Procedure : 2012/2788(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0439/2012

Ingediende teksten :

B7-0439/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/09/2012 - 11.15
CRE 13/09/2012 - 11.15

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0351

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 136kWORD 78k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0425/2012
10.9.2012
PE493.600v01-00
 
B7-0439/2012

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over Syrië (2012/2788(RSP))


Guy Verhofstadt, Marietje Schaake, Edward McMillan‑Scott, Robert Rochefort, Graham Watson, Marielle de Sarnez, Sonia Alfano, Sarah Ludford, Louis Michel, Norica Nicolai, Kristiina Ojuland, Antonyia Parvanova, Johannes Cornelis van Baalen, Jelko Kacin, Alexandra Thein namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Syrië (2012/2788(RSP))  
B7‑0439/2012

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over Syrië,

–   gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over Syrië van 23 juli 2012 en de conclusies van de Europese Raad over Syrië van 29 juni 2012,

–   gezien de verklaringen over Syrië die de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid heeft afgelegd op 20 juli, 2 en 18 augustus en 5 september 2012,

–   gezien de verklaringen over Syrië die de Europese commissaris voor Internationale samenwerking, humanitaire hulp en crisisbestrijding heeft afgelegd op 31 juli en 29 augustus 2012,

–   gezien het besluit van 17 augustus 2012 van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, en de secretaris-generaal van de Liga van Arabische Staten, Nabil El Araby, om Lakhdar Brahimi te benoemen tot nieuwe gezamenlijke speciale vertegenwoordiger voor Syrië,

–   gezien Verordening (EU) nr. 509/2012 van de Raad van 15 juni 2012 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 36/2012 van de Raad betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië, en de latere besluiten van de Raad ter uitvoering van deze maatregelen,

–   gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN over de situatie in de Arabische Republiek Syrië van 3 augustus 2012,

–   gezien de resolutie van de VN-Mensenrechtenraad over de mensenrechtensituatie in Syrië van 6 juli 2012,

–   gezien het Nationale Pact en de Gemeenschappelijke Politieke Visie voor de overgang in Syrië, die zijn gepubliceerd na de conferentie van de Syrische oppositie die op 2 en 3 juli onder auspiciën van de Arabische Liga in Cairo is gehouden,

–   gezien de uitkomsten van de vergadering van de Actiegroep op 30 juni 2012 in Genève,

–   gezien het plan-Annan en de resoluties 2042, 2043 en 2059 van de VN-Veiligheidsraad,

–   gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–   gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, het Verdrag inzake de rechten van het kind en het bijbehorende Facultatief Protocol inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten, alsmede het Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide, waarbij Syrië in alle gevallen partij is,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat sinds het begin van het gewelddadige optreden tegen vreedzame betogers in Syrië in maart 2011 meer dan 26.000 mensen zijn gedood en dat het zware geweld – zoals het gebruik van zware artillerie en de beschieting van woonwijken, o.a. in Damascus en Aleppo – en de vreselijke moordpartijen van het Syrische leger, veiligheidstroepen en de Shabiha voortdurend zijn toegenomen; overwegende dat er diverse bloedbaden zijn aangericht en mannen, vrouwen en kinderen gericht en van vlakbij zijn doodgeschoten; overwegende dat het aantal folteringen en massale arrestaties en de grootschalige verwoesting van woonwijken dramatisch zijn geëscaleerd; overwegende dat in heel Syrië steden en dorpen door regeringstroepen worden belegerd en gebombardeerd, ook door helikopters en gevechtsvliegtuigen; overwegende dat door de toenemende militarisering van het conflict het gevaar van een burgeroorlog is gestegen en sektarische conflicten worden gevoed;

B.  overwegende dat verdere militarisering van de situatie in Syrië ernstige gevolgen voor de burgerbevolking zou hebben en ook van invloed zal blijven op de veiligheid en stabiliteit in de regio als geheel, met alle onvoorspelbare implicaties en consequenties van dien;

C. overwegende dat de Syrische autoriteiten de toegang van burgers tot voedsel en medicijnen opzettelijk hebben afgesneden, zoals op drastische wijze is geïllustreerd door het bombarderen van burgers die in Aleppo bij bakkerijen in de rij stonden; overwegende dat 2 miljoen Syriërs als gevolg van het aanhoudende geweld en gedwongen vertrek te maken hebben met een snel verslechterende humanitaire situatie;

D. overwegende dat de toezeggingen van president Bashar al-Assad om uitvoering te geven aan het zespuntenplan van de gezamenlijke speciale gezant van de Verenigde Naties en de Liga van Arabische Staten voor Syrië, Kofi Annan, niet zijn nagekomen en dat het Syrische regime alle geloofwaardigheid en legitimiteit als vertegenwoordiger van het Syrische volk heeft verloren;

E.  overwegende dat de afgelopen maanden personen in hoge functies zijn overgelopen, onder wie de Syrische premier Riad Hijab, de brigadegeneraal van de Syrische Revolutionaire Garde Manaf Tlass en diverse hooggeplaatste diplomaten; overwegende dat deze overlopers anderen die nauwe banden met president Assad hebben, en het leger opgeroepen hebben hun voorbeeld te volgen;

F.  overwegende dat bij een bomaanslag op een gebouw van de nationale veiligheid in het centrum van Damascus op 18 augustus 2012 verscheidene sleutelfiguren van het regime-Assad om het leven zijn gekomen;

G. overwegende dat er ondanks het geldende EU-embargo inzake wapens, munitie en militair materieel en een verbod op de uitvoer van monitoringtechniek, meerdere incidenten zijn gemeld in verband met wapentransporten via EU-wateren en informatie is uitgelekt over zakelijke transacties tussen EU-bedrijven en Syrische (overheids)instanties en personen die onder de EU-sancties vallen, hetgeen erop duidt dat de EU intern niet bij machte is haar eigen besluiten en verordeningen volledig uit te voeren;

H. overwegende dat diverse externe actoren ofwel direct ofwel via regionale kanalen en buurlanden het regime-Assad en het gebruik van zwaar geweld tegen burgers blijven ondersteunen door financiële, operationele, logistieke en tactische hulp te verlenen; overwegende dat ook de strijdkrachten en groeperingen die tegen president Assad gekant zijn, militaire en technische steun uit buurlanden ontvangen, hetgeen duidelijk maakt dat het conflict de gehele regio betreft;

I.   overwegende dat de verergering van het geweld en de steeds groter wordende humanitaire crisis de laatste weken voor de buurlanden, met name Turkije, Jordanië en Libanon, aanleiding zijn geweest om een dramatisch aanzwellend aantal Syrische vluchtelingen op te nemen; overwegende dat 235.000 Syrische vluchtelingen in deze landen zijn geregistreerd; overwegende dat 1,5 miljoen burgers intern ontheemd zijn en meer dan 1 miljoen mensen dringend behoefte hebben aan humanitaire bijstand;

J.   overwegende dat de USMIS-monitoringmissie van de Verenigde Naties op 19 augustus 2012 gedwongen is zich uit Syrië terug te trekken wegens de verslechterende veiligheidssituatie;

K. overwegende dat de EU en haar lidstaten tot dusverre meer dan 146 miljoen euro aan humanitaire hulp hebben verstrekt aan mensenrechtenorganisaties, waaronder activisten en maatschappelijke organisaties in Syrië, en Syrische vluchtelingen die zich in de buurlanden in gebieden bevinden met een grote instroom van Syrische vluchtelingen;

L.  overwegende dat leden van de Syrische oppositie een Nationaal Pact en een Gemeenschappelijke Politieke Visie voor de overgang in Syrië hebben gepubliceerd na een conferentie die op 2 en 3 juli onder auspiciën van de Arabische Liga in Cairo is gehouden; overwegende dat als vervolg hierop een comité is opgericht dat moet blijven werken aan het verenigen van de Syrische oppositie;

M. overwegende dat de Actiegroep voor Syrië op 1 juli 2012 in Genève overeenstemming heeft bereikt over beginselen en richtlijnen voor een overgang onder Syrische leiding, met o.a. de vorming van een overgangsregering met volledige uitvoerende bevoegdheden;

N. overwegende dat de veto's van Rusland en China hebben belet dat de VN-Veiligheidsraad een resolutie zou aannemen ter ondersteuning van de resultaten van de bijeenkomst van de Actiegroep voor Syrië, en ook beoogde maatregelen hebben verhinderd om naleving van het zespuntenplan van Kofi Annan uit hoofde van artikel 41 van het VN-Handvest af te dwingen;

O. overwegende dat de internationale gemeenschap er tot dusverre niet in is geslaagd de handen ineen te slaan en werk te maken van de uitvoering van het plan-Annan en andere overeengekomen beginselen en richtlijnen voor een politieke overgang onder Syrische leiding;

1.  veroordeelt opnieuw in de meest krachtige bewoordingen het nog steeds toenemende gebruik van lukraak geweld door het regime van president Assad tegen de Syrische burgerbevolking, met name het gericht doden van kinderen en vrouwen en massale executies in dorpen; is ten zeerste bezorgd over de ernst van de mensenrechtenschendingen en de mogelijke misdaden tegen de menselijkheid die zijn toegestaan en/of begaan door de Syrische autoriteiten, het Syrische leger, veiligheidstroepen en aangesloten milities;

2.  veroordeelt de standrechtelijke executies en alle andere vormen van mensenrechtenschendingen door groeperingen en troepen die tegen het regime-Assad gekant zijn;

3.  onderstreept dat nooit medische zorg mag worden onthouden aan gewonden en hulpbehoevenden, en roept alle betrokken partijen op om burgers te beschermen en af te zien van alle vormen van intimidatie en geweld tegen patiënten, artsen, medisch personeel en hulpverleners;

4.  betuigt zijn oprechte medeleven met de nabestaanden van de slachtoffers; prijst de blijvende moed en vastberadenheid van het Syrische volk en betuigt nog steeds zijn krachtige steun aan hun streven naar volledige eerbiediging van de menselijke waardigheid, de democratie, de rechtsstaat, de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en naar zekerheid over de verbetering van de economische en sociale omstandigheden;

5.  betreurt het dat de VN-Veiligheidsraad niet heeft ingegrepen en geen overeenstemming heeft bereikt over een resolutie om krachtiger en doeltreffender druk uit te oefenen om een einde te maken aan het geweld in Syrië, inclusief gedwongen naleving van resoluties 2042 en 2043 van de VN-Veiligheidsraad;

6.  herhaalt zijn verzoek aan alle leden van de VN-Veiligheidsraad, en meer bepaald Rusland en China, om hun internationale verantwoordelijkheid te nemen om te bereiken dat er onmiddellijk een einde komt aan het geweld tegen de Syrische burgerbevolking en een begin kan worden gemaakt met een politieke overgang onder Syrische leiding;

7.  doet met name een beroep op de permanente leden van de VN-Veiligheidsraad om onvermoeibaar te werken aan een akkoord waarmee de huidige impasse kan worden doorbroken die het mogelijk maakt dat het zware geweld voortduurt en het dodental verder stijgt; verzoekt de VN-Veiligheidsraad de doctrine van de "verantwoordelijkheid om te beschermen" te bevestigen en toe te passen om Syrische burgers te redden die door het regime-Assad worden afgeslacht;

8.  herhaalt zijn oproep aan president Assad en zijn bewind om onmiddellijk afstand te doen van de macht om zo spoedig mogelijk een vreedzame, inclusieve overgang naar democratie onder Syrische leiding mogelijk te maken;

9.  dringt er bij het regime van president Assad op aan onmiddellijk een einde te maken aan het vreselijke, willekeurige, criminele geweld tegen de Syrische burgerbevolking, met name kinderen, onmiddellijk alle troepen en tanks uit de steden weg te halen, onmiddellijk alle opgesloten demonstranten, politieke gevangenen, mensenrechtenactivisten, bloggers en journalisten vrij te laten en humanitaire hulpverlening op korte termijn toe te staan;

10. verzoekt alle partijen om zo spoedig mogelijk overeenstemming te bereiken over een (lokaal) staakt-het-vuren om dan via onderhandelingen te komen tot een breder betekenisvol staakt-het-vuren;

11. verzoekt alle partijen om internationale en lokale humanitaire hulpverleners alsmede de internationale media volledige en veilige toegang te geven en het internationale humanitaire recht in acht te nemen;

12. spreekt zijn bezorgdheid uit over een verdere militarisering van het conflict en over het sektarisch geweld; neemt kennis van de rol van verschillende regionale actoren, o.a. bij wapenleveringen, en maakt zich zorgen dat het conflict in Syrië naar naburige landen zou kunnen overslaan;

13. veroordeelt het feit dat het Syrische regime heeft gezegd bereid te zijn chemische wapens in te zetten tegen "externe terroristische bedreigingen", en herinnert president Assad aan de verplichtingen van zijn land uit hoofde van het protocol van Genève over het niet-gebruiken van chemische wapens en dringt er bij de Syrische autoriteiten op aan zich strikt te houden aan de verplichtingen die het land op zich heeft genomen;

14. betreurt het dat alle inspanningen van de gezamenlijke speciale gezant van de Verenigde Naties en de Liga van Arabische Staten voor Syrië, Kofi Annan, met inbegrip van zijn zespuntenplan, om een einde te maken aan het geweld en een politieke oplossing in Syrië te bevorderen, niets hebben opgeleverd; is ingenomen met en geeft zijn volledige steun aan alle inspanningen van de nieuwe gezamenlijke speciale vertegenwoordiger, Lakhdar Brahimi, en dringt erop aan dat de internationale gemeenschap, en met name de VN-Veiligheidsraad, hem onvoorwaardelijk en eensgezind steunt;

15. doet een dringend beroep op de VV/HV, de Raad en de lidstaten om gezamenlijk te streven naar een snelle oplossing voor de crisis in Syrië; dringt er voorts bij de VV/HV op aan om onmiddellijk intensievere pogingen te ondernemen om diplomatieke druk op Rusland en China uit te oefenen om de status quo te doorbreken met snel en krachtig internationaal optreden van de VN-Veiligheidsraad om een einde te maken aan de crisis in Syrië;

16. steunt de aanhoudende pogingen van de EU om de druk op het regime van president Assad door middel van restrictieve maatregelen op te voeren; verzoekt de EU een uitbreiding van het toepassingsgebied van haar restrictieve maatregelen te overwegen met externe entiteiten of groeperingen die onweerlegbaar cruciale financiële of operationele steun aan de Syrische autoriteiten verlenen of faciliteren;

17. doet een dringend beroep op de VV/HV en de lidstaten om alles in het werk te stellen om de Syrische oppositie te verenigen en een duidelijke agenda vast te stellen voor een democratisch Syrië op basis van het Nationaal Pact en de Gemeenschappelijke Politieke Visie, met een brede inbreng en steun van de mensen in Syrië, teneinde zo spoedig mogelijk een politieke overgang in Syrië te bewerkstelligen waarbij de universele rechten van alle Syriërs worden bevorderd en beschermd; moedigt de VV/HV aan om steun te blijven geven aan seminars van de oppositie, om zo een breed scala aan leden van de oppositie bijeen te brengen;

18. verzoekt de Syrische oppositie een integratiegerichte, representatieve overgangsregering in ballingschap te vormen die een geloofwaardig alternatief voor het regime van president Assad biedt en uiteindelijk de legitieme vertegenwoordiger van het Syrische volk zou kunnen worden;

19. steunt de oproep van diverse oppositiegroepen en de Turkse regering aan de internationale gemeenschap om langs de Turks-Syrische grens en wellicht ook in Syrië veiligheidszones in te richten en humanitaire corridors tot stand te brengen; verzoekt de VV/HV intensieve gesprekken met Turkije, de Arabische Liga en de Syrische oppositie te voeren over de inrichting van deze veiligheidszones waar Syrische vluchtelingen kunnen worden opgevangen en mensen die door het regime worden vervolgd, een veilig heenkomen en bescherming kunnen vinden;

20. is verheugd over de bereidheid van de EU om extra (financiële) steun te verlenen aan de buurlanden, en verzoekt de VV/HV en de Commissie alle mogelijkheden te onderzoeken voor rechtstreekse humanitaire hulpverlening aan burgerraden in het land en aan VN-agentschappen en internationale ngo's om te reageren op de behoeften in de buurlanden die met name door de instroom van vluchtelingen het meest te lijden hebben onder de crisis in Syrië;

21. is verheugd over de grote steun van de kant van Libanon, Jordanië, Irak en met name Turkije bij de opvang van het toenemende aantal Syrische vluchtelingen en over hun bereidheid om de humanitaire hulp uit te breiden; staat helemaal achter de inspanningen van deze landen om humanitaire hulp te verlenen aan de Syrische burgers die in hun landen bescherming zoeken;

22. dringt nogmaals aan op een snel, onafhankelijk en transparant onderzoek naar de wijdverbreide, stelselmatige en grove schendingen van de mensenrechten door de Syrische autoriteiten, de Syrische strijdkrachten, veiligheidstroepen en milities alsmede tegenstanders van het regime-Assad, om ervoor te zorgen dat iedereen die verantwoordelijk is voor dit soort daden, die zouden kunnen worden aangemerkt als misdaden tegen de menselijkheid, ter verantwoording wordt geroepen;

23. herhaalt dat het volledig achter de oproep van de VN-commissaris voor de mensenrechten staat dat de VN-Veiligheidsraad het Internationaal Strafhof moet inschakelen voor een formeel onderzoek naar de situatie in Syrië; heeft het vaste voornemen ervoor te zorgen dat allen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationaal recht, worden geïdentificeerd en ter verantwoording geroepen;

24. dringt aan op een vreedzame, waarachtige, door Syriërs geleide overgang naar democratie, die tegemoetkomt aan de gewettigde eisen van het Syrische volk en die stoelt op een op integratie gerichte dialoog waaraan wordt deelgenomen door alle democratische krachten en geledingen van de Syrische maatschappij om een proces van diepe democratische hervormingen op gang te brengen dat ook recht doet aan de noodzaak nationale verzoening te bewerkstelligen, en dat zich richt op het doen eerbiedigen van de rechten en vrijheden van minderheden;

25. herinnert eraan dat, zodra een echte democratische overgang begint, met vrije en eerlijke verkiezingen, de EU klaar moet staan om een nieuw, ambitieus partnerschap met Syrië op alle gebieden van wederzijds belang te ontwikkelen, o.a. door steun te mobiliseren, de economische en handelsbetrekkingen aan te halen en de overgangsjustitie en de politieke overgang onder Syrische leiding te ondersteunen;

26. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Russische Federatie, de regering en het parlement van de Volksrepubliek China, de regering en het parlement van de Republiek Turkije, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Liga van Arabische Staten en de regering en het parlement van de Arabische Republiek Syrië.

Juridische mededeling - Privacybeleid