Procedure : 2011/2962(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0225/2012

Ingediende teksten :

B7-0225/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/05/2012 - 12.56
CRE 10/05/2012 - 12.56

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0203

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 137kWORD 83k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0223/2012
2.5.2012
PE486.791v01-00
 
B7-0225/2012

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over een politieke oplossing voor de zeeroverij (2011/2962(RSP))


Saïd El Khadraoui, Ana Gomes, Maria Eleni Koppa, Ricardo Cortés Lastra, Ulrike Rodust namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over een politieke oplossing voor de zeeroverij (2011/2962(RSP))  
B7‑0225/2012

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties, met name die van 20 mei 2008 over een geïntegreerd maritiem beleid voor de Europese Unie, die van 23 oktober 2008 over zeepiraterij en die van 26 november 2009 over een politieke oplossing tegen de piraterij langs de Somalische kusten,

–   gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (Unclos) van 10 december 1982,

–   gezien het Verdrag van de Verenigde Naties tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de zeevaart,

–   gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad en met name resolutie 2020(2011) van 22 november 2011 over de situatie in Somalië,

–   gezien de verslagen aan de Veiligheidsraad van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en met name dat van 9 december 2011 over Somalië,

–   gezien Gemeenschappelijk Optreden 2008/749/GBVB van de Raad van 19 september 2008 inzake de militaire coördinatie door de Europese Unie ter ondersteuning van Resolutie 1816 (2008) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (EU Navco),

–   gezien Gemeenschappelijk Optreden 2008/851/GBVB van de Raad van 10 november 2008 en Besluit 2010/766/GBVB van de Raad van 7 december 2010 over een militaire operatie van de Europese Unie (Eunafor Atalanta),

–   gezien Besluit 2010/96/GBVB van de Raad van 15 februari 2010 en Besluit 2010/197/GBVB van de Raad van 31 maart 2010 betreffende de militaire missie van de Europese Unie om de Somalische veiligheidstroepen te helpen opleiden (EUTM Somalia),

–   gezien de besluiten van Raad van 23 maart 2012 over het activeren van het operatiecentrum van de EU voor de in het kader van het GVDB uitgevoerde missies en operatie in de Hoorn van Afrika en over verlenging van de EU-operatie ter bestrijding van piraterij, Atalanta,

–   gezien Besluit 2011/819/GBVB van de Raad van 8 december 2011 tot benoeming van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de Hoorn van Afrika, wiens rol het is een bijdrage te leveren tot het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangende, doeltreffende en evenwichtige EU-aanpak van piraterij, die alle aspecten van het EU-optreden omvat,

–   gezien het crisisbeheersingsconcept waarover op 16 december 2011 door de Raad Buitenlandse Zaken overeenstemming is bereikt voor de missie voor de opbouw van regionale maritieme capaciteit (RMCB), als civiele GVDB-missie met militaire expertise in voorbereiding,

–   gezien het strategisch kader voor de Hoorn van Afrika, dat de Raad op 14 november 2011 heeft goedgekeurd als leidraad voor het optreden van de EU in de regio,

–   gezien het akkoord inzake de machtsdeling dat op 9 juni 2008 in Djibouti is ondertekend met het oogmerk een op een brede basis stoelend nationaal verzoeningsproces op gang te brengen en een krachtige en open politieke alliantie te creëren om vrede te waarborgen, verzoening in het land tot stand te brengen en een centraal staatsgezag in Somalië te herstellen,

–   gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en met name de verklaring namens de EU van Thomas Mayr-Harting, hoofd van de EU-delegatie bij de VN, in het open debat in de Veiligheidsraad over Somalië op 5 maart 2012,

–   gezien de conclusies van de Conferentie van Londen over Somalië van 23 februari 2012,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het zeevervoer van oudsher een van de hoekstenen van de economische groei en welvaart in Europa vormt en dat meer dan 80% van alle handelswaar in de wereld over zee wordt vervoerd; overwegende dat piraterij een bedreiging voor de internationale veiligheid en de regionale stabiliteit vormt en dat de bestrijding van zeeroverij en de onderliggende oorzaken een prioriteit voor het optreden van de EU is;

B.  overwegende dat het probleem van de piraterij op volle zee nog steeds niet is opgelost en dat het fenomeen zich zelfs snel uitbreidt in de westelijke Indische Oceaan, met name voor de kust van Somalië en de Hoorn van Afrika, maar ook in andere gebieden, waaronder Zuidoost-Azië en West-Afrika, waardoor het een steeds ernstigere bedreiging vormt voor het leven en de veiligheid van zeelui en andere personen, alsook voor de regionale ontwikkeling en stabiliteit, het mariene milieu, de wereldhandel en alle vormen van scheepvaart, inclusief visserij en levering van humanitaire hulp;

C. overwegende dat de zeeroverij een symptoom is van de veel ruimere problematiek van Somalië en de Hoorn van Afrika, die voortvloeit uit een falende overheid, onderontwikkeling en armoede;

D. overwegende dat het aantal kapingspogingen toeneemt: in 2011 werden er 28 kapingen gemeld, werden 470 zeelui gekidnapt en 15 vermoord, en momenteel worden er nog 7 schepen vastgehouden om losgeld en worden er circa 191 zeelui voor steeds langere perioden in Somalië gegijzeld onder soms vernederende en onmenselijke omstandigheden;

E.  overwegende dat de kapers hun tactieken en methoden steeds verder ontwikkelen en dat zij nu hun actieradius hebben vergroot door grotere gekaapte schepen als "moederschip" te gebruiken;

F.  overwegende dat de Raad heeft besloten om de EU-operatie ter bestrijding van piraterij, Atalanta, met twee jaar, tot december 2014, te verlengen teneinde piraterij en gewapende overvallen voor de Somalische kust tegen te gaan, te voorkomen en te bestrijden en om de vaartuigen van het Wereldvoedselprogramma die voedselhulp naar ontheemden in Somalië brengen te beschermen, alsmede om de schepen van Amisom (Somalië-missie van de Afrikaanse Unie) en de kwetsbare kustscheepvaart te beschermen, terwijl Eunavfor-Atalanta voorts een bijdrage zal leveren aan het toezicht op de visserijactiviteiten voor de kust van Somalië;

G. overwegende dat de Raad heeft besloten het operatiecentrum van de EU voor de in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) uitgevoerde missies en operatie in de Hoorn van Afrika te activeren; overwegende dat het operatiecentrum belast is met de coördinatie en bevordering van synergieën tussen de drie GVDB-acties in de Hoorn van Afrika, te weten Eunavfor-Atalanta, EUTM Somalia en RMCB, de operationele voorbereiding van een civiele missie ter versterking van de maritieme capaciteit in de regio;

H. overwegende dat het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid EMSA over instrumenten en gegevens beschikt die Eunavfor-Atalanta van dienste kunnen zijn bij de verbetering van de veiligheid van schepen en zeelui in de regio;

I.   overwegende dat de Europese visserijactiviteiten in de regio geregeld zijn in verscheidene bilaterale en multilaterale visserijovereenkomsten met de buurlanden;

J.   overwegende dat het piraterijprobleem ook negatieve gevolgen heeft voor de hele regio, waar visserij een gevaarlijke onderneming is geworden, niet alleen voor EU-vaartuigen die bijvoorbeeld in de wateren van de Seychellen vissen op grond van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de EU en de Republiek der Seychellen, maar ook voor de plaatselijke vissers aan wie wij sectorale steun verlenen en voor wie wij dus een maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen; overwegende dat plaatselijke vissers niet over dezelfde financiële en personele middelen beschikken als EU-vaartuigen om zich tegen zeerovers te beschermen;

K. overwegende dat de EU met de Seychellen en Mauritius memoranda van overeenstemming heeft gesloten over de overdracht van door Eunavfor gearresteerde zeerovers en ook met andere landen in de regio over dergelijke akkoorden onderhandelt; overwegende dat op de Seychellen een regionaal coördinatiecentrum voor informatie inzake vervolging van piraten gevestigd is;

L.  overwegende dat de secretaris-generaal van de VN zeven opties aan de Veiligheidsraad heeft voorgelegd met het oog op vervolging en bestraffing van degenen die zich schuldig maken aan zeeroverij en gewapende overvallen voor de kust van Somalië:

M. overwegende dat EU de "beginselen van Garoowe" als een welkome vooruitgang beschouwt bij de tenuitvoerlegging van de overeenkomst van Kampala en het stappenplan tot beëindiging van de overgangsperiode; overwegende dat vele deadlines voor de voltooiing van de taken uit het stappenplan niet gehaald zijn, waardoor de tenuitvoerlegging van het stappenplan als geheel vertraging kan oplopen;

N. overwegende dat de EU een strategisch belang heeft bij een inbreng in stabilisatie en bestuur in de Hoorn van Afrika en met name Somalië;

O. overwegende dat de EU mondiaal gezien de grootste verstrekker van ontwikkelingshulp aan Somalië is, waarvoor zij tot nu toe via het Europees Ontwikkelingsfonds 215,4 miljoen euro heeft uitgetrokken voor het tijdvak 2008-2013; overwegende dat deze financiële steunverlening in de eerste plaats bedoeld is om het volk een uitweg uit de armoede te bieden en te helpen om een autonome economische groei te bereiken, alsook om een duurzame oplossing voor stabiliteit in het land te bieden door de onderliggende oorzaken van de piraterij aan te pakken dankzij projecten op het vlak van bestuur, onderwijs en economische groei en ter ondersteuning van niet-prioritaire sectoren (volksgezondheid, milieu, water en sanitaire voorzieningen); overwegende dat al deze voorzieningen zonder overheid niet van de grond kunnen komen;

P.  overwegende dat vele Somaliërs zeerover worden doordat het ontbreekt aan in economisch opzicht bestendige alternatieven, vooral in de visserij; overwegende dat piraterij voor de betrokkenen gewoon een vorm van economische bedrijvigheid is en door sommige Somaliërs nog steeds als een rendabele en levensvatbare inkomstenbron wordt gezien; overwegende dat een doeltreffende aanpak van zeeroverij een ruimere strategie moet omvatten om Somalië en de Hoorn van Afrika als geheel van armoede en een falende overheid te bevrijden; overwegende dat volgens schattingen van de Verenigde Naties 40% van de opbrengst van de Somalische piraterij in 2010 is gebruikt voor de financiering van lokale werkgelegenheid en heeft bijgedragen tot een betere herverdeling en investeringen in infrastructuur, maar dat de armen er in absolute zin niet beter van zijn geworden;

Q. overwegende dat vele lidstaten momenteel aan eigen regels werken voor het inzetten van gewapende beveiligers aan boord van koopvaardijschepen;

R.  overwegende dat de EU er met haar pogingen de piraterij te bestrijden weliswaar in geslaagd is alle leveringen van het Wereldvoedselprogramma te beschermen, maar dat de operatie op losse schroeven dreigt te komen staan door een gebrek aan marinestrijdkrachten en juridische kwesties;

1.  spreekt opnieuw zijn ernstige bezorgdheid uit over de toenemende dreiging die van zeerovers uitgaat tegen internationale schepen met hulpgoederen en vissers-, vracht- en passagiersschepen in de Indische Oceaan bij de Afrikaanse kust, met name voor de kust van Somalië en de Hoorn van Afrika;

2.  roept de hoge vertegenwoordiger en de lidstaten ertoe op zich er met spoed over te beraden hoe de honderden gegijzelde zeelui bevrijd kunnen worden, zodat zij naar huis terug kunnen keren en er een eind komt aan de kaping van de zeven betrokken schepen;

3.  is verheugd over de bijdrage die Eunavfor-Atalanta heeft geleverd aan de veiligheid voor de kust van Somalië door de door het Wereldvoedselprogramma gecharterde vaartuigen met hulpgoederen voor Somalië en andere kwetsbare schepen te beschermen, en met het oog op een doeltreffend antwoord van de EU op de zeeroverij, die negatief uitwerkt op de verlening van humanitaire hulp, het zeevervoer en de visserijactiviteiten van EU-vaartuigen en lokale vissersschepen in de betrokken regio;

4.  neemt met groot genoegen kennis van het besluit van de Raad om het operatiegebied van Atalanta uit te breiden zodat ook het kustgebied en de territoriale wateren van Somalië en internationale wateren eronder gaan vallen, waardoor Atalanta in de strijd tegen zeerovers die vanuit het kustgebied opereren rechtstreeks met de federale overgangsregering en andere Somalische instanties kan samenwerken;

5.  verzoekt de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de Hoorn van Afrika de nodige instrumenten en middelen ter beschikking te stellen om zijn taken te kunnen uitvoeren, waaronder het leveren van een bijdrage tot de stabilisatie van de regio;

6.  betreurt het dat het aantal vaartuigen dat de lidstaten voor Eunavfor-Atalanta leveren begin 2012 is afgenomen en doet daarom een beroep op de lidstaten om meer marineschepen beschikbaar te stellen zodat Atalanta een succes kan worden;

7.  is verheugd over de resultaten van de Somalië-conferentie (Londen, 23 februari 2012), waaruit blijkt dat de internationale gemeenschap vastbesloten is een eind aan de zeeroverij te maken;

8.  verzoekt om onmiddellijke, doeltreffende maatregelen met het oog op de vervolging en bestraffing van piraterijverdachten en dringt er bij de derde landen en de EU-lidstaten die dit nog niet hebben gedaan, op aan alle bepalingen van Unclos en het VN-Verdrag Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de zeevaart in hun nationale recht op te nemen om de straffeloosheid van zeerovers aan te pakken, en verzoekt de Raad en de Commissie aan een eventueel speciaal gerechtshof voor piraterij te werken;

9.  schaart zich achter de aanbevelingen van de secretaris-generaal van de VN aan de Veiligheidsraad met het oog op gemakkelijker arrestatie en vervolging van piraterijverdachten, te weten instelling van speciale nationale rechtbankkamers, wellicht met internationale leden, een regionaal of internationaal hof en bijbehorende voorzieningen voor hechtenis, met inachtneming van de bevindingen van de Contactgroep piraterij voor de kust van Somalië, de huidige gang van zaken bij de oprichting van internationale en gemengde gerechtshoven en de benodigde tijd en middelen om tot tastbare resultaten te komen;

10. beklemtoont daarbij wel dat de plaatselijke rechtbanken bij processen eerlijk en doelmatig te werk moeten gaan en dat de regionale detentiecentra humaan en veilig moeten zijn;

11. stelt vast dat de Contactgroep piraterij op haar negende bijeenkomst op 14 juli 2011 overeenstemming heeft bereikt over de instelling van een formele werkgroep (nr. 5) die zich moet bezighouden met illegale geldstromen in verband met piraterij voor de Somalische kust; dringt er in het verlengde daarvan bij de lidstaten op aan dat zij in samenwerking met Europol en Interpol geldstromen trachten te achterhalen en in kaart brengen en het geld dat als losgeld aan de piraten is betaald confisqueren, omdat er aanwijzingen zijn dat dit geld wordt gestort op bankrekeningen in de hele wereld, ook in Europa, en dat zij de misdaadsyndicaten die de winst van dergelijke praktijken opstrijken, identificeren en ontmantelen;

12. dringt bij Eunavfor, de NAVO en de Coalition Maritime Forces (CMF) aan op een effectieve aanpak van het toenemende gebruik van gekaapte koopvaardijschepen als "moederschip", een ontwikkeling die de operationele mogelijkheden van de piraten aanzienlijk vergroot en hen in staat stelt hun aanvallen in de gehele noordwestelijke Indische Oceaan krachtiger, vastberadener en flexibeler uit te voeren;

13. onderstreept tegelijkertijd de noodzaak van een sterkere strategische coördinatie tussen Eunavfor Atalanta, EUTM Somalia en andere acties in GVDB-verband in de Hoorn van Afrika in ruimere zin; verheugt zich er in dit verband over dat de Raad op 23 maart 2012 heeft besloten een operatiecentrum van de EU voor de in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) uitgevoerde missies en operatie in de Hoorn van Afrika te activeren; dringt erop aan dat het bevel over Eunavfor Atalanta én EUTM Somalia in handen komt van het operatiecentrum van de EU;

14. verzoekt de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter met klem aan te dringen op sterkere coördinatie en samenwerking tussen alle internationale partijen in Somalië en de Hoorn van Afrika als geheel, te weten de EU, de NAVO, de Verenigde Staten, de Verenigde Naties en de betrokken staten, om te komen tot een serieuze, krachtdadige en alomvattende aanpak van de zeeroverij en - belangrijker nog - de onderliggende oorzaken en de gevolgen op velerlei niveau; spreekt in dit verband zijn grote tevredenheid uit over de Somalië-conferentie op 23 februari 2012 in Londen;

15. onderstreept dat EMSA met Eunavfor Atalanta moet blijven samenwerken door in voorkomend geval met toestemming van de vlaggenstaat gedetailleerde LRIT-gegevens en satellietbeelden te verstrekken van schepen onder EU-vlag die door het gebied varen; te dien einde moeten de lidstaten verplicht worden het agentschap toestemming te verlenen om deze gegevens en informatie aan de Eunavfor-operatie te verstrekken;

16. spoort de rederijen ertoe aan zich aan te sluiten bij en volledig te handelen overeenkomstig de "Best Management Practices for protection against Somalia Based Piracy" (BMP-4), die alle betrokken partijen voldoende informatie biedt over hoe zij schepen kunnen assisteren om aanvallen van kapers voor de Somalische kust te ontlopen, af te wenden of te vertragen; roept alle in het gebied opererende schepen ertoe op zich te melden bij de desbetreffende instanties voor de coördinatie van de maritieme veiligheid en gevolg te geven aan de aanbevelingen van Eunavfor Atalanta; verzoekt de lidstaten erop toe te zien dat al hun schepen zich melden;

17. is verheugd over het besluit van de Raad Buitenlandse Zaken van 12 december 2011 over de voorbereiding van de regionale opleidingsmissie van de RMCB (regionale maritieme capaciteitsopbouw), die zich zal richten op versterking van de maritieme capaciteiten en de opleiding van een kustpolitiemacht en rechters in acht landen van de Hoorn in Afrika en de westelijke Indische Oceaan; dringt er bij de Raad en EDEO op aan dat zij alles in het werk stellen zodat de RMCB de komende zomer in de regio operationeel is;

18. is groot voorstander van het vredes- en verzoeningsproces van Kampala; dringt aan op een alomvattende aanpak van de situatie in Somalië, waardoor veiligheid wordt gekoppeld aan ontwikkeling, rechtsstaat, eerbiediging van de mensenrechten en naleving van het internationaal humanitair recht;

19. is verheugd over het besluit van de Commissie om 50 miljoen euro extra financiële steun van de EU beschikbaar te stellen voor de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (Amisom) en verzoekt de lidstaten en de internationale gemeenschap bij te dragen tot bevordering van vrede en sociaal-economische ontwikkeling en de opbouw van een stabiel democratisch bewind in Somalië dat kan bijdragen tot permanente veiligheid en bestrijding van piraterij; is ingenomen met de benoeming van de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de Hoorn van Afrika;

20. blijft bezorgd over de verslechterende humanitaire situatie in de Hoorn van Afrika en roept de internationale gemeenschap, en met name de EU, ertoe op om meer humanitaire bijstand te verlenen een mensen in nood, opdat in de toenemende humanitaire behoeften kan worden voorzien en verdere verslechtering van de situatie wordt voorkomen;

21. herhaalt dat de piraterij voor de kust van Somalië in het verlengde ligt van het ontbreken van recht en orde in dit land en dat de internationale gemeenschap daarom de noodzakelijke technische en financiële bijstand moet bieden om de federale overgangsregering te steunen bij de capaciteitsopbouw voor het toezicht over de territoriale wateren en de exclusieve economische zone van het land;

22. herhaalt dat er in elke strategie tegen zeeroverij rekening mee moet worden gehouden dat een groot deel van de bevolking in Somalië van deze praktijken profiteert en dat bij alle sterke prikkels voor de Somalische bevolking om met piraterij te stoppen, de werkgelegenheid voor de jeugd centraal moet staan;

23. verwelkomt het Marsic-project van de EU in het kader van het Programma kritieke zeeroutes van het Stabiliteitsinstrument, dat tot doel heeft de veiligheid in de westelijke Indische Oceaan en de Golf van Aden te vergroten door middel van informatie-uitwisseling en capaciteitsopbouw, waarbij de nadruk wordt gelegd op samenwerking tussen de landen in de regio; verwacht dat dit project ook na 2013 wordt voortgezet;

24. steunt initiatieven voor piraterijbestrijding van landen in oostelijk en zuidelijk Afrika en oeverstaten van de Indische Oceaan, zoals het nieuwe antipiraterijproject MASE (Maritime and Security Programme), waaraan de EU een startsubsidie van 2 miljoen euro heeft verleend;

25. pleit voor een meer formele coördinatie van de globale strategie tegen zeeroverij tussen de verschillende betrokken partijen in de EU; steunt de oprichting van een taskforce, bijvoorbeeld onder auspiciën van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), met inbreng van alle betrokken autoriteiten; stelt voor dat in de VN-Veiligheidsraad wordt gezocht naar steun voor het idee van een EU-taskforce met het oog op de totstandbrenging van een mondiale taskforce die nauw met de IMO moet samenwerken;

26. onderstreept dat het inzetten van particuliere gewapende beveiligers op schepen de noodzaak van een alomvattende oplossing voor de piratendreiging met haar vele facetten niet kan wegnemen; neemt in aanmerking dat sommige lidstaten met wetgeving ter zake zijn gekomen; verzoekt de lidstaten in dit verband de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen aan boord te nemen als dit mogelijk is, en verzoekt de Commissie en de Raad toe te werken naar een EU-aanpak met betrekking tot het inzetten van gecertificeerd gewapend personeel op schepen om een goede uitvoering van de desbetreffende IMO-initiatieven te waarborgen;

27. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de secretarissen-generaal van de Afrikaanse Unie, de Verenigde Naties en de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD), alsmede aan de president van de federale overgangsregering van Somalië en aan het Pan-Afrikaanse Parlement.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid