Procedure : 2012/2789(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0431/2012

Ingediende teksten :

B7-0431/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/09/2012 - 11.16

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0352

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 128kWORD 70k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0427/2012
10.9.2012
PE493.592v01-00
 
B7-0431/2012

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over het gebruik van justitie voor politieke doeleinden in Rusland (2012/2789(RSP))


José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ria Oomen-Ruijten, Elmar Brok, Mario Mauro, Cristian Dan Preda, Arnaud Danjean, Michael Gahler, Jacek Saryusz-Wolski, Jacek Protasiewicz, Vytautas Landsbergis, Elena Băsescu, Laima Liucija Andrikienė, Nadezhda Neynsky, Alojz Peterle, Roberta Angelilli namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het gebruik van justitie voor politieke doeleinden in Rusland (2012/2789(RSP))  
B7‑0431/2012

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere verslagen en resoluties over Rusland, met name de resolutie van 15 maart 2012 over de uitslag van de presidentsverkiezingen in Rusland en van 16 februari 2012 (1) over de aanstaande presidentsverkiezingen in Rusland,

   gezien het arrest van 17 augustus 2012 van het districtsgerecht Chamovnitsjeski in Moskou dat de leden van de meidenpunkband "Pussy riot" tot twee jaar gevangenisstraf veroordeelde wegens ordeverstoring,

–   gezien de verklaring van 17 augustus 2012 van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Catherine Ashton, over de veroordeling van leden van de punkband "Pussy riot" in Rusland,

–   gezien de verklaring van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken over de veroordeling van leden van de punkband "Pussy riot" van 17 augustus 2012,

–   gezien het verzoek van de Russische openbare aanklager om op 12 september 2012 te stemmen over verwijdering van Eerlijk Rusland-lid Gennadi Goedkov uit de Doema,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Russische Federatie een volwaardig lid van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa is en zich heeft verplicht tot naleving van de democratische beginselen, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten; overwegende dat er vanwege verschillende ernstige schendingen van de rechtsstaat en de aanneming van restrictieve wetgeving in de afgelopen maanden steeds meer bezorgdheid ontstaat over de mate waarin Rusland zich houdt aan zijn internationale en nationale verplichtingen;

B.  overwegende dat de mensenrechtensituatie in Rusland in de afgelopen maanden drastisch is verslechterd en dat zij op korte termijn prioritair aan de orde moet worden gesteld, met name tijdens de bilaterale bijeenkomsten en onderhandelingen tussen de EU en Rusland;

C. overwegende dat de Russische autoriteiten recentelijk een reeks wetten hebben aangenomen die twijfelachtige bepalingen bevatten en die gebruikt kunnen worden om de oppositie en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld verder aan banden te leggen en die de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering belemmeren;

D. overwegende dat het districtgerecht Chamovnitsjeski in Moskou drie activisten van de meidenpunkband "Pussy riot" op 17 augustus 2012 tot twee jaar gevangenisstraf heeft veroordeeld wegens ordeverstoring, die zou zijn ingegeven door godsdiensthaat, in de Christus de Verlosser-kathedraal in Moskou in februari 2012;

E.  overwegende dat de Doema op 12 september 2012 gaat stemmen over de opheffing van de immuniteit van Gennadi Goedkov en diens verwijdering uit de Doema wegens zakelijke activiteiten tijdens zijn mandaat die in strijd zouden zijn met artikel 289 van het Russische wetboek van strafrecht; overwegende dat anti-corruptieregels omwille van de rechtsstaat op gelijke en onpartijdige wijze zouden moeten gelden voor alle leden van de Doema;

F.  overwegende dat de zaak-Magnitski slechts een van de vele zaken van machtsmisbruik door de Russische wetshandhavingsautoriteiten is, waardoor de rechtsstaat ernstig is geschonden en de schuldigen van zijn dood nog steeds niet zijn bestraft; overwegende dat er tal van andere rechtszaken zijn waarbij politiek geconstrueerde motieven worden gebruikt om af te rekenen met politieke tegenstanders en het maatschappelijk middenveld te bedreigen;

G. overwegende dat algemeen wordt aangenomen dat de zaak-Chodorkovski, de voormalige CEO van oliemaatschappij Joekos, die nog altijd in de gevangenis zit nadat hij in twee afzonderlijke processen was veroordeeld, politiek gemotiveerd is; overwegende dat het tweede proces tegen Chodorkovski door het mensenrechteninstituut van de International Bar Association als oneerlijk is bestempeld; overwegende dat Amnesty International de heer Chodorkovski heeft verklaard tot politieke gevangene;

1.  is van mening dat Rusland als lid van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa moet voldoen aan de verplichtingen die het is aangegaan; wijst erop dat de recente ontwikkelingen indruisen tegen de hervormingen die noodzakelijk zijn voor verbetering van de democratische normen, de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht;

2.  herinnert eraan dat voormalig president Medvedev een werkgroep heeft opgericht voor de hervorming van het kiesstelsel, de verbetering van de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten; herinnert eraan dat het Europees Parlement erbij de Russische autoriteiten op heeft aangedrongen deze hervormingen door te voeren en EU-steun heeft aangeboden, o.a. in het kader van het partnerschap voor modernisering;

3.  uit echter zijn bezorgdheid over het verslechterende klimaat voor de opbouw van de burgermaatschappij in Rusland, met name ten aanzien van de recente aanneming van een reeks wetten inzake demonstraties, ngo's, smaad en het internet die twijfelachtige bepalingen bevatten en zouden kunnen leiden tot willekeurige handhaving; herinnert de Russische autoriteiten eraan dat in een moderne en welvarende samenleving de individuele en collectieve rechten van alle burgers moeten worden erkend en beschermd;

4.  uit ook zijn bezorgdheid over de wet inzake extremisme vanwege de ruime interpretatiemarge voor basisbegrippen als "extremistische acties" en "extremistische organisaties" wat volgens de Venetië-commissie van de Raad van Europa zou kunnen leiden tot willekeur en belemmering van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering; dringt er bij de Russische autoriteiten op aan deze bezorgdheid weg te nemen door de wet te amenderen;

5.  is ernstig teleurgesteld over het arrest van het districtsgerecht Chamovnitsjeski in Moskou in de zaken betreffende Nadezjda Tolokonnikova, Maria Aljochina en Jekaterina Samoetsjevitsj, leden van de punkband "Pussy riot" op 17 augustus 2012 wegens "ordeverstoring ingegeven door godsdiensthaat"; is van mening dat het arrest rammelt qua motivering en dat het buitenproportioneel is gezien het feit dat het om een vreedzaam protest ging, en veroordeelt de mishandeling van de bandleden tijdens het voorarrest en de onregelmatigheden in het proces; verwacht dat dit arrest zal worden herzien en teruggedraaid in overeenstemming met Ruslands internarionale verplichtingen;

6.  veroordeelt de arrestatie van demonstranten tegen het "Pussy riot"-proces, onder wie toonaangevende oppositieleden en journalisten; dringt bij de Russische autoriteiten aan op eerbiediging van de vrijheid van vergadering en de vrijheid van meningsuiting;

7.  is verheugd over het besluit van het hooggerechtshof van 25 juli 2012 om de zaken van Chodorkovski en Lebedev te herzien, overeenkomstig de aanbeveling van de presidentiële mensenrechtenraad van december 2011; neemt kennis van het feit dat de straf van Lebedev met drie jaar is ingekort; dringt aan op voortzetting van de volledige herziening van deze zaken omdat Rusland zich internationaal gecommitteerd heeft aan een eerlijke en transparante rechtsgang en om de bevindingen en aanbevelingen van de presidentiële mensenrechtenraad met betrekking tot de zaak-Chodorkovski volledig te respecteren en uit te voeren;

8.  neemt kennis van het verzoek van de openbare aanklager om te stemmen over de vroegtijdige verwijdering van Gennadi Goedkov uit de Doema wegens zakelijke activiteiten tijdens zijn mandaat die in strijd zouden zijn met artikel 289 van het Russische strafwetboek; verzoekt Rusland af te zien van de willekeurige toepassing van wetten om oppositieleden het zwijgen op te leggen;

9.  is verontrust over de veroordeling van "Ander Rusland"-activist Taisia Osipova tot acht jaar gevangenisstraf wegens drugsbezit hoewel voormalig president Medvedev het eerste arrest van 2010 bekritiseerd had omdat het te streng zou zijn, aangezien de openbare aanklager slechts vier jaar had geëist en verschillende getuigen de aanklachten tegen haar in twijfel trokken; wijst erop dat verscheidene andere zaken tegen oppositieactivisten geleid hebben tot ernstige bezorgdheid, o.a. de vervolging van Aleksej Navalny die een gevangenisstraf van 10 jaar riskeert als hij wordt veroordeeld voor betrokkenheid bij de vermeende diefstal van hout ter waarde van 16 miljoen roebel;

10. wijst erop dat deze zaken de zoveelste zijn in de vloedgolf van politiek gemotiveerde vervolging en intimidatie tegen oppositieactivisten in Rusland; verzoekt om een coherente en proactieve aanpak ten aanzien van de ernstige schendingen van de mensenrechten in Rusland en verzoekt de Raad om na te gaan of de beperkende maatregelen tegen overtreders wel degelijk pas worden gebruikt als alle andere maatregelen zijn uitgeput en als de overtreding of misdaad duidelijk is bewezen;

11. dringt er bij de Russische autoriteiten op aan een einde te maken aan de alomtegenwoordige en algemeen verbreide straffeloosheid in het land, een geloofwaardig en onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de dood van Magnitski en andere vergelijkbare zaken, en alle schuldigen voor de rechter te brengen;

12. verzoekt Rusland de huidige trend om te buigen, zich opnieuw te concentreren op zijn internationale verplichtingen en ernstige stappen te ondernemen om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de rechtsstaat te vergroten;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Russische Federatie, de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

 

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0054.

Juridische mededeling - Privacybeleid