Procedure : 2011/2898(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0608/2011

Ingediende teksten :

B7-0608/2011

Debatten :

PV 16/11/2011 - 15
CRE 16/11/2011 - 15

Stemmingen :

Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0513

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 117kWORD 66k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0608/2011
15.11.2011
PE472.820v01-00
 
B7-0608/2011

naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B7‑0648/2011

ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement


over modernisering van de btw-wetgeving ter stimulering van de digitale interne markt


Arlene McCarthy namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over modernisering van de btw-wetgeving ter stimulering van de digitale interne markt  
B7‑0608/2011

Het Europees Parlement,

–   gezien de vraag van 30 september 2011 aan de Commissie over modernisering van de btw-wetgeving ter stimulering van de digitale interne markt (O-000226/2011 – B7-0648/2011),

–   gezien de artikelen 113 en 167 VWEU,

–   gezien Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde,

–   gezien Richtlijn 2008/8 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de plaats van een dienst,

–   gezien de mededeling van de Commissie getiteld "EU 2020: Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei",

–   gezien de mededeling van de Commissie over een digitale agenda voor de toekomst,

–   gezien het Groenboek van de Commissie over de toekomst van de btw,

–   gezien zijn resolutie van 12 mei 2011 over de ontsluiting van het potentieel van de cultuurindustrie en de creatieve bedrijfstakken,

–   gezien zijn resolutie van 13 oktober 2011 over de toekomst van de btw,

–   gezien de richtlijnen van de OESO inzake de neutraliteit van het btw-stelsel,

–   gezien artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de EU 2020-strategie voorziet in een vlaggenschipinitiatief om een ​​digitale interne markt te creëren;

B.  overwegende dat de digitale interne markt van de EU nog steeds gefragmenteerd is en dat dit ten dele te wijten is aan het belastingstelsel van de EU en met name de verbruiksbelastingen die van toepassing zijn op goederen en diensten;

C. overwegende dat de economische crisis de economische groeimogelijkheden zwaar heeft aangetast en dat de digitale economie het potentieel heeft om in de komende jaren een belangrijke bijdrage te leveren aan de welvaart van Europa;

D. overwegende dat de Europese Unie het potentieel van de interne markt gestalte moet geven door online en grensoverschrijdende handel tussen de lidstaten te faciliteren;

E.  overwegende dat de Commissie zich momenteel beraadt over de toekomst van de btw, en daarbij ook rekening dient te houden met de EU 2020-strategie;

1.  wijst erop dat de bestaande regelgeving, en met name bijlage 3 van Richtlijn 2006/112/EG een belemmering voor de ontwikkeling van nieuwe digitale diensten en dat zij bijgevolg indruist tegen de in de digitale agenda vastgelegde doelstellingen;

2.  is van mening dat de btw-tarieven voor boeken duidelijk aangeven op welke punten de bestaande wetgeving tekortschiet; hoewel de lidstaten verlaagde btw-tarieven kunnen toepassen voor de levering van boeken langs fysieke weg, geldt voor e-boeken een standaardtarief van ten minste 15 procent; deze vorm van discriminatie valt niet te verantwoorden, gezien de potentiële groei van dit marktsegment;

3.  onderstreept dat de Europese Unie zich ambitieus moet opstellen en verder dient te gaan dan alleen maar het rechtzetten van tegenstrijdigheden in het bestaande regelgevingskader; bij de herziening van de btw-regels moet het aanmoedigen van bedrijven om nieuwe pan-Europese onlinediensten aan te bieden een prioriteit zijn;

4.  herinnert aan het voorbeeld van de Internet Tax Freedom Act in de Verenigde Staten, die in 1998 in werking is getreden en sindsdien steeds verder is uitgebreid; deze handeling, die het federale en plaatselijke overheden verbiedt discriminerende belastingtarieven toe te passen voor onlineverkoop, heeft aanzienlijke gevolgen gehad voor de elektronische handel en heeft bijgedragen tot de oprichting van bedrijven die thans de wereldmarkt domineren;

5.  merkt echter op dat de Europese Unie er goed aan zou doen op haar eigen behoeften toegesneden oplossingen uit te werken; met het oog op de ontwikkeling van een echte interne markt zou de EU-regelgeving de lidstaten in de gelegenheid moeten stellen om tijdelijk een verlaagd btw-tarief voor langs elektronische weg verleende culturele diensten toe te passen;

6.  wijst erop dat deze nieuwe dienstencategorie, die zou moeten worden opgenomen in de huidige bijlage 3 van Richtlijn 2006/112/EG, zich zou kunnen uitstrekken tot de levering van online diensten zoals tv, muziek, boeken, kranten en tijdschriften door een binnen de EU gevestigde leverancier aan om het even welke in de EU woonachtige consument;

7.  wijst erop dat de toepassing van een verlaagd btw-tarief voor online beschikbare culturele inhoud de groei van de creatie, productie en distributie van de Europese Unie op alle platforms van digitale inhoud ongetwijfeld zal stimuleren;

8.  verwijst naar de OESO-beginselen inzake de belastingheffing op elektronische handel, waarover in 1998 in Ottawa overeenstemming werd bereikt; deze beginselen bepalen dat de regels inzake verbruiksbelastingen (zoals de btw) moeten resulteren in belastingheffing in het rechtsgebied waar het verbruik plaatsvindt; overeenkomstig Richtlijn 2008/8/EG zullen de OESO-beginselen met ingang van 1 januari 2015 voor de Europese Unie gaan gelden;

9.  is van mening dat een herziening van de btw-wetgeving waarbij de lidstaten meer flexibiliteit wordt geboden met betrekking tot verlaagde btw-tarieven hand in hand moet gaan met de toepassing van de beginselen van Richtlijn 2008/8/EG; wijst er evenwel op dat het beginsel van belastingheffing in de lidstaat van de klant zo spoedig mogelijk moet gaan gelden, zodat alle lidstaten in gelijke mate kunnen profiteren van de digitale interne markt;

10. verzoekt de Commissie na te gaan of Richtlijn 2008/8/EG kan worden herzien, zodat kan worden bepaald dat de btw nog vóór 1 januari 2015 overeenkomstig het bestemmingbeginsel wordt betaald;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

Juridische mededeling - Privacybeleid