Procedure : 2011/2794(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0521/2011

Ingediende teksten :

B7-0521/2011

Debatten :

PV 29/09/2011 - 3
CRE 29/09/2011 - 3

Stemmingen :

PV 29/09/2011 - 10.4
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0431

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 123kWORD 72k
20.9.2011
PE472.702v01-00
 
B7-0521/2011

naar aanleiding van de verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de toekomst van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering


Pervenche Berès, Marian Harkin namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Resolutie van het Europees Parlement over de toekomst van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering   
B7‑0521/2011

Het Europees Parlement,

–   gezien het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (IA) (1), waaruit de oprichting van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is voortgekomen,

–   gezien Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(2),

–   gezien Verordening (EG) nr. 546/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1927/2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(3),

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van 25 juni 2002de Raad inzake het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(4),

–   gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Een begroting voor Europa 2020 " (COM(2011)0500),

–   gezien de verslagen die de Commissie ieder jaar opstelt over de werking van het EFG,

–   gezien de conferenties van belanghebbenden die de Commissie in januari en maart 2011 met lidstaten en vertegenwoordigers van de sociale partners heeft gehouden over de toekomst van het EFG,

–   gezien de resoluties die het sinds januari 2007 heeft aangenomen over het inzetten van het EFG, waarvan de opmerkingen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) over de achtereenvolgende toepassingen deel vormen,

–   gezien zijn resolutie van 7 september 2010 inzake de financiering en de werking van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering(5), waarin het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) van 24 juni 2011 is opgenomen,

–   gezien zijn resolutie van 8 juni 2011 met de titel "Investeren in de toekomst: een nieuw meerjarig financieel kader (MFK) voor een concurrerend, duurzaam en integratiegericht Europa(6)",

–   gezien de beraadslagingen van de speciale werkgroep EFG van de Commissie EMPL,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het EFG is opgezet om maatregelen te steunen ten bate van de werknemers die het meest te lijden hebben onder massaontslagen ten gevolge van de globalisering of van de financiële en economische crisis in de Europese Unie, met als doel bevordering van de terugkeer in het arbeidsproces;

B.  overwegende dat het EFG in de meeste gevallen is ingezet voor ontslagen ten gevolge van de financiële en economische crisis;

C. overwegende dat de Commissie voorstelt de tijdelijke afwijking die het mogelijk maakt dat het EFG wordt gebruikt om werknemers te steunen die zijn ontslagen ten gevolge van de financiële en economische crisis, te verlengen tot eind 2013;

D. overwegende dat het EFG is opgezet als instrument voor snel ingrijpen in geval van massaontslagen, om te voorkomen dat er langdurige werkloosheid ontstaat in moeilijke omstandigheden op de arbeidsmarkt; overwegende dat het oorspronkelijke doel van het EFG als instrument is binnen korte tijd dringende en onverwachte arbeidsmarktproblemen te verlichten die het gevolg zijn van het ontslag van een groot aantal werknemers door grote bedrijven of door het mkb die in een bepaalde sector of regio actief zijn; wijst er tegelijkertijd andermaal op dat de langetermijndoelen in het kader van strategie Europa 2020, die opvoering van het aantal banen en de inzetbaarheidspercentages beogen door het Europees Sociaal Fonds (ESF) worden gesteund;

E.  overwegende dat is geconstateerd dat de langdurige procedure om het EFG op gang te brengen één van de belangrijkste tekortkomingen is van de desbetreffende verordening;

F.  overwegende dat een aantal lidstaten worstelt met het inzetten van het EFG omdat het vinden van aangepaste nationale kredieten op problemen stuit;

G. overwegende dat het EFG bijdraagt tot het vinden van innovatieve maatregelen om de inzetbaarheid van werknemers op te voeren;

H. overwegende dat de huidige EFG-verordening soepel genoeg is gebleken om in de hele EU te worden toegepast in uiteenlopende arbeidsmarktsystemen en situaties;

I.   overwegende dat uit het EFG maatregelen zijn gefinancierd die de door het ESF gefinancierde maatregelen aanvullen, in combinatie met gedurende opleiding en heropleiding toegekende toelagen;

1.  wijst er nogmaals op het EFG is opgezet om aan te tonen dat de EU solidair is met werknemers die het slachtoffer zijn van massaontslagen tengevolge van de globalisering en dat het in 2009 als deel van het herstelprogramma is uitgebreid tot ontslagen tengevolge van de financiële en economische crisis;

2.  erkent de toegevoegde waarde van het EFG als instrument voor snel ingrijpen met beperkt toepassingsgebied om actieve maatregelen op het gebied van de arbeidsmarkt mee te financieren om werknemers die hun baan zijn kwijtgeraakt te helpen opnieuw de arbeidsmarkt te betreden; wijst er eveneens op dat de nadruk in de toekomst moet vallen op duurzaam arbeidsmarktbeleid; moedigt de lidstaten aan van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering gebruik te maken om de Europese doelstellingen te halen en nieuwe vaardigheden, ook in verband met nieuwe duurzame "groene" kwaliteitsbanen, te bevorderen;

3.  stelt verheugd vast dat het EFG in de jaren 2009 en 2010 ca. 10% van alle ontslagen werknemers in de EU heeft kunnen steunen en neemt ter kennis dat 40% van alle werknemers die in 2009 voor EFG-steun in aanmerking kwamen erin zijn geslaagd opnieuw een baan te vinden, ondanks de negatieve gevolgen die de financiële en economische crisis met zich meebracht voor de arbeidsmarkt;

4.  steunt het Commissievoorstel het EFG voort te zetten nadat het huidige MFK is afgelopen, en dringt erop aan dat de situatie met betrekking tot boeren en mensen met arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur zo spoedig mogelijk wordt verduidelijkt;

5.  dringt erop aan het vernieuwde EFG nauw te koppelen aan een Europees kader voor herstructurering, dat noodzakelijk is om vooruit te kunnen denken en overgangen te beheren;

6.  is van mening dat de grootste toegevoegde waarde die een vernieuwd EFG zou kunnen opleveren zou bestaan uit daadwerkelijke steun voor opleiding en heropleiding van werknemers om hen aan het werk te krijgen in moeilijke arbeidsmarktomstandigheden ten gevolge van de onvoorziene herstructurering van bedrijven of sectoren, die aanleiding is tot vaardigheidsincompatibiliteit of deze verergert; wijst erop dat een dergelijk instrument een waardevolle aanvulling zou geven op de door het ESF gefinancierde maatregelen die hoofdzakelijk gericht zijn op aanpassing aan mondiale uitdagingen met het oog op duurzame economische groei; wijst er voorts op dat dit instrument enerzijds zou zorgen voor EU-solidariteit met werknemers die het slachtoffer zijn van herstructurering, en dat alle lidstaten anderzijds gebruik zouden kunnen maken van zijn tijdige, gerichte en maatgesneden ingrijpen ter voorkoming van langdurige werkloosheid;

7.  acht de invoering van snellere procedures voor ingrijpen, om het mogelijk te maken dat het EFG doelmatiger en sneller wordt ingezet, het voornaamste probleem dat in de toekomst moet worden opgelost;

8.  houdt rekening met de pogingen van de Commissie levensvatbare oplossingen voor te stellen om de duur van de aanvraag- en inzetprocedure te beperken tot ten hoogste zes maanden tussen datum van aanvraag en uitkering van de gelden aan de lidstaat in kwestie, overeenkomstig de voor het EFG momenteel vastgelegde wetgevende en begrotingsprocedures; stelt echter vast dat er in de vier jaar dat het EFG functioneert geen vooruitgang is geboekt, en verzoekt de lidstaten met klem de werking te versnellen door de maatregelen binnen het toepassingsgebied vroegtijdig uit te voeren zonder daardoor de lidstaten met begrotingsproblemen te benadelen;

9.  stelt dan ook voor een eigen begrotingslijn in het leven te roepen voor het EFG als Gemeenschapsinstrument om een snellere, doelmatiger procedure in te stellen die het mogelijk maakt om binnen twee maanden na de datum van registratie van hun aanvraag, voorschotten uit te keren aan lidstaten die daarom vragen;

10. dringt erop aan dat in het toekomstige EFG overeenkomstig de doelen van de strategie Europa 2020 krachtig de nadruk wordt gelegd op innovatie, en verzoekt de Commissie om voorstellen om het mogelijk te maken een plaatselijke, regionale of nationale crisis die een aanzienlijk verlies van banen tot gevolg heeft, eveneens te bezien in het kader van het EFG;

11. wijst erop dat de Commissie ervoor dient te zorgen dat de aangenomen maatregelen samenhang vertonen en verenigbaar zijn met de doelen van de strategie Europa 2020, en een deel van haar begroting voor technische bijstand moet gebruiken voor bevordering en verspreiding van optimale werkmethoden en wederkerige leerprocessen;

12. dringt er bij de Commissie op aan dat zij zorgt voor samenhang tussen op bedrijven en sectoren gerichte EFG-acties inzake mededingingsvoorschriften en industriebeleid van de EU;

13. dringt erop aan dat de toekomstige EFG-verordening wordt verbeterd om ervoor te zorgen dat het Fonds geen aanleiding is tot het ontstaan van oneerlijke praktijken bij internationale ondernemingen;

14. wijst erop dat de sociale partners en de plaatselijke autoriteiten in hoge mate moeten worden betrokken bij de aanvraagprocedure en vooral bij de opzet van het gecoördineerde pakket maatregelen; herhaalt dat de sociale partners moeten deelnemen aan het toezicht op de tenuitvoerlegging en de beoordeling van de resultaten voor de werknemers;

15. verzoekt de Commissie met klem manieren te onderzoeken om te voorkomen dat EFG-kredieten door multinationale bedrijven die nettowinst boeken niet-rechtstreeks worden gebruikt om hun kosten van een sociaal verantwoorde manier van herstructureren te beperken en onder hun verantwoordelijkheid uit te komen;

16. verzoekt de Commissie na te gaan waarom een aantal lidstaten nog geen beroep op het EFG heeft gedaan hoewel er sprake is geweest van massaontslagen, en dienovereenkomstig oplossingen voor te stellen om ervoor te zorgen dat de EFG-kredieten worden verdeeld in aansluiting op het doel van Unie de economische, sociale en territoriale samenhang en de solidariteit tussen de lidstaten te bevorderen (artikel 3 VWEU);

17. wijst erop dat het EFG uitsluitend de actieve maatregelen inzake de arbeidsmarkt moet blijven financieren die een aanvulling vormen op de maatregelen waarin de nationale wetgeving voorziet in geval van massaontslagen; stelt bovendien voor dat de door het EFG gesteunde toelagen voortaan steeds worden gecombineerd met opleidings- of heropleidingsmaatregelen die eveneens door het EFG worden gefinancierd, en dat zij geen toelagen vervangen waarin wordt voorzien door de nationale of Gemeenschapswetgeving of door collectieve overeenkomsten;

18. stelt verder voor het percentage van cofinanciering door het EFG gelijk te trekken met het percentage dat geldt voor de structuurfondsen in de lidstaat in kwestie;

19. verzoekt om aanvragen voor de levering van gegevens over medefinancieringsbronnen;

20. verzoekt de Commissie het tenuitvoerleggingsproces nauwgezetter te volgen om ervoor te zorgen dat de resultaten van de maatregelen voor alle werknemers even voordelig zijn, en om een gegevensbestand op te zetten van optimale werkmethoden en modellen;

21. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de parlementen en de regeringen van de lidstaten.

(1)

PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1

(2)

PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(3)

PB L 167 van 29.6.2009, blz. 26.

(4)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(5)

P7_TA(2010)0303.

(6)

P7_TA(2011)0266.

Juridische mededeling - Privacybeleid