Procedure : 2012/2659(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0298/2012

Ingediende teksten :

B7-0298/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/06/2012 - 9.4

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0248

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 117kWORD 66k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0281/2012
6.6.2012
PE489.328v01-00
 
B7-0298/2012

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over Sudan en Zuid-Sudan (2012/2659(RSP))


Judith Sargentini, Raül Romeva i Rueda namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Sudan en Zuid-Sudan (2012/2659(RSP))  
B7‑0298/2012

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn voorgaande resoluties over Sudan,

–   gezien resolutie 2046/2012 van de VN-veiligheidsraad van 2 mei 2012 over Sudan en Zuid‑Sudan,

–   gezien de verklaring waarin de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Catherine Ashton haar instemming uitspreekt met resolutie 2046/2012 van de VN‑Veiligheidsraad van 2 mei 2012,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de recente escalatie van de spanningen tussen Sudan en Zuid-Sudan beide landen op de rand van oorlog heeft gebracht;

B.  overwegende dat herhaalde gewelddadige incidenten aan de grens tussen Sudan en Zuid‑Sudan, met inbegrip van troepenbewegingen, de inname en bezetting van Heglig, de ondersteuning van gelieerde milities en van elkaars rebellen, alsook de gevechten tussen het Sudanese leger en het Sudanese Volksbevrijdingsleger (SPLA), het conflict hebben doen escaleren tot een volledige confrontatie;

C. overwegende dat het ontbreken van een economische overgangsregeling tussen de twee landen, onder meer over het gebruik van de olievoorraden, waardoor Khartoem beslag heeft gelegd op zuidelijke olie en Zuid-Sudan heeft besloten de olieproductie stop te zetten, aanzienlijk heeft bijgedragen tot de huidige crisis;

D. overwegende dat het wantrouwen tussen de twee buurlanden over de verdeling van de nationale schuld en hoeveel het niet aan zee grenzende Zuid-Sudan moet betalen voor het vervoer van zijn olie door Sudan onder meer onopgeloste kwesties zijn;

E.  overwegende dat op 29 juni 2011 een overeenkomst tussen de regering van Sudan en de regering van Zuid-Sudan is gesloten over grensbewaking en een gezamenlijk politiek en veiligheidsmechanisme, met de verplichting tot instelling van een veilige gedemilitariseerde grenszone (SDBZ), en op 30 juli 2011 een overeenkomst tussen de regering van Sudan en de regering van Zuid-Sudan over de missie ter ondersteuning van het grenstoezicht;

F.  overwegende dat Zuid-Sudan heeft aangekondigd dat het zich conform de overeenkomst tussen Sudan and Zuid-Sudan van 20 juni 2011 onverwijld zal terugtrekken uit het Abyei-gebied;

G. overwegende dat na tientallen jaren van wederzijds wantrouwen geen van beide partijen in staat is tot enig gebaar om de situatie te laten de-escaleren en serieuze onderhandelingen na te streven;

H. overwegende dat een groot deel van de bevolking in de regio nog steeds gebrek aan voedsel heeft en dat deze situatie verslechterd is door het conflict, de stijgende grondstofprijzen en de hongersnood in de Hoorn van Afrika,

I.   overwegende dat Sudan en Zuid-Sudan zijn getroffen door een ernstige droogte en de mensen op weg zijn gegaan op zoek naar voedsel, en dat volgens de VN-functionarissen ongeveer een miljoen mensen gevaar loopt te verhongeren als voedselhulp hen in de komende maanden niet bereikt;

J.   zijn bezorgdheid uitsprekend over de doodstraf door steniging wegens overspel, die op 22 april 2012 is uitgesproken tegen mevrouw Sharif Abdallah, nog geen 18 jaar oud, in de stad Omdurman, nabij Khartoem;

1.  doet een beroep op de regeringen van Sudan en Zuid-Sudan om militaire confrontaties te stoppen en hun geschillen op te lossen volgens de vredesovereenkomst;

2.  toont zich verheugd dat Sudan en Zuid-Sudan beide met de routekaart hebben ingestemd en hun toezegging hebben bevestigd om de vijandelijkheden onmiddellijk te staken, waarmee een belangrijke eerste stap in de goede richting is gezet;

3.  vraagt Sudan en Zuid-Sudan met klem hun politieke en praktische bereidheid te tonen om de weg van de vrede te volgen, door de wederzijdse veiligheidskwesties aan te pakken via zinvolle onderhandelingen binnen het kader van het gezamenlijke politieke en veiligheidsmechanisme, te beginnen met de onvoorwaardelijke teugtrekking van al hun strijdkrachten naar de eigen kant van de grens, overeenkomstig de eerder bereikte akkoorden, waaronder de overeenkomst inzake de missie ter ondersteuning van het grenstoezicht van 30 juli 2011;

4.  dringt er bij de regeringen van Sudan en Zuid-Sudan aan een politieke dialoog aan te gaan over alle resterende onopgeloste kwesties van de vredesovereenkomst; herhaalt dat de EU zich verplicht heeft Sudan en Zuid-Sudan te helpen bij de totstandbrenging van democratisch bestuur en mensenrechten voor alle Sudanezen;

5.  spoort Sudan en Zuid-Sudan aan om tot overeenstemming te komen over de onopgeloste economische overgangsregelingen tussen beide landen, waaronder ook het gebruik van olie;

6.  pleit voor onmiddellijke activering van het gezamenlijke mechanisme voor grensverificatie en grenstoezicht (JBVMM) door ter plaatse internationale waarnemers en ander personeel in te zetten voor observatie en hulp bij het toezicht op de naleving;

7.  roept Sudan en Zuid-Sudan op om de nog openstaande punten van de overeenkomst van 20 juni 2011 inzake tijdelijke veiligheids- en administratieve regelingen voor het Abyei-gebied uit te voeren, in het bijzonder de terugtrekking van alle Sudanese en Zuid-Sudanese troepen uit het Abyei-gebied; verwelkomt de aankondiging van Zuid-Sudan dat het zijn troepen onmiddellijk uit het Abyei-gebied zal terugtrekken, en roept de regering van Sudan op hetzelfde te doen;

8.  dringt er bij de Sudanese regering om de doodstraf in te trekken en de fysieke en psychische integriteit van mevrouw Sharif Abdallah te waarborgen, en doet tevens een beroep op de Sudanese regering om zijn rechtsstelsel te hervormen in overeenstemming met de internationale normen inzake mensenrechten;

9.  verzoekt de Commissie om humanitaire hulp te verstrekken aan de bevolking van Sudan en Zuid-Sudan om de dreigende hongersnood af te wenden, daar de bevolking wegvlucht uit verdroogde gebieden en deze vluchtelingenstroom in het regenseizoen tot meer honger leidt;

10. is van mening dat de missie van de Verenigde Naties in Sudan (UNMIS) moet worden heroverwogen en geherformuleerd om de regering van Zuid-Sudan te helpen bij de bescherming van burgers;

11. is ernstig verontrust over meldingen dat er in de regio steeds meer landmijnen worden gebruikt; herinnert aan zijn felle verzet tegen het gebruik van mijnen en eist dat deze activiteiten onmiddellijk worden beëindigd;

12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de EU en de speciale afgezant van de EU voor Zuid-Sudan, de regering van Sudan, de regering van Zuid-Sudan, de VN en de Afrikaanse Unie.

Juridische mededeling - Privacybeleid