Procedure : 2012/2672(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0296/2012

Ingediende teksten :

B7-0296/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 05/07/2012 - 13.5
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 120kWORD 64k
6.6.2012
PE489.326v01-00
 
B7-0296/2012

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over het EU-beleid met betrekking tot de westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem (2012/2672(RSP))


Charles Tannock, Ryszard Antoni Legutko, Tomasz Piotr Poręba, Ryszard Czarnecki namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het EU-beleid met betrekking tot de westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem (2012/2672(RSP))  
B7‑0296/2012

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over mensenrechten en democratie in Israël en Palestina,

–   gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van de VN (ICCPR),

–   gezien de conclusies van de Raad van 8 december 2009, 13 december 2010 en 18 juli 2011 over het vredesproces in het Midden-Oosten,

–   gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–   gezien de relevante VN-resoluties, resoluties 181 (1947) en 194 (1948) van de Algemene Vergadering van de VN, en resoluties 242 (1967), 338 (1973), 1397 (2002), 1515 (2003) en 1850 (2008) van de VN-Veiligheidsraad,

–   gezien de Beginselverklaring over interimregelingen voor zelfbestuur (de akkoorden van Oslo) van 1993,

–   gezien de verklaringen van het Midden-Oostenkwartet en met name die van 23 september 2011,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de 27 ministers van Binnenlandse Zaken van de EU een rapport hebben gepubliceerd waarin het beleid van Israël op de westelijke Jordaanoever wordt gehekeld en waarin wordt gesteld dat het beleid van Israël een bedreiging vormt voor de tweestatenoplossing;

B.  overwegende dat het Israëlische Ministerie van Buitenlandse Zaken de stellingen in het EU-document ontkent en het document heeft bekritiseerd, omdat het het vredesproces niet zou bevorderen;

C.  overwegende dat het EU-document melding maakt van toenemend geweld van kolonisten tegen Palestijnen, en van een duidelijk versnelde bouw van nederzettingen sedert eind 2010;

D. overwegende dat de VN-Veiligheidsraad, de Algemene Vergadering van de VN, het Internationale Comité van het Rode Kruis, het Internationaal Gerechtshof en de Hoge Verdragsluitende partijen van het vierde Verdrag van Genève volhouden dat het bouwen van Israëlische nederzettingen in de door Israël bezette gebieden volgens het internationale recht illegaal is;

E.  overwegende dat bericht wordt dat het aantal aanvallen door Israëlische kolonisten dat is uitgemond in Palestijnse gewonden en beschadiging van Palestijns eigendom, in 2011 met bijna 35% is gestegen;

F.  overwegende dat de gewelddadige incidenten op de westelijke Jordaanoever toenemen; dat in 2011 acht Israëlische kolonisten om het leven zijn gebracht en 37 anderen verwond zijn door Palestijnen;

G. overwegende dat de EU herhaaldelijk haar steun heeft bevestigd voor de tweestatenoplossing, met de staat Israel en een onafhankelijke, democratische, aangrenzende en levensvatbare staat Palestina die zij aan zij leven in vrede en veiligheid, en heeft opgeroepen tot de hervatting van rechtstreekse vredesgesprekken tussen Israel en de Palestijnen;

1.  blijft van oordeel dat een tweestatenoplossing de beste en meest verkieslijke oplossing biedt voor vrede en stabiliteit in de regio op de lange termijn; merkt met bezorgdheid op dat het in politiek en administratief opzicht moeilijk zal zijn Jeruzalem in tweeën te delen als hoofdstad voor zowel Israël als voor een toekomstige Palestijnse staat;

2.  erkent het recht van de Palestijnse Autoriteit om bestuur en toezicht uit te oefenen op de westelijke Jordaanoever, en erkent het recht van de Israëlische autoriteiten om hun legitieme veiligheidsbelangen te waarborgen;

3.  roept de Israëlische autoriteiten op de rechtsstaat te handhaven in antwoord op de bouw van Israëlische nederzettingen in de door Israël bezette gebieden en hun verplichtingen overeenkomstig het internationale recht na te komen;

4.  spreekt andermaal zijn medegevoel uit met de Israëliërs en de Palestijnen die te lijden hebben onder de politieke spanningen die zij elke dag moeten verduren, en erkent dat de meeste Israëlische en Palestijnse burgers gewoon een dagelijks leven willen leiden in vrede en veiligheid;

5.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN, de regeringen en de parlementen van de leden van de VN-Veiligheidsraad, de afgezant van het Midden-Oostenkwartet, de Knesset en de regering van Israël, de president van de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse Wetgevende Raad.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid