Procedure : 2012/2803(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0126/2013

Ingediende teksten :

B7-0126/2013

Debatten :

PV 13/03/2013 - 6
CRE 13/03/2013 - 6

Stemmingen :

PV 13/03/2013 - 8.1
CRE 13/03/2013 - 8.1

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 136kWORD 59k
6.3.2013
PE507.378v01-00
 
B7-0126/2013

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over het meerjarig financieel kader en de eigen middelen (2012/2803(RSP))


Richard Ashworth namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het meerjarig financieel kader en de eigen middelen (2012/2803(RSP))  
B7‑0126/2013

Het Europees Parlement,

–   gezien de artikelen 295, 310, 311, 312 en 317 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–   gezien artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en Protocol nr. 1 bij het Verdrag van Lissabon,

–   gezien de in de Europese Raad van 7-8 februari bereikte politieke overeenstemming,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat overeenkomstig artikel 312, lid 2, VWEU de Raad, handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, na goedkeuring door het Europees Parlement, met eenparigheid van stemmen een verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader (MFK) vaststelt;

B.  overwegende dat overeenkomstig artikel 310, lid 1, VWEU alle ontvangsten en uitgaven van de Unie in de begroting moeten worden opgenomen;

C. overwegende dat overeenkomstig artikel 295 VWEU het Parlement, de Raad en de Commissie elkaar raadplegen en in onderlinge overeenstemming de wijze bepalen waarop zij samenwerken, en dat zij daartoe een interinstitutioneel akkoord moeten sluiten om het verloop van de jaarlijkse begrotingsprocedure en de samenwerking tussen de instellingen in begrotingszaken te verbeteren;

D. overwegende dat artikel 312, lid 5 VWEU het Parlement, de Raad en de Commissie oproept om alle maatregelen te nemen die nodig zijn om de vaststelling van het financieel kader te vergemakkelijken;

E.  overwegende dat overeenkomstig artikel 311 van het VWEU de Unie zich voorziet van de middelen die nodig zijn om haar doelstellingen te verwezenlijken en aan haar beleid uitvoering te geven en de begroting volledig uit eigen middelen wordt gefinancierd; overwegende dat de Raad het Parlement moet raadplegen alvorens een nieuw besluit te nemen over de hervorming van de eigen middelen, en tevens de goedkeuring van het Parlement moet verkrijgen alvorens een verordening vast te stellen betreffende maatregelen voor de tenuitvoerlegging van het stelsel van eigen middelen;

F.  overwegende dat zowel in de EU-begroting als in de begrotingsprocedure het transparante en democratische karakter van het parlementaire besluitvormings- en controleproces ten volle tot uiting moet komen, op basis van eerbiediging van de begrotingsbeginselen van eenheid en universaliteit, hetgeen vereist dat alle uitgaven en ontvangsten volledig, en zonder verrekening, worden vermeld;

ACHTERGROND

1.  beseft terdege dat de onderhandelingen over het MFK 2014-2020 plaatsvinden tegen een zeer problematische economische achtergrond, waarbij de lidstaten aanzienlijke inspanningen verrichten om hun nationale begrotingen aan te passen;

2.  herinnert eraan dat de EU een moderne begrotings- en toekomstgerichte investering nodig heeft, op zowel lidstaat- als EU-niveau; onderstreept, afgezien van continue investeringen, de betekenis voor de lange termijn van de tweesporenbenadering van groeibevorderende budgettaire consolidatie, waarin terugdringing van overheidstekorten en -schulden samengaat met bevordering van dergelijke investeringen;

3.  wijst erop dat winnen van de volle steun van de EU-burgers in deze tijd van budgettaire beperkingen van essentieel belang is; onderstreept dat de opgave waar de Unie voor staat, niet is meer te besteden maar doelmatiger te besteden, om in werkelijke behoeften te voorzien;

ALGEMENE OVERWEGINGEN

Maxima

4.  aanvaardt de politieke overeenstemming die in de Europese Raad van 7-8 februari is bereikt over de algemene MFK-plafonds, die getuigen van een pragmatische en realistische respons op de moeilijke budgettaire en economische omstandigheden in alle lidstaten;

5.  onderkent dat MFK-plafonds slechts één aspect uitmaken van toekomstig begrotingsbeleid, en dat efficiënte en effectieve bestedingen even belangrijk zijn, zoniet belangrijker; herinnert er voorts aan dat alle EU-uitgaven moeten zijn gericht op die regio’s en die lidstaten die het het meest nodig hebben, conform het beginsel van gelijkheid en solidariteit tussen nieuwe en oude lidstaten;

Eenheid van de begroting

6.  is blij dat de Europese Raad eraan vasthoudt, dat alle uitgavenposten met uitzondering van enkele flexibiliteitsinstrumenten, binnen het MFK moeten blijven, en beneden de afgesproken maxima voor de vastleggingskredieten; constateert dat deze regeling een waarborg vormt voor voorspelbaarheid, transparantie en eenheid in de financiering van het MFK;

Beter besteden

7.  stelt nogmaals dat het realiseren van Europese meerwaarde en het zorgen voor gezond financieel beheer – efficiëntie, doelmatigheid, zuinigheid – nu meer dan ooit de leidende beginselen moeten zijn voor de EU-begroting, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel zoals omschreven in artikel 5 VEU en vastgelegd in Protocol nr. 1 bij het Verdrag van Lissabon over de rol van nationale parlementen in de Europese Unie;

8.  beklemtoont dat de lidstaten overeenkomstig artikel 310, lid 5, en artikel 317 van het VWEU gehouden zijn tot uitvoering van de begroting volgens het beginsel van goed financieel beheer; herinnert de lidstaten eraan dat zij wettelijk verplicht zijn erop toe te zien dat de begrotingsmiddelen overeenkomstig dit beginsel worden besteed en dat ze hun deel van de verantwoordelijkheid op zich moeten nemen om de door de Rekenkamer gesignaleerde tekortkomingen met nog dringender spoed aan te pakken;

Nog betaalbaar te stellen bedragen (RAL)

9.  is bezorgd over het groeiende peil van de RAL en erkent tegelijkertijd dat de omvang van deze vastleggingen, indien overgeheveld naar het volgende MFK, voor grote onzekerheden zorgt ten aanzien van de betalingsniveaus uit de Structuurfondsen, in het bijzonder voor 2014 en 2015, wanneer een groot deel van de RAL naar alle waarschijnlijkheid zullen worden uitbetaald wegens de N+2 regel;

10. onderstreept dat de lidstaten zekerheid nodig hebben omtrent de hoogte van de voor het volgende MFK geplande betalingen uit de Structuurfondsen of het Cohesiefonds, om te kunnen anticiperen op de hoogte van hun huidige jaarlijkse bijdrage èn de opname van te ontvangen bedragen te kunnen plannen;

11. vraagt de Commissie om de samenstelling van de RAL volledig toe te lichten en te beoordelen of de huidige piek in de RAL primair toe te schrijven is aan de economische crisis dan wel of dit op bredere structurele problemen duidt; dringt aan op een effectiever beheer van de begroting zodat de hoogte van de RAL naar een houdbaarder niveau wordt teruggebracht;

SPECIFIEKE OVERWEGINGEN

Duur

12. neemt kennis van de conclusie van de Europese Raad dat het volgende MFK een looptijd zal hebben van zeven jaar; herhaalt zijn standpunt dat een MFK met een looptijd van niet meer dan vijf jaar de voorkeur verdient;

13. verlangt dan ook ten stelligste dat in de toekomst, te beginnen in 2020, de MFK’s een looptijd krijgen van hoogstens vijf jaar, waardoor flexibiler en sneller kan worden gereageerd op veranderende economische en budgettaire omstandigheden in een steeds evoluerende wereld, en de MFK-periode ook beter kan worden afgestemd op de ambts- en mandaatstermijnen bij de instellingen, hetgeen de democratische verantwoording ten goede komt;

Tussentijdse herziening

14. neemt met instemming kennis van paragraaf 11 van de conclusies van de Europese Raad, maar houdt eraan vast dat elk met het Parlement overeen te komen MFK een rechtens bindende herzieningsclausule moet bevatten, die de mogelijkheid openlaat van strategische analyse en heroverweging van uitgavenprioriteiten, beneden reeds afgesproken maxima, en waardoor de EU-begroting beter kan reageren op veranderende omstandigheden; wijst erop dat een nieuw gekozen Parlement en een nieuwe Commissie hierdoor de gelegenheid zullen krijgen om de prioriteiten voor hun respectieve mandaatstermijnen te bezien; denkt voor een dergelijke strategische herziening aan het volgende tijdschema:

· na afloop van de Europese verkiezingen en het daarop volgende overleg met de lidstaten en het nieuwe Parlement, en uiterlijk tegen juni 2015, dient de Commissie een strategische herziening voor te leggen van de voor elk van de voorgestelde instrumenten, programma’s en fondsen adequate financiering, zonodig vergezeld van desbetreffende voorstellen;

· volgens interne procedures, en overeenkomstig de desbetreffende verdragsbepalingen, zouden Raad en Parlement tegen uiterlijk 30 maart 2016 tot een gemeenschappelijk standpunt moeten komen over eventuele voorstellen van de Commissie;

· bij instemming van zowel het Parlement als de Raad zou de strategische herziening dan van kracht worden voor de jaren 2017-20;

Noodzaak van een flexibeler MFK

15. is van mening dat gezien het macro-economisch klimaat en de uitdagingen van een snel evoluerende wereldeconomie, een kleinere begroting om grotere flexibiliteit vraagt, tussen zowel de rubrieken als de begrotingsjaren onderling;

16. verklaart zich maar al te graag bereid zijn goedkeuring te geven zodra het voldoende garanties heeft gekregen voor een voldoende flexibele budgettaire opzet die de Unie in staat stelt op geëigende manier in te spelen op veranderende omstandigheden en prioriteiten, met inachtneming van reeds afgesproken maxima;

Eigen middelen

17. neemt kennis van de unanieme overeenstemming binnen de Raad, overeenkomstig de bij het Verdrag verleende bevoegdheden, over de ontvangstenzijde van de begroting; merkt in dit verband op dat het Parlement weliswaar geen ander recht heeft dan te worden geraadpleegd over de verordening van de Raad houdende de bepalingen die van toepassing zijn op het stelsel van eigen middelen van de Unie, maar dat ingevolge artikel 311 VWEU de goedkeuring van het Parlement vereist is voor een verordening van de Raad tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen;

18. heeft het stellige voornemen spoedig tot overeenstemming met de Raad te komen, conform de desbetreffende Verdragsbepalingen;

INTERINSTITUTIONELE ONDERHANDELINGEN

19. overwegende dat volgens artikel 312, lid 2, VWEU de Raad, handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, met eenparigheid van stemmen een verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader (MFK) vaststelt, na goedkeuring door het Europees Parlement dat zich uitspreekt bij meerderheid van zijn leden; dringt er daarom bij de instellingen op aan dat ze tot een modus operandi komen waar beide partijen baat bij hebben, teneinde een potentieel schadelijke en nodeloze begrotingscrisis te voorkomen; acht het in dit verband belangrijk dat artikel 312, lid 5, VWEU wordt nageleefd, op grond waarvan de instellingen verplicht zijn ‘alle maatregelen te treffen die nodig zijn om de vaststelling ervan te vergemakkelijken’;

20. beklemtoont dat dit voor het eerst is dat een MFK-verordening wordt vastgesteld volgens de nieuwe bepalingen van het Verdrag van Lissabon, die voorzien in een nieuwe wijze van samenwerking tussen de instellingen waarbij een efficiënte besluitvorming moet samengaan met wederzijds respect voor elkaars respectieve bevoegdheden, zoals deze in het VWEU zijn vastgelegd;

21. verklaart zich bereid tot inhoudelijke onderhandelingen met de Raad overeenkomstig artikel 312, lid 2, VWEU, met het oog op de te verlenen goedkeuring en een snelle vaststelling van zowel de MFK-verordening als een interinstitutioneel akkoord dat een stabiele en voorspelbare rechtsgrondslag biedt voor de sectorale bestedingsprogramma’s;

22. onderstreept dat de lopende onderhandelingen tussen de Raad en het Parlement over de wetgevingsvoorstellen voor de meerjarige programma’s volgens de gewone wetgevingsprocedure zullen worden voortgezet; draagt de specifieke commissies op in onerhandeling te treden met de respectieve Raadsformaties;

23. onderstreept dat uitblijven van overeenstemming over het MFK de kerngedachte zou aantasten van middellange-termijnprogrammering, die een stabiel en budgettair kader moet bieden voor grote programma’s waarvan de uitvoering meerdere jaren beslaat; waarschuwt dat geen van de instellingen, en – wat nog belangrijker is – geen van de ontvangers van EU-programma’s in de lidstaten, gebaat zou zijn bij een dergelijke afloop;

24. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten alsmede de overige betrokken instellingen en organen.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid