Ontwerpresolutie - B7-0299/2010Ontwerpresolutie
B7-0299/2010

    ONTWERPRESOLUTIE over de EU-Ruslandtop (31 mei - 1 juni)

    9.6.2010

    naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
    ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

    Elmar Brok, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ioannis Kasoulides, Ria Oomen-Ruijten, Alojz Peterle, Krzysztof Lisek, Filip Kaczmarek, Jacek Protasiewicz, Andrzej Grzyb, Joachim Zeller, Mário David namens de PPE-Fractie

    Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0296/2010

    Procedure : 2010/2709(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B7-0299/2010
    Ingediende teksten :
    B7-0299/2010
    Aangenomen teksten :

    B7‑0299/2010

    Resolutie van het Europees Parlement over de EU-Ruslandtop (31 mei - 1 juni)

    Het Europees Parlement,

    –   onder verwijzing naar zijn resolutie over de voorbereidingen van de EU-Ruslandtop in Stockholm op 18 november 2009,

    –   gezien de bestaande partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds, en de onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst tussen de EU en Rusland die aan de gang zijn,

    –   gezien de doelstelling van de EU en Rusland, als omschreven in de gemeenschappelijke verklaring afgelegd na de 11e EU-Ruslandtop in Sint Petersburg op 31 mei 2003, betreffende de invoering van een gemeenschappelijke economische ruimte, een gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en gerechtigheid, een gemeenschappelijke ruimte van samenwerking op het gebied van externe veiligheid en een gemeenschappelijke ruimte van onderzoek en onderwijs, met inbegrip van culturele aspecten,

    –   onder verwijzing naar zijn voorgaande verslagen en resoluties over Rusland en de betrekkingen tussen de EU en Rusland, met name zijn resolutie van 17 september 2009 over de moord op mensenrechtenactivisten in Rusland, zijn resolutie van 17 september 2009 over externe aspecten van de energiezekerheid en zijn resolutie van 19 juni 2008 over de topconferentie EU/Rusland op 26-27 juni 2008 in Khanty-Mansiisk,

    –   gezien de slotverklaring en de aanbevelingen van de 11e bijeenkomst van het Parlementaire Samenwerkingscomité EU-Rusland in Brussel op 16-17 februari 2009,

    –   gezien het resultaat van de vergadering van de Permanente Partnerschapsraad EU-Rusland, die op 19 oktober 2009 in Brussel werd gehouden,

    –   gezien het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland,

    –   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

    A. overwegende dat de EU en de Russische Federatie op talrijke beleidsterreinen van elkaar afhankelijk zijn,

    B.  overwegende dat de Europese Unie en Rusland, dat lid is van de VN-Veiligheidsraad, een gedeelde verantwoordelijkheid hebben om de stabiliteit en veiligheid in de wereld te handhaven en dat nauwere samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen tussen de EU en Rusland van bijzonder belang zijn voor de stabiliteit, de veiligheid en de welvaart van Europa,

    C. overwegende dat toetreding van Rusland tot de WTO een aanzienlijke bijdrage tot verdere verbetering van de economische betrekkingen tussen de EU en Rusland zou leveren, mits door Rusland een bindende toezegging wordt gedaan de WTO-toezeggingen en -verplichtingen ten volle na te leven en uit te voeren, en dat aldus de weg zou worden geëffend voor een vergaande en alomvattende economische-eenwordingsovereenkomst tussen beide partners op grond van echte wederkerigheid, overwegende dat Rusland op 1 januari 2010 een douane-unie met Kazachstan en Belarus heeft opgericht,

    D. overwegende dat Rusland lid is van de Raad van Europa en van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en zich heeft verplicht tot bescherming en bevordering van de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat en tot eerbiediging van de soevereiniteit van zijn Europese buren,

    E.  overwegende dat Rusland de akkoorden van 12 augustus en 8 september 2008 over de terugtrekking van troepen uit de bezette Georgische provincies Zuid-Ossetië en Abchazië nog steeds niet heeft uitgevoerd,

    F.  overwegende dat er duidelijke en objectieve criteria zijn voor de instelling van een regeling zonder visumplicht; overwegende dat de Europese en de Russische burgers er een legitiem belang bij hebben dat hun het recht op vrij verkeer, zowel binnen hun land als over de grenzen heen, wordt verleend,

    1.  herbevestigt zijn overtuiging dat Rusland een van de belangrijkste partners van Europa is bij de totstandbrenging van duurzame samenwerking en dat beide partners gehecht zijn aan samenwerking om de gemeenschappelijke uitdagingen aan te pakken volgens een evenwichtige en resultaatgerichte benadering op basis van democratie en rechtsstaat, omdat beide partners niet alleen economische en handelsbelangen delen, maar eveneens als gemeenschappelijk doel hebben op mondiaal niveau en in de gemeenschappelijke buurlanden nauwer samen te werken op basis van de internationale wetgeving;

    2.  verzoekt de EU en Rusland om de onderhandelingen over een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst te intensiveren en herhaalt dat het nadrukkelijk zijn steun hecht aan een ruime, vergaande en wettelijk bindende overeenkomst die verder reikt dan louter economische samenwerking en ook betrekking heeft op democratie, de rechtsstaat, eerbiediging van de mensenrechten en de grondrechten; neemt kennis van het akkoord over het moderniseringspartnerschap en steunt de diversifiëring van de Russische economie en de handelsbetrekkingen tussen de EU en Rusland; onderstreept evenwel het feit dat snel een concreet werkplan moet worden opgesteld dat aansluit bij de resultaten die tot nu toe in het kader van de vier gemeenschappelijke ruimten van de Europese Unie en Rusland zijn behaald; onderstreept dat het belangrijk is het doeltreffend functioneren van de rechterlijke macht te waarborgen en de corruptiebestrijding te intensiveren;

    3.  neemt met belangstelling kennis van de dialoog die tussen de Europese Unie en Rusland wordt gevoerd over verdere liberalisering van het visumbeleid; onderstreept het feit dat deze dialoog moet aansluiten bij het proces inzake de liberalisering van het visumbeleid voor de landen van het oostelijk partnerschap; beklemtoont dat de Raad en de Commissie ervoor moeten zorgen dat Rusland aan alle voorwaarden voldoet die in een eventuele overeenkomst over liberalisering van het visumbeleid voor verplaatsingen tussen de beide partners worden vastgesteld, zodat inbreuken op de veiligheid of de democratie in Europa worden voorkomen; dringt aan op verdere samenwerking op het gebied van illegale immigratie, betere controles bij grensposten en een betere informatie-uitwisseling inzake terrorisme en georganiseerde misdaad; benadrukt in verband hiermee het belang van contacten van mens tot mens en het gunstige effect dat zij op de ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Rusland hebben;

    4.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de oprichting door Rusland van een douane-unie met Belarus en Kazachstan, die bijkomende hindernissen opwerpt voor het lidmaatschap van de Russische Federatie van de WTO; herhaalt zijn steun voor een snelle toetreding van Rusland tot de WTO, waarmee voor de zakenwereld aan beide zijden gelijke concurrentievoorwaarden zouden worden geschapen en de Russische inspanningen om een moderne, gediversifieerde, technologisch geavanceerde economie tot stand te brengen in hoge mate zouden worden gesteund; is van mening dat de handel in de mondiale economie erdoor zou worden bevorderd en geliberaliseerd en dat de mededinging erdoor zou worden versterkt en ontwikkeld; onderstreept het feit dat als voorwaarde voor toetreding tot de WTO moet worden afgezien van protectionistische maatregelen;

    5.  is tevreden met het akkoord tussen de regering van de Russische Federatie en de Europese Unie over de bescherming van geheime informatie en beschouwt dit als een significante stap voorwaarts in de EU-Ruslandbetrekkingen en als teken van het niveau van vertrouwen in de verdere ontwikkeling van de samenwerking in de toekomst;

    6.  is tevreden met de samenwerking tussen de EU en Rusland in Tsjaad en in de strijd tegen piraterij voor de kust van Somalië;

    7.  onderstreept het feit dat de waarnemingsmissie van de Europese Unie belangrijk is, omdat eruit blijkt dat de EU bereid en in staat is ferm op te treden om vrede en stabiliteit te bevorderen en omdat er een bijdrage mee is geleverd tot het scheppen van de voorwaarden die nodig zijn om de akkoorden van 12 augustus en 8 september 2008 uit te voeren; herhaalt gehecht te zijn aan de territoriale integriteit van Georgië binnen zijn internationaal erkende grenzen en verzoekt alle partijen hun beloften volledig na te komen; wijst erop dat de waarnemingsmissie van de Europese Unie een mandaat heeft voor het hele land en vraagt dat haar zonder verdere vertraging onbeperkte toegang wordt verleend tot Abchazië en Zuid-Ossetië, hetgeen haar tot nu toe is ontzegd; bevestigt nogmaals dat het zich volledig inzet voor de onderhandelingen van Genève en de voortzetting van het medevoorzitterschap van dit forum door de EU, de VN en de OVSE;

    8.  is tevreden met de nieuwe START-overeenkomst over de vermindering van kernwapens met de VS;

    9.  neemt kennis van het ontwerp van Europees veiligheidsverdrag dat op 29 november 2009 door Rusland is voorgesteld, maar vestigt de aandacht op het feit dat het nieuwe voorstel de bestaande veiligheidsverplichtingen van de EU-lidstaten niet mag ondermijnen en verzoekt de Europese Raad een gemeenschappelijk standpunt over het voorstel vast te stellen;

    10. is tevreden met het akkoord over de gezamenlijke aanpak van de bezorgdheid met betrekking tot het Iraanse kernprogramma, inclusief de noodzaak van beperkende maatregelen om Iran terug aan de onderhandelingstafel te brengen;

    11. spreekt de verwachting uit dat de EU en Rusland op de G20-top in Toronto een redelijke verstrenging van de financiële regelgeving en het financiële toezicht zullen steunen, om het systeemrisico te beperken, hetgeen een topprioriteit voor de EU is;

    12. spreekt zijn bezorgdheid uit over het toegenomen aantal schendingen van de mensenrechten in Rusland, met name het recht van vreedzame vergadering, en onderstreept het feit dat de permanente dialoog over de mensenrechten in het kader van het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland belangrijk is, met focus op de stappen die de Russische autoriteiten hebben ondernomen om de veiligheid van verdedigers van de mensenrechten te garanderen, en vraagt een verbetering van de vorm van deze vergaderingen, om de doeltreffendheid ervan te verbeteren, en openstelling van het proces in kwestie voor effectieve input van het Europees Parlement, de Doema en mensenrechten-ngo's, zowel bij officiële vergaderingen in Rusland als in de EU-lidstaten;

    13. is tevreden met de ratificatie van protocol nr. 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, de bekrachtiging van het moratorium op de doodstraf en de uitbreiding van juryrechtspraak naar het hele land; is tevreden met de uitbreiding van juryrechtspraak, maar suggereert dat hier ook een beroep op wordt gedaan voor zaken met terrorisme als tenlastelegging; verzoekt de Russische autoriteiten alle uitspraken van het Europees Hof voor de rechten van de mens na te leven;

    14. verzoekt de Raad en de Commissie gezamenlijke initiatieven te nemen met de Russische regering om de veiligheid en de stabiliteit in de wereld te verbeteren, met name in de gemeenschappelijke buurlanden, en om tot een vreedzame oplossing op grond van het internationale recht te komen voor de conflicten in Nagorno-Karabach en Transnistrië;

    15. onderstreept het wederzijdse belang voor Rusland en de EU van samenwerking op het gebied van energie, aangezien dit een mogelijke kans biedt voor nauwere samenwerking tussen de EU en Rusland op handels- en economisch gebied; wijst erop dat de beginselen van de rechtsstaat, onderlinge afhankelijkheid en transparantie het fundament dienen te zijn van een dergelijke samenwerking, evenals gelijke toegang tot markten, infrastructuur en investeringen;

    16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Russische Federatie, de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.