Ontwerpresolutie - B7-0438/2012Ontwerpresolutie
B7-0438/2012

    ONTWERPRESOLUTIE over de situatie in Syrië

    10.9.2012 - (2012/2788(RSP))

    naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
    ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

    Charles Tannock, Ryszard Antoni Legutko, Tomasz Piotr Poręba, Ryszard Czarnecki, Paweł Robert Kowal namens de ECR-Fractie

    Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0425/2012

    Procedure : 2012/2788(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B7-0438/2012
    Ingediende teksten :
    B7-0438/2012
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    B7‑0438/2012

    Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Syrië

    (2012/2788(RSP))

    Het Europees Parlement,

    –   gezien zijn eerdere resoluties over Syrië,

    –   gezien Besluit 2011/523/EU van de Raad tot gedeeltelijke schorsing van de toepassing van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Arabische Republiek Syrië, Verordening (EU) nr. 36/2012 van de Raad betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië, en Besluit 2012/424/GBVB houdende uitvoering van Besluit 2011/782/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië,

    –   gezien de verklaringen die de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over Syrië heeft afgelegd, voor het laatst op 8 augustus en 5 september 2012,

    –   gezien de conclusies van de Raad over Syrië van 18 juli, 10 oktober en 1 december 2011, en van 23 januari, 23 april, 14 mei, 25 juni en 23 juli 2012,

    –   gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 25 mei 2011 met als titel "Inspelen op de veranderingen in onze buurlanden",

    –   gezien de resoluties 2042(2012) van 14 april en 2043(2012) van 21 april van de VN-Veiligheidsraad,

    –   gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 3 augustus 2012 over de situatie in Syrië,

    –   gezien het rapport van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie voor de Arabische Republiek Syrië van 15 augustus 2012,

    –   gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

    –   gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, waarbij Syrië partij is,

    –   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

    A. overwegende dat de situatie van Syrië blijft verslechteren en dat het aanslepende conflict en de onrust het land in een regelrechte burgeroorlog dreigen te storten;

    B.  overwegende dat de VN geen cijfers heeft kunnen geven over het aantal slachtoffers van het conflict, maar dat een aantal organisaties gewag maken van meer dan 20 000 doden, onder wie vooral burgers, en nog veel meer gewonden;

    C. overwegende dat naar schatting 2,5 miljoen Syriërs onmiddellijke humanitaire bijstand nodig hebben, dat 1,5 miljoen Syriërs ontheemd zijn en dat ongeveer 230 000 Syriërs naar buurlanden zijn gevlucht;

    D. overwegende dat Syrische burgers willekeurig kunnen worden gearresteerd en zonder proces of met een proces voor een militaire rechtbank kunnen worden opgesloten, en dat zij niet beschikken over een onafhankelijke rechterlijke macht om hen te verdedigen, noch over vrijheid van meningsuiting of het wettelijk gewaarborgde recht om te demonstreren;

    E.  overwegende dat wordt gemeld dat strijdkrachten van de Syrische regering in heel het land steden en dorpen belegeren, waardoor deze plekken afgesneden zijn van voedsel, medische voorzieningen en communicatiemiddelen;

    F.  overwegende dat president Bashar al‑Assad ondanks tal van publieke verklaringen waarin hij politieke hervormingen belooft geen specifieke maatregelen heeft getroffen om de openbare vrijheden en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te vrijwaren en schendingen van de mensenrechten door de Syrische regering te verhinderen;

    G. overwegende dat de lidstaten van de EU nieuwe sancties zijn overeengekomen, voor het laatst op 23 juli 2012, ter aanvulling van de beperkende maatregelen tegen Syrië die nu al worden toegepast;

    H. overwegende dat president Assad geen gehoor heeft gegeven aan talloze oproepen van de internationale gemeenschap om een einde te maken aan het vreselijke geweld in Syrië;

    I.   overwegende dat de Arabische Liga een tijd geleden een vredesplan voor Syrië heeft voorgesteld, en dat zij haar waarnemingsmissie in Syrië op 28 januari 2012 heeft opgeschort omwille van de verslechterende toestand op het terrein;

    J.   overwegende dat de controlemissie van de VN in Syrië, die in april 2012 van start ging, in juni werd opgeschort door het escalerende geweld, en dat deze missie niet verlengd werd na het verstrijken van haar mandaat op 20 augustus 2012;

    K. overwegende dat Lakhdar Brahimi op 5 september is benoemd tot gezamenlijke speciale gezant voor Syrië van de VN en de Arabische Liga, als opvolger van Kofi Annan die op 2 augustus 2012 ontslag nam;

    L.  overwegende dat de maatschappelijke onrust en de gewelddadige onderdrukking van de Syrische bevolking door de autoriteiten het land inmiddels in een burgeroorlog dreigen te storten, die op zijn beurt tot een regionaal conflict zou kunnen leiden;

    1.  betreurt het brutale optreden van het Syrische regime, dat zich uit hoofde van zijn beleid schuldig maakt aan grove, grootschalige en willekeurige schendingen van de mensenrechten; vraagt dat het Syrische regime al zijn strijdkrachten uit de steden en dorpen van Syrië terugtrekt; verzoekt het Syrische regime mensenrechtenorganisaties en hulpverleners onmiddellijk en onvoorwaardelijk toegang te verlenen; benadrukt dat al wie tijdens het geweld gewond is geraakt, medische verzorging moet krijgen;

    2.  veroordeelt het gebruik van geweld door alle partijen in Syrië ten stelligste;

    3.  veroordeelt het besluit van China en Rusland om hun veto uit te spreken over de recentste inspanningen binnen de Verenigde Naties om een resolutie te formuleren waarin de gewelddadige onderdrukking van de antiregeringsdemonstraties in Syrië door de overheid wordt veroordeeld; is teleurgesteld over het gebrek aan eensgezindheid in de VN-Veiligheidsraad met betrekking tot het gewelddadige optreden van de Syrische autoriteiten en roept de internationale gemeenschap ertoe op de reactie van het Syrische regime op de demonstraties unaniem te veroordelen;

    4.  betreurt dat de situatie op het terrein in Syrië de verlenging van de controlemissie van de VN onmogelijk maakt en dat het Syrische regime heeft geweigerd het vredesplan van Annan volledig ten uitvoer te leggen;

    5.  wijst erop dat het president Assad is die, als constitutioneel en wettig hoofd van de Syrische staat, de eindverantwoordelijkheid draagt voor alle acties van het leger; vraagt president Assad met aandrang om, in het belang van Syrië en de eenheid van het Syrische volk, de verwerping van zijn bewind door de Syrische bevolking te erkennen en af te treden; vraagt in dit verband dat alle Syrische partijen samenwerken met het bureau van de speciale gezamenlijke gezant voor Syrië van de Verenigde Naties en de Arabische Liga om het op 30 juni 2012 voorgestelde overgangsplan van de Actiegroep voor Syrië snel ten uitvoer te leggen;

    6.  is verheugd over de conclusies van de Raad van 23 juli en steunt de uitbreiding van de sancties tegen het regime in Syrië;

    7.  is tevreden dat Turkije, Saudi-Arabië en Egypte het Syrische regime hebben veroordeeld en prijst Turkije en Jordanië om hun belangrijke rol bij de opvang van vluchtelingen; betreurt het feit dat Iran de onbuigzame houding van president Assad en diens brutale repressie ten aanzien van zijn volk blijft goedkeuren;

    8.  dringt erop aan dat de Syrische regering demonstranten bescherming tegen aanvallen garandeert, het recht van demonstranten om deel te nemen aan vreedzame betogingen eerbiedigt en de vrijheid van meningsuiting waarborgt; roept de Syrische regering er daarom toe op het gebruik van geweld tegen vreedzame demonstranten onmiddellijk te staken;

    9.  verzoekt de Syrische regering om af te zien van de willekeurige aanhouding en opsluiting van politieke activisten, verdedigers van de mensenrechten en journalisten en om alle gevangenen die vastzitten op grond van hun overtuiging vrij te laten; roept de Syrische autoriteiten ertoe op publiekelijk verantwoording af te leggen voor alle mensen die om het leven zijn gekomen, gewond zijn geraakt of nog worden vermist;

    10. steunt de internationale inspanningen om de situatie in Syrië naar het Internationaal Strafhof te verwijzen;

    11. toont zich uiterst bezorgd over het feit dat ook activisten van de oppositie in ballingschap het slachtoffer van intimidatie door de Syrische autoriteiten zouden kunnen worden;

    12. toont zich uiterst bezorgd over de gevaren die de talrijke minderheden in Syrië, onder wie Iraakse vluchtelingen, lopen, en wijst met name op het precaire lot van de christenen, die gevangen zitten in het conflict tussen het voornamelijk alawitische Baath‑regime en het door soennieten gedomineerde Vrije Syrische Leger, dat ook radicale salafisten in de rangen heeft;

    13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Opperste Raad van de strijdkrachten in Egypte, de secretaris-generaal van de Arabische Liga en de regering en het parlement van de Arabische Republiek Syrië.