Ontwerpresolutie - B7-0047/2013Ontwerpresolutie
B7-0047/2013

ONTWERPRESOLUTIE over de strategische doelstellingen van de EU voor de 16e bijeenkomst van de Conferentie van de partijen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), die van 3 t/m 14 maart 2013 in Bangkok (Thailand) zal plaatsvinden

30.1.2013 - (2012/2838(RSP))

naar aanleiding van vragen voor mondeling antwoord B7‑0109/2013 en B7‑0110/2013
ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement

Esther de Lange namens de PPE-Fractie
Karin Kadenbach namens de S&D-Fractie
Gerben-Jan Gerbrandy namens de ALDE-Fractie
Bas Eickhout namens de Verts/ALE-Fractie
Anna Rosbach namens de ECR-Fractie
Kartika Tamara Liotard namens de GUE/NGL-Fractie

Procedure : 2012/2838(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B7-0047/2013
Ingediende teksten :
B7-0047/2013
Aangenomen teksten :

B7‑0047/2013

Resolutie van het Europees Parlement over de strategische doelstellingen van de EU voor de 16e bijeenkomst van de Conferentie van de partijen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), die van 3 t/m 14 maart 2013 in Bangkok (Thailand) zal plaatsvinden

(2012/2838(RSP))

Het Europees Parlement,

–       gezien de aanstaande 16e bijeenkomst van de Conferentie van de partijen (CoP16) bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), die van 3 t/m 14 maart 2013 in Bangkok (Thailand) zal plaatsvinden,

–       gezien de vragen aan de Raad en de Commissie over de belangrijkste doelstellingen voor de CoP16 bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), die van 3 t/m 14 maart 2013 in Bangkok (Thailand) zal plaatsvinden (O-000201/2012 – B7‑0109/2013 and O-000202 – B7‑0110/2013),

–       gezien artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat CITES met 177 partijen, waaronder de 27 lidstaten van de Europese Unie, 's werelds grootste overeenkomst is voor de instandhouding van in het wild levende dier- en plantensoorten en de voorkoming van overexploitatie ervan door de internationale handel;

B.     overwegende dat de doelstelling van CITES is ervoor te zorgen dat de internationale handel in wilde dieren en planten geen bedreiging vormt voor het overleven ervan in het wild;

C.     overwegende dat welvaart op de lange termijn moet prevaleren boven economische belangen op korte termijn;

D.     overwegende dat de exploitatie van wilde soorten, de illegale handel in wilde dieren en planten, de vernietiging van habitats, de klimaatverandering en de consumptie van natuurlijke hulpbronnen door de mens de belangrijkste oorzaken zijn van de verschraling van de biodiversiteit;

E.     overwegende dat de afbakening van intacte bossen en het wegenvrij houden van gebieden kosteneffectieve methoden zijn om de biodiversiteit en ecosysteemdiensten in stand te houden;

F.     overwegende dat in bijlage 4 van Resolutie Conf. 9.24 (rev. CoP15) over CITES verwezen wordt naar voorzorgsmaatregelen die bij wijziging van de bijlagen in overweging genomen of uitgevoerd moeten worden;

G.     overwegende dat de besluiten van CITES op wetenschappelijke gegevens gebaseerd moeten zijn;

H.     overwegende dat in het kader van CITES de soorten op basis van hun staat van instandhouding en omvang van de internationale handel zijn opgenomen in bijlagen, waarbij bijlage I soorten bevat die met uitroeiing bedreigd zijn en waarin commerciële handel verboden is en bijlage II soorten bevat waarin de handel moet worden gecontroleerd om een gebruik te voorkomen dat niet te verenigen is met hun overleven;

I.      overwegende dat de in CITES-bijlage I opgenomen soorten sterk beschermd worden en elke commerciële handel in daarin opgenomen soorten verboden is; overwegende dat elke vergunning om in beslag genomen exemplaren of producten (bijvoorbeeld ivoor, tijgerbeenderen of hoorn van neushoorns) te verkopen het doel van de CITES-overeenkomst zou ondermijnen;

J.      overwegende dat uit periodieke evaluatie is gebleken dat CITES een succes is voor bepaalde in bijlage I opgenomen soorten die nu naar bijlage II kunnen worden verplaatst;

K.     overwegende dat in Aichi-doelstelling 12 van het strategisch plan voor biodiversiteit 2011-2020 in het kader van het Verdrag inzake biologische diversiteit wordt bepaald dat uiterlijk in 2020 de uitroeiing van soorten waarvan bekend is dat zij bedreigd zijn, voorkomen is en dat hun staat van instandhouding, vooral van de soorten waarvan de populatie het meest achteruitgaat, verbeterd en ondersteund is;

L.     overwegende dat in Aichi-doelstelling 6 van het strategisch plan voor biodiversiteit 2011-2020 in het kader van het Verdrag inzake biologische diversiteit wordt bepaald dat uiterlijk in 2020 alle vissen, ongewervelde dieren en waterplanten duurzaam, legaal en volgens de ecosysteemgerichte aanpak beheerd en geoogst worden, zodat overbevissing wordt voorkomen, herstelplannen en -maatregelen uitgevoerd worden voor alle overbeviste soorten, de visserij geen belangrijke negatieve effecten heeft op bedreigde soorten en kwetsbare ecosystemen en de gevolgen van de visserij voor de bestanden, soorten en ecosystemen binnen aanvaardbare ecologische grenzen blijven;

M.    overwegende dat transparantie van de besluitvorming in internationale milieu-instellingen een cruciale factor is voor de doeltreffende werking van deze instellingen; overwegende dat in het slotdocument van de Rio+20-conferentie, "The Future We Want", wordt herbevestigd dat "om onze doelstellingen op het gebied van duurzame ontwikkeling te bereiken, we op alle niveaus doeltreffende, transparante, controleerbare en democratische instellingen nodig hebben"; en overwegende dat de bevordering van transparantie ook deel uitmaakt van de "Strategische visie voor CITES: 2008 - 2013", die deel uitmaakt van Resolutie Conf. 14.2 over de CITES-overeenkomst;

N.     overwegende dat in het huidige CITES-reglement is bepaald dat geheime stemmingen "normaal niet gebruikt worden" voor andere kwesties dan de verkiezing van functionarissen en gastlanden; overwegende dat ondanks deze regel een groot aantal beslissingen op de laatste CoP bij geheime stemming werd genomen; overwegende dat geheime stemmingen regelmatig gebruikt worden voor gevoelige en belangrijke kwesties, zoals met betrekking tot mariene soorten of de handel in ivoor;

O.     overwegende dat de haringhaai uiterst gevoelig is voor overbevissing;

P.     overwegende dat de hamerhaai wereldwijd bedreigd wordt door de internationale handel in vinnen en de bijvangst, die een historische afname van de populaties hebben veroorzaakt;

Q.     overwegende dat de aanzienlijk toegenomen olifantenstroperij momenteel de olifantenpopulaties in alle vier Afrikaanse subregio's treft en aanleiding geeft voor ernstige en toenemende bezorgdheid; overwegende dat de hoeveelheden in beslag genomen illegaal ivoor tussen 2009 en 2011 een ongekende hoogte hebben bereikt;

R.     overwegende dat de niet-duurzame en onethische trofeejacht heeft geleid tot een grootschalige achteruitgang van in CITES-bijlage I en II opgenomen bedreigde soorten; overwegende dat de trofeejacht de doelstelling van de CITES-overeenkomst ernstig ondermijnt;

S.     overwegende dat wegens een gebrek aan doeltreffende handhaving de in CITES-bijlage I en II opgenomen bedreigde soorten nog steeds uit winstbejag worden gedood;

T.     overwegende dat ongeveer 80 % van de neushoornpopulatie van Afrika te vinden is in Zuid-Afrika; overwegende dat de stroperij op deze dieren in alle landen waar zij voorkomen snel toeneemt;

U.     overwegende dat er nog steeds illegaal gehandeld wordt in tijgers en andere in bijlage I opgenomen Aziatische grote katachtigen, maar dat er aan CITES te weinig verslag wordt uitgebracht over handhavingsmaatregelen, en meer specifiek over de naleving van CITES-besluit 14.69, waar de EU zich in 2007 achter schaarde, om de tijgerfokkerij af te bouwen en ervoor te zorgen dat tijgers niet gefokt worden voor de handel (de binnenlandse handel incluis) in de delen of afgeleide producten daarvan;

V.     overwegende dat de klimaatverandering een aanzienlijke bedreiging vormt voor de ijsbeer (Ursus maritimus); overwegende dat de jacht op en de commerciële handel in delen van ijsberen ook een belangrijke bedreiging vormen;

W.    overwegende dat de Europese Unie een belangrijke invoermarkt is van reptielen die als huisdier worden gehouden, met inbegrip van in CITES opgenomen soorten;

X.     overwegende dat veel schildpadsoorten zwaar worden geëxploiteerd voor de voedingsmarkten en de internationale handel in huisdieren;

Y.     overwegende dat de door de internationale handel in rogkieuwplaten veroorzaakte toenemende druk van de visserij heeft geleid tot een belangrijke achteruitgang van de bestanden van de manta (Manta spp.) en andere rogsoorten;

Z.     overwegende dat internationale visserijinstrumenten en CITES dezelfde doelstelling moeten nastreven: het langetermijnbehoud van visbestanden op volle zee, waarbij onder andere rekening wordt gehouden met het effect van bijvangst op niet-doelsoorten;

AA.  overwegende dat de CITES-overeenkomst momenteel onduidelijke bepalingen bevat over de aanvoer vanuit zee en in het bijzonder bepalingen over de "toestand van binnenkomst" wanneer soorten op volle zee worden gevangen;

AB.  overwegende dat de CITES-werkgroep over aanvoer vanuit zee een oplossing heeft voorgesteld waarbij de bevoegdheid van de vlaggenstaat die voor het afleveren van de CITES-documentatie verantwoordelijk is, wordt geëerbiedigd met enkele, kleine uitzonderingen met betrekking tot gecharterde vissersvaartuigen;

AC.  overwegende dat voor de juiste werking van de CITES-overeenkomst de partijen de komende jaren waarschijnlijk beduidend meer financiële middelen ter beschikking zullen moeten stellen;

AD.  overwegende dat de Europese Unie niet rechtstreeks bijdraagt tot de CITES-overeenkomst; overwegende dat zij via haar ontwikkelingshulp wel een van de voornaamste donoren is;

1.      verzoekt de Europese Unie en de lidstaten het voorzorgsbeginsel als leidraad te gebruiken bij al hun besluiten over werkdocumenten en registratievoorstellen, en daarbij in het bijzonder rekening te houden met het beginsel "de gebruiker betaalt", de ecosysteemaanpak en traditionele instandhoudingsbeginselen;

2.      dringt er op aan dat de Europese Unie en de lidstaten met één stem spreken en de snelheid en efficiëntie van hun interne besluitvorming verbeterd wordt om spoedig tot overeenstemming te kunnen komen over een intern EU-standpunt voor de 16e conferentie van de CITES-partijen en optimaal te profiteren van het feit dat 27 van de CITES-partijen ook lid zijn van de EU teneinde besluiten van de CoP16 in de richting van voorzorgsmaatregelen te sturen;

3.      roept de Europese Unie op een leidende rol te spelen in de bescherming van bedreigde soorten door actief deel te nemen aan de onderhandelingen over de CITES-overeenkomst en mazen in de regelgeving die de situatie verergeren, dichten; betreurt het dat er aantijgingen geweest zijn tegen lidstaten en EU-burgers als zouden zij gebruikt worden als tussenpersoon voor het vervoer van hoorn van neushoorns naar Vietnam of andere landen waar het een hoge commerciële waarde heeft en zo de vraag en de stroperij verder stimuleren;

4.      dringt er bij de Europese Unie en de lidstaten op aan zowel voor als tijdens de conferentie toenadering te zoeken tot derde landen en allianties met hen aan te gaan;

5.      moedigt de CITES-partijen aan verdere mogelijkheden te onderzoeken ter versterking van de samenwerking, coördinatie en synergieën tussen de overeenkomsten inzake biodiversiteit op alle relevante niveaus;

Transparantie van de besluitvorming

6.      is sterk gekant tegen het algemeen gebruik van geheime stemmingen binnen CITES, aangezien in het CITES-reglement is bepaald dat er alleen in uitzonderlijke omstandigheden gebruik mag worden gemaakt van geheime stemmingen; steunt in deze context het desbetreffende voorstel van Denemarken namens de EU-lidstaten;

7.      is verheugd over het voorstel van Denemarken namens de EU-lidstaten om in Resolutie Conf. 11.1 (rev. CoP15) een nieuwe paragraaf over belangenconflicten op te nemen;

Financiering

8.      zet de Commissie ertoe aan om via haar ontwikkelingshulp de continuïteit van de financiering te garanderen teneinde de CITES-doelstellingen te bereiken; verwijst in deze context specifiek naar het bestaande MIKE-programma voor het toezicht op het illegaal doden van olifanten, waaraan de EU zich wellicht opnieuw zal moeten committeren, afhankelijk van de resultaten van een onafhankelijke evaluatie en effectiviteitsbeoordeling;

9.      moedigt de Commissie en de EU-lidstaten ertoe aan de mogelijkheden te onderzoeken om op lange termijn financiële steun te verschaffen aan de CITES-overeenkomst via het Europees Ontwikkelingsfonds;

10.    steunt het voorstel dat CITES het Wereldmilieufonds (GEF) verzoekt te fungeren als financieel mechanisme voor CITES en dat tevens wordt aangevangen met de biodiversiteitsstrategie voor GEF 6 zodat deze een soortencomponent te bevat[1].

Aanvoer vanuit de zee

11.    is verheugd over de discussies en vooruitgang van de CITES-werkgroep over aanvoer vanuit zee; steunt CoP16 Doc.32 ter verbetering van de handhaving van de regels voor in de CITES-lijst opgenomen mariene soorten die gevangen zijn in zeeën die niet tot het rechtsgebied van enige staat behoren, en roept de partijen op het werk over dit onderwerp af te ronden op de CoP16-vergadering;

Haaien

12.    verheugt zich over het voorstel van Brazilië, de Comoren, Kroatië, Egypte en Denemarken namens de EU-lidstaten om de haringhaai (Lamna nasus) op te nemen in bijlage II; dringt er bij de Europese Unie en de lidstaten op aan dit voorstel te steunen;

13.    verheugt zich over het voorstel van Brazilië, Colombia, Costa Rica, Ecuador, Honduras, Mexico en Denemarken namens de EU-lidstaten om de drie hamerhaaisoorten (Sphyrna spp) op te nemen in bijlage II; dringt er bij de Europese Unie en de lidstaten op aan dit voorstel te steunen;

14.    dringt er bij de Europese Unie en de lidstaten op aan de opname van de oceanische witpunthaai (Carcharhinus longimanus) in CITES-bijlage II te steunen, zoals voorgesteld door Brazilië, Colombia en de Verenigde Staten van Amerika;

Olifantenivoor en hoorn van neushoorns

15.    in ingenomen met de intrekking van het Tanzaniaanse voorstel om de Afrikaanse olifant (Loxodonta africana) van bijlage I naar bijlage II te verplaatsen en voor de eenmalige verkoop van Tanzaniaanse voorraden olifantenivoor;

16.    dringt er bij de Europese Unie en de lidstaten op aan alle voorstellen om de Afrikaanse olifant naar een lagere bijlage te verplaatsen of de handel in Afrikaans olifantenivoor toe te staan af te wijzen tot een beoordeling kan gemaakt worden van de gevolgen van de eenmalige verkoop door Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe in november 2008, en tot wordt vastgesteld dat deze eenmalige verkoop geen negatieve gevolgen heeft gehad voor de olifantenpopulaties in die landen of in de buurlanden;

17.    stimuleert de CITES-partijen, met de huidige olifantenstroperijcrisis in het achterhoofd, om een voorzorgsbenadering te volgen en hun besluiten te baseren op de mogelijke gevolgen voor de instandhouding van olifanten en de tenuitvoerlegging van het actieplan voor de Afrikaanse olifant wanneer nagedacht wordt over het besluitvormingsmechanisme voor toekomstige handel in olifantenivoor na het volledige moratorium van negen jaar dat begonnen is na de eenmalige verkoop door Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe in november 2008; roept de Europese Unie en de lidstaten dan ook op steun te verlenen aan het voorstel tot wijziging van besluit 14.77 over een besluitvormingsmechanisme voor toekomstige handel in olifantenivoor, zoals voorgesteld door Benin, Burkina Faso, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Ivoorkust, Kenia, Liberia, Nigeria en Togo;

18.    moedigt de CITES-partijen aan steun te verlenen aan de goedkeuring van de resolutie over het actieplan voor de Afrikaanse olifant, zoals voorgesteld door Nigeria en Rwanda, en aan de tenuitvoerlegging van dit plan als de meest efficiënte stap voorwaarts voor de instandhouding van olifanten in heel Afrika;

19.    roept de Europese Unie, de lidstaten en alle CITES-partijen op het voorstel van Kenia te steunen om een tijdelijk nulquotum op de export van neushoorntrofeeën uit Zuid-Afrika en Swaziland in te stellen, en roept alle CITES-partijen op te onderzoeken hoe de vraag naar hoorn van neushoorns kan worden verminderd;

20.    roept de partijen op de jaarlijkse nationale uitvoerquota voor de trofeejacht van in CITES-bijlage I en II opgenomen bedreigde soorten te beperken;

21.    verzoekt alle partijen waar hoorn van neushoorns wordt geconsumeerd, en in het bijzonder Vietnam, met klem om maatregelen te nemen teneinde de illegale invoer van hoorn van neushoorns te stoppen en zware straffen op te leggen aan diegenen die de wetgeving overtreden, en om maatregelen te nemen teneinde consumenten te informeren over de gevolgen van hun consumptie voor de populaties van wilde neushoorns; roept de Europese Unie en de lidstaten op deze kwesties aan te pakken tijdens handelsonderhandelingen met de betrokken partijen;

Grote katachtigen

22.    dringt er bij de Europese Unie en de lidstaten op aan op te roepen tot de opschorting van de handel met partijen die CITES-besluit 14.69 over tijgers niet naleven en partijen die het fokken van tijgers voor de handel in de delen en afgeleide producten daarvan aanmoedigen;

23.    dringt er bij de CITES-partijen op aan de niet-duurzame en onethische trofeejacht, die een grootschalige achteruitgang heeft veroorzaakt van populaties van de Afrikaanse leeuw, een halt toe te roepen;

24.    betreurt het dat er geen voorstel is ingediend om de leeuw (Panthera leo) te verplaatsen van CITES-bijlage II naar bijlage I;

Reptielen

25.    roept de Europese Unie en de lidstaten op steun te verlenen aan een reeks voorstellen om verschillende soorten zee- en landschildpadden van Noord-Amerika en Azië op te nemen in CITES-bijlage II en zeven soorten te verplaatsen naar bijlage I;

26.    dringt er bij de Europese Unie en de lidstaten op aan, wat betreft de alternatieve voorstellen over drie soorten zoetwaterdoosschildpadden (Cuora galbinifrons, Mauremys annamensis en Geoemyda japonica), steun te verlenen aan de krachtigere voorstellen van de landen waar zij voorkomen (Vietnam en Japan), die overeenstemmen met de gespecialiseerde aanbevelingen van een CITES-workshop in Singapore;

27.    roept de Europese Unie en de lidstaten op steun te verlenen aan het voorstel voor opname van de Nieuw-Zeelandse groene gekko (Naultinus spp.) en de Mangshan groefkopadder (Protobothrops mangshanensis) in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door de enige landen waar zij voorkomen, respectievelijk Nieuw-Zeeland en China;

28.    roept de Europese Unie en de lidstaten op steun te verlenen aan een door Zwitserland ingediend ontwerpbesluit over de handel in en het beheer ter instandhouding van slangen;

Andere soorten

29.    roept de Europese Unie en de lidstaten op steun te verlenen aan een door Ethiopië, Kenia en Oeganda ingediend ontwerpbesluit om de legale en illegale handel in jachtluipaarden te bestuderen;

30.    verheugt zich over het werk dat de Internationale Commissie voor het behoud van de Atlantische tonijn (ICCAT) heeft uitgevoerd na de impuls die van de CITES CoP15 in 2010 uitging;

31.    betreurt het dat er geen voorstel is ingediend om de blauwvintonijn (Thunnus thynnus) in CITES-bijlage I op te nemen;

32.    betreurt het dat er geen voorstel is ingediend om de Corallium spp. en Paracorallium spp. in CITES-bijlage II op te nemen;

33.    dringt er bij de Europese Unie en de lidstaten op aan zich te scharen achter:

-  de opname van de manta (Manta spp.) in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door Brazilië, Colombia en Ecuador; en de opname van andere rogsoorten in bijlage II, zoals voorgesteld door Colombia en Ecuador;

-  de verplaatsing van ijsberen (Ursus maritimus) van CITES-bijlage II naar bijlage I, zoals voorgesteld door de Verenigde Staten van Amerika en gesteund door de Russische Federatie;

-  de verplaatsing van de West-Afrikaanse lamantijn (Trichesurus senegalensis) van bijlage II naar bijlage I, zoals voorgesteld door Benin, Senegal en Sierra Leone;

-  de verplaatsing van de zoetwaterzaagrog (Pristis microdon) van bijlage II naar bijlage I, zoals voorgesteld door Australië;

-  de opname van verschillende palissanderhoutsoorten (Dalbergia spp.) en ebbenhoutsoorten (Diospyros spp.) in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door Madagaskar, Belize, Thailand en Vietnam;

-  de opname van verschillende soorten die internationaal verhandeld worden als sierplanten (Adenia firingalavensis, Adenia subsessifolia, Cyphostemma laza, Operculicarya decaryi, Senna meridionalis, Uncarina stellulifera en Uncarina grandidieri) in CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door het enige land waar zij voorkomen, Madagaskar;

34.    roept de Europese Unie en de EU-lidstaten op zich te verzetten tegen:

-  de voorgestelde wijziging aan de Strategische visieverklaring voor CITES, waardoor CITES moet bijdragen aan andere globaal overeengekomen doelstellingen in plaats van de huidige doelstelling om "bij te dragen aan de aanzienlijke vermindering van biodiversiteitsverlies";

-  de opruiming of verkoop van illegaal verhandelde en in beslag genomen exemplaren van in bijlage I, II en III opgenomen soorten, zoals voorgesteld door Indonesië;

-  de verplaatsing van drie krokodillensoorten (Crocodylus acutus, C. porosus, en C. siamensis) van CITES-bijlage I naar bijlage II, zoals voorgesteld door Colombia en Thailand;

-  de verplaatsing van de Attwater prairiehoen (Tympanuchus cupido attwateri) van bijlage I naar bijlage II, zoals verzocht door de commissie dieren, aangezien de populaties van deze subsoort in het wild in 2012 met 58 % zijn achteruitgegaan tot slechts 46 in het wild levende vogels, hoewel de laatste in beslag genomen illegale vracht plaatshad in 1998;

-  de schrapping van de Sonnerats hoen (Gallus sonnerati) en de bloedfazant (Ithaginis cruentus) uit bijlage II, zoals verzocht door de commissie dieren, aangezien de populaties in het wild van beide soorten geleidelijk achteruitgaan, de internationale handel in de Gallus sonnerati voor de huisdierenmarkt aanzienlijk is, sommige ondersoorten van de Ithaginis cruentus met een zeer beperkte populatie in een klein verspreidingsgebied leven en China als land waar zij voorkomen zich verzet tegen de schrapping van bloedfazanten;

-  de schrapping van de keizerspecht (Campephilusimperialis) uit bijlage I, aangezien regelmatig anekdotische berichten van waarnemingen worden nagetrokken, hoewel deze soort als "mogelijk uitgestorven" wordt beschouwd;

-  de schrapping van de maagbroedende kikkers (Rheobatrachus silus en Rheobatrachus vitellinus) uit CITES-bijlage II, zoals voorgesteld door Australië, aangezien deze soort misschien nog niet uitgestorven is en momenteel veldonderzoek wordt uitgevoerd om overgebleven populaties te vinden;

o

o        o

35.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de CITES-partijen en het CITES-secretariaat.