Procedure : 2012/2788(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0425/2012

Ingediende teksten :

B7-0425/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/09/2012 - 11.15
CRE 13/09/2012 - 11.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0351

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 130kWORD 75k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0425/2012
10.9.2012
PE493.586v01-00
 
B7-0425/2012

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Syrië (2012/2788(RSP))


Véronique De Keyser, Ana Gomes, Saïd El Khadraoui, Pino Arlacchi, Emilio Menéndez del Valle, María Muñiz De Urquiza, Pier Antonio Panzeri, Boris Zala namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Syrië (2012/2788(RSP))  
B7‑0425/2012

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over Syrië, en met name die van 16 februari 2012 over de situatie in Syrië(1),

–   gezien de conclusies van de Europese Raad van 29 juni 2012,

–   gezien de conclusies van de Raad over Syrië van 23 juli, 25 juni, 14 mei , 23 april en 23 maart 2012,

–   gezien de talrijke verklaringen van de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter Catherine Ashton over de situatie in Syrië, in het bijzonder die op 5 september 2012 over haar telefoongesprek met Lakhdar Brahimi; op 18 augustus 2012 over de aanstelling van de heer Lakhdar Brahimi als gezamenlijk speciaal gezant van de VN en de Arabische Liga voor Syrië; op 4 augustus over uitzettingen van Syrische onderdanen door de Libanese autoriteiten; op 20 juli 2012 over de resolutie van de VN-Veiligheidsraad over Syrië; op 8 juli 2012 over de invallen van de Syrische troepen op Libanees grondgebied; op 6 juli 2012 na bijeenkomst van de Vrienden van het Syrische volk; op 18 juni 2012 over de huidige situatie in Syrië; op 3 juni en 27 mei 2012 over Syrië; op 27 april 2012 over de huidige situatie in Syrië; op 14 april 2012 waarin zij haar voldoening uitspreekt over de resolutie over Syrië van de VN-Veiligheidsraad die toestemming geeft voor het sturen van een voorlopig waarnemersteam; en op 15 maart 2012 waarin de voortdurende repressie en het geweld in Syrië wordt veroordeeld en herinnerd aan het uitbreken, een jaar daarvoor, van de opstand;

–   gezien de verklaringen van commissaris Kristalina Georgieva over de situatie in Syrië van 29 augustus en van 31 en 17 juli 2012;

–   gezien resoluties 2059 van 20 juli 2012, 2043 van 21 april 2012 en 2042 van 14 april 2012 van de VN-Veiligheidsraad,

–   gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–   gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten van 1966; het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984; het Verdrag inzake de rechten van het kind en het bijbehorende Facultatief Protocol inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten, waarbij Syrië partij is,

–   gezien de resoluties van de VN-Mensenrechtenraad over Syrië van 6 juli, 1 juni en 1 maart 2012;

–   gezien het rapport van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie van de VN over Syrië van 15 augustus 2012,

–   gezien het slotcommuniqué van de bijeenkomst van de Actiegroep Syrië van 30 juni 2012;

–   gezien het Nationale Pact en de Gemeenschappelijke Politieke Visie voor de overgang in Syrië, die zijn gepubliceerd na de conferentie van de Syrische oppositie die op 2 en 3 juli onder auspiciën van de Arabische Liga in Cairo is gehouden;

–   gezien de conclusies en opmerkingen van "The Day After Project: Supporting a Democratic Transition in Syria", gepubliceerd in 2012;

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement;

A. overwegende dat sinds maart 2011 bijna 20 000 mensen zijn omgekomen en nog veel meer mensen gewond zijn geraakt bij de gewelddadige onderdrukking door het Syrische regime van de bevolking; overwegende dat 235 000 vluchtelingen uit Syrië zijn geregistreerd of wachten op registratie door het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN; overwegende dat nog tienduizenden mensen die uit Syrië naar buurlanden zijn gevlucht zich niet registreren; overwegende dat er volgens de schattingen van de VN in Syrië zelf meer dan 1,2 miljoen ontheemden zijn en dat ongeveer 3 miljoen mensen onmiddellijke humanitaire bijstand nodig hebben; overwegende dat de crisis een bijzonder meedogenloze wending heeft genomen, die geresulteerd heeft in een snelle escalatie van deze cijfers, in augustus 2012;

B.  overwegende dat de slachting die het Syrische regime aanricht onder de bevolking, die het land op de rand van burgeroorlog heeft gebracht, blijft doorgaan; overwegende dat het rapport van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie van de VN over Syrië van 15 augustus 2012 concludeerde dat regeringstroepen en Shabbiha-strijders misdaden tegen de mensheid, oorlogsmisdaden en grove schendingen van internationale mensenrechten en het humanitair recht hadden begaan, en dat dit gebeurd was op basis van overheidsbeleid met de betrokkenheid op het hoogste niveau van de strijdkrachten en veiligheidstroepen en de overheid; overwegende dat de VN Commissie ook heeft gemeld dat oorlogsmisdaden waren begaan door gewapende antiregeringsgroepen, ook al waren deze niet van dezelfde ernst, frequentie en omvang als die begaan door regeringstroepen en de Shabbiha; overwegende dat de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten Navi Pillay herhaaldelijk een beroep op de VN-Veiligheidsraad heeft gedaan om de situatie in Syrië te verwijzen naar het Internationaal Strafhof;

C. overwegende dat een inclusieve, door Syrië geleide politieke overgang, die de legitieme democratische aspiraties van het Syrische volk beantwoordt, de enige weg is naar een vrij en democratisch Syrië; overwegende dat verdere militarisering van het conflict het Syrische volk en de regio als geheel alleen maar groter lijden zal brengen; overwegende dat de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie van de VN over Syrië heeft opgemerkt dat door beide partijen de afgelopen maanden meer geweld wordt gebruikt en nieuwe militaire capaciteit is ingezet; overwegende dat de wapenstroom naar Syrië via verschillende kanalen doorgaat;

D. overwegende dat er in de toekomst voor president Bashar al-Assad en zijn autoritair regime geen plaats is in Syrië; overwegende dat het aftreden van de president de enige manier is om verdere escalatie van de crisis te voorkomen en om een vreedzame en democratische overgang te laten plaatsvinden in het land; overwegende dat verschillende voormalige politieke en militaire leiders van het regime en ambassadeurs zijn overgelopen naar buurlanden en andere landen;

E.  overwegende dat er een geloofwaardig alternatief moet zijn voor het huidige regime; overwegende dat dit alternatief inclusief en representatief moet zijn voor de diversiteit van de Syrische samenleving en de universele waarden van democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, met speciale aandacht voor de rechten van etnische, culturele en religieuze minderheden, alsmede van vrouwen volledig moet eerbiedigen; overwegende dat de instelling van een inclusieve en representatieve voorlopige regering van de oppositie kan bijdragen aan dit alternatief;

F.  overwegende dat Syrische vertegenwoordigers van de oppositie in de afgelopen maanden verschillende bijeenkomsten hebben gehouden met het doel interne verschillen te overwinnen en een verenigd front te vormen, en een "Nationaal Pact" en een "gemeenschappelijke politieke visie voor de overgang in Syrië" hebben gepubliceerd, alsmede conclusies en aanbevelingen van "The Day After Project: Supporting a Democratic Transition in Syria"; overwegende dat ondanks alle inspanningen interne verdeeldheid en spanningen binnen deze oppositie blijven bestaan;

G. overwegende dat als gevolg van het veto van Rusland en China de VN-Veiligheidsraad er tot nu toe niet in geslaagd is adequaat te reageren op de crisis in Syrië; overwegende dat de Algemene Vergadering van de VN in haar resolutie van 3 augustus 2012 betreurt dat de Veiligheidsraad het niet eens is kunnen worden over maatregelen om te waarborgen dat de Syrische autoriteiten zich houdt aan haar besluiten; overwegende dat op basis van resoluties van de VN-Veiligheidsraad ongewapende militaire waarnemers van de VN in Syrië waren gestationeerd; overwegende dat deze waarnemersmissie op 20 augustus 2012 is afgelopen;

H. overwegende dat het zes-punts vredesplan dat Kofi Annan, als gezamenlijke gezant van de VN en de Arabische Liga, had voorgesteld is mislukt en dat hij ontslag heeft genomen; overwegende dat de voormalige minister van Buitenlandse Zaken van Algerije, Lakhdar Brahimi, onlangs tot de nieuwe gezamenlijke speciale afgezant voor Syrië van de VN en de Arabische Liga is benoemd;

I.   overwegende dat op 30 juni 2012 in Genève een bijeenkomst heeft plaatsgevonden van de Actiegroep voor Syrië, bestaande uit de secretaris-generaal van de VN, de secretaris-generaal van de Arabische Liga, de ministers van Buitenlandse Zaken van China, Frankrijk, Irak, Koeweit, Qatar, Rusland, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, en de hoge vertegenwoordiger van de EU, onder voorzitterschap van de gezamenlijke speciale afgezant voor Syrië van de VN en de Arabische Liga; overwegende dat deze Actiegroep overeenstemming heeft bereikt over "beginselen en richtsnoeren voor een door Syrië geleide overgang": dat wil zeggen een toekomstperspectief dat door iedereen in Syrië kan worden onderschreven, met duidelijke stappen en een helder tijdschema voor de implementatie daarvan, dat ten uitvoer kan worden gelegd in een klimaat van veiligheid voor iedereen, stabiliteit en rust, dat snel kan worden gerealiseerd, zonder verder bloedvergieten en geweld, en dat geloofwaardig is;

J.   overwegende dat een Groep van vrienden van Syrië is opgericht, die verschillende conferenties op het niveau van de ministers van Buitenlandse Zaken heeft gehouden met deelname van vertegenwoordigers van belangrijke internationale organisaties, waaronder de VN, de Arabische Liga, de Europese Unie, de Organisatie van de Islamitische Conferentie, de Samenwerkingsraad van de Golf, de Arabische Maghreb-Unie, en de Afrikaanse Unie;

K. overwegende dat de crisis in Syrië een grote bedreiging vormt voor de fragiele veiligheidssituatie in en de stabiliteit van de hele regio; overwegende dat volgens de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN de buurlanden van Syrië ondanks hun eigen problemen tot nu toe iedereen die om hulp vroeg daadwerkelijk hebben opgenomen; overwegende dat door het snel stijgende aantal Syrische vluchtelingen en ontheemden de druk op deze landen toeneemt en zij internationale hulp nodig hebben;

L.  overwegende dat de EU gerichte sancties in verschillende ronden aan Syrië heeft opgelegd, waaronder een reisverbod, de bevriezing van tegoeden, een verbod op de export naar Syrië van luxe goederen en van goederen voor tweeledig gebruik, en haar tegen Syrië ingestelde wapenembargo verder heeft aangescherpt;

1.  veroordeelt opnieuw in de meest krachtige termen de meedogenloze onderdrukking van de bevolking door het Syrische regime; juicht de moed van het Syrische volk toe; betuigt zijn solidariteit met en steun aan Syriërs die strijden voor democratie, waardigheid, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;

2.  roept alle gewapende betrokkenen op om onmiddellijk een einde te maken aan het geweld in Syrië; dringt er bij de Syrische regering op aan onverwijld het Syrische leger terug te trekken van belegerde steden; benadrukt opnieuw dat het internationaal humanitair recht volledig door alle betrokkenen bij de crisis moet worden gerespecteerd;

3.  dringt aan op onmiddellijke humanitaire hulp aan alle mensen in Syrië die dit nodig hebben, in het bijzonder gewonden, vluchtelingen, ontheemden, vrouwen en kinderen; prijst de inspanningen van het Internationale Rode Kruis en de UNRWA in dit opzicht; dringt er bij de Syrische regering op aan humanitaire organisaties volledige toegang tot het land te verlenen;

4.  dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan meer in het werk te stellen om alternatieve manieren te vinden voor verlening van humanitaire hulp aan de Syrische bevolking ondanks alle obstakels en moeilijkheden;

5.  herhaalt zijn oproep aan president Bashar al-Assad en zijn regime om onmiddellijk afstand te doen van de macht om een vreedzame, inclusieve, door Syrië geleide overgang naar democratie mogelijk te maken;

6.  benadrukt nogmaals dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de wijdverbreide, systematische en grove schendingen van de mensenrechten in Syrië in de afgelopen 18 maanden ter verantwoording moeten worden geroepen; steunt in dit verband de oproepen van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN om de situatie in Syrië naar het Internationaal Strafhof te verwijzen;

7.  neemt nota van de inspanningen van vertegenwoordigers van de Syrische oppositie om een ​​verenigd oppositiefront te vormen en van het recent gepubliceerde "Nationale Pact", de "gemeenschappelijke politieke visie voor de overgang in Syrië", en de conclusies en aanbevelingen van "The Day After project: Supporting a Democratic Transition in Syria"; moedigt de Syrische oppositie om deze koers voort te zetten met als doel een geloofwaardig alternatief voor het regime te scheppen;

8.  spreekt zijn waardering uit voor de inspanningen van de buurlanden van Syrië bij het opvangen en met humanitaire hulp ondersteunen van Syrische vluchtelingen, en dringt aan op meer internationale steun en bijstand op dit gebied; onderstreept dat het van groot belang is een duurzaam antwoord op de humanitaire crisis te vinden, zowel in Syrië, als in de kampen met Syrische vluchtelingen in de buurlanden; verzoekt met klem de buurlanden van Syrië door te gaan met het verlenen van bescherming aan Syrische vluchtelingen en ontheemden, en in overeenstemming met hun internationale verplichtingen af te zien van het uitwijzen en terugsturen van deze mensen naar Syrië;

9.  herhaalt zijn oproep aan de leden van de VN-Veiligheidsraad, met name Rusland en China, om in overeenstemming met hun verantwoordelijkheid te handelen en een einde te maken aan het geweld en repressie tegen de Syrische bevolking; blijft de initiatieven van de EU en haar lidstaten op dit gebied steunen;

10. moedigt de nieuwe gezamenlijke speciale vertegenwoordiger van de VN en de Arabische Liga voor Syrië aan om een ambitieuze en proactieve aanpak te volgen; doet een beroep op de internationale gemeenschap, waaronder de EU en haar lidstaten, om hem een sterke en verenigde steun te verschaffen;

11. blijft steun geven aan de voortdurende inspanningen van de EU en haar lidstaten om de druk op het Syrische regime te vergroten door middel van beperkende maatregelen; dringt aan op verdere aanscherping van de gerichte sancties;

12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Volksrepubliek China, de regering en het parlement van Irak, de regering en het parlement van Jordanië, de regering en het parlement van Libanon, de regering en het parlement van de Russische Federatie, de regering en het parlement van de Volksrepubliek China, de regering en het parlement van Turkije, de president en het Congres van de Verenigde Staten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Liga van Arabische Staten en de regering en het parlement van de Arabische Republiek Syrië.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0057.

Juridische mededeling - Privacybeleid