ONTWERPRESOLUTIE over de situatie in de Westelijke Sahara
23.11.2010
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement
Adrian Severin, Véronique De Keyser, María Muñiz de Urquiza, Vincent Peillon, Guido Milana namens de S&D-Fractie
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0675/2010
B7‑0677/2010
Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in de Westelijke Sahara
Het Europees Parlement,
– onder verwijzing naar de resoluties van het Europees Parlement over de Westelijke Sahara, alsmede naar het verslag van de ad-hocdelegatie van het EP van maart 2009, met name haar aanbevelingen over de eerbiediging van de mensenrechten,
– gezien resoluties 1745 (2007), 1783 (2007), 1813 (2008) en 1871 (2009) van de Verenigde Naties waarin wordt aangedrongen op een rechtvaardige, duurzame en voor alle partijen aanvaardbare politieke oplossing die het volk van de Westelijke Sahara in staat stelt zijn recht op zelfbeschikking uit te oefenen in het kader van regelingen die stroken met de doelstellingen en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties,
– gezien het rapport van Amnesty International 2008, met name het deel over Marokko en de Westelijke Sahara, en het rapport van Human Rights Watch van december 2008 over de mensenrechten in de Westelijke Sahara en de vluchtelingenkampen in Tindoef,
– gezien de verklaring van de woordvoerder van Catherine Ashton, hoge vertegenwoordiger van de Unie, over de Westelijke Sahara op 10 november 2010,
– gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat zich wekenlang duizenden Sahrawi, met name vrouwen, kinderen en bejaarden, in het kamp van Gdeim Izik in al-Ajoen hebben verzameld om te protesteren tegen hun leefomstandigheden en om woningen, werk en sociale bijstand te eisen, en overwegende dat de Marokkaanse regering na onderhandelingen te zijn begonnen om op deze eisen te reageren, op maandag 8 november de ordestrijdkrachten en de politie heeft gestuurd om het kamp te ontmantelen,
B. overwegende echter dat de thans beschikbare informatie over de redenen van deze actie, de mate van gebruikt geweld, de reactie van de personen in het kamp, het aantal slachtoffers onder de demonstranten en de ordestrijdkrachten vaag en tegenstrijdig is,
C. overwegende dat zich deze incidenten hebben voorgedaan op de dag waarop in New York de derde ronde informele besprekingen over het statuut van de Westelijke Sahara van start ging waaraan wordt deelgenomen door Marokko, Polisario en de buurlanden Mauritanië en Algerije,
D. wijzend op de "vergevorderde status" van de betrekkingen tussen de EU en Marokko en de bepalingen inzake de mensenrechten in de associatieovereenkomst tussen Marokko en de Europese Unie, met name artikel 2 daarvan,
E. overwegende dat volgens het advies van de Juridische Dienst van het Europees Parlement van 13 juli 2009 over de partnerschapsovereenkomst in de visserijsector tussen de Unie en Marokko deze overeenkomst, waarin de facto de Westelijke Sahara is opgenomen, pas strookt met het internationale recht, als de economische activiteiten in verband met de natuurlijke hulpbronnen van de Westelijke Sahara worden ontplooid in het belang van het volk van de Saharawi en volgens zijn wensen,
1. is geschokt over de gewelddadige voorvallen in het kamp van Gdeim Izik en in de stad al‑Ajoen, alsmede over het gebruik van geweld op de dag waarop in New York de derde ronde van de informele besprekingen over het statuut van de Westelijke Sahara van start ging;
2. betreurt het verlies aan mensenlevens en betuigt zijn solidariteit met de familie van de slachtoffers, de gewonden en de vermisten;
3. verzoekt met klem om onder het auspiciën van de Verenigde Naties een onafhankelijke en transparante enquêtecommissie op te richten die tot taak heeft vast te stellen in hoeverre de diverse partijen verantwoordelijk waren voor het losbarsten van deze voorvallen en hiervan de balans op te maken; is verbaasd over het feit dat leden van het Europees Parlement en journalisten de toegang tot de Westelijke Sahara is ontzegd en verzoekt de Marokkaanse autoriteiten om toegang en vrij verkeer in de regio voor de pers en de niet-gouvernementele organisaties;
4. verzoekt de Marokkaanse autoriteiten om een transparant voorlichtingsbeleid over de situatie op het grondgebied van de Westelijke Sahara te voeren;
5. verzoekt Marokko om uit hoofde van zijn statuut als geprivilegieerde partner van de Europese Unie de toegang tot, het vrije verkeer en de contacten op het grondgebied van de Westelijke Sahara te vergemakkelijken;
6. betuigt andermaal zijn steun voor de hervatting van de informele besprekingen tussen de partijen bij het conflict om te komen tot een rechtvaardige, duurzame en voor alle partijen aanvaardbare politieke oplossing die het volk van de Westelijke Sahara in staat stelt zijn recht op zelfbeschikking uit te oefenen overeenkomstig hetgeen in de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is vastgelegd; is verheugd over de inspanningen in die zin van Christopher Ross, persoonlijk gezant van de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties;
7. vraagt tevens om in het mandaat van MINURSO de follow-up van de situatie van de mensenrechten op te nemen en steunt het besluit van de Veiligheidsraad om deze missie met een jaar te verlengen;
8. doet een beroep op Marokko, Polisario en alle landen die deelnemen aan de besprekingen om zich te onthouden van elke vorm van provocatie, een constructieve rol te vervullen en ondanks de spanningen de genoemde besprekingen voort te zetten; is in dit verband verheugd over het feit dat de partijen zijn overeengekomen elkaar in december weer te ontmoeten;
9. erkent de inspanningen van de lidstaten van de Unie die behoren tot de Groep van vrienden van de Westelijke Sahara (Frankrijk, Spanje, Groot-Brittannië) om het proces van de bilaterale dialoog te vergemakkelijken en verzoekt de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid om een actievere rol in genoemde besprekingen te vervullen;
10. verzoekt de Marokkaanse autoriteiten de bepalingen van de huidige overeenkomsten te eerbiedigen en de door de Commissie gevraagde informatie en gegevens te verstrekken waardoor de verlenging van de partnerschapsovereenkomst in de visserijsector mogelijk is, die aan beide partijen ten goede zou komen;
11. verzoekt zijn voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de regering van Marokko en de leiding van Polisario.