Ontwerpresolutie - B7-0320/2013Ontwerpresolutie
B7-0320/2013

    ONTWERPRESOLUTIE over de overstromingen in Midden-Europese landen

    26.6.2013 - (2013/2683(RSP))

    naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
    ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

    Elisabeth Schroedter, Rebecca Harms namens de Verts/ALE-Fractie

    Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0319/2013

    Procedure : 2013/2683(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B7-0320/2013
    Ingediende teksten :
    B7-0320/2013
    Aangenomen teksten :

    B7‑0320/2013

    Resolutie van het Europees Parlement over de overstromingen in Midden-Europese landen

    (2013/2683(RSP))

    Het Europees Parlement,

    –   gezien Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid,

    –   gezien de herziening van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling – een actieplatform (COM(2005)0658),

    –   gezien Richtlijn 2007/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 over beoordeling en beheer van overstromingsrisico's,

    –   gezien het interne werkdocument van de Commissie getiteld "Regio's 2020 – een beoordeling van de toekomstige uitdagingen voor de EU-regio's" (SEC(2008)2868),

    –   gezien het witboek van de Commissie getiteld "Aanpassing aan de klimaatverandering: naar een Europees actiekader" (COM(2009)0147),

    –   gezien het interne werkdocument van de Commissie van 26 januari 2011 getiteld "Bijdrage van het regionaal beleid aan de slimme groei in het kader van de Europa 2020-strategie" (SEC(2011)0017),

    –   gezien Verordening (EG) nr. 1080/2006 betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling,

    –   gezien het door de Commissie regionale ontwikkeling op 11 juli 2012 goedgekeurde mandaat voor de start van interinstitutionele onderhandelingen over het voorstel betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling,

    –   gezien het door de Commissie regionale ontwikkeling op 11 juli 2012 goedgekeurde mandaat voor de start van interinstitutionele onderhandelingen over het voorstel betreffende het Cohesiefonds,

    –   gezien Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie,

    –   gezien de mededeling van de Commissie over de toekomst van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (COM(2011)0613),

    –   gezien zijn Resolutie van 15 januari 2013 over het Solidariteitsfonds van de Europese Unie, implementatie en toepassing[1],

    –   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

    A. overwegende dat zware regenval in mei en juni 2013 een van de grootste overstromingen in Midden-Europa heeft veroorzaakt, hetgeen heeft geleid tot vele doden en de verwoesting van gebouwen, infrastructuur, productiefaciliteiten en duizenden hectaren land;

    B.  overwegende dat berggebieden en gebieden langs rivieren en in valleien een deel van hun waterabsorptievermogen hebben verloren ten gevolge van ontbossing, intensieve landbouw, grote infrastructuurwerken, verstedelijking en bodemafdekking langs rivieren en in valleien;

    C. overwegende dat de voortdurende kanalisatie, rechttrekking en verdieping van rivieren voor navigatie- en landbouwdoeleinden het risico op overstromingen doen toenemen;

    D. overwegende dat is gebleken dat preventiemaatregelen – met inbegrip van het herstel van polders en moeraslanden langs de kust en de bescherming van overstromingsgebieden – de materiële schade van overstromingen aan huisvesting, infrastructuur en productieactiviteiten kunnen beperken en verminderen;

    E.  overwegende dat de financiering van preventiemaatregelen goedkoper is dan van de heropbouw en het herstel van beschadigde goederen;

    F.  overwegende dat het vermogen van de Europese Unie om alle soorten natuurrampen aan te kunnen moet worden vergroot en de werking en de coördinatie van de verschillende gemeenschapsinstrumenten moeten worden verbeterd om een duurzaam rampenpreventievermogen te krijgen;

    G. overwegende dat klimaatverandering extreme weersomstandigheden en natuurrampen, zoals overstromingen, veroorzaakt en verergert, en overwegende dat het aantal en de omvang van overstromingen in Europa, ook in Midden- en Oost-Europese regio's, aanzienlijk zijn toegenomen;

    H. overwegende dat regio's die worden bedreigd door overstromingen, bijzonder kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering, en overwegende dat de Commissie klimaatverandering als een van de belangrijkste uitdagingen voor duurzame regionale ontwikkeling beschouwt;

    I.   overwegende dat inspanningen moeten worden geleverd ter verbetering van zowel de prognosemethoden als de regelingen om de bevolking te waarschuwen;

    1.  geeft uiting aan zijn solidariteit met de inwoners van de EU-gebieden die door het extreme weer zijn verwoest;

    2.  merkt op dat de door de overstromingen veroorzaakte schade deels had kunnen worden voorkomen en dat dit een aanzet moet geven tot de ontwikkeling en uitvoering van preventiebeleid en passende wetgeving over rivierbehoud en gepaste ruimtelijke ordening, met inbegrip van duurzame landbouw- en bosbouwpraktijken, compensatieregelingen en efficiënt risicobeheer, ook op interregionaal en grensoverschrijdend niveau;

    3.  roept de lidstaten op beleidsmaatregelen en wetgeving ten voordele van echt duurzaam landgebruik goed te keuren, bestaande overstromingsgebieden in hun natuurlijke staat te behouden en vroegere overstromingsgebieden te herstellen, omschakelingsmaatregelen voor ecosystemen in rivieren en valleien te financieren en te bevorderen, landschappen en bossen in ere te houden en ecosystemen in overstromingsgevoelige gebieden van rivieren en valleien te beschermen; benadrukt dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan het behoud en de aanbreng van polders in de bovenloop van rivieren;

    4.  benadrukt dat de acties van de Structuurfondsen in de context van de preventie en het beheer van natuurrampen moeten worden aangepast en dat dergelijke acties moeten worden gecoördineerd met bestaande gemeenschapsinstrumenten opdat de EU op een coherente en duurzame manier kan reageren; herinnert eraan dat de herverdeling van de beschikbare middelen binnen de verschillende fondsen voldoende flexibel moet zijn om hun werking in geval van een ramp te verbeteren;

    5.  eist dat de investering ter ondersteuning van rampenpreventie een op het ecosysteem gebaseerde aanpak volgt; benadrukt voorts dat fondsen niet mogen worden besteed aan acties die leiden tot een verdere verslechtering van de staat van rivieren en valleien, zoals de rechttrekking en verdieping van rivieren of de toelating van nieuwe constructies in overstromingsgebieden;

    6.  meent dat de schade die de recente overstromingen hebben veroorzaakt, nog maar eens aantoont dat duurzame preventie minder geldverslindend zal zijn dan wederopbouw; vraagt de Commissie compensatieregelingen voor de afbraak van eigendom in overweging te nemen en deze te beoordelen;

    7.  herinnert eraan dat van maatregelen om aan te passen aan klimaatverandering en deze te bestrijden in het toekomstig cohesiebeleid een prioriteit moet worden gemaakt;

    8.  dringt er bij de lidstaten op aan volledig te voldoen aan de vereisten van de Europese Overstromingsrichtlijn en deze richtlijn onverwijld ten uitvoer te leggen; verzoekt om bij het beheer van de ruimtelijke ordening rekening te houden met overstromingsrisicokaarten; benadrukt dat efficiënte overstromingspreventie op grensoverschrijdende strategieën moet berusten;

    9.  herinnert eraan dat nationale of regionale risicobeoordelingen voor rampenbeheer moeten zijn opgezet en dat erin rekening moet worden gehouden met aanpassing aan klimaatverandering als een voorafgaande voorwaarde voor toekomstige financieringsmogelijkheden;

    10. is bezorgd over de precaire situatie van de Unie-begroting voor 2013, waaruit, wegens verplichtingen uit vastleggingen uit het verleden en van het lopende jaar, niet de gepaste steun kan worden verschaft aan de door de overstromingen getroffen lidstaten en regio's;

    11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten en de regionale en lokale regeringen in de getroffen gebieden.