Procedure : 2010/2770(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0423/2010

Ingediende teksten :

B7-0423/2010

Debatten :

PV 07/07/2010 - 17
CRE 07/07/2010 - 17

Stemmingen :

PV 08/07/2010 - 6.5

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0283

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 126kWORD 74k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0419/2010
5.7.2010
PE442.021v01-00
 
B7-0423/2010

naar aanleiding van de verklaring van de vice-voorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Kirgizië


Hannes Swoboda, Adrian Severin, Henri Weber namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Kirgizië  
B7‑0423/2010

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Kirgizië en Centraal-Azië, met name de resolutie van 6 mei 2005,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 20 februari 2008 over een EU-strategie voor Centraal-Azië,

–   gezien de verklaringen van vice-voorzitter/hoge vertegenwoordiger Catherine Ashton over de nieuwe confrontaties in Kirgizië van 11 juni 2010 en over het grondwettelijk referendum van 28 juni 2010,

–   gezien de conclusies van de Europese Raad van 14 juni 2010,

–   onder verwijzing naar de EU-strategie voor een nieuw partnerschap met Centraal-Azië die door de Europese Raad op zijn zitting van 21 en 22 juni 2007 is aangenomen,

–   gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en Kirgizië, die in 1999 in werking is getreden,

–   gezien het strategiedocument van de Europese Gemeenschap voor bijstand aan Centraal-Azië voor de periode 2007-2013,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat op 11 juni gewelddadige confrontaties hebben plaatsgehad in de zuidelijke steden Osh en Jalal-Abad die voort escaleerden tot 14 juni, met naar verluidt honderden gewapende mannen die door de straten van de steden stormden, op burgers schoten en winkels in brand staken, waarbij zij hun doelwitten kozen op grond van etniciteit,

B.  overwegende dat volgens de Kirgizische autoriteiten bij de confrontaties ongeveer 300 mensen zijn gestorven, maar dat de vrees is uitgesproken, onder andere door het hoofd van de interim-regering, Rosa Otunbayeva, dat het echte cijfer hoger ligt; overwegende dat meer dan 2000 mensen gewond zijn of in een ziekenhuis zijn opgenomen en dat vele mensen nog worden vermist,

C. overwegende dat als gevolg van het geweld naar raming 300 000 mensen ontheemd zijn en 100 000 hun toevlucht hebben gezocht in buurland Oezbekistan; overwegende dat de regering in Tashkent met de hulp van internationale organisaties humanitaire hulp aan de vluchtelingen heeft verstrekt, maar dat zij de landsgrens met Kirgizië op 14 juni heeft gesloten, op grond van een gebrek aan capaciteit om meer mensen op te vangen,

D. overwegende dat de interimregering in het gebied de noodtoestand heeft afgekondigd en dat de veiligheidstroepen, die soms bevelen niet leken op te volgen, niet in staat waren de controle over te nemen; overwegende dat de verzoeken van interim-president Roza Otunbayeva aan Russisch president Medvedev en de Organisatie van het Verdrag inzake collectieve veiligheid om militaire ondersteuning voor het herstel van de orde, werden afgewezen; overwegende dat een verzoek een internationale politiemacht te sturen is doorgezonden en momenteel wordt onderzocht door de OVSE,

E.  overwegende dat volgens de resultaten van het onderzoek van de gebeurtenissen van 11-14 juni door de Nationale Veiligheidsdienst, tot de confrontaties is aangezet door leden van de clan van afgezet president Bakiyev in een complot met radicale islamieten, Noord-Tadzjiekse militanten en talibanleden,

F.  overwegende dat de EU met het in 2001 goedgekeurde programma van Göteborg en daaropvolgende documenten heeft erkend dat conflictpreventie belangrijk is en dat de huidige situatie in Kirgizië aandacht verdient, vraagt dat de theoretische redeneringen worden omgezet in concrete actie,

G. overwegende dat de Commissie 5 miljoen EUR heeft vrijgemaakt voor de verstrekking van spoedeisende medische ondersteuning, humanitaire hulp, niet-voedingsmiddelen (non food items), bescherming en psychologische bijstand aan door de crisis getroffen personen; overwegende dat dit vergelijkbaar is met de noodoproep van de VN om 71 miljoen USD noodhulp te verstrekken,

H. overwegende dat de EU een belangrijkere rol zou moeten spelen bij de ondersteuning van het land, overwegende dat de EU, met name middels de strategie voor Centraal-Azië, een partner wil zijn voor de landen in de regio; overwegende dat veel meer internationaal engagement nu dringend nodig is en dat de reactie van de EU impact zal hebben op haar geloofwaardigheid als partner,

I.   overwegende dat een referendum dat op 27 juni in vreedzame omstandigheden en met een hoge participatie is gehouden, heeft uitgewezen dat meer dan 90% van de deelnemers zijn goedkeuring hecht aan een nieuwe grondwet waarin de bevoegdheden van de president en het parlement elkaar in evenwicht houden, aan de bevestiging van Rosa Otunbayeva als interim-president tot 31 december 2011 en aan het feit dat de leden van het grondwettelijk hof uit hun ambt worden ontzet; overwegende dat de parlementsverkiezingen gepland zijn voor 10 oktober 2010,

J.   overwegende dat Centraal-Azië in grote mate gekenmerkt wordt door armoede en een veelvoud aan ernstige bedreigingen voor de menselijke veiligheid, alsook door slecht bestuur, sterke autoritaire tendensen en het ontbreken van legale kanalen om ongenoegen te uiten en politieke verandering na te streven; overwegende dat de noodzaak bestaat om de regionale samenwerking te herstellen en te intensiveren teneinde een gemeenschappelijke benadering te ontwikkelen ten aanzien van de problemen en de uitdagingen waar de regio zich mee geconfronteerd ziet; overwegende dat door de regionale en internationale actoren naar een gezamenlijker aanpak van de problemen en uitdagingen van de regio moet worden gestreefd,

K. overwegende dat de EU zich te allen tijde moet houden aan haar doelstelling om mensenrechten, democratie en rechtsstaat een centrale plaats te geven in haar overeenkomsten met derde landen en door een consequent beleid democratische hervormingen te stimuleren zodat haar geloofwaardigheid als regionale macht groter wordt,

1.  geeft uiting aan zijn grote bezorgdheid over de tragische gewelddadige confrontaties in het zuiden van Kirgizië en betuigt zijn medeleven aan de families van alle slachtoffers;

2.  veroordeelt ten stelligste alle aanslagen en gewelddadige acties en roept de interim-regering op een geloofwaardig, onpartijdig en onafhankelijk onderzoek naar de gebeurtenissen uit te voeren teneinde de daders voor de rechter te brengen en helderheid te krijgen over de aantijgingen inzake de betrokkenheid van leden van de Kirgizische veiligheidstroepen;

3.  verzoekt de interimautoriteiten alles in het werk te stellen om het normale leven te doen terugkeren en de vereiste omstandigheden te creëren om vluchtelingen en ontheemden vrijwillig, in veiligheid en waardig naar huis te laten terugkeren; dringt er bij de lokale autoriteiten op aan om doeltreffende vertrouwenwekkende maatregelen te nemen en een oprechte dialoog te beginnen met alle etnische bevolkingsgroepen in het zuiden van Kirgizië;

4.  dringt erop aan dat bij de inspanningen van de Europese Unie het noodzakelijke streven naar politieke stabiliteit in het land niet wordt opgeofferd aan de grondbeginselen van de mensenrechten en van de strijd tegen sociale ellende;

5.  benadrukt dat de waarden waar de Europese Unie aan hecht, haar nopen tot een veelomvattende respons op dit leed, onder andere door het tot dusver vrijgemaakte bedrag van meer dan 5 miljoen EUR toe te kennen, in evenredigheid met de noodoproep van de VN voor 71 miljoen USD aan humanitaire hulp;

6.  verzoekt de Commissie in verband hiermee om in samenwerking met internationale organisaties de humanitaire hulp op te voeren en korte- en middellangetermijnprogramma's voor de wederopbouw van vernielde huizen en de vervanging van verloren middelen, alsmede rehabilitatieprojecten te starten, in samenwerking met de Kirgizische autoriteiten en andere donoren, om voor gunstige omstandigheden voor de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden te zorgen; vestigt in verband hiermee de aandacht op het feit dat plaatselijke ontwikkelingsprojecten belangrijk zijn;

7.  dringt er bij de Raad op aan het voortouw te nemen voor de organisatie van een internationale donorconferentie voor Kirgizië, om de humanitaire problemen en de basisbehoeften van Kirgizië aan te pakken en voor de nodige hulp voor de duurzame ontwikkeling van het land te zorgen;

8.  onderstreept het feit dat de humanitaire reactie, die bedoeld is om de onmiddellijke nood te lenigen, gepaard moet gaan met inspanningen om de situatie te stabiliseren en het aanzienlijke risico van nieuw geweld te beperken en te voorkomen, omdat dit een gevaar vormt voor de vrede en de veiligheid in andere delen van de Ferghanavallei, die deels op Oezbeeks, deels op Kirgizisch en deels op Tadzjieks grondgebied ligt;

9.  herhaalt zijn oproep in het Centraal-Aziëbeleid van de EU te focussen op menselijke veiligheid; merkt op dat dit in Zuid-Kirgizië met name inhoudt dat wordt geholpen om de fysieke veiligheid van etnische Oezbeken, alsmede van personen die behoren tot alle andere etnische groepen, te garanderen;

10. vraagt specifiek dat spoedig een onpartijdig internationaal onderzoek wordt gevoerd om klaarheid te scheppen over de wreedheden die zijn begaan tegen de Oezbeekse minderheden die uit Zuid-Kirgizië wegvluchtten, gelet op de talrijke afschrikwekkende getuigenissen, en dat de daders en de verantwoordelijken worden opgespoord en voor het gerecht gebracht; vraagt dat met de bedoelde onderzoeken klaarheid wordt geschapen over de beschuldigingen van een complot tussen de familie van voormalig president Bakiyev en groepen van de drugsmaffia om het land te destabiliseren;

11. verzoekt de HV/VV en de lidstaten ondersteuning te bieden en een actieve bijdrage te leveren aan de spoedige ontplooiing van een politiemissie van de OVSE, om de uitbarsting van nieuw geweld te voorkomen, de situatie in de steden waar de confrontaties hebben plaatsgehad, te stabiliseren, de slachtoffers en de meest kwetsbaren te beschermen en de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden te vergemakkelijken;

12. neemt kennis van het vreedzame verloop en van de resultaten van het grondwettelijk referendum van 27 mei, dat de weg bereidt voor de terugkeer naar een grondwettelijke orde; verzoekt de Raad en de Commissie manieren te vinden om de interim-regering van Kirgizië bij te staan en de autoriteiten te helpen voort te gaan op de weg van democratische hervormingen en de versterking van de rechtsstaat, discriminatie in het openbare leven tegen te gaan, toegang tot geloofwaardige gerechtelijke procedures te verlenen en het leven van de mensen te verbeteren door nationale ontwikkeling en eigenaarschap van de burgers, in samenwerking met alle belanghebbenden en de Kirgizische civiele maatschappij;

13. verzoekt om grootschalige inzet van het Stabiliteitsinstrument en vraagt de Commissie voorstellen voor hertoewijzing van middelen van het Instrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI) voor te bereiden, om ertoe bij te dragen dat de EU zowel op korte als op middellange termijn naar behoren op de nieuwe situatie in Kirgizië kan reageren;

14. spreekt zijn bezorgdheid uit over de berichten over de arrestatie van sommige verdedigers van de mensenrechten in Kirgizië en verzoekt de Kirgizische autoriteiten alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de verdedigers van de mensenrechten ongehinderd hun werk voor de bevordering en de bescherming van de mensenrechten kunnen verrichten;

15. suggereert dat de democratische krachten van het land vragen dat een internationale vredesmacht bestaande uit troepen van de VN, de EU en Rusland, optreedt om het vertrouwen in de huidige regering te herstellen, als deze versterkt uit de volgende verkiezingen komt, en herinnert eraan dat Kirgizië sinds zijn onafhankelijkheid wordt beschouwd als het op het gebied van democratie verst gevorderde Centraal-Aziatische land;

16. suggereert dat de EU het initiatief neemt voor de organisatie van een internationale conferentie/raadpleging, met niet alleen de EU, de VN, Rusland, de Verenigde Staten (die militaire bases op Kirgizisch grondgebied hebben) en Kazachstan (voorzitter van de OVSE), maar ook China, dat wellicht veel invloed in dit deel van Centraal-Azië kan uitoefenen, met met name als onmiddellijk doel de ondersteuning van een proces van verzoening van de Kirgiziërs en de Oezbeekse minderheden die in Kirgizië wonen;

17. benadrukt het feit dat de ontwikkelingen in Kirgizië en de regionale en internationale ontwikkelingen elkaar onderling beïnvloeden; is ervan overtuigd dat de belangen van Rusland, de VS en andere landen voor een belangrijk deel samenvallen, met name waar het gaat om Afghanistan en het toenemende islamitisch radicalisme in de regio en in Kirgizië; is van mening dat hieruit volgt dat geopolitieke rivaliteit beperkt kan blijven en dat er naar synergieën kan worden gezocht om de regio te stabiliseren; is van oordeel dat de internationale betrekkingen en de internationale veiligheid erbij gebaat zullen zijn als dit slaagt;

18. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de VV/HV van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie en de OVSE.

Juridische mededeling - Privacybeleid