ONTWERPRESOLUTIE over de situatie in Haïti een jaar na de aardbeving: humanitaire steun en wederopbouw
11.1.2011
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement
Michèle Striffler, Filip Kaczmarek, Gay Mitchell namens de PPE-Fractie
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0023/2011
B7‑0023/2011
Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Haïti een jaar na de aardbeving: humanitaire steun en wederopbouw
Het Europees Parlement,
– gezien de internationale donorconferentie voor een nieuwe toekomst in Haïti, die op 31 maart 2010 in New York is gehouden, en het verslag van de delegatie van de Commissie ontwikkelingssamenwerking van het Europees Parlement over haar missie naar New York,
– gezien het actieplan van maart 2010 voor de wederopbouw en nationale ontwikkeling van Haïti, de grote projecten voor de toekomst,
– gezien de conclusies van de buitengewone zitting van de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken op 18 januari 2010 in Brussel,
– gezien de verklaring van 19 januari 2010 over de aardbeving in Haïti van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
– gezien de conclusies van de voorbereidende ministerconferentie van 25 januari 2010 in Montreal,
– gezien de in december 2007 door de drie Europese instellingen ondertekende Europese consensus over humanitaire hulp,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 10 februari 2010 over de recente aardbeving in Haïti,
– gezien het verslag van de Commissie ontwikkelingssamenwerking van het Europees Parlement over haar missie naar Haïti (25-27 juni),
– gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat Haïti op 12 januari 2010 werd getroffen door een aardbeving met een kracht van 7,3 op de schaal van Richter, waardoor 222.750 mensen werden gedood, 3 miljoen mensen werden getroffen en bijna 1,7 miljoen mensen ontheemd werden van wie er nog steeds meer dan een miljoen zijn ondergebracht in provisorische kampen, die tijdelijk zouden moeten zijn,
B. overwegende dat de situatie in Haïti een jaar na de aardbeving chaotisch blijft, het land nog steeds in een noodsituatie verkeert en de wederopbouw maar moeizaam op gang komt,
C. overwegende dat tientallen jaren armoede, milieubederf, kwetsbaarheid voor talrijke natuurrampen, geweld, politieke instabiliteit en dictatuur van dit land het armste land van Amerika hebben gemaakt en dat de door de aardbeving veroorzaakte schade het onvermogen van de staat heeft versterkt om essentiële overheidsdiensten te verlenen en dus actief te reageren op de inspanningen inzake hulpverlening en wederopbouw,
D. overwegende dat tot op heden slechts enkele honderden miljoenen dollar daadwerkelijk zijn uitbetaald van de 10 miljard dollar die tijdens de internationale donorconferentie voor de wederopbouw van Haïti op 31 maart 2010 in New York zijn toegezegd,
E. overwegende dat op voorstel van Haïti een tijdelijke commissie voor de wederopbouw van Haïti is ingesteld om te zorgen voor de coördinatie en doeltreffende aanwending van de middelen en om het actieplan voor de ontwikkeling van Haïti ten uitvoer te leggen; overwegende dat de Europese Commissie als voornaamste donor lid van deze commissie is en stemrecht heeft;
F. overwegende dat het opruimen van de puinhopen een belangrijke uitdaging voor de wederopbouw van het land blijft – minder dan 5% van de ruïnes is weggeruimd – en dat met het huidige tempo 6 jaar nodig zullen zijn om 20 miljoen m3 puin weg te ruimen, en overwegende dat 180 vrachtwagens nodig zouden zijn die gedurende 18 maanden 24 uur op 24 uur zouden moeten worden ingezet om het puin weg te werken,
G. overwegende dat de cholera-epidemie, die op 19 oktober 2010 is uitgebroken, tot op heden 3.333 slachtoffers heeft geëist en dat meer dan 148.000 mensen zijn getroffen, dat de verspreiding van de epidemie de duidelijke structurele tekortkomingen van de Haïtiaanse staat onderstreept, alsmede de beperkingen van het systeem van internationale steun en van Minustah, en overwegende dat de maatregelen ter bestrijding van de cholera met name te lijden hebben onder de huidige politieke crisis na de verkiezingen,
H. overwegende dat de verkiezingen van 28 november waarvan de uitslag begin december is bekendgemaakt, in Haïti tot gewelddadige protesten en talrijke aantijgingen van fraude hebben geleid, en dat de internationale gemeenschap een transparant en legitiem verkiezingsproces zou moeten ondersteunen om te zorgen voor eerlijke verkiezingen die onontbeerlijk zijn voor de wederopbouw van het land,
1. herinnert aan de sterke mobilisatie van de internationale gemeenschap na de verwoestende aardbeving in Haïti en aan haar daadwerkelijke politieke wil om de wederopbouw van Haïti op andere wijze te steunen door niet de fouten van het verleden te herhalen en om voor eens en voor altijd de diepere oorzaken van de armoede in Haïti aan te pakken;
2. betreurt de omvang van de ramp in Haïti waarvan de gevolgen een jaar na de aardbeving nog steeds goed zichtbaar zijn; is verheugd over het bedrag van de humanitaire steun van de Europese Commissie aan Haïti ten belope van 120 miljoen euro (waarvan 12 miljoen euro voor de strijd tegen de cholera) en over de inzet van de commissaris die verantwoordelijk is voor internationale samenwerking, humanitaire steun en burgerbescherming, alsmede van DG ECHO en zijn deskundigen;
3. onderstreept dat de invoering van "clusters" de coördinatie op het terrein van de humanitaire interventies mogelijk heeft gemaakt, maar dat deze methode toch haar beperkingen heeft in het licht van de enorme veelheid van humanitaire actoren en het complexe karakter van de noodsituatie ten gevolge van de grote stedelijke concentratie;
4. is verheugd over de inspanningen en het werk van de humanitaire organisaties (Rode Kruis, ngo's, Verenigde naties) en de lidstaten, en onderstreept dat de niet-zichtbare gevolgen van de humanitaire inspanningen onder de aandacht moeten worden gebracht en dat aan de situatie het hoofd kon worden geboden met name door de verzorging van de gewonden, het aanvoeren van drinkwater en voedsel, alsmede het verlenen van provisorische onderbrenging;
5. stelt vast dat de cholera-epidemie het vrijwel totale onvermogen van de Haïtiaanse staat aan het licht heeft gebracht om te reageren op een makkelijk te voorkomen en te genezen ziekte, alsmede de beperkingen van het systeem van internationale steun in een land waar enorm veel humanitaire hulpverleners op de been zijn (12.000 ngo's); onderstreept dat de humanitaire hulpverleners niet de zwaktes van de Haïtiaanse staat kunnen blijven ondervangen of als vervanger van laatstgenoemde kunnen blijven optreden, en dat het urgent is eindelijk in te grijpen in de ontwikkeling op de lange termijn, met name ten aanzien van de toegang tot gezondheidszorg, drinkwater en riolering;
6. is verheugd dat de Commissie en de lidstaten tijdens de internationale donorconferentie voor de wederopbouw van Haïti samen een bedrag van 1,2 miljard euro hebben toegezegd – waarvan 460 miljoen voor niet-humanitaire steun van de Commissie; herhaalt zijn verzoek dat de Europese Unie als voornaamste donor een leidersrol bij de inspanningen voor de wederopbouw vervult;
7. verzoekt de Commissie en de lidstaten om de plaatselijke voedselproductie en voedselzekerheid op te nemen in de inspanningen voor de wederopbouw in Haïti middels de ontwikkeling van een plattelandsinfrastructuur en de steun aan kleine boeren in het kader van hun gezamenlijke aanpak van de planning van hun middelen voor de wederopbouw van Haïti en de tussentijdse herziening van de planning van de resterende middelen van de Commissie, te weten 169 miljoen euro die nog beschikbaar zijn van de in New York toegezegde 460 miljoen euro;
8. betreurt het feit dat de tijdelijke commissie voor de wederopbouw van Haïti, die een cruciale rol moet vervullen bij de coördinatie van de wederopbouw, haar werkzaamheden laat heeft aangevat; betreurt het gebrek aan informatie over haar werking en doeltreffendheid en verzoekt de Commissie als lid van de tijdelijke commissie stappen te nemen om de tenuitvoerlegging van het mandaat van laatstgenoemde te bespoedigen en aan het Europees Parlement verslag uit te brengen over de werkzaamheden van de tijdelijke commissie, over het gebruik van de middelen en over het deel van de tijdens de conferentie van New York toegezegde fondsen dat daadwerkelijk aan de wederopbouw is besteed;
9. erkent dat de tijdelijke commissie als centrale structuur voor het beheer van de wederopbouw slechts doeltreffend kan functioneren, indien de capaciteit van de Haïtiaanse overheid hersteld is en de Haïtiaanse leiders zijn vervangen na transparante en legitieme verkiezingen, en indien de daadwerkelijke politieke wil voorhanden is om de besluiten te nemen die onontbeerlijk zijn voor het aanpakken van deze reusachtige werken;
10. betreurt het feit dat de Haïtianen slechts beschikken over schoppen, houwelen en kruiwagens om via "cash for work"-activiteiten de tonnen puin weg te ruimen, die nog steeds de hoofdstad blokkeren, hetgeen lachwekkend lijkt in het licht van de omvang van de situatie; onderstreept dat het wegruimen van het puin onontbeerlijk is voor de wederopbouw van Haïti en betreurt het feit dat vrijwel geen fondsen zijn gedeblokkeerd om de puinhopen weg te ruimen;
11. betreurt de omvangrijke woningnood in Haïti; onderstreept dat de huisvesting van daklozen, die voor het merendeel zijn ondergebracht in provisorische kampen, voornamelijk in de hoofdstad Port-au-Prince, vastloopt vanwege een gebrek aan beschikbare terreinen, een onbestaand kadaster en het feit dat talrijke percelen in het bezit zijn van de diaspora; doet een beroep op de politieke wil van de Haïtiaanse autoriteiten om doortastende maatregelen te nemen, met name op het stuk van onteigening;
12. is steeds meer verontrust over de situatie van de Haïtiaanse kinderen na de aardbeving die meer dan 800.000 kinderen zwaar getroffen heeft, welke zijn blootgesteld aan de gevaren van geweld, seksueel misbruik, mensenhandel, uitbuiting en achterlating, en verzoekt de Europese Unie (Commissie) om zich resoluut in te zetten ten einde voor de kinderen een beschermende en veilige leefomgeving te creëren, in Haïti de invoering van een stelsel van sociale bescherming te ondersteunen en de hervorming van het onderwijs te stimuleren;
13. verzoekt de Europese Unie om met de regering van het eiland samen te werken om een allesomvattende wetgeving ter bescherming van het kind op te stellen en om in het nationale recht verplichtingen op te nemen die voortvloeien uit talrijke, door Haïti geratificeerde internationale instrumenten op het gebied van de rechten van het kind, de mensenrechten, de afschaffing van slavernij en de bescherming van de rechten van het kind;
14. acht het van groot belang dat de Commissie de uitvoering ondersteunt van de procedures voor de identificatie, registratie en het opsporen van familieleden van kinderen die van hun familie gescheiden zijn, en voor bijzondere waakzaamheid aan de grenzen zorgt om kinderhandel en illegale adoptie tegen te gaan.
15. onderstreept dat het van essentieel belang is om onverwijld de capaciteit van de Haïtiaanse staat te herstellen om democratie en goed bestuur te laten functioneren, die onontbeerlijk zijn voor de wederopbouw van het land, en om toe te zien op de participatie van het maatschappelijk middenveld en de bevolking van Haïti;
16. is zeer bezorgd over de huidige politieke crisis naar aanleiding van de uitslag van de parlements- en presidentsverkiezingen die sterk worden aangevochten, voorzichtig door de missies van buitenlandse waarnemers worden ondersteund en thans aan een hertelling van de stemmen worden onderworpen door deskundigen die door de Organisatie van Amerikaanse Staten zijn gestuurd;
17. verzoekt de Europese Unie om alles in het werk te stellen om het legitieme en transparantie verkiezingsproces en het goede verloop van de tweede, in februari geplande ronde nadrukkelijk te ondersteunen ten einde te voorkomen dat Haïti in een zwaardere crisis verzinkt; is van oordeel dat slechts een gekozen en legitieme president en legitieme parlementsleden de nodige besluiten kunnen nemen en dat de wederopbouw stabiliteit en politieke wil vergt;
18. verzoekt de internationale gemeenschap en de Europese Unie met klem om nauw met de toekomstige Haïtiaanse autoriteiten samen te werken en hen tijdens het gehele proces van wederopbouw te begeleiden bij het organiseren van hun instellingen op weg naar een nieuw evenwicht op alle niveaus en naar een volledig functionerende democratie;
19. verzoekt de Commissie om in de geest van de Europese consensus over humanitaire steun aanzienlijke inspanningen te leveren ten einde in samenwerking met de regering, de plaatselijke autoriteiten en het maatschappelijk middenveld de dimensie van voorbereiding op rampen en het terugdringen van de risico's van rampen deel te laten uitmaken van de noodhulpfase en van de ontwikkeling op de lange termijn;
20. stelt vast dat in Haïti reeds tientallen jaren humanitaire steun wordt verleend en dat het belang van de band tussen noodhulp, wederopbouw en ontwikkeling in deze crisis duidelijk tot uiting komt; pleit derhalve voor een verbetering van de dialoog en de coördinatie tussen de humanitaire organisaties en de ontwikkelingsagentschappen ter plaatse en binnen de Europese instellingen en de lidstaten;
21. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie en de lidstaten, de president en de regering van Haïti, de adjunct-secretaris-generaal bevoegd voor humanitaire kwesties en coördinator van de noodhulp van de VN, alsmede aan de Wereldbank en het IMF.