Ontwerpresolutie - B7-0057/2011Ontwerpresolutie
B7-0057/2011

ONTWERPRESOLUTIE over Belarus

17.1.2011

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

Rebecca Harms, Elisabeth Schroedter, Werner Schulz, Heidi Hautala namens de Verts/ALE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0044/2011

Procedure : 2011/2514(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B7-0057/2011
Ingediende teksten :
B7-0057/2011
Aangenomen teksten :

B7‑0057/2011

Resolutie van het Europees Parlement over Belarus

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de situatie in Belarus, met name die van 17 december 2009,

–   gelet op Besluit 2010/639/GBVB van de Raad van 25 oktober 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde functionarissen van Belarus, waarbij zowel de beperkende maatregelen als de opschorting tot en met 31 oktober 2011 werden verlengd,

–   gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 25 oktober 2010,

–   gezien de verklaring over de voorlopige bevindingen en conclusies inzake de presidentsverkiezingen in Belarus van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE/ODIHR) en de parlementaire vergadering van de OVSE (OVSE-PV) van 20 december 2010,

–   gezien de mededeling van de Commissie van 3 december 2008 over het Oostelijk Partnerschap (COM(2008)0823),

–   gezien de verklaring van de Europese Raad van 19-20 maart 2009 over het Oostelijk Partnerschap en de gezamenlijke verklaring van de top van het Oostelijk Partnerschap die op 7 mei 2009 in Praag is gehouden,

–   gezien de verklaring van de Commissie van 21 november 2006 over de bereidheid van de Europese Unie om een nieuwe impuls te geven aan haar betrekkingen met Belarus en de Belarussische bevolking in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Raad in zijn conclusies van 17 november 2009 erkende dat er nieuwe mogelijkheden voor dialoog en intensievere samenwerking tussen de EU en Belarus voorhanden waren om een daadwerkelijke ontwikkeling in de richting van democratie en eerbiediging van de mensenrechten te bevorderen, en zich andermaal bereid verklaarde om de betrekkingen met Belarus uit te breiden, op voorwaarde dat dit land verdere vorderingen zou boeken in de richting van de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat, en het land bij het nastreven van die doelen bij te staan,

B.  overwegende dat in de verklaring van Praag van de top van het Oostelijk Partnerschap de verbintenis, ook van Belarus, tot de beginselen van het internationale recht en tot de fundamentele waarden zoals de democratie, de rechtstaat en de eerbiediging van mensenrechten en fundamentele vrijheden, werd bevestigd,

C. overwegende dat Belarus heeft toegezegd zich te zullen beraden over de aanbevelingen van de OVSE en diens Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR) met betrekking tot de in zijn kiesrecht aan te brengen verbeteringen, teneinde dit in overeenstemming te brengen met de internationale normen voor democratische verkiezingen, en om met de OVSE over de voorgestelde aanpassingen overleg te zullen plegen, en dat de Nationale Vergadering van Belarus een herziening van de kieswet heeft goedgekeurd zonder OVSE vooraf te raadplegen,

D. overwegende dat de Raad op het punt stond om de betrekkingen met Belarus verder te intensifiëren en zelfs de contractuele status van dat land te verhogen indien het tastbare vorderingen zou maken op punten als de eerbiediging van de mensenrechten, de rechtsstaat en het verkiezingsverloop,

E.  overwegende dat de Raad na de ontwikkeling in Belarus te hebben geëvalueerd besloten heeft de beperkende maatregelen tegen bepaalde Belarussische functionarissen tot 31 oktober 2011 te verlengen, maar de toepassing van de beperkingen op reizen naar de EU tot diezelfde datum op te schorten, ook voor Loekasjenko,

F.  overwegende dat volgens de verklaring van de OVSE-PV en het OVSE/ODIHR over de voorlopige bevindingen en conclusies inzake de presidentsverkiezingen in Belarus het volgende te lezen staat: "Bij de presidentsverkiezingen is gebleken dat Belarus nog een lange weg heeft te gaan voordat het land voldoet aan zijn OVSE-verplichtingen, ofschoon er bepaalde specifieke vorderingen zijn gemaakt. De verkiezingsnacht werd ontsierd door het feit dat de meeste presidentskandidaten en honderden activisten, journalisten en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld werden vastgehouden.",

G. overwegende dat de Belarussische regering als reactie op deze voorlopige bevindingen de OVSE gevraagd heeft het land te verlaten, met de opmerking dat deze organisatie haar taak vervuld had en dat haar aanwezigheid niet langer nodig was; dat de technische sluiting van het OVSE-kantoor voor 31 maart 2011 is gepland,

H. overwegende dat het neerslaan van de protestdemonstratie van 19 december 2010 door de politie en het repressieve optreden van wetshandhavers tegen de democratische oppositie, de vrije media en activisten uit het maatschappelijk middenveld fel veroordeeld werden door de Voorzitter van het Europees Parlement, de Hoge Vertegenwoordiger van de EU en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties,

I.   overwegende dat de gearresteerde demonstranten en kandidaten van de oppositie door het Belarussische regime beschouwd worden als misdadigers in plaats van als politieke gevangenen en dus op onredelijke gronden maximale gevangenisstraffen riskeren,

J.   overwegende dat de advocaten die demonstranten, politieke tegenstanders of hun gezinnen verdedigen, het risico lopen hun licentie kwijt te raken of uitgesloten te worden,

K. overwegende dat de EU-lidstaten na deze dramatische gebeurtenissen opnieuw niet met één stem hebben gesproken en dus tegenstrijdige boodschappen gestuurd hebben naar Minsk dat de betrekkingen normaal konden worden voortgezet,

1.  veroordeelt met kracht het harde politie- en KGB-optreden tegen demonstranten op de verkiezingsdag en de massale arrestaties die in het kielzog daarvan hebben plaatsgevonden, en verklaart zich solidair met de slachtoffers van dat geweld; beschouwt dit als een flagrante schending van de democratische grondbeginselen zoals de vrijheid van vergadering en van meningsuiting en van de mensenrechten;

2.  geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de strafrechtelijke procedures die de Belarussische autoriteiten hebben aangespannen tegen vrijwel alle presidentskandidaten, de leiders van de democratische oppositie en een groot aantal activisten uit het maatschappelijk middenveld, journalisten, leraren en studenten, die tot 15 jaar gevangenisstraf riskeren; verzoekt om een onafhankelijk en onpartijdig internationaal onderzoek naar de gebeurtenissen;

3.  verzoekt om onmiddellijke vrijlating van alle demonstranten die nog vastzitten en wenst dat onmiddellijk alle tegen hen ingediende aanklachten worden ingetrokken en dat de strafrechtelijke procedures worden gestaakt; verzoekt de Belarussische autoriteiten tegelijkertijd de gedetineerden ongehinderd contact te laten hebben met familieleden en toegang te geven tot rechtsbijstand en medische zorg;

4.  verzoekt de Belarussische autoriteiten met klem om onmiddellijk alle vormen van pesterij, intimidatie of bedreiging tegen maatschappelijk activisten te staken en dus onder meer een eind te maken aan de invallen, huiszoekingen en inbeslagname van materiaal in particuliere woningen, gebouwen van onafhankelijke media en kantoren van maatschappelijke organisaties, alsook aan het wegsturen van opposanten van universiteiten en werkplaatsen;

5.  verzoekt de regering in Minsk haar besluit om de missie van het OVSE-kantoor in Belarus niet te verlengen te heroverwegen en verzoekt de Belarussische autoriteiten met klem de samenwerking met de OVSE te hervatten om de weg te banen naar nieuwe presidentsverkiezingen;

6.  verzoekt de Raad, de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger van de EU het EU-beleid ten aanzien van Belarus opnieuw te bezien; wijst erop dat de koers van het Europees Nabuurschapsbeleid en de nationale bijstand aan Belarus zo moet worden bijgesteld dat het regime geïsoleerd wordt en de steun aan het maatschappelijk middenveld tegelijkertijd naar behoren wordt opgevoerd; wijst andermaal op het belang van het daadwerkelijke gebruik van het Europees Instrument voor Democratie en Mensenrechten; verzoekt de Raad de mogelijkheid te overwegen om de deelname van Belarus aan de activiteiten in het kader van het Oostelijk Partnerschap bij de top van het Oostelijke Partnerschap te Boedapest op te schorten als er geen echte veranderingen plaatsvinden;

7.  is van mening dat de EU een aan strikte voorwaarden verbonden programma van stapsgewijs in te voeren sancties moet vaststellen, te beginnen met de wederinvoering van de visumstop, totdat alle gedetineerden en gearresteerden worden vrijgelaten en de tegen hen ingediende aanklachten worden ingetrokken; wijst erop dat er nieuwe, striktere maatregelen zoals diplomatieke en economische sancties zouden kunnen worden ingesteld indien de Belarussische autoriteiten hier niet tijdig gevolg aan geven;

8.  verzoekt de Raad, de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger van de EU in dit verband om de visumstop onmiddellijk opnieuw toe te passen op hoge Belarussische functionarissen en die maatregel uit te breiden tot alle staatsambtenaren, leden van de rechterlijke macht en van de veiligheidsdiensten die verantwoordelijk kunnen worden geacht voor de verkiezingsfraude, voor de harde repressie na de verkiezingen en de arrestatie van oppositieleden, en verzoekt om bevriezing van hun bezittingen; wijst er met klem op dat de sancties van kracht moeten blijven totdat alle politieke gevangenen en gedetineerden zijn vrijgelaten en het besluit om het OVSE-kantoor te sluiten wordt herzien;

9.  verwacht van de EU-lidstaten dat zij het EU-optreden niet ontkrachten door middel van bilaterale initiatieven met het Belarussische regime die de geloofwaardigheid en doeltreffendheid van het Europees buitenlands beleid ondermijnen;

10. verzoekt de Raad, de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger van de EU en de lidstaten de democratie in Belarus te ondersteunen door de financiële steun aan onafhankelijke media en maatschappelijke organisaties op te voeren en het aantal beurzen voor Belarussische studenten te verhogen;

11. is ingenomen met het initiatief om in Warschau en Vilnius de donorconferentie "Solidariteit met Belarus" te organiseren, en verwacht dat de Europese Unie tot de grote donoren zal behoren; wijst op de noodzaak van specifieke steunmaatregelen voor gedetineerden en hun familie en voor alle slachtoffers van repressieve maatregelen in Belarus;

12. verzoekt de Commissie met klem om verhoging van de financiële steun aan de Europese Universiteit van Menswetenschappen in Vilnius (Litouwen), die bereid is studenten op te nemen die na het gewelddadige optreden na de presidentsverkiezingen van Belarussische universiteiten verwijderd zijn;

13. is van mening dat sportevenementen zoals het Wereldkampioenschap ijshockey in 2014 niet in Belarus moeten worden gehouden zolang er in dat land politieke gevangenen zijn en verzoekt de internationale sportorganisaties de deelname van Belarus aan internationale sportevenementen op te schorten totdat alle politieke gevangen op vrije voeten zijn gesteld;

14. verzoekt de Raad te overwegen slimme en doelgerichte economische sancties in te stellen tegen bedrijven die in handen zijn van de Belarussische regering totdat alle politieke gevangenen onvoorwaardelijk zijn vrijgelaten; beveelt aan dat de EU-lidstaten en andere gelijkgezinde landen hun economische betrekkingen met Belarus herzien en verzoekt in dit verband het Europese bedrijfsleven met klem de voorwaarden waarop hun samenwerking met Belarussische bedrijven gebaseerd is, opnieuw te bezien; verzoekt de lidstaten tevens het zakendoen van Europese bedrijven in Belarus niet te faciliteren of te bevorderen;

15. verzoekt de Raad en de Commissie de onderhandelingen met Belarus over een overeenkomst inzake de versoepeling van de visumplicht te bespoedigen om persoonlijke contacten te vergemakkelijken en te laten zien dat de EU werkelijk zijn deuren open wil stellen voor Belarus;

16. betreurt de houding van de Russische Federatie, die de verkiezingen erkent en de voortdurende onderdrukking afdoet als een "interne kwestie"; benadrukt de belangrijke rol van de buurlanden van Belarus en de Europese Unie bij de normalisering van de situatie en bij het aansporen tot onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle politieke gevangenen;

17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de president, de regering en het parlement van Belarus en de parlementaire vergaderingen van de Raad van Europa en de OVSE.