Ontwerpresolutie - B7-0285/2012Ontwerpresolutie
B7-0285/2012

    ONTWERPRESOLUTIE over Sudan en Zuid-Sudan

    6.6.2012 - (2012/2659(RSP))

    naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
    ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

    Charles Goerens, Ivo Vajgl, Olle Schmidt, Louis Michel namens de ALDE-Fractie

    Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0281/2012

    Procedure : 2012/2659(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B7-0285/2012
    Ingediende teksten :
    B7-0285/2012
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    B7‑0285/2012

    Resolutie van het Europees Parlement over Sudan en Zuid-Sudan

    (2012/2659(RSP))

    Het Europees Parlement,

    –   gezien zijn voorgaande resoluties over Sudan,

    –   gezien resolutie 2046(2012) van 2 mei 2012 van de VN-veiligheidsraad over Sudan en Zuid‑Sudan,

    –   gezien de verklaring waarin de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Catherine Ashton haar instemming uitspreekt met resolutie 2046/2012 van de VN‑veiligheidsraad van 2 mei 2012,

    –   gezien het Memorandum of Understanding (MoU) inzake Non-Agressie en. Samenwerking dat op 10 februari 2012 door Sudan en Zuid-Sudan werd ondertekend,

    –   gezien de verklaring d.d. 28 maart 2012 en 11 april 2012 van de woordvoerder van de Hoge EU-vertegenwoordiger Catherine Ashton, over grensschermutselingen tussen Sudan en Zuid-Sudan,

    –   gezien de verklaring van de Afrikaanse Unie d.d. 17 april 2012 waarin Sudan en Zuid-Sudan worden opgeroepen verantwoordelijk te handelen en acht te slaan op de oproepen van de AU en de internationale gemeenschap tot onmiddellijke beëindiging van het huidige conflict tussen beide landen,

    –   gezien de verklaring van de woordvoerder van de VN-secretaris-generaal over de situatie in Sudan en Zuid-Sudan d.d. 16 april 2012, waarin deze zijn diepe verontrusting uitspreekt over de doorgaande vijandelijkheden tussen beide landen, met alle gevolgen daarvan voor onschuldige burgers,

    –   gezien de verklaring van VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon d.d. 19 april 2012 waarin deze er bij Sudan en Zuid-Sudan op aandringt de vijandelijkheden te staken en het niet opnieuw te laten uitlopen op een conflict dat de afgelopen twintig jaar al miljoenen mensenlevens heeft gekost,

    –   gezien de conclusies van de Raad over Sudan en Zuid-Sudan van 23 april 2012 (3159e vergadering van de Raad Buitenlandse zaken) waarin de diepe bezorgdheid van de EU wordt uitgesproken over het escalerende conflict tussen Sudan en Zuid-Sudan,

    –   gezien de routekaart voor Sudan en Zuid-Sudan zoals vervat in het door de Raad voor vrede en veiligheid van de AU op 24 april uitgebrachte communiqué, waar de EU volledig achter staat,

    –   gezien de verklaring van de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU d.d. 30 mei 2011 over de situatie in Sudan en Zuid-Sudan,

    –   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

    A. overwegende dat de recente escalatie van de spanningen tussen Sudan en Zuid-Sudan beide landen op de rand van oorlog heeft gebracht;

    B.  overwegende dat herhaalde gewelddadige incidenten aan de grens tussen Sudan en Zuid‑Sudan, met inbegrip van troepenbewegingen, de inname en bezetting van Heglig, de ondersteuning van gelieerde milities en van elkaars rebellen, alsook de gevechten tussen het Sudanese leger en het Sudanese Volksbevrijdingsleger (SPLA), het conflict hebben doen escaleren tot een volledige confrontatie;

    C. overwegende dat als gevolg van de strijd tussen Sudan en Zuid-Sudan en de voortzetting van de vijandelijkheden in de staten Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl in Sudan een ernstige humanitaire noodsituatie is ontstaan;

    D. overwegende dat het ontbreken van een economische overgangsregeling tussen de twee landen, onder meer over het gebruik van de olievoorraden, waardoor Khartoem beslag heeft gelegd op zuidelijke olie en Zuid-Sudan heeft besloten de olieproductie stop te zetten, aanzienlijk heeft bijgedragen tot de huidige crisis;

    E.  overwegende dat op 29 juni 2011 een akkoord tussen de regering van Sudan en de regering van Southern Sudan werd bereikt over grensbeveiliging en een gezamenlijk politiek en veiligheidsmechanisme, met de verplichting tot instelling van een veilige gedemilitariseerde grenszone (SDBZ), en op 30 juli 2011 een akkoord tussen beide regeringen voor een ondersteunende grensbewakingsmissie;

    F.  overwegende dat Zuid-Sudan de onverwijlde terugtrekking uit het Abyei-gebied heeft aangekondigd conform de overeenkomst van 20 juni 2011 tussen Sudan en Zuid-Sudan;

    G. overwegende dat na tientallen jaren van wederzijds wantrouwen geen van beide partijen in staat is tot enig gebaar om de situatie te laten de-escaleren en serieuze onderhandelingen na te streven;

    H. overwegende dat de EU haar volle steun geeft aan internationale inspanningen die erop gericht zijn een einde te maken aan de langdurige terreurcampagne van Joseph Kony en het Lord's Resistance Army (LRA), en hulp te bieden aan de bevolkingsgroepen die onder de aanwezigheid van het LRA te lijden hebben.

    1.  roept Sudan en Zuid-Sudan op te vijandelijkheden te staken en de politieke wil te tonen om de sinds de afscheiding uitstaande kwesties te regelen volgens de routekaart die in resolutie 2046/2012 van de VN‑veiligheidsraad van 2 mei 2012 werd bekrachtigd;

    2.  acht het verheugend dat Sudan en Zuid-Sudan beide met de routekaart hebben ingestemd, en hun toezegging hebben bevestigd van een onmiddellijke staking van de vijandelijkheden, waarmee een belangrijke eerste stap in de goede richting is gezet;

    3.  vraagt Sudan en Zuid-Sudan met klem hun politieke en praktische bereidheid te tonen om de weg van de vrede te volgen, door de wederzijdse veiligheidskwesties aan te pakken via zinvolle onderhandelingen binnen het kader van het gezamenlijke politieke en veiligheidsmechanisme , te beginnen met de onvoorwaardelijke terugtrekking van al hun strijdkrachten naar hun eigen kant van de grens, overeenkomstig de eerder bereikte akkoorden waaronder het akkoord voor de ondersteunende grensbewakingsmissie van 30 juli 2011;

    4.  verwelkomt de rol van de Afrikaanse Unie en de bemiddeling door de heer Thabo Mbeki in verband met de imminente hervatting van de rechtstreekse onderhandelingen;

    5.  pleit voor onmiddellijke activering van het gezamenlijke politieke en veiligheidsmechanisme (JBVMM) door ter plaatse inzetten van internationale waarnemers en ander personeel voor observatie en hulp bij het toezicht op de naleving;

    6.  roept Sudan en Zuid-Sudan op de nog openstaande punten van het akkoord van 20 juni 2011 inzake tijdelijke veiligheids- en administratieve regelingen voor het the Abyei-gebied uit te voeren, in het bijzonder de terugtrekking van alle Sudanese en Zuid-Sudanese troepen uit het Abyei-gebied; verwelkomt de aankondiging van Zuid-Sudan dat het zijn troepen onmiddellijk uit het Abyei-gebied zal terugtrekken, en roept de regering van Sudan op hetzelfde te doen;

    7.  is verheugd over de terugtrekking van het Zuid-Sudanese leger uit Heglig en roept op tot onmiddellijke beëindiging van de luchtbombardementen door de Sudanese strijdkrachten op Zuid-Sudan;

    8.  roept Sudan en Zuid-Sudan op geen rebellengroepen meer te herbergen en tegen elkaar te op te zetten;

    9.  is erop gebrand om Sudan en Zuid-Sudan tot twee economisch welvarende staten te zien uitgroeien, die in vrede, veiligheid en stabiliteit naast elkaar kunnen bestaan, en onderstreept dat opbouw van wederzijds vertrouwen, van toekomstverwachting en van een klimaat dat de stabiliteit op langere termijn en economische ontwikkeling in de hand werkt, daarvoor belangrijk zijn;

    10. veroordeelt nadrukkelijk alle daden van geweld die onder schending van de internationale humanitaire rechtsregels en de rechten van de mens tegen de burgerbevolking worden begaan;

    11. roept alle partijen op de mensenrechten te bevorderen en te beschermen, ook die van vrouwen en mensen uit kwetsbare bevolkingsgroepen, en hun verplichtingen na te komen uit hoofde van het internationale recht, waaronder het internationale humanitaire en mensenrechtenrecht, en dringt erop aan dat degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan schendingen van dat recht, met inbegrip van seksueel geweld, ter verantwoording worden geroepen;

    12. dringt er bij Sudan and Southern Sudan krachtig op aan humanitaire hulp toe te laten tot de getroffen bevolking in conflictgebieden, en overeenkomstig het internationale recht en het internationale humanitaire recht toe te zien op veilige, onbelemmerde en directe toegang voor de VN en andere humanitaire organisaties, alsook voor aanvoer van levensmiddelen en uitrusting, zodat deze organisaties hun helpende taak ten behoeve van de getroffen burgerbevolking efficiënt kunnen uitvoeren;

    13. vraagt beide zijden met klem hun ophitsende retoriek en vijandige propaganda, die wederzijdse demonisering, xenofobie en geweldsdreiging in de hand werken, te staken; vraagt beide regeringen de volle verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de bescherming van elkaars burgers overeenkomstig internationale beginselen, in overeenstemming met de kaderovereenkomst inzake de Status van onderdanen van de andere Staat en verwante aangelegenheden, die in maart 2012 werd geparafeerd;

    14. dringt aan op een onpartijdig feitenonderzoek om de verliezen en economische en humanitaire schade op te nemen in en rondom Heglig, ook die aan olie-installaties en andere belangrijke infrastructuur;

    15. benadrukt dat er geen sprake kan zijn van militaire oplossing voor het conflict in Zuid-Kordofan en het gebied van de Blauwe Nijl, en dat een via onderhandelingen te bereiken politieke oplossing dringend geboden is, gebaseerd op respect voor eenheid in verscheidenheid;

    16. spoort Sudan en Zuid-Sudan aan om tot vereenstemming te komen over de nog openstaande economische overgangsregelingen tussen beide landen, waaronder ook het gebruik van de olievoorraden; stelt nogmaals dat oplossing van de kwesties rond de grenzenafbakening een eerste voorwaarde is voor totstandbrenging van vrede en stabiliteit in de regio;

    17. is ervan overtuigd dat voor stabiliteit op lange termijn in de regio een nieuwe, gebundelde alomvattende internationale strategie nodig is, waarin de EU naast andere mondiale en regionale partijen, een rol moet spelen die niet alleen is gericht op noord-zuidkwesties en de situatie in Zuid-Kordofan en rond de Blauwe Nijl, maar ook op het al te lang uitgebleven hervormingsproces in Sudan, en op grondiger democratische hervormingen in Zuid-Sudan; vraagt de HV/VV en de Commissie zich gereed te houden voor het bieden van de nodige hulp, zodra de thans regerende Sudanese National Congress Party (NCP) akkoord gaat met een vrije en onbelemmerde nationale dialoog die gericht moet zijn op invoering van inclusieve constitutionele regelingen waarmee iedereen kan instemmen, en daadwerkelijke maatregelen neemt om een einde te maken aan de straffeloosheid in Darfur, Zuid-Kordofan en rond de Blauwe Nijl;

    18. verzoekt de Commissie, de lidstaten van de EU en de internationale gemeenschap hun financieringstoezeggingen aan de regio na te komen, met name om de ernstige tekorten aan voedselhulp, noodonderkomens en bescherming aan te pakken; dringt erop aan dat de voedselsituatie nauwgezet in het oog wordt gehouden en dat er maatregelen worden genomen als de toestand slechter wordt; verklaart opnieuw het resultaat van het referendum ten volle te zullen eerbiedigen als de uiting van de democratische wil van het volk van Zuid-Sudan;

    19. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de staatshoofden en regeringsleiders en parlementen van de lidstaten van de EU, de regeringen en parlementen van Sudan en Zuid-Sudan, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de staatshoofden en regeringsleiders van de Arabische Liga, en de instellingen van de Afrikaanse Unie.