Ontwerpresolutie - B7-0286/2011Ontwerpresolutie
B7-0286/2011

    ONTWERPRESOLUTIE inzake de herziening van de Wet voor Kleine Ondernemingen

    4.5.2011

    naar aanleiding van vragen voor mondeling antwoord B7‑0301/2011 en B7‑0302/2011
    ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement

    Bendt Bendtsen namens de PPE-Fractie
    Edit Herczog namens de S&D-Fractie
    Fiona Hall, Jürgen Creutzmann namens de ALDE-Fractie
    Reinhard Bütikofer, Raül Romeva i Rueda namens de Verts/ALE-Fractie
    Giles Chichester namens de ECR-Fractie
    Niki Tzavela namens de EFD-Fractie


    Procedure : 2011/2667(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B7-0286/2011

    B7‑0286/2011

    Resolutie van het Europees Parlement inzake de herziening van de Wet voor Kleine Ondernemingen

    Het Europees Parlement,

    –   gezien de mededeling van de Commissie van 23 februari 2011 getiteld "Evaluatie van de 'Small Business Act' voor Europa" (COM(2011)0078),

    –   gezien zijn resolutie van 10 maart 2009 over de "Small Business Act"[1],

    –   gezien zijn resolutie van 16 februari 2011 over de praktische aspecten met betrekking tot de herziening van EU‑instrumenten om MKB‑financiering in de komende programmeringsperiode te ondersteunen[2],

    –   gezien artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

    A. overwegende dat de 23 miljoen kleine en middelgrote ondernemingen (MKB) in de Europese Unie, die circa 99% van het bedrijfsleven vertegenwoordigen en zorgen voor meer dan 100 miljoen banen, een fundamentele bijdrage leveren tot economische groei, sociale cohesie en het scheppen van banen, een belangrijke bron van innovatie zijn, een doorslaggevende rol spelen bij het ondersteunen en verruimen van de werkgelegenheid, en bijdragen tot verwezenlijking van de hoofddoelen van de kerninitiatieven van de strategie Europa 2020,

    B.  overwegende dat de Wet voor Kleine Ondernemingen (WKO) gegrondvest is op een aantal belangrijke beleidspijlers zoals beschikbaarheid van financiële middelen, toegang tot markten (interne markt, internationale markten, overheidsaanbestedingen) en betere regelgeving; overwegende dat in de lidstaten uiteenlopende en vaak onbetekenende vooruitgang wordt geboekt op het gebied van concrete maatregelen ter verbetering van het bedrijfsklimaat voor het MKB, hoewel de politiek verklaart zich gebonden te achten aan de beginselen in de WKO,

    C. overwegende dat het MKB nog steeds aanzienlijke problemen ondervindt bij de uitbreiding van zijn werkzaamheden, verbetering van zijn vermogen te innoveren en toegang te krijgen tot markten, en dat deze problemen voornamelijk voortkomen uit de moeilijkheden waarop het MKB stuit bij het krijgen van financiering en de aanhoudende administratieve belasting die verder moet worden beperkt;

    D. overwegende dat het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (KCI) geslaagd is gebleken, dat er 100 000 kleine en middelgrote bedrijven aan het programma deelnemen en dat dat aantal naar verwachting vóór afloop van het programma in 2013 nog zal zijn toegenomen,

    Tenuitvoerlegging WKO

    1.  spreekt zijn waardering uit voor de herziening van de WKO door de Commissie en spreekt zijn steun uit voor de nieuwe voorstellen die gericht zijn op verdere verbetering van de beschikbaarheid van financiering, uitbreiding van de markttoegang en aanhoudende ontbureaucratisering via meer sturing en toezicht en via slimme regelgeving en maatregelen zoals het overzicht van de prestaties van het MKB;

    2.  spreekt voorts zijn waardering uit voor de geslaagde aanneming van vrijwel alle wetgevingsvoorstellen in het kader van de WKO; verzoekt de lidstaten met klem onverwijld het laatste overgebleven voorstel over het Statuut van de Europese particuliere onderneming aan te nemen, waardoor het MKB in staat zou worden gesteld in de hele EU zaken te doen terwijl de kosten worden beperkt en de groei in deze sector wordt aangemoedigd via bevordering van de in de WKO aangekondigde beperking van de administratieve druk met 25%, via een bijdrage tot de doelmatigheid van de wet inzake de interne markt, bestrijding van eventueel protectionistisch beleid van lidstaten en stimulering van het bedrijfsleven;

    3.  verzoekt de lidstaten de herziene richtlijn vertraagde betalingen snel ten uitvoer te leggen om trage betalingen en de ongunstige gevolgen daarvan voor met name het MKB, doelmatig te bestrijden; verzoekt de Commissie in dit opzicht eveneens het goedgekeurde proefproject uit te voeren om het MKB te steunen bij het opzetten van doelmatige systemen van kredietbeheer, waardoor de grensoverschrijdende invordering van schulden wordt vergemakkelijkt;

    4.  wijst erop dat de mate van uitvoering van in de WKO voorziene maatregelen per lidstaat verschilt; verzoekt de lidstaten met klem te dien einde hun hierop gerichte inspanningen op te voeren en tijdens de volgende zitting van de Raad van mededingingsvermogen concrete toezeggingen te doen;

    5.  is van mening dat er via het regelmatige toezicht door de Commissie voor moet worden gezorgd dat de tenuitvoerlegging plaatsvindt op stelselmatige en omvattende wijze; is van mening dat de Commissie moet beschikken over doelmatiger instrumenten om de lidstaten aan te moedigen de beginselen van de WKO uit voeren en verzoekt haar jaarlijks verslag te doen van de vooruitgang die op Europees en lidstaatniveau is geboekt bij de tenuitvoerlegging van de WKO;

    6.  spreekt zijn waardering uit voor de benoeming door de Commissie van de nieuwe MKB‑gezant, en steunt diens opdracht in het oog te houden welke vooruitgang in de lidstaten wordt geboekt bij de tenuitvoerlegging van de WKO, en de belangen van het MKB in de hele Commissie te bevorderen en er met name voor te zorgen dat het beginsel "Eerst kleinschalig denken" doelmatig ten uitvoer wordt gelegd; verzoekt de lidstaten nationale MKB‑gezanten te benoemen om het MKB‑beleid te coördineren en de tenuitvoerlegging van de WKO in uiteenlopende overheden te sturen;

    7.  verzoekt de Commissie gezien de dwarsrol van het MKB‑beleid en om de logische opzet van het beleid te waarborgen, in de desbetreffende DG (zoals onderzoek, milieu, interne markt , werkgelegenheid en handel) adjunct-directeurs-generaal voor het MKB te benoemen die nauw zouden moeten samenwerken met de MKB‑gezant;

    8.  stelt met verontrusting vast dat de MKB‑proef aldus de Commissie met name op nationaal niveau niet in alle nieuwe wetgevingsvoorstellen naar behoren is uitgevoerd; verzoekt de lidstaten en de Commissie dan ook erop toe te zien dat alle nieuwe wetgeving wordt beoordeeld op de mogelijke gevolgen daarvan voor het MKB, en dat de MKB‑proef regelmatig wordt gedaan als deel van effectbeoordelingen; verzoekt de Commissie voorts op de grondslag van optimale werkmethoden minimumnormen en –eisen voor te stellen om de MKB‑proef op EU- en nationaal niveau toe te passen;

    9.  onderstreept dat effectbeoordelingen volledig onafhankelijk moeten worden verricht en altijd gebaseerd moeten zijn op een gefundeerde en objectieve analyse van de mogelijke gevolgen; is daarom van mening dat leden van de dienst voor effectbeoordelingen door het Europees Parlement en de Raad moeten worden benoemd op basis van een Commissievoorstel, en dat zij niet langer de opdrachten van de voorzitter van de Commissie moeten uitvoeren; stelt voor dat de MKB‑gezant permanent lid is van de dienst voor effectbeoordelingen om erop toe te zien dat de MKB‑proef correct wordt uitgevoerd;

    Slimme regelgeving

    10. waarschuwt tegen aanhoudende bureaucratie en administratieve druk die voor het MKB belangrijke hindernissen vormen; spreekt zijn waardering uit voor het standpunt van de Commissie dat lidstaten "vergulding" moeten vermijden door bij de omzetting van richtlijnen in nationaal recht verder te gaan dan hetgeen door de EU‑wetgeving wordt geëist; is van mening dat lidstaten bij de omzetting van Europese richtlijnen in nationale wetgeving correlatietabellen moeten hanteren en aldus duidelijk aangeven welk deel van het voorstel afkomstig is uit de Europese en welke uit de aanvullende nationale wetgeving;

    11. wijst op de betekenis van e‑overheid en het "slechts eenmaal"-beginsel, dat erop neerkomt dat instanties verzoeken om informatie niet mogen herhalen;

    12. spreekt zijn waardering uit voor de hernieuwde pogingen die de Commissie in haar mededeling doet om de verlaging van de administratieve druk op het MKB op nationaal niveau vooruit te helpen, daar niet alle lidstaten nationale beperkingsdoelen hebben ingediend of daaraan voldoen; verzoekt de lidstaten om een krachtiger politieke inzet bij de bepaling en meer inspanning bij de handhaving van deze doelen;

    13. wijst erop dat de administratieve druk omgekeerd evenredig is aan de omvang van de onderneming en dringt derhalve aan op onderscheid tussen micro-, kleine en middelgrote ondernemingen; wijst erop dat micro-ondernemingen (<10 werknemers) 91,8% van alle ondernemingen in de EU uitmaken en daarom meer aandacht en de dienovereenkomstige maatgesneden benadering verdienen;

    Toegang tot financiering

    14. wijst erop dat een geslaagde strategie voor de bevordering van een innovatief MKB niet gegrondvest moet zijn op het aanbieden van meer subsidies, maar op de totstandbrenging van een bedrijfsklimaat waarin het MKB meer vrijheid heeft en betere toegang tot alle vormen van krediet en financieringsinstrumenten, zoals subsidies, garanties en aandelenfinanciering; stelt vast dat innovatie steeds gepaard gaat met een zekere mate van mislukking , en wijst dus op het belang van "tweede kans"-financiering voor mislukte MKB‑ondernemers, mits deze geen fraude hebben gepleegd;

    15. dringt met name aan op verbetering van de toegang tot financiële steun voor de eerste stadia van innovatie in de vorm van aanloopfinanciering, financiering door natuurlijke personen of groepen natuurlijke personen die geregeld risicokapitaal beleggen, ("business angels") en meer financiering met aandelen of semi-aandelenkapitaal voor startende ondernemingen en kleine innoverende bedrijven, zowel op EU‑niveau als op regionaal en lokaal niveau; wijst er wat dit betreft op dat er een Europees Fonds voor Risicokapitaal moet worden opgericht; meent dat de Europese Unie het aantal permanente producten met risicodeling die de Europese Investeringsbank (EIB) aanbiedt via de risicodelende financieringsfaciliteit (RSFF) moet uitbreiden;

    16. is van mening dat er, daar de nieuwe Basel III-eisen die aan banken worden gesteld ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de wijze waarop zij het MKB financieren, specifieke aandacht moet worden geschonken aan een omvattende MKB‑proef als deel van de effectbeoordeling voor de vierde RKV die momenteel wordt opgesteld, en dat er op EU‑niveau meer nadruk moet worden gelegd op terbeschikkingstelling van garantieprogramma's als alternatieve financieringsmethode;

    17. spreekt in dit opzicht zijn waardering uit voor het feit dat de EIB 1 miljard EUR ter beschikking heeft gesteld om namens haar door het Europees Investeringsfonds te worden geïnvesteerd als Mezzanine Groeifaciliteit via investeringsfondsen die gericht zijn op groeiende, innovatieve en mededingingskrachtige kleine en middelgrote bedrijven in heel Europa; dringt daarom aan op verdere uitbreiding van de kredieten voor deze financiële instrumenten, daar zij bijdragen tot bevordering van de innovatie die de grondslag is van het Europese mededingingsvermogen;

    18. spreekt zijn krachtige steun uit voor het KCI en het aangetoonde succes ervan en waarschuwt voor mogelijke gevolgen voor zijn doelmatigheid en soepelheid indien de opzet wordt gewijzigd na een eventueel samengaan met het toekomstige onderzoeksprogramma van de EU; dringt erop aan dat het KCI een onafhankelijk kernprogramma ten behoeve van het MKB blijft; in het toekomstige KCI moet een specifieke WKO‑begrotingslijn ten uitvoer worden gelegd om de specifieke WKO‑prioriteiten te financieren;

    19. betreurt dat eind 2009 via bemiddelende banken slechts 75% van het totale bedrag van 21 miljard EUR aan financiële steun volledig beschikbaar was gesteld aan niet meer dan 50 000 van de 23 miljoen kleine en middelgrote ondernemingen; dringt dan ook aan op maatregelen om betalingsmechanismen, met name het systeem van bemiddelende partnerbanken, doorzichtiger, toegankelijker en doelmatiger te maken om te voorkomen dat er tekorten ontstaan en om het nagestreefde doel te kunnen verwezenlijken tussen 2008 en 2011 het volledige bedrag van 30 miljard EUR uit te lenen aan MKB;

    Markttoegang

    20. spreekt zijn waardering uit voor de aanneming van de wet inzake de interne markt, die gegrondvest is op een in initiatief dat het Europees Parlement heeft genomen in aansluiting op het verslag-Monti; spreekt met name zijn waardering uit voor wetgevende maatregelen die het MKB in staat stellen ten volle de vruchten te plukken van de interne markt , zoals Europese voorschriften voor risicokapitaalfondsen, herziene BTW‑voorschriften en vereenvoudiging van de jaarrekeningenrichtlijnen; verzoekt de Raad zich onomwonden vast te leggen op tenuitvoerlegging van de wet inzake de interne markt , met name door zijn prioritaire maatregelen vóór eind 2012 aan te nemen; verzoekt de Commissie en de Raad zorgvuldig de belangen van het MKB te overwegen voor alle maatregelen tijdens dit hele proces;

    21. is van mening dat de dialoog tussen MKB en aanbestedende overheidsdiensten moet worden verdiept om het voor het MKB gemakkelijker te maken mee te doen aan aanbestedingsprocedures; stelt in deze zin voor mogelijkheden te verkennen om het MKB te helpen samenwerkingsverbanden en consortia te vormen en gezamenlijk mee te bieden tijdens inschrijvingsprocedures; verzoekt de Commissie een effectbeoordeling uit te voeren en na te gaan of de drempels voor overheidsaanbestedingen van de EU kunnen worden verhoogd, waardoor het MKB zou kunnen meedoen aan overeenkomsten waarvoor anders specifieke eisen zouden gelden waardoor zij buiten zijn bereik zouden vallen; verzoekt de Commissie na te gaan hoe de publicatie van alle kennisgevingen van overheidsaanbestedingen overal in Europa kan worden verbeterd en hoe een eind kan worden gemaakt aan de administratieve druk die Europese bedrijven ervan weerhoudt zich in te laten met grensoverschrijdende openbare aanbestedingen; verzoekt alle lidstaten de Europese gedragscode ter vergemakkelijking van de toegang van het MKB tot overheidsopdrachten stelselmatiger toe te passen;

    22. verzoekt de Commissie er, in de voorstellen voor modernisering van het Europese normenstelsel die binnenkort worden ingediend, voor te zorgen dat de belangen van het MKB naar behoren vertegenwoordigd zijn in de Europese normeringsorganen en dat de normen toegankelijker worden voor het MKB;

    23. wijst op de rol van initiatieven zoals het Onderzoeksinitiatief Kleine Bedrijven (SBRI) dat overheidsorganen helpt onderzoek en ontwikkeling te betrekken van kleine bedrijven, om oplossingen te vinden voor behoeften van de overheid en tegelijkertijd de ontwikkeling van innovatieve producten en diensten te bevorderen;

    MKB-steun

    24. herhaalt zijn voorgaande verzoek tot oprichting van nationale specifieke fysieke of virtuele informatiecontactpunten en steunagentschappen voor het MKB in aansluiting op het "één loket"-beginsel, die toegang bieden tot diverse bronnen van informatie en ondersteunende diensten, die zijn ingericht overeenkomstig de levenscyclus van een bedrijf;

    25. is van mening dat kleine bedrijven moeten worden bijgestaan om hun mededingingsvermogen op de internationale markt op te voeren door: vergroting van hun uitvoervermogen; verspreiding van informatie over programma's en initiatieven die de toegang tot de internationale markten en het doordringen van goederen en diensten van het MKB vergemakkelijken; ervoor te zorgen dat de belangen van kleine bedrijven naar behoren vertegenwoordigd zijn in bi- en multilaterale handelsbesprekingen;

    Onderzoek en innovatie

    26. dringt erop aan de financiering van onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I) te blijven vereenvoudigen en programma's naar behoren te beheren, met name ten behoeve van het MKB, zoals uiteengezet in de resoluties van het Europees Parlement van 11 november 2010 over het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de kaderprogramma's voor onderzoek, en van 16 februari 2011 over praktische aspecten met betrekking tot de herziening van EU‑instrumenten om MKB-financiering in de komende programmeringsperiode te ondersteunen;

    27. spreekt zijn waardering uit voor het voornemen van de Commissie lichtere administratieve en financiële voorschriften voor het MKB voor te stellen, alsook een reeks gestroomlijnde instrumenten ter uitbreiding van zijn innovatievermogen gedurende de gehele innovatiecyclus, met inbegrip van niet-technische innovatie, binnen het toekomstige financieringskader voor Onderzoek en Innovatie en, met name, de programma's die KP7 en KCI opvolgen; wijst de Commissie er nogmaals dat het belangrijk is te zorgen voor steun voor het MKB ter plaatse, bij voorbeeld door innovatiecentra, kamers van koophandel, bedrijfsorganisaties en innovatieclusters erbij te betrekken;

    28. dringt erop aan dat er één enkel Europees octrooi wordt aangenomen en dat instrumenten en programma's verder worden ontwikkeld en op Europees niveau gecoördineerd (zoals innovatiebonnen) als zij het vermogen van het MKB om met innovatie om te gaan bevorderen, alsook zijn toegang tot onderzoeks- en innovatiediensten en andere op kennis gebaseerde bedrijfsdiensten (bedrijfsmodellen, gevarenbeoordeling, enz.); wijst met name op de gunstigste methoden van de lidstaten in universiteiten gevestigde centra voor technologieoverdracht op te zetten die de toegang van het MKB tot O&O vergemakkelijken; verzoekt de Commissie te beoordelen of het haalbaar is een Europees patentfonds op te zetten om deze technologieoverdrachten tussen onderzoekscentra en bedrijven, met name innovatieve MKB, te vergemakkelijken;

    29. verzoekt de nationale regeringen te overwegen aan innovatieve beginnende kleine bedrijven gedurende de eerste jaren van de bedrijfsvoering belastingstimuli toe te kennen;

    Vaardigheden, onderwijs en beroepsopleiding

    30. betreurt dat er in de WKO onvoldoend aandacht is voor sociale en arbeidsmarktproblemen die van invloed zijn op het ondernemerschap en het vermogen van het MKB zijn werkgelegenheidmogelijkheden ten volle te benutten en werknemers aan te trekken die beschikken over de benodigde vaardigheden;

    31. erkent dat groei en innovatie voor het grootste deel voortkomen uit door ondernemers geleide MKB; benadrukt dat er meer aandacht moet worden besteed aan bevordering van de ontwikkeling van ondernemersgeest op ieder niveau van onderwijs en opleiding, door in het middelbaar onderwijs innovatieve methoden toe te passen zoals werkelijke mini-bedrijven ; wijst op het belang van steun voor de ontwikkeling van de leidinggevende en digitale vaardigheden waaraan het MKB behoefte heeft om in het huidige marktklimaat te kunnen slagen;

    32. verzoekt de Commissie en de lidstaten initiatieven te ontwikkelen en te bevorderen om de behoefte van het MKB aan vaardigheden beter te kunnen bepalen en voorspellen, met name om de bedrijven in staat te stellen duurzamer te werk te gaan, en om strategieën op te zetten voor ondernemerschapsonderwijs en beroepsopleidingen op de grondslag van optimale werkmethoden in de lidstaten;

    33. verzoekt de Commissie het programma "Erasmusprogramma's voor jonge ondernemers" permanent te maken en voldoende financiële middelen ter beschikking te stellen, gezien de uiterst bemoedigende resultaten van de voorbereidende werkzaamheden, zelfs al loopt het programma nog op beperkte schaal;

    Efficiënt gebruik van hulpbronnen

    34. spreekt er zijn waardering voor uit dat de Commissie erkent dat het MKB een sleutelrol moet spelen bij de overstap op een economie die haar grondstoffen doelmatig gebruikt; is van mening dat het halen van doelen op het gebied van doelmatig grondstoffengebruik een waardeketen-aanpak vergt; verzoekt de Commissie dan ook om gecoördineerde sectorale MKB‑projecten en ‑activiteiten die gericht zijn op het inventariseren van potentiële innovaties met betrekking tot grondstoffenefficiënte innovaties in de waarde- en aanvoerketen;

    35. spreekt zijn waardering uit voor het Commissievoorstel een eco‑innovatie-actieprogramma aan te nemen; dringt aan op ambitieuze maatregelen om het MKB te steunen bij de invoering van eco‑innovatieve oplossingen in alle fasen van de waardeketen, met inbegrip van ontwerp; is van mening dat het noodzakelijk is meer kredieten uit te trekken voor initiatieven in deze sector via, bij voorbeeld, het toekomstige KCI, maar eveneens door gerichte inzet van de structuurfondsen; verzoekt de Commissie om de twee jaar verslag te doen van de vooruitgang die de lidstaten hebben geboekt bij de bevordering van eco‑innovatie door het MKB;

    36. wijst op de mogelijkheden waarover het MKB beschikt om energie te besparen, daar momenteel slechts ten hoogste 24% van het MKB actief betrokken is bij acties ter beperking van de gevolgen die het heeft voor het milieu; wijst erop dat de uitvoering van rendabele energiebesparingsmaatregelen het MKB zou helpen zijn energierekeningen terug te brengen en zijn herinvesteringsvermogen op te voeren; is daarom van mening dat er dringend behoefte bestaat aan bevordering van de verbetering van de kennis omtrent koolstofarm opereren bij kleine en middelgrote ondernemers; wijst erop dat er voor iedere kleine of middelgrote onderneming ten minste één financieel adviseur beschikbaar is, maar dat slechts een zeer gering aantal deskundigen het MKB voorziet van advies inzake energiebesparing en doelmatig energiegebruik;

    37. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, en aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.