Ontwerpresolutie - B7-0154/2012Ontwerpresolutie
B7-0154/2012

ONTWERPRESOLUTIE over discriminerende websites en reacties van regeringen (2012/2554(RSP))

12.3.2012

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

Manfred Weber, Marian-Jean Marinescu, Simon Busuttil, Theodor Dumitru Stolojan, Andrey Kovatchev, Sebastian Valentin Bodu, Arkadiusz Tomasz Bratkowski, Iliana Ivanova, Lena Kolarska-Bobińska, Mariya Nedelcheva, Jacek Protasiewicz, Csaba Sógor, Tadeusz Zwiefka, Joanna Katarzyna Skrzydlewska namens de PPE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0152/2012

Procedure : 2012/2554(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B7-0154/2012
Ingediende teksten :
B7-0154/2012
Debatten :
Aangenomen teksten :

B7‑0154/2012

Resolutie van het Europees Parlement over discriminerende websites en reacties van regeringen (2012/2554(RSP))

Het Europees Parlement,

–   gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name de gelijkheid van alle burgers zoals vastgelegd in artikel 1, het non-discriminatiebeginsel zoals vastgelegd in artikel 21 en de vrijheid van verkeer en van verblijf zoals vastgelegd in artikel 45,

–   gezien de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarin de fundamentele rechten en beginselen van de Europese Unie zijn vastgelegd, met inbegrip van de beginselen van non-discriminatie en vrij verkeer,

–   gezien artikel 18 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat elke discriminatie op grond van nationaliteit verbiedt,

–   gezien de open brief van de ambassadeurs van tien EU-lidstaten (Bulgarije, Tsjechische Republiek, Estland, Litouwen, Letland, Polen, Roemenië, Slowakije, Slovenië en Hongarije) aan het Koninkrijk der Nederlanden van 13 februari 2012,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de extreemrechtse Nederlandse Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders op 8 februari 2012 een website heeft gelanceerd waarop Nederlandse onderdanen anoniem klachten kunnen melden over problemen die veroorzaakt zouden zijn door Europese burgers van lidstaten uit Midden- en Oost-Europa die in Nederland wonen en werken (Meldpunt voor Midden- en Oost-Europeanen);

B.  overwegende dat de ambassadeurs in Nederland van tien landen uit Midden- en Oost-Europa de website krachtig hebben veroordeeld, waarbij ze aanvoeren dat "het initiatief de negatieve beeldvorming over een specifieke groep EU-burgers binnen de Nederlandse samenleving aanwakkert";

C. overwegende dat de bestrijding van discriminatie, ook op grond van nationaliteit, een van de grondbeginselen van de EU is dat in de Verdragen is verankerd;

D. overwegende dat het openbaar aanzetten tot discriminatie op grond van ras, religie of nationale of etnische oorsprong, geweld of rassenhaat, een inbreuk vormt op de grondregels van de EU en bijgevolg strafbaar is krachtens het strafrecht van de lidstaten;

E.  overwegende dat het recht van EU-burgers op vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van pers en media grondrechten van de EU zijn die de lidstaten moeten eerbiedigen, maar die hun grenzen bereiken wanneer ze de grondrechten van andere burgers schenden;

F.  overwegende dat het onterecht aanwakkeren van discriminatie en vreemdelingenhaat eventueel tot een echt probleem kan leiden voor de betrekkingen tussen de lidstaten, met name tussen het maatschappelijk middenveld in lidstaten uit Midden- en Oost-Europa en het maatschappelijk middenveld in Nederland;

G. overwegende dat burgers van landen in Midden- en Oost-Europa reeds het slachtoffer zijn geweest van fysiek geweld en andere vormen van pesten;

H. overwegende dat uit recent onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam[1] blijkt dat arbeidsmigranten uit landen in Midden- en Oost-Europa een aanzienlijke bijdrage leveren aan de Nederlandse economie en de Nederlandse arbeidsmarkt;

I.   overwegende dat de steun van de Nederlandse regering voor de Europese integratie de laatste jaren aanzienlijk is afgenomen, zoals blijkt uit het standpunt van de huidige Nederlandse regering over kwesties zoals de uitbreiding van Schengen, de visumliberalisering en de verdere openstelling van de arbeidsmarkt;

J.   overwegende dat de regering van de Nederlandse premier Rutte in het Nederlandse parlement wordt gesteund door de Partij voor de Vrijheid (PVV); overwegende dat de heer Rutte heeft nagelaten dit incident met een uitgesproken discriminerend en xenofoob karakter te veroordelen en dat er nog geen stappen zijn ondernomen om deze kwestie aan te pakken;

1.  is verontwaardigd over de lancering en het bijhouden van een website die openlijk discrimineert, discriminerend en xenofoob gedrag aanmoedigt en indruist tegen de grondwaarden van de EU;

2.  is ten zeerste bezorgd over het feit dat de website van de PVV een ernstig precedent kan scheppen en kan leiden tot onverdraagzaamheid tussen EU-burgers met een verschillende nationaliteit;

3.  verzoekt premier Rutte en alle andere Nederlandse politieke leiders met klem zich van dit betreurenswaardig initiatief te distantiëren;

4.  verzoekt de Nederlandse regering met klem haar tolerantie te herzien ten aanzien van het beleid van de Partij voor de Vrijheid, dat in strijd is met de grondwaarden van de EU;

5.  benadrukt dat de lancering en het bijhouden van de PVV-website onder het Nederlandse recht vallen, en verzoekt de Nederlandse wetshandhavingsinstanties bijgevolg op te treden om onmiddellijk een einde te maken aan de bevordering van discriminerende praktijken door deze website;

6.  is het oneens met beweringen op de website zoals de beschuldiging dat EU-burgers uit lidstaten in Midden- en Oost-Europa banen van de plaatselijke bevolking inpikken; benadrukt dat Bulgaarse en Roemeense werknemers in de praktijk nog geen toegang hebben tot de Nederlandse arbeidsmarkt;

7.  verzoekt de Commissie alles in het werk te stellen om een einde te maken aan de verspreiding van xenofoob gedrag zoals op de website in kwestie;

8.  verzoekt alle EU-instellingen en alle lidstaten actief deel te nemen aan de bestrijding van extremisme en xenofobie in de hele EU omdat dergelijke fenomenen de ware grondvesten en grondbeginselen van de Europese Unie ondermijnen;

9.  stelt voor een open en grondige dialoog tussen de EU-instellingen, de regeringen van de lidstaten en het maatschappelijk middenveld te houden over de maatschappelijke, politieke en economische uitdagingen die voortvloeien uit migratie binnen de EU;

10. verzoekt de Nederlandse regering spoedig te antwoorden op de brieven van de Commissie over vermeende regelgeving die in strijd kan zijn met Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de Raad en de Commissie, alsmede de parlementen en regeringen van de lidstaten.