Ontwerpresolutie - B7-0251/2010Ontwerpresolutie
B7-0251/2010

ONTWERPRESOLUTIE over de situatie in Kirgizië

28.4.2010

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

Niccolò Rinaldi, Ramon Tremosa i Balcells namens de ALDE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0246/2010

Procedure : 2010/2656(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B7-0251/2010
Ingediende teksten :
B7-0251/2010
Debatten :
Aangenomen teksten :

B7‑0251/2010

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Kirgizië

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over in Kirgizië en Centraal-Azië, met name de resolutie van 12 mei 2005,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 20 februari 2008 over een EU-strategie voor Centraal-Azië,

–   gezien de verklaring van VV/HV Catherine Ashton van 8 april 2010 over de situatie in Kirgizië,

–   gezien de EU-strategie voor een nieuw partnerschap met Centraal-Azië die door de Europese Raad op zijn zitting van 21 en 22 juni 2007 is aangenomen,

–   gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en Kirgizië, die in 1999 in werking is getreden,

–   gezien het strategiedocument van de Europese Gemeenschap voor bijstand aan Centraal-Azië voor de periode 2007-2013,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het in het belang is van de volkeren van zowel Centraal-Azië als de Europese Unie dat er zichtbaar vooruitgang worden geboekt op het gebied van stabiliteit en democratische en menselijke ontwikkeling, menselijke veiligheid en duurzame groei in de hele regio,

B.  overwegende dat de EU zich te allen tijde moet houden aan haar doelstelling om mensenrechten, democratie en rechtsstaat een centrale plaats te geven in alle overeenkomsten met derde landen en door een consequent beleid democratische hervormingen te stimuleren zodat haar geloofwaardigheid als regionale macht groter wordt;

C. overwegende dat Kirgizië lid is van de OVSE en als zodanig gehouden is de grondrechten, de mensenrechten en de rechtsstaat te eerbiedigen en de democratische normen van de OVSE toe te passen,

D. overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Centraal-Azië van cruciaal belang zijn, gezien de gemeenschappelijke problemen op het gebied van energie, de bestrijding van de klimaatverandering, het inperken van de drughandel en de strijd tegen het terrorisme,

E.  overwegende dat Koermanbek Bakijev, die in juli 2005 voor het eerst aantrad na de zgn. Tulpenrevolutie, vorig jaar herkozen werd voor een nieuwe ambtstermijn als president bij verkiezingen waarbij volgens onafhankelijke waarnemers grootschalig gefraudeerd was; overwegende dat Bakijev aanvankelijk een democratisch beleid leek te gaan voeren, maar dat hij zich vervolgens heeft ontpopt tot een autoritair en repressief leider, wiens bewind algemeen als corrupt werd ervaren en gekenmerkt werd door machtsmisbruik,

F.  overwegende dat Kirgizische troepen op 7 april 2010 kogels, traangas en verdovingsgranaten gebruikten tegen een menigte demonstranten die voor het presidentieel paleis in Bisjkek bijeengekomen waren en regeringsgebouwen bestormden uit protest tegen de sterke prijsstijgingen voor elektriciteit en verwarming, en dat daarbij 84 doden en meer dan 500 gewonden vielen,

G. overwegende dat president Bakijev werd gedwongen uit de hoofdstad te vluchten en dat zijn plaats is ingenomen door een interimregering onder leiding van oppositieleider Roza Otoenbajeva, die een decreet heeft uitgevaardigd over de machtsovername en naleving van de Kirgizische grondwet en het parlement heeft ontbonden,

H. overwegende dat Bakijev, nadat hij een week na de opstand getracht had de voorwaarden voor zijn aftreden te bepalen, het land heeft verlaten en naar Kazachstan is vertrokken na bemiddeling door Rusland, de VS en Kazachstan,

I.   overwegende dat de situatie in Kirgizië nog steeds onstabiel is en dat deze bijzonder gespannen is in het gebied van Jalalabhad, waar groeperingen die Bakijev ondersteunen nog steeds tot alarmerende gewelddaden provoceren,

1.  geeft uiting aan zijn diepste verontrusting over de situatie in Kirgizië en condoleert de families van alle slachtoffers van de tragische gebeurtenissen;

2.  neemt kennis van de eerste stappen die door de voorlopige regering zijn genomen om de democratie te herstellen, waaronder met name de plannen tot opstelling van een nieuwe grondwet, gevolgd door een referendum over de hervormingen van Bakijev, welke buitensporig veel macht geconcentreerd hebben in de handen van de president;

3.  dringt erop aan nieuwe verkiezingen te houden zodra de voorwaarden voor vrije en eerlijke verkiezingen vervuld zijn en de nodige wetgeving is goedgekeurd en ten uitvoer gelegd; adviseert de interimregering om een pakket op te stellen van hervormingen, zoals:

– het laten uitvoeren van en samenwerken met een internationaal en onafhankelijk onderzoek onder de auspiciën van de VN over de oorzaken van het geweld,

– een duidelijk tijdsplan vast te stellen voor de nationale verkiezingen en een nieuwe ontwerpgrondwet af te kondigen,

– maatregelen voor te stellen om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te garanderen,

– de volledige uitoefening van de mensenrechten te bevorderen,

– maatregelen te bevorderen voor corruptiebestrijding en hervorming van het openbaar bestuur;

4.  verzoekt de interim-regering met klem al het mogelijke te doen om de voorwaarden voor een effectief en transparant stelsel te scheppen, dat een einde kan maken aan de dominantie van clanpolitiek en om politieke, sociale en economische ontwikkeling en integratie te stimuleren;

5.  dringt er bij de EU op aan om ten volle gebruik te maken van de instrumenten van de strategie voor Centraal Azië om het land in deze moeilijke omstandigheden de vereiste bijstand te kunnen verlenen;

6.  verzoekt de speciale vertegenwoordiger van de VV/HV voor Centraal Azië om de situatie op de voet te volgen, bijstand te verlenen en de hervatting van de dialoog tussen alle geledingen van de Kirgizische maatschappij te vergemakkelijken;

7.  ziet uit naar de beoordeling van de vorderingen die gemaakt zijn bij de tenuitvoerlegging van de EU-strategie voor de regio en roept ertoe op dat beleid geloofwaardiger, concreter en samenhangender te maken;

8.  wenst dat onder leiding van de VN een international onderzoek naar de gebeurtenissen wordt ingesteld om vast te stellen wie verantwoordelijk voor welke daden is geweest en wie tekortgeschoten is, en ook om de justitiële autoriteiten van Kirgizië te steunen, zodat zij overtreders van de wet voor de rechter kunnen brengen onder eerbiediging van de gerechtelijke procedures en een eerlijk procesverloop;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de VV/HV van de Europese Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de OVSE en de parlementen van de Russische Federatie, de VS en Kazachstan.