Procedure : 2011/2899(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0579/2011

Ingediende teksten :

B7-0579/2011

Debatten :

PV 14/02/2012 - 3
CRE 14/02/2012 - 3

Stemmingen :

PV 16/02/2012 - 8.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0052

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 122kWORD 71k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0579/2011
9.11.2011
PE472.790v01-00
 
B7-0579/2011

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de bijdrage van het gemeenschappelijk visserijbeleid aan de productie van collectieve goederen


Maria do Céu Patrão Neves namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de bijdrage van het gemeenschappelijk visserijbeleid aan de productie van collectieve goederen  
B7‑0579/2011

Het Europees Parlement,

–   gezien Verordening (EG) nr. 2371/2002 van 20 december 2002 van de Raad inzake de instandhouding en duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid,

–   gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982,

–   gezien de gedragscode van de FAO voor een verantwoorde visserij, goedgekeurd op 31 oktober 1995,

–   gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s "Rio +20: naar een groene economie en betere governance" (COM(2011)0363),

–   gezien de mededeling van de Commissie "Europa 2020 - Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei"(COM(2010)2020),

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat visserij een activiteit is die bedreven wordt in zeeën en andere hydrografische bekkens (brak en zoet water) zoals rivieren, meren, riviermondingen, enz. en dat er drie hoofdactiviteiten kunnen worden onderscheiden, te weten winning, verwerking en afzet;

B.  overwegende dat aquacultuur, zowel in zee als in zoetwater en zowel langs de kust als in volle zee, een belangrijke rol speelt omdat zij steeds vaker een aanvulling vormt op en een integrerend deel uitmaakt van de visserijsector;

C. overwegende dat de visserijactiviteiten belangrijke gevolgen hebben voor de kustgebieden, omdat zij bijdragen tot het kustbeheer en de maatschappelijke en economische dynamiek, wat bijzonder belangrijk is voor de kustgemeenschappen, die vaak een achterstand hebben als gevolg van banenschaarste en zwakke economieën;

D. overwegende dat de Europese visserijsector een aanzienlijke bijdrage levert aan de sociale ontwikkeling van diverse Europese regio's die in hoge mate afhankelijk zijn van deze activiteit, omdat de visserij direct en indirect, stroomopwaarts en stroomafwaarts, banen schept en in totaal goed is voor meer dan 350.000 banen in de visserij zelf en in de verwerkingsindustrie;

E.  overwegende dat de Europese visserijsector een belangrijke rol speelt in de economische groei van Europa, niet alleen via zijn kernactiviteit, waarmee hij met een jaarlijkse productie van 6,4 miljoen ton vis de vierde plaats op de wereldranglijst bekleedt, maar ook vanwege zijn waarde voor tal van verschillende sectoren zoals de farmaceutische en de cosmetische industrie, sport en toerisme;

F.  overwegende dat de Europese visserijsector ook in aanzienlijke mate bijdraagt tot de instandhouding van het milieu en de afzwakking van de gevolgen van de klimaatveranderingen, omdat hij de aanzet geeft tot een steeds breder scala aan wetenschappelijke studies die onze kennis vergroten van de dynamiek van oceanen, van ecosystemen en van de biologie van aquatische soorten die direct of indirect te maken hebben met de visserijactiviteiten;

G. overwegende dat het hervormde GVB de ecologische, sociale en economische duurzaamheid van de visserijsector moet waarborgen, zowel in de verschillende hydrografische bekkens als in de kustgebieden waar visserij wordt bedreven, hetgeen makkelijker te verwezenlijken zal zijn met een gedecentraliseerd beheersmodel waarmee de besluitvorming dichter bij de plaats van activiteit wordt gebracht en de belanghebbenden zelf meer verantwoordelijkheid krijgen;

1.  wijst er andermaal op dat visserij een belangrijke traditionele menselijke activiteit is die de betrokken leefgemeenschappen van oudsher voorziet van eiwitrijke en gezonde voeding en dat de visserij in deze tijd een economische en sociale meerwaarde oplevert en ook bijdraagt tot de voedselzekerheid en -onafhankelijkheid van de Europese Unie; is derhalve van oordeel dat het hervormde GVB de instandhouding van de visserij en haar drie hoofdactiviteiten - winning, verwerking en afzet - moet waarborgen in de traditionele visserijgebieden en binnen het kader van een duurzaam evenwicht tussen milieubescherming, sociale ontwikkeling en economische rentabiliteit;

2.  herinnert eraan dat de visserijsector economisch gezien goed is voor naar schatting 8 miljard euro aan aan land gebrachte vangsten, plus 3,2 miljard euro aan aquacultuurproducten en 23 miljard euro aan producten van de verwerkingsindustrie; dat sociaal gezien meer dan 40% van de Europese burgers aan de kust leven en profiteren van de multifunctionaliteit van de visserijactiviteiten;

3.  wijst erop dat de visserijsector, en met name de kleinschalige visserij, naast zijn drie traditionele activiteitengebieden en de meer zichtbare gevolgen daarvan op economisch en sociaal vlak, ook een rol van betekenis speelt op tal van andere gebieden, zoals cultuur, recreatie, toerisme, wetenschap, energie, milieu en opvoeding; benadrukt dat de visserijsector een multifunctionele dimensie heeft waardoor hij zorgt voor een breed scala aan collectieve goederen die ten goede komen aan de Europese burgers in het algemeen en niet alleen aan degenen die direct of indirect te maken hebben met de visserij, en is van mening dat dit feit moet worden erkend en naar waarde moet worden geschat;

4.  verzoekt de Commissie terdege rekening te houden met het feit dat de visserijsector op het culturele vlak een groot aantal voordelen oplevert vanwege zijn rol in de gastronomie, de etnografie, de geschiedenis, de literatuur, de museumkunde, enz.. De door visserijgemeenschappen georganiseerde zeeprocessies, proeverij van zeevruchten, historische re-enscenering van traditionele leefwijzen, thematische tentoonstellingen en andere visserijfestiviteiten of aanverwante activiteiten zijn belangrijk voor de instandhouding van het cultureel erfgoed en moeten blijven bestaan;

5.  verzoekt de Commissie terdege rekening te houden met het feit dat de visserijsector op recreatief en toeristisch vlak een groot aantal uiteenlopende activiteiten biedt, zoals "pescaturismo", het observeren van walvissen en zeevogels, ecologisch duiken, enz. Vissers beschikken over kennis van en praktische ervaring met de zee en de mariene biologische hulpbronnen die van wezenlijk belang zijn voor de ontwikkeling van deze en andere activiteiten, waarmee zij voor een toegevoegde waarde zorgen waarvan de hele samenleving kan profiteren;

6.  verzoekt de Commissie terdege rekening te houden met het feit dat de visserijsector op wetenschappelijk vlak mariene en ander wetenschappers helpt bij hun onderzoek door ervaringen te delen, informatie te verstrekken, te rapporteren over gemerkte dieren en ongewone soorten, door hen uit te nodigen aan boord van gecontroleerde schepen (waarnemingsactiviteiten), door verklikkervisserij te bevorderen waarmee zij belangrijke gegevens kunnen verzamelen over de staat en het gedrag (vismigratie) van visbestanden, maar ook bij tal van uiteenlopende onderzoeksactiviteiten zoals die in verband met klimaatverandering (oceaanstromen) en verontreiniging (waarschuwing over olielekkages);

7.  verzoekt de Commissie terdege rekening te houden met het feit dat de visserijsector op het vlak van energie een belangrijke rol kan spelen door de ontwikkeling van nieuwe technologieën te bevorderen die later elders in de maatschappij kunnen worden gebruikt; de ontwikkeling van nieuwe, minder verontreinigende en minder verbruikende motoren is een goed voorbeeld van energie-efficiëntie;

8.  verzoekt de Commissie terdege rekening te houden met het feit dat de visserijsector op milieuvlak al een belangrijke rol speelt bij het in stand houden van biologisch gevoelige geografische gebieden en kweek- en kraamgebieden langs de kust, alsook bij het schoonmaken van de zeeën; wijst erop dat de sector in het kader van gedecentraliseerd beheer een nog grotere rol kan gaan spelen door extra zorg te besteden aan de biologische bescherming van visbestanden en de ecologische instandhouding van afwateringsgebieden en kustvisserij;

9.  verzoekt de Commissie terdege rekening te houden met het feit dat de visserijsector educatief gezien leert genieten van het buiten zijn, respect voor de zee aanleert, bijdraagt tot het aanleren van navigatiekunst en empirische oriëntatiemodellen, alsook de creativiteit van diverse kunsten bijeenbrengt en het zeeleven leert waarderen;

10. wijst erop dat het beheer van de visserij in toenemende mate gebaseerd is op wetenschappelijke gegevens, waardoor toegepast onderzoek op dit gebied wordt aangemoedigd, kennis wordt bevorderd en technologische ontwikkeling en innovatie worden gestimuleerd, overeenkomstig de doelstellingen van de Europa 2020-strategie inzake de bevordering van slimme groei;

11. wijst erop dat de visserijsector volledig afhankelijk is van de gezondheid van de bestanden en van het evenwicht van het ecosysteem, en dat dus bij de hervorming van het GVB de nadruk weer moet worden verlegd naar de rol van het GVB als bewaker en beheerder van mariene hulpbronnen die zorgt voor een doeltreffendere, groenere en concurrentiekrachtigere economie, overeenkomstig de doelstellingen van de Europa 2020-strategie inzake de bevordering van duurzame groei;

12. wijst erop dat de visserijactiviteiten in al hun dimensies (waaronder aquacultuur) vanwege hun directe en directe impact en dankzij de collectieve goederen die zij produceren, voor sociale en territoriale cohesie zorgen, beroepsopleiding stimuleren en de sociale en economische dynamiek bevorderen, overeenkomstig de doelstellingen van de Europa 2020-strategie inzake de bevordering van duurzame groei;

13. verklaart dat visserijactiviteiten een belangrijke rol spelen in de bredere context van het geïntegreerd maritiem beleid (GMB) en een essentiële factor vormen in het kader van zowel het beleid inzake maritieme ruimtelijke ordening als van het Europees Maritiem en Visserijfonds;

14. verzoekt de Commissie de multifunctionaliteit van de visserijactiviteiten en de waarde van de brede en gediversifieerde productie van collectieve goederen te erkennen door de sector holistisch te benaderen, met name in het kader van de hervorming van het GVB, en reductionistische benaderingswijzen af te wijzen, niet alleen omdat die ten koste zouden gaan van de directe en indirecte voordelen die de sector biedt, maar ook omdat daarmee voorbij zou worden gegaan aan het bredere scala van voordelen die hij oplevert;

15. verzoekt de Commissie de multifunctionaliteit van de visserijsector en de collectieve goederen die hij produceert, te integreren in een nieuw GVB-kader en de kustontwikkelingsdimensie te beschouwen als een complementair onderdeel van de visserij (eenzelfde structuur als bij het gemeenschappelijk landbouwbeleid en bepaalde terminologie daarvan);

16. verzoekt de Commissie om samen met de lidstaten het noodzakelijke rechtskader op te bouwen waarmee activiteiten die een aanvulling vormen op de traditionele hoofdfacetten van de visserij - winning, verwerking en marketing - zonder enige belasting of andere nadelige maatregelen voor vissers kunnen worden ontplooid;

17. verzoekt de Commissie om het conditionaliteitsconcept, dat ook in het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt gebruikt, op te nemen in het hervormde GVB, zodat gezorgd wordt voor positieve discriminatie voor milieuvriendelijke visserijpraktijken, bijvoorbeeld makkelijkere toegang tot subsidies;

18. verzoekt de Commissie om er in dit cruciale proces van hervorming van het GVB voor te zorgen dat de visserijsector en de bijdrage die deze levert aan de tenuitvoerlegging van de richtsnoeren voor de Europese ontwikkeling voor het tijdvak tot 2020, volledig worden geïntegreerd in de Europa 2020-strategie, te erkennen dat het GVB een motor voor ontwikkeling is in de context van het Europees Groeiproject en te zorgen voor de voorwaarden waarmee het zijn volledige potentieel kan ontwikkelen;

19. verzoekt de Commissie de doelstellingen van Rio+20 met betrekking tot een open economie, ook wat betreft het scheppen van werkgelegenheid en het uitroeien van armoede, ten uitvoer te leggen en daarbij terdege rekening te houden met het feit dat de visserijsector als zodanig en in het kader van het geïntegreerd maritiem beleid een belangrijke rol speelt bij die tenuitvoerlegging;

20. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Juridische mededeling - Privacybeleid