Procedure : 2012/2581(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0182/2012

Ingediende teksten :

B7-0182/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/03/2012 - 11.6
CRE 15/03/2012 - 11.6
PV 29/03/2012 - 9.8
CRE 29/03/2012 - 9.8

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0112

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 123kWORD 70k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0178/2012
13.3.2012
PE486.721v01-00
 
B7-0182/2012/REV

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Belarus (2012/2581(RSP))


Werner Schulz, Elisabeth Schroedter namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Belarus (2012/2581(RSP))  
B7‑0182/2012/REV

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over Belarus, en met name die van 15 februari 2012, 13 september 2011, 12 mei 2011, 10 maart 2011, 20 januari 2011, 10 maart 2010 en 17 december 2009,

–   gezien de conclusies van de Europese Raad van 1-2 maart 2012, waarin de Raad zijn ernstige bezorgdheid tot uitdrukking brengt over de verdere verslechtering van de situatie in Belarus,

–   gezien Besluit 2012/126/GBVB van de Raad Buitenlandse Zaken van de EU van 28 februari 2012 houdende uitbreiding van de beperkende maatregelen tegen het regime in Belarus naar aanleiding van de verdere verslechtering van de situatie in dat land, in concreto de toevoeging aan de lijst van personen voor wie een reisverbod geldt en van wie de tegoeden worden bevroren van 21 personen die verantwoordelijk worden gehouden voor de onderdrukking van de civiele samenleving en de democratische oppositie,

–   gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de Unie, Catherine Ashton, van 28 februari 2012 over het besluit van de autoriteiten van Belarus om het hoofd van de EU-delegatie en de ambassadeur van Polen in Minsk het land uit te zetten,

–   gezien het besluit van de Raad Buitenlandse Zaken van de EU van 23 januari 2012 betreffende beperkende maatregelen tegen Belarus,

–   gezien resolutie 1857(2012) van de Raad van Europa over de situatie in Belarus van 25 januari 2012, waarin de Raad de voortdurende vervolging van leden van de oppositie en de intimidatie van activisten die zich voor de civiele samenleving inzetten, van onafhankelijke media en van mensenrechtenactivisten in Belarus veroordeelt,

–   gezien de resolutie van de VN-Mensenrechtenraad van 17 juni 2011 waarin de schendingen van de mensenrechten vóór, tijdens en na de presidentsverkiezingen in Belarus worden veroordeeld, en de regering van Belarus ertoe wordt opgeroepen een eind te maken aan de vervolging van oppositieleiders,

–   gezien de verklaring van de Top Oostelijk Partnerschap die op 7-9 mei 2009 in Praag werd aangenomen en de verklaring over de toestand in Belarus die werd aangenomen ter gelegenheid van de Top Oostelijk Partnerschap in Warschau van 30 september 2011,

–   gezien het besluit van het jaarcongres van de Internationale IJshockeyfederatie in Bern van mei 2009 om het wereldkampioenschap ijshockey 2014 in Belarus te laten plaatsvinden, niettegenstaande de vervolging van de politieke tegenstanders van Alexander Loekasjenko en de wijdverbreide mensenrechtenschendingen in Belarus,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat in de verklaring van Praag van de Top van het Oostelijk Partnerschap de verbintenis, onder meer van Belarus, tot de beginselen van het internationale recht en tot fundamentele waarden zoals democratie, de rechtstaat en eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden, wordt bevestigd;

B.  overwegende dat de politieke situatie in Belarus sinds de presidentsverkiezingen op 19 december 2010 voortdurend is verslechterd in die zin dat er beperkende maatregelen worden genomen tegen leden van de democratische oppositie, de vrije media, activisten die zich inzetten voor het maatschappelijk middenveld, en voorvechters van de mensenrechten, en dat ondanks herhaalde oproepen van de internationale gemeenschap om onmiddellijk een eind aan deze maatregelen te maken;

C. overwegende dat het diplomatieke conflict tussen de EU en Belarus, dat reeds een ongekende omvang had bereikt, verder is geëscaleerd nadat de autoriteiten van Belarus in reactie op het besluit van de Europese Raad van 28 februari 2012 het hoofd van de EU-delegatie en de ambassadeur van Polen hebben verzocht het land te verlaten en hun eigen ambassadeurs uit Brussel en Warschau hebben teruggeroepen;

D. overwegende dat Alexander Loekasjenko hier nog een schepje bovenop heeft gedaan met een persoonlijke aanval op de minister van Buitenlandse Zaken van Duitsland waarbij hij onduidelijke en aanstootgevende taal hanteerde die de regels van de diplomatieke etiquette te buiten ging;

E.  overwegende dat een afdelingshoofd van het Openbaar Ministerie op 1 maart 2012 heeft verklaard dat personen die andere landen en internationale organisaties ertoe oproepen economische en andere sancties aan Belarus op te leggen tijdelijk het reizen naar het buitenland kan worden verboden en zelfs strafrechtelijk kunnen worden vervolgd, en dat in het verlengde hiervan een aantal mensenrechtenactivisten, politici van de oppositie en onafhankelijke journalisten geen toestemming heeft gekregen om Belarus te verlaten of zelfs is tegengehouden aan de grens met de EU;

F.  overwegende dat de ambassadeurs van de EU-lidstaten in Minsk allemaal voor overleg zijn teruggeroepen naar hun hoofdsteden en dat alle EU-lidstaten de ambassadeurs van Belarus op hun ministeries van Buitenlandse Zaken hebben ontboden;

G. overwegende dat het besluit van de EU-lidstaten een duidelijk teken is van de solidariteit en eensgezindheid van de EU op het gebied van buitenlandse zaken en van de doeltreffendheid van het optreden van de EU, alsook van een succesvolle bevordering van Europese waarden in de Unie en daarbuiten, en overwegende dat het welslagen van de uitvoering van dat besluit zal afhangen van de vastbeslotenheid van de EU om eensgezind te handelen;

H. overwegende dat het beleid van de EU ten opzichte van Belarus onverminderd stoelt op voorwaardelijkheid en dat als voorwaarde voor een verbetering van de betrekkingen tussen de EU en Belarus geldt dat het land alle politieke gevangenen moet vrijlaten;

I.   overwegende dat de verbetering van de bilaterale betrekkingen met de Europese Unie ook afhangt van de vooruitgang die de regering van Belarus boekt bij het voldoen aan haar verbintenissen in het kader van de OVSE en van de eerbiediging van de fundamentele mensenrechten, rechtsstaat en democratische beginselen, met inbegrip van de vrijlating van politieke gevangenen; overwegende dat het zelfgekozen isolement van het land zo niet verder zal toenemen, hetgeen de Belarussische bevolking niet ten goede zou komen en Belarus ook afhankelijker zou maken van Rusland;

J.   overwegende dat de Raad van de EU in verband met de toenemende maatschappelijke onderdrukking door het regime in Belarus heeft besloten de lijst van personen op wie sancties van toepassing zijn, uit te breiden;

K. overwegende dat de EU de grootste handelspartner van Belarus vormt voor wat exportproducten uit dit land betreft, die namelijk voor 38% bestemd zijn voor de EU; overwegende dat het Belarussische handelsoverschot met de EU in 2011 ongeveer 6 miljard USD bedroeg;

L.  overwegende dat de EU-lidstaten geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over sancties voor de zogenaamde "bagmen", invloedrijke zakenlui die nauwe banden hebben met het regime en dit regime steunen;

M. overwegende dat de Verenigde Staten de Internationale IJshockeyfederatie er in het kader van de Belarussische wet voor democratie en mensenrechten van 2011, die op 3 januari werd ondertekend door president Barack Obama, toe hebben opgeroepen af te zien van haar voornemen om het wereldkampioenschap ijshockey 2014 in Belarus te laten plaatsvinden zolang de regering van Belarus niet alle politieke gevangenen vrijlaat;

1.  betreurt de verdere verslechtering van de betrekkingen tussen de EU en Belarus; neemt kennis van het besluit om de ambassadeurs van alle EU-lidstaten uit Belarus terug te roepen, hetgeen een nooit eerder voorgekomen gebeurtenis is in de diplomatieke geschiedenis van de Unie en aantoont dat de pogingen van de Belarussische autoriteiten om een wig te drijven tussen de lidstaten van de Europese Unie in verband met besluiten betreffende sancties, mislukt zijn;

2.  onderstreept dat de vastberadenheid van alle EU-lidstaten en van andere democratische landen om eensgezind op te treden wanneer dat noodzakelijk is, kan bijdragen tot een succesvolle bevordering van universele waarden in landen zoals Belarus en deze landen kan doen opschuiven in de richting van democratisering;

3.  onderstreept dat Minsk niet zou mogen kiezen voor vergroting van het zelfgekozen isolement, maar de juiste keuze zou moeten maken voor de eigen bevolking en zich open zou moeten stellen voor democratie;

4.  veroordeelt de voortdurende vervolging in Belarus om politieke redenen van voorvechters van de mensenrechten alsook de intimidatie – ook op politieke gronden – van activisten die zich inzetten voor het maatschappelijk middenveld en van de onafhankelijke media;

5.  eist de onvoorwaardelijke vrijlating van alle politieke gevangenen; herhaalt dat er geen sprake kan zijn van vooruitgang in de dialoog tussen de EU en Belarus indien het land niet verder opschuift in de richting van democratie, eerbiediging van mensenrechten en de rechtsstaat, en indien niet alle politieke gevangenen – waaronder de voorzitter van het mensenrechtencentrum Viasna en vicevoorzitter van FIDH Ales Bialiatski, de twee voormalige presidentskandidaten Mikalai Statkevich en Andrei Sannikau, de leiders van de campagnes voor de presidentsverkiezingen van de democratische oppositiekandidaten Pavel Seviarynets en Dzmitry Bandarenka, alsook Syarhey Kavalenka, een politieke gevangene die wordt vastgehouden op beschuldiging van het niet naleven van het aan hem opgelegde huisarrest en die reeds lang in hongerstaking zit, hetgeen tot een aanzienlijke achteruitgang van zijn gezondheid heeft geleid en waardoor zijn leven nu daadwerkelijk in gevaar is – onvoorwaardelijk worden vrijgelaten en volledig in hun burgerrechten worden hersteld;

6.  verzoekt de nationale ijshockeybonden van de lidstaten van de EU en van alle andere democratische landen om de Internationale IJshockeyfederatie onder meer tijdens haar volgende congres in mei in Helsinki onder druk te zetten om het wereldkampioenschap ijshockey 2014 in Belarus te gebruiken als een manier om het internationale publieke bewustzijn van de kritieke situatie van de mensen- en burgerrechten in Belarus te vergroten, en vraagt de medewerkers en sporters van de Internationale IJshockeyfederatie om zich als vrije en verantwoordelijke burgers uit te spreken tegen de onderdrukkingen van het Belarussische regime;

7.  is verheugd over het besluit van de Raad van 28 februari 2012 om de beperkende maatregelen te verscherpen en 21 personen die verantwoordelijk zijn voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie in Belarus toe te voegen aan de lijst van personen voor wie een reisverbod geldt en van wie de tegoeden worden bevroren;

8.  verzoekt de Raad de inventaris op te maken van de meest recente ontwikkelingen in de diplomatieke betrekkingen tussen de EU en Belarus, alsmede nota te nemen van de verdere verslechtering van de situatie op het gebied van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in dat land, en vraagt de Raad met aandrang om in dit verband een passend besluit te nemen over verdere beperkende maatregelen, inclusief gerichte economische sancties, voor individuele gevallen en toe te zien op de volledige en consequente uitvoering van de genomen maatregelen in alle EU-lidstaten;

9.  verzoekt de EU tegelijkertijd de banden met het maatschappelijk middenveld in Belarus aan te halen, de betrekkingen met de oppositie te intensiveren en steun te verlenen aan de democratische verlangens van de Belarussische bevolking;

10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Parlementaire Assemblees van de OVSE en de Raad van Europa, het secretariaat van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten en het parlement en de regering van Belarus.

Juridische mededeling - Privacybeleid