Procedure : 2011/2599(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0230/2011

Ingediende teksten :

B7-0230/2011

Debatten :

PV 06/04/2011 - 14
CRE 06/04/2011 - 14

Stemmingen :

PV 07/04/2011 - 6.4
CRE 07/04/2011 - 6.4

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0149

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 123kWORD 69k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0228/2011
30.3.2011
PE459.765v01-00
 
B7-0230/2011

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de vierde VN-conferentie over de minst ontwikkelde landen (MOL - IV)


Judith Sargentini namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de vierde VN-conferentie over de minst ontwikkelde landen (MOL - IV)  
B7‑0230/2011

Het Europees Parlement,

–   gelet op de vier ontwikkelingsdecennia van de VN, met respectievelijk als thema: zelfstandige economische groei en sociale vooruitgang (1961-1970), versmalling van de kloof tussen de ontwikkelde landen en de ontwikkelingslanden (1970 -1980), totstandbrenging van een nieuwe internationale economische orde op grondslag van rechtvaardigheid (1980-1990), uitvoering van een reeks onderling samenhangende en verbonden, concrete en effectieve beleidsmaatregelen in alle sectoren van ontwikkeling en nieuwe prioriteiten ter bespoediging van de economische groei, terugbrengen van extreme armoede, verbetering van het internationale financiële en handelsstelsel, invoering van gezond macro-economisch beheer , versterking van internationale samenwerking voor ontwikkeling en bijzondere inspanning voor de minst ontwikkelde landen (1990-2000),

–   gezien de verklaring van de VN van 1986 over het recht op ontwikkeling,

–   gelet op de Millenniumontwikkelingsdoelstellingen (2000-2015) met halvering van de armoede per 2015 als streefdoel,

–   gezien de voorgaande VN-conferenties over de minst ontwikkelde landen,

–   gelet op de VN MOL-IV-conferentie op 9 - 13 mei 2011 in Istanboel, Turkije,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat op dit moment 48 landen als MOL zijn geclassificeerd, waarvan 33 in Afrika, 14 in Azië en 1 in Latijns Amerika; 16 landen zijn door land omsloten, en 12 landen zijn kleine eilanden,

B.  overwegende dat het aantal Minst Ontwikkelde Landen sinds 1971, toen zij door de VN tot aparte categorie werden verklaard, is gegroeid van 25 tot 49 in 2011, en dat slechts 3 landen zich uit deze categorie hebben weten op te werken: namelijk Botswana, in 1994, Kaapverdië, in 2007, en de Maldiven, in januari 2011,

C. overwegende dat ook olie- en mineralenrijke landen in Afrika onder de Minst Ontwikkelde Landen zijn ingedeeld,

D. overwegende dat de VN-landen zich bij de voorgaande MOL-conferenties hadden verplicht de aanbevelingen van de conferentie te zullen uitvoeren, maar hun toezegging niet zijn nagekomen; overwegende dat de aanbevelingen van de VN-MOL-conferentie alleen te realiseren zijn wanneer cruciale kwesties rond de MOL de nodige aandacht krijgen, zoals beleidssamenhang tussen handel, landbouw, visserij, investeringen en klimaatverandering,

E.  overwegende dat de inspanningen in het kader van de Millenniumdoelstellingen tot uitroeiing van de armoede te beschouwen zijn als onderdeel van een ruimere agenda van de VN-Conferentie,

F.  overwegende dat het ontbreken, op nationaal en internationaal niveau, van samenhang in het ontwikkelingsbeleid waar het gaat om handel, investeringen, landbouw en speculatie op de goederentermijnmarkt, ongunstig op het duurzame ontwikkelingspotentieel van de MOL’s heeft uitgewerkt en de armoede in deze landen nog verder in de hand heeft gewerkt,

G. overwegende dat de situatie in de MOL’s verder is verslechterd door de mondiale crisis van de laatste tijd op velerlei gebied zoals de klimaatverandering, de financiële crisis, de voedsel- en de energiecrisis, naast de al bestaande structurele problemen, zoals schulden, gebonden hulp en onbillijke handelsregels,

H. overwegende dat de financiële liberalisering, met de speculatieve en vluchtige geldstromen die deze met zich brengt en waarop de MOL’s weinig grip hebben, op internationaal niveau voor aanzienlijke destabilisering heeft gezorgd, met alle kwalijke gevolgen van dien voor de economieën van de ontwikkelingslanden ;

I.   overwegende dat ofschoon de landbouw voor veel MOL’s de economische basis vormt en tot wel 90% van de beroepsbevolking bezig houdt, de voedselzekerheid wordt bedreigd door aankoop van landbouwgrond door buitenlandse investeerders, en deze prioriteiten moeten in acht worden genomen en gesteund door donors,

J.   overwegende dat elk MOL prioriteiten en oplossingen moet vaststellen die passen bij de nationale verhoudingen, op basis van democratische participatie van de bevolking in de besluitvorming,

1.  meent dat het verzuim om gevolg te geven aan de aanbevelingen van eerdere VN-conferenties als les ter harte moet worden genomen, en dat er een verschuiving nodig in ons model van ontwikkelingssamenwerking naar sociale rechtvaardigheid en herverdeling van rijkdom binnen de MOL’s en tussen de naties onderling, zodat sociale cohesie kan worden bevorderd en conflicten kunnen worden voorkomen;

2.  vraagt alle geïndustrialiseerde landen in het algemeen, en in het bijzonder de EU-lidstaten die tot dusver zijn achtergebleven, hun toezeggingen gestand te doen inzake het streefdoel voor 2015 van 0.7% van hun begroting voor ontwikkelingshulp;

3.  gelooft dat in de VN IV-conferentie de nadruk moet liggen op samenhang in het ontwikkelingsbeleid als belangrijke factor in een beleidsombuiging op het nationale en het internationale vlak; pleit er daarom voor dat alle beleidsterreinen - zoals handel, visserij, milieu, landbouw, klimaatverandering, energie, investeringen en financiën - worden afgestemd op de duurzame ontwikkelingsbehoeften van de MOL’s ter bestrijding van armoede en ter waarborging van een decent inkomen en bestaan;

4.  poogt de EU ervan te doordringen, dat het GLB consistent moet zijn met het duurzame ontwikkelingsbeleid van de MOL’s en dat dumppraktijken zoals de exportsubsidies moeten worden gestaakt omdat zij de voedselzekerheid en duurzame landbouwsystemen in de MOL’s ondermijnen;

5.  dringt aan op regulering waaronder prijsbeheersingsmaatregelen op nationaal, regionaal en internationaal niveau om buitensporige speculatie op de termijnmarkt te voorkomen, een belangrijke stap bij het optreden tegen speculatie op de termijnmarkten, vooral die voor voedsel en energie;

6.  vraagt de EU en andere ontwikkelde landen om de structurele obstakels die de MOL’s beletten hun fundamentele recht op duurzame ontwikkeling te realiseren, weg te nemen door hervormingen van het internationale economische beleid, waaronder: hervorming van de WHO, regulering van de internationale handel, invoering van een bindende regeling om illegale kapitaal- en belastingvlucht uit de MOL’s tegen te gaan; invoering van beleid waardoor at volledige transparantie bij internationale financiële transacties wordt gewaarborgd;

7.  is van mening dat belastinginkomsten voor de MOL’s essentieel zijn om in de elementaire behoeften van hun burgers te kunnen voorzien en minder afhankelijk te worden van buitenlandse hulp; is van oordeel dat prioritaire aandacht moet uitgaan naar de fiscale aspecten rond ontwikkelingssamenwerking, door invoering van doelmatige en werkbare belastingstelsels die een duurzame bron voor de nodige ontwikkelingsfinanciering moeten opleveren;

8.  onderstreept dat internationale samenwerking gericht moet zijn op totstandbrenging van een internationaal klimaat dat bevorderlijk is voor de realisering van de rechten van de bevolking in de MOL’s: veilig voedsel, water, huisvesting, en duurzame bestaansmiddelen, en toegang tot gezondheidszorg en onderwijs, om zich aan de verpletterende armoede te kunnen ontworstelen;

9.  dringt erop aan dat invulling wordt gegeven aan de VN-verklaring van 1986 over het Recht op ontwikkeling, inhoudende dat staten de plicht hebben samen te werken om ontwikkeling te verzekeren en hinderpalen voor ontwikkeling uit de weg te ruimen, hun rechten uit te oefenen en verplichtingen na te komen op een manier die de totstandkoming van een nieuwe internationale economische orde, gebaseerd op soevereine gelijkheid, onderlinge afhankelijkheid en wederzijds belang, bevordert;

10. roept de MOL’s die ten koste van de eigen voedselzekerheid grond hebben verkocht aan buitenlandse investeerders, op hun beleid terug te komen en hun bevolking van toegang tot grond, water en andere vitale bestaansbronnen te verzekeren;

11. dringt er bij de VN en de EU op aan zich in de IVe VN-conferentie over MOL’s ook te bezinnen op een serieuze aanpak van de kwalijke gevolgen van verwerving van landbouwgrond, zoals onteigening van kleine landbouwers en onduurzaam gebruik van grond en water;

12. is van oordeel dat de goedkeuring van de nieuwe Amerikaanse wet betreffende "conflictmineralen" een enorme stap vooruit betekent in de bestrijding van de illegale exploitatie van mineralen in Afrika die burgeroorlogen en conflicten in de hand werkt; is van mening dat de VN gelijkaardige voorstellen moet indienen om ervoor te zorgen dat mineralen die op de wereldmarkt worden gebracht traceerbaar zijn;

13. dringt aan op kwijtschelding van schulden voor MOL's, daar het hier om verwerpelijke leningen gaat die door dictators zijn aangegaan tegen de belangen van hun bevolking in, en dringt erop aan dat afgeschreven schulden niet tot de officiële ontwikkelingshulp worden gerekend;

14. dringt aan op een systematische beoordeling van de risico's van klimaatverandering waarbij wordt gekeken naar alle aspecten van beleidsplanning en besluitvorming met betrekking tot handel, landbouw, voedselzekerheid enz.; verlangt dat de resultaten van deze beoordeling worden gebruikt voor uitvaardiging van duidelijke richtsnoeren voor een beleid inzake duurzame ontwikkelingssamenwerking;

15. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de secretaris-generaal van de VN, de Raad en de Commissie.

Juridische mededeling - Privacybeleid