Procedure : 2012/2789(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0427/2012

Ingediende teksten :

B7-0427/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/09/2012 - 11.16
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0352

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 124kWORD 67k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0427/2012
10.9.2012
PE493.588v01-00
 
B7-0427/2012

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over het gebruik van justitie voor politieke doeleinden in Rusland (2012/2789(RSP))


Hannes Swoboda, Libor Rouček, Ana Gomes, Knut Fleckenstein, Véronique De Keyser namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het gebruik van justitie voor politieke doeleinden in Rusland (2012/2789(RSP))  
B7‑0427/2012

Het Europees Parlement,

–   gezien de lopende onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst die een nieuw omvattend kader moet bieden voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland, en gezien het partnerschap voor modernisering, dat van start is gegaan in 2010,

–   gezien zijn eerdere verslagen en resoluties over Rusland, met name de resolutie van 16 februari 2012(1) over de komende presidentsverkiezingen in Rusland, de resolutie van 14 december 2011(2) over de verkiezingen voor de Doema en de resolutie van 7 juli 2011(3) over de voorbereidingen voor de verkiezingen voor de Russische Doema in december 2011,

–   gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de EU, Catherine Ashton, over de veroordeling van de leden van de punkband "Pussy Riot" in Rusland (17 augustus 2012),

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Europese Unie zich zal blijven inzetten voor verdere intensivering en ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Rusland, hetgeen blijkt uit de toezegging van de Unie zich ten volle in te zetten voor de onderhandelingen over een nieuwe kaderovereenkomst ter verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Rusland, en overwegende dat de Europese Unie en Rusland nauwe en omvattende betrekkingen tot stand hebben gebracht, met name op het gebied van energie, economie en handel, en dat zij in de wereldeconomie onderling afhankelijk zijn geworden;

B.  overwegende dat er bezorgdheid blijft bestaan over de ontwikkelingen in de Russische Federatie ten aanzien van de eerbiediging en bescherming van de mensenrechten en de naleving van algemeen aanvaarde democratische beginselen, regels en procedures; overwegende dat de Russische Federatie volwaardig lid is van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en zich derhalve heeft verplicht tot naleving van de democratische beginselen en eerbiediging van de mensenrechten;

C. overwegende dat de arrestatie van Sergej Magnitski en zijn overlijden in gevangenschap een duidelijk voorbeeld is van schendingen van de mensenrechten in Rusland; overwegende dat een groeiende noodzaak voelbaar is om een krachtig en omvattend EU-beleid ten aanzien van Rusland te ontwikkelen, daarbij gerechtvaardige kritiek te uiten en zo nodig ook sancties op te leggen en restrictieve maatregelen te nemen;

D. overwegende dat de veroordeling van de leden van de Russische punkband "Pussy Riot" tot twee jaar gevangenisstraf wegens een protestoptreden tegen president Vladimir Poetin in een kathedraal van de Russisch-orthodoxe kerk in Moskou disproportioneel is, en aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid over de manier waarop het Russische rechtsstelsel burgers behandelt en de Russische bevolking wil intimideren;

E.  overwegende dat er betreurenswaardige stappen worden genomen om Gennadi Goedkov, Doema-afgevaardigde en lid van de partij "Rechtvaardig Rusland", die heeft deelgenomen aan een protestactie tegen president Poetin door middel van een twijfelachtige procedure uit de Doema te zetten;

F.  overwegende dat het Russische parlement in juli 2012 een wet heeft aangenomen waarin wordt bepaald dat Russische ngo's die steun ontvangen uit het buitenland en die zich bezighouden met politieke activiteiten zich als "buitenlands agent" moeten registreren;

G. overwegende dat de Russische autoriteiten zich de laatste tijd schuldig maken aan het schenden van de rechten van burgers en de vrije media in Sotsji, Rusland, hetgeen blijkt uit de voortdurende intimidaties aan het adres van activisten en onafhankelijke journalisten in de aanloop naar de Olympische winterspelen van 2014;

1.  bevestigt opnieuw zijn overtuiging dat de Russische Federatie een van de belangrijkste partners van de Europese Unie is bij de totstandbrenging van strategische samenwerking, aangezien het land niet alleen economische en handelsbelangen met de Unie deelt, maar tevens politieke en sociale waarden;

2.  herinnert aan de zaak van Michail Chodorkovski, de voormalige president-directeur van de oliemaatschappij Yukos, die nog altijd in de gevangenis zit nadat hij in twee afzonderlijke processen, in veler ogen om politieke redenen, is veroordeeld; is van oordeel dat hieruit overduidelijk blijkt dat het rechtsstelsel in de Russische Federatie gekenmerkt wordt door politisering en een gebrek aan onafhankelijkheid; merkt op dat het tweede proces tegen Chodorkovski door het mensenrechteninstituut van de internationale vereniging van ordes van advocaten (International Bar Association) als oneerlijk is bestempeld; merkt op dat Amnesty International de heer Chodorkovski heeft verklaard tot politiek gevangene; dringt er bij president Vladimir Poetin op aan de bevindingen en aanbevelingen van de presidentiële mensenrechtenraad met betrekking tot de zaak Chodorkovski volledig te respecteren en uit te voeren;

3.  verzoekt de Raad te onderzoeken of het mogelijk is om een gemeenschappelijke EU-lijst op te stellen van de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor de dood van Sergej Magnitski, voor de doofpotactie bij justitie daarna, en voor de nog steeds aanhoudende chicanes jegens zijn moeder en weduwe, en na te gaan of aan deze ambtenaren een voor de gehele EU geldend visumverbod en andere administratieve en financiële sancties opgelegd kunnen worden;

4.  is zeer teleurgesteld over het vonnis van de districtsrechtbank Chamovnitsjeski in Rusland en de buitensporige straf die deze rechtbank heeft opgelegd in de zaak van Nadezjda Tolokonnikova, Maria Aljochina en Ekaterina Samoetsevitsj, leden van de punkband "Pussy Riot"; stelt bezorgd vast dat deze zaak er een is in een groeiende reeks gevallen van intimidatie en vervolging van oppositielieden in de Russische Federatie in de laatste tijd, een ontwikkeling die de Europese Unie steeds meer zorgen baart; herhaalt dat hij ervan overtuigd is dat dit vonnis zal worden herzien en teruggedraaid, conform de internationale verplichtingen van Rusland; uit zijn bezorgdheid over de schijnbare politieke unie tussen de Russische regering en de Russisch-orthodoxe kerk;

5.  wijst erop dat het in gang zetten van een parlementaire politieke procedure om Gennadi Goedkov, lid van de oppositiepartij "Rechtvaardig Rusland", zijn parlementair mandaat te ontnemen, breed wordt gezien als intimidatie, gericht tegen legitieme politieke activiteiten van een oppositiepartij die zich schaarde achter verzoeken van de protestbeweging;

6.  uit zijn bezorgdheid over het feit dat het Russische parlement een wet heeft aangenomen waarin wordt bepaald dat Russische ngo's die steun ontvangen uit het buitenland en die zich bezighouden met politieke activiteiten zich als "buitenlands agent" moeten registreren; verzoekt de Russische autoriteiten deze wet uit te leggen en te verhelderen, omdat een verkeerde interpretatie mogelijkerwijs tot ernstige negatieve gevolgen kan leiden;

7.  wijst op het belang van een voortdurende gedachtewisseling met Rusland over mensenrechten in het kader van het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland als een manier om de interoperabiliteit op alle samenwerkingsgebieden te consolideren, en dringt aan op een betere opzet van deze overlegbijeenkomsten zodat zij meer effect sorteren, waarbij bijzondere aandacht dient te worden besteed aan gemeenschappelijk optreden tegen racisme en vreemdelingenhaat, en op de openstelling van dit proces voor een wezenlijke inbreng van het Europees Parlement, de Russische Doema en mensenrechten-ngo's, ongeacht of de dialoog in Rusland of in een lidstaat van de EU plaatsvindt;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Russische Federatie, de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

 

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0054.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0575.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0335.

Juridische mededeling - Privacybeleid