzitterschap van de EU, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid en de Canadese regering.