Ontwerpresolutie - B7-0619/2010Ontwerpresolutie
B7-0619/2010

ONTWERPRESOLUTIE over ACTA – voorbereiding van de goedkeuringsprocedure

17.11.2010

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

Niccolò Rinaldi, Marietje Schaake, Alexander Alvaro, Marielle De Sarnez, Renate Weber namens de ALDE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0617/2010

Procedure : 2010/2935(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B7-0619/2010
Ingediende teksten :
B7-0619/2010
Debatten :
Aangenomen teksten :

B7‑0619/2010

Resolutie van het Europees Parlement over ACTA – voorbereiding van de goedkeuringsprocedure

Het Europees Parlement,

–   gezien de geconsolideerde tekst van de handelsovereenkomst ter bestrijding van namaak (ACTA) van 15 november 2010,

–   gezien de strategie voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van het Handvest van de grondrechten door de Europese Unie,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 10 maart 2010 over transparantie en de stand van zaken bij de ACTA-onderhandelingen,

–   onder verwijzing naar zijn schriftelijke verklaring 0012/2010 over het gebrek aan een transparant proces voor de handelsovereenkomst ter bestrijding van namaak (ACTA),

–   gezien het plenaire debat van 20 oktober 2010 over de handelsovereenkomst ter bestrijding van namaak,

–   gezien het besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 90/2009/(JD)OV over toegang tot ACTA-documenten,

–   gezien de verklaringen van de Zweedse minister van Justitie over ACTA op 21 oktober 2010,

–   gezien de adviezen van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) over de onderhandelingen die de Europese Unie momenteel voert over een handelsovereenkomst ter bestrijding van namaak, en het schrijven van de werkgroep gegevensbescherming van de Europese Commissie,

–   gezien Richtlijn 2000/31/EG inzake E-handel, Richtlijn 2001/29/EG inzake de informatiemaatschappij en de mededeling van de Commissie over een digitale agenda voor Europa,

–   gezien het rapport "Rethinking creative rights for the Internet age" van de Commissie Cultuur, wetenschap en onderwijs van de Raad van Europa (Doc. 12101, 7 januari 2010),

–   gezien zijn besluit van 20 oktober over de herziening van de kaderovereenkomst over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie,

–   gezien het Interinstitutioneel Akkoord "Beter wetgeven" van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (2003/C 321/01),

–   gezien de conclusies van de Raad over de samenhang in het ontwikkelingsbeleid,

–   gezien Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad,

–   gezien de WTO-overeenkomst inzake de handelsaspecten van intellectuele-eigendomsrechten (TRIPS),

–   gezien de verklaring van Doha over de TRIP's-overeenkomst en de volksgezondheid, die op 14 november 2001 is goedgekeurd door de WTO,

–   gezien WTO-geschil DS409, Europese Unie en een lidstaat – Inbeslagneming van generieke geneesmiddelen in doorvoer,

–   gezien WTO-geschil DS362, China – Maatregelen die een effect hebben op de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten,

–   gezien de verklaringen van WTO-leden over ACTA tijdens de TRIP's-Raad van de WTO op 26-27 oktober 2010,

–   gezien het WTO-nieuwsbericht op de TRIP's-Raad van 8-9 juni 2010,

–   gezien het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de onderhandelaars over de ACTA-overeenkomst hebben benadrukt dat handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten van cruciaal belang is voor een stabiele economische groei in alle bedrijfstakken en overal ter wereld; overwegende dat zij de grotendeels afgerond tekst op 6 oktober openbaar hebben gemaakt, en dat daarna de Commissie het Parlement en de verantwoordelijke commissie heeft geïnformeerd; overwegende dat de overige partijen akkoord zijn gegaan met een laatste totaalcompromis, dat de reserves na de onderhandelingsronde in Tokyo in de ACTA-tekst aan het einde van de Tokyo-ronde uit de weg heeft geruimd, en dat daarna de tekst op 15 november 2010 openbaar is gemaakt,

B.  overwegende dat de Commissie herhaaldelijk heeft verklaard dat de bescherming van geografische indicaties (GI's) moet worden gehandhaafd; overwegende dat de partijen zijn overeengekomen dat ACTA zal zorgen voor de handhaving van GI's in de afdelingen Algemene bepalingen, alsook in de afdelingen Handhaving via het burgerlijk recht, Grensmaatregelen en Handhaving in een digitale omgeving,

C. overwegende dat de Commissie heeft verwezen naar het besluit van de Ombudsman om te motiveren dat over ACTA is onderhandeld als een handelsovereenkomst en niet als een handhavingsverdrag; overwegende dat de Ombudsman van mening is dat de sluiting van de ACTA-overeenkomst inderdaad de EU ertoe kan nopen wetgeving voor te stellen en uit te voeren; en dat in dat geval de ACTA-overeenkomst als enige of belangrijkste overweging aan die wetgeving ten grondslag zou liggen, en de burgers een duidelijk belang zouden hebben bij voorlichting over ACTA; overwegende dat een aantal regeringen van mening zijn dat ACTA noopt tot veranderingen in het nationale recht, die een uitbreiding zouden betekenen van de bevoegdheden van de politie om op eigen initiatief de intellectuele-eigendomsrechten te handhaven,

D. overwegende dat volgens de institutionele afspraken in ACTA de ACTA-commissie bevoegdheden krijgt onder meer met betrekking tot de uitvoering en werking van de overeenkomst, de wijziging van de overeenkomst, deelname van niet-gouvernementele personen of groepen en beslissingen inzake regels en procedures van de commissie; overwegende dat artikel 21 van het VEU bepaalt dat de Unie streeft naar bevordering van de democratie,

E.  overwegende dat in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht het belang is vastgelegd van voorbereidende werkzaamheden met het oog op de interpretatie van verdragen; overwegende dat verklaringen van de Commissie over onderdelen van ACTA, in het bijzonder de "three strikes"- maatregelen, in tegenspraak zijn met de enkele voorbereidende teksten die publiekelijk beschikbaar zijn,

 

 

F.  overwegende dat de Commissie in haar mededeling van 19 oktober 2010 heeft gezegd dat het optreden van de Unie op het gebied van grondrechten onberispelijk moet zijn en dat de Unie in dit opzicht een voorbeeldfunctie heeft; overwegende dat de Commissie in de plenaire vergadering van 20 oktober 2010 heeft gesteld dat de ACTA nog niet is geparafeerd en dat zij als onderhandelaar in de bevoorrechte positie verkeert vast te stellen wanneer de onderhandelingen in technische zin afgerond zijn en wanneer de overeenkomst kan worden geparafeerd,

G. overwegende dat Richtlijn 2001/29/EG beoogt in een geharmoniseerd wetgevingskader voor auteursrechten en gerelateerde rechten te voorzien; overwegende dat artikel 5 van de richtlijn een volledige opsomming bevat van mogelijke uitzonderingen en beperkingen, en de mogelijkheden van de lidstaten om in nieuwe uitzonderingen en beperkingen te voorzien, beperkt, een benadering die door de Raad van Europa is omschreven als een vergissing; overwegende dat ACTA niet voorziet in de mogelijkheid om bestaande uitzonderingen en beperkingen uit te breiden, en wellicht de beslissingsbevoegdheid inperkt van nationale gerechtshoven om een flexibele interpretatie te geven aan bestaande uitzonderingen; overwegende dat de technologische vooruitgang de vectoren voor schepping, productie en exploitatie in aantal en verscheidenheid heeft doen toenemen en dat een eerlijk evenwicht tussen de belangen van houders van rechten en gebruikers om nieuwe benaderingen voor een flexibeler toegang tot deze werken via digitale technologie vraagt; overwegende dat de Commissie een wetgevingsvoorstel betreffende verweesde werken voorbereidt om de digitalisering en verspreiding van culturele werken in Europa te bevorderen,

H. overwegende dat de ACTA-partijen zijn overeengekomen dat het een facultatief besluit is om octrooien in de afdeling Handhaving via het burgerlijk recht op te nemen; overwegende dat de onderhandelaars over ACTA hebben verklaard dat ACTA geen hindernissen zal opwerpen voor het grensoverschrijdende doorvoer van legale generieke geneesmiddelen; overwegende dat het Parlement in zijn resolutie en schriftelijke verklaring te kennen heeft gegeven dat maatregelen ter uitbreiding van bevoegdheden voor grensoverschrijdende inspectie en inbeslagname van goederen de mondiale toegang tot legale, betaalbare en veilige geneesmiddelen niet nadelig mogen beïnvloeden; overwegende dat Verordening 1383/2003 van de Raad, waarvan de bepalingen momenteel ter discussie staan in het kader van een WTO-geschil, voorziet in grenshandhavingsmaatregelen voor goederen in doorvoer; overwegende dat bedrijven, fabrikanten van generieke geneesmiddelen en pleitbezorgers van de mondiale volksgezondheid hebben gewaarschuwd dat octrooien niet in ACTA moeten worden opgenomen en dat dit mogelijke negatieve effecten zou kunnen hebben op technologische innovatie, toegang tot geneesmiddelen en concurrentie op het gebied van generieke geneesmiddelen,

I.   overwegende dat het Parlement in zijn schriftelijke verklaring heeft verklaard dat internetdienstverleners niet in zodanige mate aansprakelijk mogen zijn voor de gegevens die zij doorgeven of door middel van hun diensten beschikbaar stellen dat hiervoor toezicht vooraf of het filteren van dergelijke gegevens noodzakelijk zijn; overwegende dat de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in zijn advies over ACTA waarschuwt dat internetdienstverleners clausules in contracten met hun cliënten zouden kunnen opnemen die voorzien in de mogelijkheid toezicht uit te oefenen op hun gegevens en hun abonnement stop te zetten,

J.   overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 10 maart zijn diepe bezorgdheid heeft uitgesproken over het ontbreken van een rechtsgrondslag vóór de start van de ACTA-onderhandelingen; overwegende dat de afdeling Handhaving via het strafrecht bepalingen bevat over strafrechtelijke procedures, strafrechtelijke aansprakelijkheid, misdaden, handhaving via het strafrecht en straffen; overwegende dat de voorzitter van de Raad heeft onderhandeld over bepalingen inzake handhaving via het strafrecht in ACTA; overwegende dat de definitie van "commercial scale" (commerciële schaal) in de strafrechtelijke maatregelen van ACTA breder is dan de WTO-interpretatie in de zaak China,

K. overwegende dat de partijen bij de ACTA-overeenkomst zich ertoe hebben verbonden hun verplichting uit hoofde van artikel 7 van de TRIP's-overeenkomst na te komen om tot de bevordering van technologische innovatie bij te dragen; overwegende dat essentiële EU-beleidsmaatregelen met betrekking tot interoperabiliteit steunen op bepalingen van het communautair acquis die reverse engineering ondersteunen,

L.  overwegende dat in de preambule en de inhoudelijke bepalingen van de laatste versies van de ACTA-tekst een aantal belangrijke waarborgen zijn opgenomen; overwegende dat de ACTA-tekst nog steeds bepalingen bevat die het gebruik van wettelijke uitzonderingen krachtens het nationale recht kunnen beperken, veranderingen in de wetgeving nodig maken om te voldoen aan hogere normen voor schadevergoeding en andere sancties, of de ontwikkeling uitsluiten van aansprakelijkheidsregels ter beperking van compensaties voor overtredingen; overwegende dat in artikel 1.2. van de overeenkomst wordt bepaald dat "[D]e Leden [zelf] beslissen wat de geschikte methode is voor het implementeren van de bepalingen van deze Overeenkomst in hun rechtssysteem en -praktijk."; overwegende dat er geen algemene bepalingen zijn die de partijen toestaat de specifieke verplichtingen van de ACTA te negeren,

M. overwegende dat de onderhandelende partijen ernaar streven ACTA uit te breiden tot ontwikkelingslanden en handelspartners in opkomende economieën; overwegende dat belangrijke handelspartners tijdens de TRIP's-Raad van de WTO hebben aangevoerd dat ACTA wellicht strijdig is met de TRIP's-overeenkomst en andere WTO-overeenkomsten, risico's inhoudt voor WTO-recht en -procedures doordat zij buiten het rechtskader van de WTO functioneert, het evenwicht van rechten, verplichtingen en flexibele interpretaties die zorgvuldig zijn ontwikkeld in verschillende WTO-overeenkomsten ondermijnen en de handel verstoren en handelsbarrières creëren, en de flexibele benadering ondergraven die is ingebouwd in de TRIP's en de Verklaring van Doha over TRIP's en volksgezondheid, zoals voor volksgezondheid en handel in generieke geneesmiddelen,

1.  prijst de Commissie met haar inspanningen om de transparantie van de ACTA-onderhandelingen te verbeteren en haar inzet voor de bescherming van de innovatie en het concurrentievermogen van de EU; onderkent dat een zorgvuldig evenwicht tussen de belangen van houders van rechten en de algemene samenleving van essentieel belang is om de voortrekkersrol van de EU in de kenniseconomie te garanderen; is ingenomen met de constructieve samenwerking van de Commissie en het Parlement in de geest van het herziene kaderakkoord;

2.  steunt het streven van de Commissie om te zorgen voor volledige handhaving van het acquis communautaire inzake geografische indicaties, maar betreurt het dat er geen echte verbeteringen in de handhaving van GI's zijn gerealiseerd; dringt er bij de Commissie op aan zich actief in te zetten voor het succes van Europese producten in de wereldeconomie via een doeltreffende handhaving van GI's in ACTA en ervoor te zorgen dat deze op gelijke manier worden behandeld als andere intellectuele-eigendomsrechten;

3.  neemt nota van het besluit van de Ombudsman en is van mening dat burgers een duidelijk belang hebben bij voorlichting en bij onderzoek naar de vraag of het openbaar belang is gediend, in het bijzonder als ACTA wetgeving nodig maakt; ziet in de kritiek van het publiek over de ondoorzichtigheid van de onderhandelingen een duidelijk signaal dat de gekozen onderhandelingsprocedure politiek onhoudbaar is; herinnert de Commissie aan de verplichting die voortvloeit uit artikel 15 van het VWEU "[o]m goed bestuur te bevorderen en de deelneming van het maatschappelijk middenveld te waarborgen", en "in een zo groot mogelijke openheid" te werken; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat zij input van EU-burgers over de tekst van de overeenkomst kan ontvangen en naar behoren bestuderen voordat zij overgaat tot parafering;

4.  is van mening dat de ACTA-commissie op een open, inclusieve en transparante wijze te werk moet gaan; verzoekt de Commissie voor het paraferen van de overeenkomst aanbevelingen te doen over een democratisch bestuur van de ACTA-commissie, in het bijzonder met betrekking tot participatie van belanghebbenden, en de specifieke procedures voor het amenderen van de overeenkomst in kaart te brengen, met inbegrip van procedures die transparantie verzekeren, mogelijkheden scheppen voor inbreng van het publiek in overeenstemming met de EU-verplichtingen krachtens artikel 15 van het VWEU en de rol van het Parlement specificeren;

5.  verzoekt de Commissie alle relevante voorbereidende werkdocumenten openbaar te maken, zodat het Parlement een politiek besluit op basis van informatie kan nemen over de betekenis van de tekst van de overeenkomst;

6.  dringt erop aan dat de Commissie niet de ACTA-tekst parafeert alvorens zij een evaluatie van de effecten van ACTA op de grondrechten heeft uitgevoerd en gepubliceerd, in overeenstemming met haar Mededeling van 19 oktober 2010;

7.  verzoekt de Commissie alvorens de overeenkomst te paraferen tijdig schriftelijke bewijzen aan de bevoegde commissies te overleggen waaruit blijkt dat ACTA de harmonisatie van uitzonderingen en beperkingen voor auteursrechten en gerelateerde rechten in de EU niet bemoeilijkt; noch de mogelijkheid van toekomstige uitbreiding van de uitzonderingen en beperkingen buiten die van de opsomming van Richtlijn 2001/29/EG bemoeilijkt; noch toekomstige beleidsopties en gerechtelijke handelingen uitsluit om met behulp van uitzonderingen de toegang tot creatieve producten uit te breiden in de context van technologische vernieuwingen; noch opties op wetgevingsgebied beperkt die de Commissie overweegt met betrekking tot verweesde werken noch lidstaten verhindert wetgeving te introduceren om toegang tot verweesde werken waarop auteursrecht rust uit te breiden, en zo de rechtsmiddelen wegens overtreding in te perken;

8.  constateert dat octrooien in elk geval binnen het toepassingsgebied van een aantal afdelingen van ACTA blijven vallen; is bezorgd dat toepassing van civielrechtelijke handhavingsmaatregelen krachtens ACTA op octrooien de toegang tot legale, betaalbare en levensreddende geneesmiddelen ernstig kan hinderen en als effect heeft dat de afzet op de markt van generieke geneesmiddelen wordt vertraagd en de concurrentie verstoord; meent dat een duidelijke toename van het aantal schadeloosstellingen en strenge sancties voor mogelijke inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten de rechtsonzekerheid vergroot en fabrikanten en derde partijen die bij de productie, verkoop of distributie van generieke geneesmiddelen betrokken zijn, zoals fabrikanten van actieve farmaceutische bestanddelen, humanitaire organisaties, financierders van volksgezondheidsprogramma's en regelgevende instanties op het gebied van geneesmiddelen zal afschrikken, vooral als deze bepalingen op goederen in doorvoer worden toegepast;

9.  merkt op dat het bij betwisting van octrooien vaak om commerciële geschillen gaat en vreest dat toepassing van civielrechtelijke handhavingsbepalingen op octrooien het investeringsrisico en de onzekerheid over de markt zal vergroten en de technologische innovatie onder druk zal zetten - met name in sectoren waar inbreuken moeilijk vast te stellen zijn -, de verspreiding van groene technologie die van essentieel belang is voor mondiale inspanningen in de bestrijding van de klimaatverandering zal vertragen, een effectieve verspreiding van kennis, ontwikkeling van de "economy of the commons" en de vitaliteit van het publieke domein in gevaar zal brengen, en de balans zal doen doorslaan ten nadele van het openbaar belang wanneer handhaving via het burgerlijk recht wordt toegepast op levend materiaal, inheemse producten en traditionele geneesmiddelen; verzoekt de Commissie vóór het paraferen van de overeenkomst de uiteenlopende punten van zorg die in deze resolutie zijn genoemd met betrekking tot mogelijke toepassing van bepalingen van het burgerlijk recht op octrooien te onderzoeken en vervolgens een verslag aan het Parlement voor te leggen;

10. betwijfelt dat ACTA over de gehele linie verbeterde en positieve resultaten zal opleveren voor de Europese Unie, haar burgers, bedrijven en kunstenaars;

11. verzoekt de Commissie het Parlement, vóór het paraferen van de overeenkomst, een juridische analyse voor te leggen van de betekenis, wettigheid en handhavingsmogelijkheden van het in de ACTA gewenste beleid inzake de samenwerking tussen leveranciers van diensten en houders van rechten, met name met betrekking tot de manier waarop de samenwerkingsinitiatieven in de zakenwereld geen inperking zullen vormen van de grondrechten van de burgers, o.m. het recht op vrijheid van meningsuiting en op een eerlijke rechtsgang; wijst de Commissie er andermaal op dat het haar uit hoofde van het interinstitutioneel akkoord van 2003 verboden is zelfregulerende en coregulerende mechanismen te steunen als er grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting in het geding zijn; verzoekt de Commissie te onderzoeken of ACTA over het geheel genomen een verandering kan brengen in de huidige balans in het EU-recht tussen de wettelijke verplichtingen van de internetdienstverleners om persoonlijke gegevens van eindgebruikers te beschermen en anderzijds deze gegevens openbaar te maken aan houders van intellectuele-eigendomsrechten of bestuurlijke en gerechtelijke instanties;

12. herhaalt zijn diepe bezorgdheid die het in zijn resolutie van 10 maart heeft uitgesproken over het ontbreken van een rechtsgrondslag; vraagt de Commissie te verduidelijken hoe bevoegdheden met betrekking tot de afdeling Handhaving via het strafrecht van ACTA verdeeld zijn tussen de Raad en de Commissie, ook wat de parafering van de overeenkomst betreft; dringt erop aan dat het Parlement bewijzen worden voorgelegd waaruit blijkt dat de rechtsgrond voor de onderhandelingen over ACTA in overeenstemming is met het Verdrag van Lissabon, voordat de overeenkomst wordt geparafeerd; verzoekt de Raad en de Commissie vóór het paraferen van de overeenkomst een juridische analyse uit te voeren om vast te stellen of de definitie in ACTA van "commercial scale" (commerciële schaal) consistent is met de uitspraak van de WTO in de zaak China, volledig overeenstemt met de EU-beginselen van evenredigheid en subsidiariteit en de toepassing door lidstaten van nationale uitzonderingen met betrekking tot strafrechtelijke handhavingsmaatregelen;

13. verzoekt de Commissie expliciet, en tijdig vóór het paraferen van de overeenkomst, te bevestigen dat de bepalingen van ACTA het acquis communautaire onverlet laten, zoals de bepalingen in de Softwarerichtlijn 91/250/EEG en de Richtlijn 2001/29/EG inzake de informatiemaatschappij en de omzettingen van de lidstaten van die bepalingen die in sommige gevallen reverse engineering van computerprogramma's en omzeiling van technologische beschermingsmaatregelen mogelijk maken, om mogelijkheden te creëren voor interoperabiliteit, en zo concurrentie en innovatie te bevorderen,

14. dringt er bij de Commissie op aan uitdrukkelijk, en tijdig voor de aanvang van de goedkeuringsprocedure, te bevestigen dat ACTA de invoering of handhaving door een partij van een regeling die voorziet in beperking van de aansprakelijkheid en een verbod op het uitoefenen van toezicht op door internetdienstverleners namens gebruikers toegankelijke gemaakte, overgedragen, opgeslagen en beschikbaar gestelde informatie onverlet zal laten;

15. is ingenomen met de verbeteringen in de ontwerptekst van ACTA waardoor meer garanties worden geboden voor bescherming van de persoonlijke leefsfeer, de volksgezondheid en enkele beschermingen uit hoofde van de TRIP's-overeenkomst; geeft de Commissie opdracht te beoordelen of de waarborgclausules in ACTA in gelijke mate afdwingbaar zijn met betrekking tot de handhavingsbepalingen; verzoekt de Commissie bewijzen te overleggen waaruit blijkt dat ACTA de lidstaten of de Unie niet belet gebruik te maken van soepele elementen in de TRIP's-overeenkomst om alle toekomstige beleidsalternatieven te waarborgen; verzoekt de Commissie een juridische analyse uit te voeren en te onderzoeken of ACTA in feite een bindende overeenkomst is en of artikel 1.2 ervan voorziet in algemene soepelheid voor elementen in de nationale wetgeving die eventueel strijdig zijn met ACTA; verzoekt de Commissie de mechanismes voor te leggen die de Partijen speelruimte geven om wettelijke uitzonderingen goed te keuren op de verplichtingen van de overeenkomst, en waarin voorzien is in de tekst van de overeenkomst of in de procedures van de ACTA-commissie;

16. is van mening dat de Commissie moet bepleiten dat procedures en voorwaarden voor toetreding tot ACTA flexibel genoeg zijn en rekening houden met het ontwikkelingspeil, de behoeften en doelstellingen van toetredende landen, overeenkomstig de conclusies van de Raad over samenhang in het ontwikkelingsbeleid; verzoekt de Commissie het Parlement te informeren over de mogelijke impact van ACTA op het buitenlands en ontwikkelingsbeleid van de EU, in het bijzonder met betrekking tot haar rol in de WTO en de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom en de TRIP's-plus bepalingen in ACTA;

17. herhaalt zijn verzoek van 10 maart 2010 aan de Commissie om vóór het paraferen van de overeenkomst een beoordeling van de effecten uit te voeren van de tenuitvoerlegging van ACTA op de fundamentele rechten en gegevensbescherming, de lopende maatregelen van de EU voor het harmoniseren van de handhavingsmaatregelen inzake de intellectuele-eigendomsrechten en op de e-commerce; verzoekt daarnaast een evaluatie uit te voeren van de potentiële kosten als handhavingsmiddelen voor overtredingen van het burgerlijk recht via het internationale ACTA-kader worden ingezet, in het licht van het belangrijkste doel van de overeenkomst om verspreiding van namaak en piraterij te bestrijden;

18. herinnert de Commissie en de Raad eraan dat de goedkeuring door het Parlement afhangt van een volledige samenwerking op voet van gelijkheid met het Parlement en de volledige inwilliging van de verzoeken in deze resolutie, in het bijzonder met betrekking tot het paraferen van de overeenkomst, en een optreden dat terdege rekening houdt met de standpunten van het Parlement;

19. benadrukt dat de EU het ratificatieproces niet zal afsluiten voordat andere partijen de overeenkomst ratificeren;

20. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad en de regeringen en de parlementen van de staten die aan de ACTA-onderhandelingen deelnemen.