Ontwerpresolutie - B7-0038/2011Ontwerpresolutie
B7-0038/2011

    ONTWERPRESOLUTIE over internationale adoptie in de Europese Unie

    17.1.2011

    naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B7‑0670/2010
    ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement

    Cecilia Wikström, Renate Weber, Sonia Alfano, Luigi de Magistris namens de ALDE-Fractie

    Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0029/2011

    Procedure : 2010/2960(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B7-0038/2011
    Ingediende teksten :
    B7-0038/2011
    Debatten :
    Stemmingen :
    Aangenomen teksten :

    B7‑0038/2011

    Resolutie van het Europees Parlement over internationale adoptie in de Europese Unie

    Het Europees Parlement,

    –   gezien het op 20 november 1989 door de Algemene Vergadering van de VN goedgekeurde Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind, in het bijzonder artikel 21 daarvan,

    –   gezien het Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie (ondertekend in Den Haag in 1993) en het Europees Verdrag inzake de uitoefening van de rechten van het kind van 25 januari 1996 (ETS nr. 160),

    –   onder verwijzing naar zijn resolutie over het verbeteren van de wetgeving en de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van de adoptie van kinderen (A4-0392/1996),

    –   onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 januari 2008 over een EU-strategie voor de rechten van het kind (2007/2093 (INI)),

    –   gelet op artikel 115, lid 5, van zijn Reglement,

    A. overwegende dat het welzijn van ieder kind het allerbelangrijkst is,

    B.  overwegende dat alle EU-lidstaten het Verdrag van 29 mei 1993 inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie hebben ondertekend,

    C. overwegende dat in het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind en het Haagse Adoptieverdrag het gezin als de kerngroep van de samenleving wordt beschouwd en als de natuurlijke omgeving voor de groei en het welzijn van kinderen in de overgrote meerderheid van de gevallen, en dat het gezin dus de eerste keuze is om de zorg over het kind op zich te nemen,

    D. overwegende dat als de verzorging van het kind in het gezin niet mogelijk is, adoptie een van de mogelijke natuurlijke tweede keuzen is, terwijl plaatsing van het kind in een inrichting pas de laatste optie moet zijn,

    E.  overwegende dat de lidstaten van mening verschillen over de vraag welke beginselen van toepassing moeten zijn op adoptie van kinderen, adoptieprocedures en de juridische gevolgen van adoptie,

    F.  overwegende dat de aanvaarding van gemeenschappelijke, herziene beginselen en praktijken met betrekking tot adoptie van kinderen een bijdrage zou leveren aan het verkleinen van de problemen ten gevolge van de verschillen tussen de nationale wetgevingen, en tegelijkertijd ten goede zou komen aan de belangen van geadopteerde kinderen,

    G. overwegende dat het probleem van in de steek gelaten kinderen in Europa in omvang en urgentie toeneemt, en dat hier in concreto iets aan kan worden gedaan door de rechten van een voor adoptie aangeboden kind ook op internationaal niveau te beschermen, teneinde te voorkomen dat kinderen worden gedwongen in weeshuizen te wonen,

    H. overwegende dat er verdragen bestaan inzake de bescherming van kinderen en de verantwoordelijkheden van ouders, in het bijzonder: het Europees Verdrag inzake de adoptie van kinderen van 1967, dat gericht is op het beter op elkaar afstemmen van de wetgevingen van de lidstaten in gevallen waarin adoptie betekent dat het kind wordt overgebracht van het ene land naar het andere, en het Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie van 1993,

    I.   overwegende dat met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie bindend is geworden: dat in artikel 24 staat "kinderen hebben recht op de bescherming en de zorg die nodig zijn voor hun welzijn"; dat daarnaast artikel 3 van het Verdrag van Lissabon "bescherming van de rechten van het kind" noemt als een van de doelstellingen van de Unie,

    J.   overwegende dat de schending van de rechten van kinderen, geweld tegen kinderen en kinderhandel voor illegale adoptie, prostitutie, illegaal werk, gedwongen huwelijken en bedelen op straat, of voor enig ander illegaal doel, nog altijd een probleem vormen in de EU,

    K. overwegende dat de belangen van het kind van de allergrootste importantie zijn,

    1.  dringt erop aan te onderzoeken of en hoe op Europees niveau voor coördinatie van de maatregelen en strategieën met betrekking tot internationale adoptie kan worden gezorgd, in overeenstemming met het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, het Haags Verdrag over interlandelijke adoptie en andere internationale normen, en te zorgen voor verbetering van de informatieverschaffing, het voortraject van interlandelijke adoptie, de verwerking van aanvragen voor internationale adoptie en de diensten na adoptie, in de wetenschap dat alle internationale verdragen inzake de bescherming van de rechten van het kind erkennen dat wees- of in de steek gelaten kinderen recht hebben op een familie en op bescherming;

    2.  is van oordeel dat adoptie in het land van herkomst van het kind of door het vinden van een familie via internationale adoptie altijd moet plaatsvinden in overeenstemming met de toepasselijke nationale wetgeving en internationale verdragen, en dat alleen tot plaatsing in een instelling zou moeten worden overgegaan als tijdelijke oplossing; vindt daarnaast dat andere oplossingen voor zorg in families, zoals plaatsing in een pleeggezin, ook kunnen worden overwogen;

    3.  dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan om, in overleg met de Haagse Conferentie, de Raad van Europa en kinderorganisaties, een kader te ontwikkelen dat zorgt voor transparantie en een goede monitoring van de ontwikkeling van in de steek gelaten en geadopteerde kinderen, en hun werkzaamheden te coördineren, teneinde kinderhandel te voorkomen;

    4.  verzoekt de lidstaten met klem specifiek aandacht te besteden aan kinderen met bijzondere behoeften, zoals kinderen die medische verzorging nodig hebben en kinderen met een handicap;

    5.  erkent dat een geboortecertificaat bijdraagt aan de bescherming van een kind tegen misbruik op basis van twijfels over leeftijd of identiteit; is van oordeel dat een betrouwbaar systeem van geboorteregistratie kan helpen bij het aanpakken van illegale adoptie;

    6.  verzoekt alle EU-instellingen en alle lidstaten actief te participeren in de strijd tegen illegale adoptie;

    7.  verzoekt alle EU-instellingen binnen de Haagse Conferentie een actievere rol te spelen en pressie uit te oefenen om te zorgen dat internationale adoptie wordt verbeterd, gestroomlijnd en versoepeld, en dat de bescherming van de rechten van uit derde landen afkomstige kinderen wordt gerespecteerd en gewaarborgd;

    8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de Raad en de Commissie, alsmede de parlementen en regeringen van de lidstaten.