Procedure : 2013/2637(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0266/2013

Ingediende teksten :

B7-0266/2013

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/06/2013 - 8.22
CRE 12/06/2013 - 8.22
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0271

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 121kWORD 53k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0256/2013
5.6.2013
PE509.895v01-00
 
B7-0266/2013

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de impasse bij de herziening van Verordening (EG) nr. 1049/2001 (2013/2637(RSP))


Cornelis de Jong, Cornelia Ernst, Søren Bo Søndergaard, Jiří Maštálka, Marie-Christine Vergiat namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de impasse bij de herziening van Verordening (EG) nr. 1049/2001 (2013/2637(RSP))  
B7‑0266/2013

Het Europees Parlement,

–   gezien Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie,

–   gezien het voorstel van de Commissie (COM(2008)0229) van 30 april 2008 voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie,

–   gezien het voorstel van de Commissie COM(2011)0137 van 21 maart 2011 voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie,

–   gezien zijn verslag over het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (COM(2008)0229), aangenomen op 15 december 2011,

–   gezien de vragen aan de Raad en de Commissie over de impasse bij de herziening van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang tot documenten (O-000113/2012B7‑0055/2012 en O-000133/2012B7-0075/2012),

–   gezien de verklaring van de Commissie van 21 mei 2013 over de impasse bij de herziening van Verordening (EG) nr. 1049/2001,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de transparantieverplichtingen van de EU met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon zijn uitgebreid en dat de toegang tot documenten in dat Verdrag als grondrecht is verankerd;

B.  overwegende dat transparantie voor de burgers een essentieel instrument is om deel te nemen aan het besluitvormingsproces in de EU alsook om dat proces en het EU-optreden in het algemeen te controleren zodat hierover verantwoording wordt afgelegd;

C. overwegende dat transparantie nog belangrijker is in wetgevingsprocedures, mede gezien de toegenomen prerogatieven van de EU op het gebied van strafrecht, dat de kern van de grondrechten raakt; overwegende dat het Parlement bij diverse gelegenheden heeft opgeroepen tot meer transparantie in de wetgevingsprocedure, onder meer met betrekking tot de werkgroepen van de Raad, de publicatie van juridische adviezen in het kader van wetgevingsprocedures, en het verloop van trialogen;

D. overwegende dat de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Europese Ombudsman de interpretatie van Verordening (EG) nr. 1049/2001 in grote mate heeft beïnvloed; overwegende dat die jurisprudentie, vooral met betrekking tot de gebruikmaking van gronden voor niet-erkenning in een wetgevingsprocedure, zoals de arresten in de zaken Turco en Access Info, in de wetgeving tot uiting moeten komen;

E.  overwegende dat Verordening (EG) nr. 1049/2001 door de burgers en de publieke opinie in de EU wordt gezien als een essentieel wetgevingsonderdeel dat voorziet in instrumenten voor behoorlijk toezicht op het EU-optreden; overwegende dat Verordening (EG) nr. 1049/2001 nog beter moet worden toegepast, zoals blijkt uit diverse gevallen die door de ombudsman zijn behandeld;

F.  overwegende dat de Commissie in 2008 een herschikking van Verordening (EG) nr. 1049/2001 heeft voorgesteld en dat zij haar voorstel niet heeft ingetrokken na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon; overwegende dat het Parlement de Commissie duidelijk had laten weten dat herschikking niet de juiste procedure was, en overwegende dat het Parlement de voorgestelde tekst derhalve zelf aan het Verdrag van Lissabon moest aanpassen;

G. overwegende dat de Commissie in 2011 een aanvullend voorstel heeft ingediend waarmee het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1049/2001 alleen impliciet werd uitgebreid tot de instellingen, kantoren, agentschappen en organen van de EU; overwegende dat het Parlement de procedures van 2008 en 2011 tot één procedure heeft samengevoegd;

H. overwegende dat het Parlement op 15 december 2011 zijn standpunt in eerste lezing heeft vastgesteld en dat er in de eerste helft van 2012 trialogen met het Deense voorzitterschap werden gestart; overwegende dat de Commissie het niet eens was met de voorgestelde compromissen, wat heeft geleid tot een meer dan een jaar durende impasse;

I.   overwegende dat het Cypriotische en het Ierse voorzitterschap er niet in zijn geslaagd het dossier in de Raad te deblokkeren en nieuwe onderhandelingen te starten als gevolg van tegenstand van de zijde van de Commissie, hetgeen tot gevolg heeft dat er op bepaalde punten unanimiteit in de Raad is vereist;

J.   overwegende dat een herziening van Verordening (EG) nr. 1049/2001 gezien de uitgebreide transparantieverplichtingen die met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in de Verdragen zijn opgenomen niet tot een verlaging van het huidige transparantieniveau mag leiden;

K. overwegende dat het onvermogen om tot overeenstemming te komen over een nieuwe versie van Verordening (EG) nr. 1049/2001 de burgers een verkeerd signaal zou geven omtrent de aard van de EU, en dat een dergelijk echec de legitimiteit van de EU-besluitvorming zou ondermijnen, vooral met het oog op de uiterst belangrijke Europese verkiezingen die voor de deur staan;

1.  dringt er bij alle instellingen, kantoren, organen en agentschappen van de EU op aan Verordening (EG) nr. 1049/2001 onverkort toe te passen;

2.  is van mening dat de wijziging van Verordening (EG) nr. 1049/2001 een prioriteit zou moeten zijn voor alle instellingen van de EU en betreurt de ontstane impasse; verzoekt alle EU-instellingen samen te werken om zo spoedig mogelijk een uitweg uit deze impasse te vinden;

3.  bevestigt andermaal dat het bijzonder hecht aan de herziening van Verordening (EG) nr. 1049/2001, zodat de burgers van de EU in het algemeen bredere en betere toegang krijgen tot documenten van de EU;

4.  bevestigt zijn op 15 december 2011 vastgestelde standpunt in eerste lezing (EP-PE_TC1-COD(2008)0090) als uitgangspunt voor onderhandelingen, en benadrukt dat een gewijzigde tekst, overeenkomstig de Verdragen, ten minste: het toepassingsgebied van de verordening moet uitbreiden tot alle instellingen, organen en agentschappen van de EU; voor een transparantere wetgeving moet zorgen, waarbij het gebruik van uitzonderingen in de wetgevingsprocedure een specifiek met redenen omklede afwijking moet zijn van de algemene regel van wetgevingstransparantie; het verband tussen transparantie en gegevensbescherming moet verduidelijken; het Verdrag van Aarhus moet incorporeren; moet voorzien in transparantie ten aanzien van uit de lidstaten afkomstige documenten; door de juridische dienst in de loop van de wetgevingsprocedure opgestelde adviezen moet incorporeren, moet voorzien in financiële transparantie ten aanzien van EU-fondsen (ook op het niveau van de lidstaten) en de transparantie moet vergroten ten aanzien van het inwinnen van externe expertise; geen beperking mag bevatten ten aanzien van de definitie van "document"; en geen generieke vrijstellingen mag invoeren;

5.  verzoekt de Commissie zich op politiek en technisch niveau volledig in te zetten voor de aanpassing aan het Verdrag van Lissabon van Verordening (EG) nr. 1049/2001;

6.  verzoekt de Raad de beraadslagingen over Verordening (EG) nr. 1049/2001 onmiddellijk te hervatten, zijn standpunt in eerste lezing vast te stellen en de onderhandelingen voort te zetten;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid