Procedure : 2011/2645(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0252/2011

Ingediende teksten :

B7-0252/2011

Debatten :

PV 06/04/2011 - 13
CRE 06/04/2011 - 13

Stemmingen :

PV 07/04/2011 - 6.3

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0148

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 125kWORD 67k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0249/2011
4.4.2011
PE459.789v01-00
 
B7-0252/2011

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Syrië, Bahrein en Jemen


Charles Tannock, Ashley Fox, Ryszard Antoni Legutko, Michał Tomasz Kamiński, Tomasz Piotr Poręba, Ryszard Czarnecki, Adam Bielan, Konrad Szymański namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over the situation in Syria, Bahrain and Yemen  
B7‑0252/2011

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Syrië, Bahrein en Jemen,

–   gezien de talrijke verklaringen over de situatie in Syrië, Bahrein en Jemen van de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter Catherine Ashton,

–   gezien het verslag betreffende de betrekkingen van de Europese Unie met de Samenwerkingsraad van de Golf (2010/2233(INI),

–   gezien de conclusies van de Raad van 21 maart 2011 over Jemen,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

Syrië

A. overwegende dat Syrische burgers blootstaan aan willekeurige arrestatie en opsluiting zonder proces of met een proces voor een militaire rechtbank, en dat zij niet beschikken over een onafhankelijke rechterlijke macht om hen te verdedigen, noch over vrijheid van meningsuiting of het wettelijk gewaarborgde recht om te demonstreren,

B.  overwegende dat de protesten op 16 maart in Damascus begonnen, gevolgd door "dag van de woede"-bijeenkomsten in diverse steden in Syrië waarbij ten minste vier mensen het leven verloren, hetgeen vervolgens tot meer onrust en nieuwe demonstraties leidde,

C. overwegende dat de Syrische regering in een aantal openbare verklaringen toezeggingen heeft gedaan met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting en politieke participatie, doch er niet in is geslaagd op dit gebied concrete voortgang te boeken,

D. whereas President Bashar al-Asad’s has failed to commit to a specific reform agenda that would safeguard public freedoms and judicial independence and prohibit the Syrian government from encroaching on human rights,

E.  overwegende dat de Syrische regering het hooggerechtshof voor staatsveiligheid, een speciale rechtbank die zich buiten het normale strafrechtsysteem bevindt, gebruikt om politieke activisten en verdedigers van de mensenrechten te berechten,

F.  overwegende dat Syrië in 1963 de noodtoestand heeft uitgeroepen en de Syrische noodwet tot op de dag van vandaag niet heeft ingetrokken,

Bahrein

G. whereas on 14 February, the ‘Day of Rage’ peaceful protesters gathered in central Manama in order to call for a new constitution,

H. overwegende dat veiligheidstroepen, in antwoord op deze vreedzame protesten, fors geweld hebben gebruikt waarbij zij de vreedzame betogers met traangas en rubber kogels bestookten,

I.   overwegende dat Saudische troepen Bahrein zijn binnengetrokken met als verklaard doel de essentiële infrastructuur, zoals olie-installaties, te beschermen,

J.   overwegende dat leden van de veiligheidstroepen naar verluidt dokters van het Salmaniya ziekenhuis die probeerden de gewonden op straat te helpen, hebben mishandeld,

Jemen

K. overwegende dat de democratiseringsbeweging in Jemen sinds januari 2011 aan kracht heeft gewonnen, hetgeen tot de recente betogingen voor democratie in de straten van Sanaa heeft geleid,

L.  overwegende dat sluipschutters op 18 maart 2011 het vuur openden op voor democratie betogende demonstranten in de hoofdstad Sanaa, waarbij meer dan 50 mensen werden gedood,

M. overwegende dat het parlement van Jemen op 23 maart 2011 heeft ingestemd met noodwetgeving die gedurende 30 dagen volmacht verleent voor aanvullende bevoegdheden met betrekking tot arrestatie, detentie en censuur,

N. overwegende dat op 1 april duizenden demonstranten in Sanaa de straat op gingen uit protest tegen president Ali Abdullah Saleh; overwegende dat veiligheidstroepen op dezelfde dag het vuur openden op demonstranten in de Jemenitische stad Taiz waarbij ten minste 12 doden en nog veel meer gewonden vielen,

O. overwegende dat Jemen het armste land van het Midden-Oosten is met slinkende olievoorraden, een groeiende bevolking, een zwakke centrale regering, een groeiend watertekort en weinig investeringen in de nationale economie,

1.  dringt erop aan dat de regeringen van Syrië, Bahrein en Jemen de bescherming van demonstranten garanderen, het recht van demonstraten om deel te nemen aan vreedzame betogingen eerbiedigen en de vrijheid van meningsuiting waarborgen;

2.  roept de regeringen van Syrië, Bahrein en Jemen op het gebruik van geweld tegen vreedzame demonstranten onmiddellijk te staken; doet een dringend beroep op de veiligheidstroepen om bij hun respons op betogingen de grootst mogelijke zelfbeheersing te betrachten;

3.  dringt er bij de regeringen van Syrië, Bahrein en Jemen op aan de willekeurige arrestatie en detentie van politieke activisten en beschermers van mensenrechten te staken;

4.  acht het voor de regeringen van Syrië, Bahrein en Jemen noodzakelijk om te streven naar meer democratisering en om onverwijld democratische hervormingen door te voeren door middel van nieuwe wetten die de politieke participatie en de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld verbreden;

5.  neemt kennis van het besluit van de Syrische president Bashar al-Assad om een juridische commissie in het leven te roepen die de intrekking van noodwetten moet onderzoeken; dringt er bij de commissie op aan te streven naar intrekking van de noodwetgeving uit 1963;

6.  doet een beroep op alle bij de onderhandelingen over de machtsdeling in Jemen betrokken partijen om zich uiterst terughoudend op te stellen en alle noodzakelijke maatregelen te nemen om deze situatie onder controle te brengen zonder dat het tot verdere gewelddadigheden komt;

7.  onderstreept dat het uitroepen van de noodtoestand in een willekeurige staat, de regering van die staat niet ontslaat van haar fundamentele plicht om de rechtsstaat te handhaven, noch van haar internationale verplichtingen met betrekking tot de mensenrechten;

8.  dringt er bij de regeringen van Syrië, Bahrein en Jemen op aan een onafhankelijk en transparant onderzoek in te stellen naar het optreden van de veiligheidstroepen en ieder lid van de veiligheidsdiensten dat met scherp op ongewapende demonstranten heeft geschoten of hiertoe opdracht heeft gegeven, ter verantwoording te roepen; dringt aan op een onderzoek in Bahrein naar aantijgingen inzake buitenlandse inmenging bij het aanzetten van demonstranten tot geweld;

9.  doet een beroep op de Syrische autoriteiten om een eind te maken aan overheidscensuur op plaatselijke en buitenlandse publicaties en de overheidscontrole op kranten en andere uitgaven te beëindigen;

10. dringt er bij de regering van Syrië op aan het hooggerechtshof voor staatsveiligheid op te heffen en een onafhankelijke juridische commissie op te richten voor de behandeling van de nog bij dit hooggerechtshof lopende rechtszaken;

11. veroordeelt het besluit van het parlement van Jemen om nieuwe noodwetgeving in te voeren en dringt er bij de autoriteiten op aan verandering te bewerkstelligen door middel van hervormingen en een dialoog met de demonstranten in plaats van het gebruik van geweld;

12. roept de autoriteiten van de drie landen op om publiekelijk verantwoording af te leggen voor alle mensen die om het leven zijn gekomen, gewond zijn geraakt of nog worden vermist;

13. dringt er bij de Bahreinse autoriteiten op aan het neutrale karakter van verstrekking van gezondheidszorg te eerbiedigen en roept hen op alle medische medewerkers die onlangs werden gearresteerd vrij te laten en, indien de aantijgingen waar blijken te zijn, de voor deze situatie verantwoordelijke veiligheidsfunctionarissen te laten berechten;

14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regeringen van Jemen, Syrië en Bahrein.

Juridische mededeling - Privacybeleid