Procedure : 2013/2612(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0188/2013

Ingediende teksten :

B7-0188/2013

Debatten :

Stemmingen :

PV 23/05/2013 - 13.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0224

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 118kWORD 50k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0188/2013
15.5.2013
PE509.814v01-00
 
B7-0188/2013

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over terugvordering van activa door landen van de Arabische Lente in overgang (2013/2612(RSP))


Charles Tannock namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over terugvordering van activa door landen van de Arabische Lente in overgang (2013/2612(RSP))  
B7‑0188/2013

Het Europees Parlement,

–   gezien de beleidskeuzes en strategieën van de Commissie en de Raad ten aanzien van de verschillende landen van de Arabische wereld,

–   gezien eerdere resoluties van de Euro-mediterrane Parlementaire Vergadering en gezien het mediterraan beleid van de Europese Unie,

–   gezien recente verklaringen van Štefan Füle, commissaris voor Uitbreiding en Europees nabuurschapsbeleid, over de Arabische Lente,

–   gezien recente verklaringen van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Catherine Ashton, over de Arabische Lente,

–   gezien het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding en gezien het VN-verdrag tegen corruptie,

–   gezien het verslag van het Arabische Forum inzake de terugvordering van activa,

–   gezien het partnerschap van Deauville,

–   gezien de uitreiking van de Sacharov-prijs 2011 aan vijf vertegenwoordigers van de Arabische Lente,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Tunesië en Egypte in januari 2013 en Libië in februari 2013 de tweede verjaardag van hun Arabische Lente vierden;

B.  overwegende dat veel landen van de Arabische Lente met tal van problemen blijven kampen, waaronder gewelddadige protesten, stijgende werkloosheid, economische en administratieve problemen, en een moeizaam verlopend democratiseringsproces;

C. overwegende dat de voormalige leiders van Tunesië, Egypte en Libië massa's geld en goederen (bijv. vliegtuigen, kostbare metalen en kunstwerken) hadden vergaard, en dat zij deze in de Verenigde Staten, Canada, andere landen in het Midden-Oosten, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk hadden gedeponeerd of verborgen;

D. overwegende dat de activa van de voormalige Tunesische leider Zine el Abidine Ben Ali op 14 januari 2011 door de Zwitserse regering zouden zijn bevroren; overwegende dat deze activa naar schatting 68 miljoen USD bedroegen;

E.  overwegende dat de activa van de voormalige Egyptische leider Hosni Moebarak op 21 maart 2011 door de Britse regering zouden zijn bevroren; overwegende dat deze activa naar schatting 133 miljoen USD bedroegen;

F.  overwegende dat Muammar Kaddafi activa ter waarde van 168 miljard USD in een aantal landen zou hebben gedeponeerd; overwegende dat bekend is geraakt dat hij een som van 30 miljard USD op een Amerikaanse rekening heeft gedeponeerd; overwegende dat de VN en afzonderlijke landen in dit verband niet nader omschreven geldsommen hebben bevroren;

1.  bevestigt zijn voornemen om gestolen activa van landen van de Arabische Lente terug te vorderen en erkent dat de terugvordering van activa een complexe opdracht is, die onder meer behelst dat verborgen activa worden geïdentificeerd en getraceerd, dat juridische procedures met het oog op de inbeslagneming ervan nauwgezet worden gevolgd, en ten slotte ook dat de teruggevorderde en inbeslaggenomen activa worden terugbezorgd aan het land dat er recht op heeft;

2.  merkt op dat de nationale wetgeving van de landen waar de fondsen zich bevinden sterk uiteenloopt en erkent dat Tunesië, Egypte en Libië moeilijkheden hebben ondervonden met betrekking tot de rechtsstelsels van de landen waar de fondsen zich bevinden; erkent dat het VK en Zwitserland zich inspannen om de landen van de Arabische Lente te helpen bij de terugvordering van hun activa, met name door het bevriezen van activa en door maatregelen ter voorkoming van een overdracht van onwettige activa naar andere landen;

3.  is ingenomen met het feit dat president Obama bevestigde dat de Verenigde Staten zich ertoe verbinden met andere landen van de G8 en van het partnerschap van Deauville te zullen samenwerken om gestolen activa terug te vorderen en terug te geven; is verheugd over de steun van de Verenigde Staten voor de overgang van de landen van de Arabische Lente naar een democratie;

4.  merkt op dat niet alleen voormalige leiders ervan worden beschuldigd zich activa te hebben toegeëigend, ook echtgenotes en kinderen van voormalige leiders zouden overheidsmiddelen hebben gestolen en achtergehouden; benadrukt dat er sprake is van onwettige activiteiten en stelt dat bepaalde personen geavanceerde technieken hebben gebruikt om activa doelbewust te verduisteren; is van mening dat deze personen voor het gerecht moeten worden gedaagd wegens diefstal van overheidsmiddelen;

5.  toont zich tevreden over de tot dusver geboekte vooruitgang, die onder meer blijkt uit de oprichting van de British Asset Recovery Taskforce, van de Taskforce EU/Tunesië, van het International Centre for Asset Recovery en van het Stolen Assets Recovery Initiative;

6.  is verheugd over de prioriteiten van het partnerschap van Deauville voor 2013, met name de terugvordering van activa en het transitiefonds, en prijst de Britse regering, die momenteel het partnerschap van Deauville voorzit, voor haar krachtige impulsen aan de agenda inzake terugvordering van activa;

7.  bevestigt opnieuw dat het de democratische transitie in de landen van de Arabische Lente genegen is en pleit ervoor deze landen te steunen en te helpen met het instellen van sterke en stabiele democratieën met eerbied voor de rechtsstaat, vrouwenrechten, vrije en open verkiezingen en de vrijheid van meningsuiting;

8.  onderstreept het belang van economische stabiliteit en welvaart in het Midden-Oosten en benadrukt dat de terugvordering van activa voor een verbetering in de economische toestand van de landen van de Arabische Lente zal zorgen, aangezien de teruggevorderde fondsen kunnen worden ingezet om banen te creëren, de ontwikkeling van de privésector te bevorderen en sociale programma's te financieren;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regeringen/interim-regeringen van de landen van de Arabische Lente, de landen van de G8 en de leden van het partnerschap van Deauville.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid