VOORSTEL VOOR EEN AANBEVELING AAN DE RAAD inzake het VN-beginsel van "verantwoordelijkheid tot bescherming" (R2P)
22.3.2012
Frieda Brepoels namens de Verts/ALE-Fractie
B7‑0191/2012
Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad inzake het VN-beginsel van "verantwoordelijkheid tot bescherming" (R2P)
Het Europees Parlement,
– gezien de paragrafen 138 en 139 van het slotdocument van de VN-Wereldtop van 2005,
– gezien de resolutie van de VN-Veiligheidsraad van april 2006 (S/RES/1674),
– gezien het op 15 september 2009 door VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon uitgebrachte rapport over "De implementatie van het beginsel van verantwoordelijkheid tot bescherming",
– gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN over de verantwoordelijkheid tot bescherming (A/RES/63/308) van 7 oktober 2009,
– gezien resolutie 1973 van de VN-Veiligheidsraad van 17 maart 2011 over Libië, waarbij voor het eerst in de geschiedenis het gebruik van geweld tegen een land werd toegestaan onder expliciete verwijzing naar het R2P-concept, en die werd gevolgd door soortgelijke uitspraken in de resoluties 1996 over Soedan en 2014 over Jemen,
– gezien artikel 121, lid 1, van zijn Reglement,
A. overwegende dat de paragrafen 138 en 139 van het slotdocument van de VN-Wereldtop niet alleen de lidstaten de verplichting oplegden om hun burgers te beschermen tegen wreedheden, maar tevens de internationale gemeenschap ertoe verplichtten om passende maatregelen te nemen, mochten de lidstaten er niet in slagen hun burgers te beschermen tegen genocide, oorlogsmisdaden, etnische zuiveringen en misdaden tegen de menselijkheid, een en ander conform de rechtspraak van het Internationaal Strafhof;
B. overwegende dat het R2P-concept berust op drie pijlers: de eerste pijler behelst de beschermingverplichtingen van de staat, de tweede pijler betreft internationale hulp en capaciteitsopbouw ter ondersteuning van staten, en de derde pijler het bieden van een snelle en adequate collectieve respons wanneer de eerste en tweede pijler het laten afweten;
C. overwegende dat de definitie van het R2P-concept nader is gespecificeerd in de zin van "verantwoordelijkheid tot preventie", "verantwoordelijkheid tot reactie" en "verantwoordelijkheid tot wederopbouw";
D. overwegende dat uit recentere ervaringen met internationale initiatieven in het kader van de tweede pijler in specifieke crisissituaties een gemengd beeld naar voren is gekomen;
E. overwegende dat het eerste voorbeeld van een mondiaal initiatief in het kader van de derde pijler – de door de VN-Veiligheidsraad goedgekeurde militaire NAVO-interventie in Libië – waarschijnlijk heel wat levens heeft gered, maar ook tal van problemen met betrekking tot het R2P-concept aan het licht heeft gebracht die nader moeten worden uitgewerkt;
F. overwegende dat het R2P-beginsel van de VN een belangrijke stap is op weg naar een vreedzamere wereld, doordat het bijdraagt tot de naleving van de universele mensenrechtennormen en het internationale humanitaire recht, maar dat het ook voldoende legitiem en gereglementeerd moet zijn om bij sommige regeringen de verdenking weg te nemen dat het eigenlijk is bedoeld als een instrument voor buitenlandse inmenging;
1. beveelt de VV/HV en de lidstaten het volgende aan:
a) het R2P-concept nader uit te werken in samenwerking met andere statelijke actoren die de internationale gemeenschap beter in staat willen stellen om wreedheden te voorkomen, naar het voorbeeld van het door Brazilië geïnitieerde BRICS-voorstel met als titel "Een verantwoorde manier van beschermen";
b) de grondslag te leggen voor een gezamenlijk door de Raad, de EDEO, de Commissie en het Europees Parlement goed te keuren interinstitutionele "R2P-consensus";
c) alles in het werk te stellen voor de verdere ontwikkeling van preventieve diplomatie en bemiddeling op zowel EU-niveau als binnen de VN, en daartoe instrumenten te ontwikkelen die ook door de VN kunnen worden gebruikt;
d) na te gaan of middels de beleidsplanning en capaciteitsontwikkeling in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) van de EU het nodige kan worden gedaan om EU-capaciteiten te ontwikkelen die kunnen helpen voorzien in de VN-behoeften tot verschaffing van adequatere mensenrechtenbescherming en voorkoming van oorlogen en gruweldaden;
2. verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad en - ter informatie - aan de Commissie.