Procedure : 2013/2679(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0325/2013

Ingediende teksten :

B7-0325/2013

Debatten :

Stemmingen :

PV 04/07/2013 - 13.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0332

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 163kWORD 79k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0315/2013
26.6.2013
PE509.974v01-00
 
B7-0325/2013

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 35, lid 3, van het Reglement en het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie


over de prioriteiten van het Europees Parlement met betrekking tot het werkprogramma van de Commissie voor 2014 (2013/2679(RSP))


Enrique Guerrero Salom namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de prioriteiten van het Europees Parlement met betrekking tot het werkprogramma van de Commissie voor 2014 (2013/2679(RSP))  
B7‑0325/2013

Het Europees Parlement,

–   gezien de mededeling van de Commissie over het werkprogramma van de Commissie voor 2013 (COM(2011)0777),

–   gezien het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie, met name bijlage IV,

–   gezien het resultaat van de regelmatige dialoog tussen alle commissarissen en de parlementaire commissies en het beknopte verslag van de Conferentie van commissievoorzitters van 11 juni 2013 dat aan de Conferentie van voorzitters is voorgelegd,

–   gezien de resolutie van het Europees Parlement van 12 juni 2013 over de versterking van de Europese democratie in het toekomstige Europese Monetaire Unie (EMU) (2013/2672(RSP)),

–   gezien de resolutie van het Europees Parlement van 12 juni 2013 over de mededeling van de Commissie "Naar sociale investering voor groei en cohesie – inclusief de uitvoering van het Europees Sociaal Fonds" 2014‑2020 (2013/2607(RSP)),

–   gezien artikel 9 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–   gezien artikel 70 van zijn Reglement,

–   gezien artikel 35, lid 3, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Europa zich moet verbinden tot het model van de sociale markteconomie, dat zorgt voor duurzame groei om de huidige en de volgende generatie te verzekeren van banen en een betere kwaliteit van leven;

B.  overwegende dat de EU niet in staat is gebleken om de ernstige economische en sociale crisis te overwinnen, wat onder meer geleid heeft tot een verzwakking van de communautaire methode en een onvermogen om beslissingen snel te implementeren, terwijl besluiten met betrekking tot groei en werkgelegenheid juist om onmiddellijke actie vragen;

C. overwegende dat het onvermogen om de crisis op te lossen heeft geleid tot een zorgwekkende daling van het vertrouwen in het Europese project, waardoor de legitimiteit ervan wordt uitgehold en de opkomst bij de komende Europese verkiezingen negatief kan worden beïnvloed;

D. overwegende dat van de Commissie wordt verwacht dat zij voor het einde van haar mandaat actie onderneemt om de resterende aangekondigde voorstellen te presenteren en adequate en doeltreffende oplossingen voor te stellen voor hangende kwesties;

E.  overwegende dat de staatsschuldcrisis in Europa, en met name in de landen van de eurozone, een ernstige economische recessie heeft veroorzaakt met negatieve sociale gevolgen voor de meeste lidstaten in de vorm van een stijgende werkloosheid, met name onder jongeren, grotere armoede en meer sociale uitsluiting;

F.  overwegende dat cohesie en solidariteit de kern vormen van de EU-doelstellingen, zoals bevestigd in artikel 174 VWEU, en bedoeld zijn als leidend beginsel – en dat ook moeten zijn – voor de inspanningen van de EU om de gevolgen van de economische crisis in de lidstaten aan te pakken, ook in de lidstaten met economische problemen veroorzaakt door de financiële markten;

1.  onderstreept zijn vaste overtuiging dat stabiliteit in de financiële sector en het welslagen van alle structurele hervormingen van deze sector voorwaarden zijn om duurzame economische groei en werkgelegenheid in de Europese Unie te realiseren;

2.  herinnert eraan dat de EU-begroting de beleidsprioriteiten van de EU moet weerspiegelen; benadrukt dat de EU-begroting een investeringsbegroting is met een sterk hefboomeffect; dringt er bij de Commissie op aan de EU-begroting te verdedigen als een krachtig instrument om strategische investeringen te stimuleren door middel van Europese meerwaarde, om de Europese economie weer op de rails te krijgen en de langdurige negatieve effecten van de hoge werkloosheid en armoede tegen te gaan; dringt er in dit verband op aan dat duurzame economische groei, het concurrentievermogen, onderzoek en innovatie, de bestrijding van jeugdwerkloosheid, de financiering van de Europese infrastructuur en waarborging van middelen voor de meest achtergestelden als voornaamste prioriteiten van de EU-begroting worden genomen;

3.  dringt verder aan op een politiek akkoord over: een verplichte en alomvattende herziening van het meerjarig financieel kader (MFK), met toewijzing van extra financiële middelen voor groei, werkgelegenheid en sociale samenhang; maximale flexibiliteit voor het hele kader, waardoor de politieke prioriteiten van de EU versterkt kunnen worden; een stappenplan voor de hervorming van het financieringsstelsel van de EU, op basis van een betrouwbaar stelsel van eigen middelen en de verzekerde eenheid van de begroting; merkt op dat, indien er aan het eind van 2013 nog geen MFK is vastgesteld, de maxima en andere bepalingen die op het jaar 2013 betrekking hebben van kracht blijven totdat er een nieuw MFK is; beklemtoont dat het pas over de MFK-verordening en het interinstitutioneel akkoord zal stemmen na een bevredigende afsluiting van uitgebreide onderhandelingen met de Raad;

4.  herhaalt nog eens dat het sociaal beleid en het economisch beleid op EU-niveau beter moeten worden gecoördineerd om discrepanties te vermijden, onderlinge synergie-effecten tot stand te brengen en ervoor te zorgen dat het ene beleid bijdraagt tot de verwezenlijking van doelstellingen van het andere beleid;

5.  herhaalt nogmaals dat elk toekomstig initiatief voor een diepgaande en echte EMU, gebaseerd op stabiliteit, duurzame groei, solidariteit en democratie absoluut moet worden ontwikkeld op basis van de communautaire methode; benadrukt dat de instellingen een werkelijke samenwerking moeten aangaan; verzoekt de Commissie met klem om bij de overweging van maatregelen ter versterking van de sociale dimensie van een economische en monetaire unie, te kijken naar de behoefte aan openbare investeringen in de lidstaten, met name investeringen met betrekking tot de sociale en de onderwijsdoelstellingen in het kader van de Europa 2020-strategie;

6.  herinnert de Europese Raad eraan dat hij geen initiatiefrecht heeft en moet ophouden de Commissie instructies te geven over de vorm en/of inhoud van wetgeving, en de in de Verdragen vastgelegde coördinerende, uitvoerende en managementtaken van de Commissie niet mag omzeilen; herhaalt dat het met betrekking tot de EMU geen verdere intergouvernementele elementen zal accepteren en dat het binnen zijn bevoegdheden alle nodige stappen zal ondernemen als die waarschuwing in de wind wordt geslagen;

7.  waarschuwt dat louter bezuinigingsmaatregelen de kwaliteit van werkgelegenheid, de sociale bescherming en de gezondheids- en veiligheidsnormen in gevaar kunnen brengen, en is van mening dat de begrotingsdiscipline in de eurozone niet alleen mag worden afgemeten aan fiscale en macro-economische criteria, maar dat deze aangevuld moeten worden met even zwaar wegende werkgelegenheids- en sociale criteria, evenals voortgangsrapporten over de structurele hervormingen, met als doel om een adequaat en efficiënt niveau van sociale investeringen te waarborgen en daarmee de duurzaamheid van een sociale EU;

8.  is van mening dat het trojkasysteem belemmerend werkt voor de democratische controle door en verantwoording aan het Parlement en verzoekt dit af te schaffen;

9.  dringt aan op een nieuwe impuls voor de Europese industrie, met als doel het creëren van nieuwe en fatsoenlijke banen, ter ondersteuning van een duurzame groei en ter verbetering van de arbeidsomstandigheden voor alle Europeanen; benadrukt dat het macro-economisch kader voor de industrie moet worden verbeterd, door verruiming van de toegang tot kapitaal, een betere infrastructuur, bescherming van eigendomsrechten en ondersteuning van met name kmo's en de sociale economie, teneinde hun concurrentievermogen en de toegang tot nieuwe markten te vergroten;

10. constateert tot zijn spijt dat ondanks de opeenvolgende beloften van de Commissie een aantal aangekondigde doelen nog altijd niet in de praktijk zijn omgezet, zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht; dringt er bij de Commissie op aan met de twee co-wetgevers een intensieve dialoog aan te gaan over de uitvoering en de goedkeuring van de resterende aangekondigde wetsvoorstellen;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

DEEL 2

BIJLAGE BIJ DE RESOLUTIE OVER HET WERKPROGRAMMA VAN DE COMMISSIE VOOR 2014

Uitvoering

12. verzoekt de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, in het kader van het volgende meerjarig financieel kader 2014‑2020 het toezicht, de controle en audits met betrekking tot de operationele programma's onder gedeeld beheer te verbeteren, om de prestaties te verhogen en het aantal onregelmatigheden en fouten te verminderen;

13. verzoekt de Commissie de samenhang van haar wetgevingsprogramma te verbeteren, de kwaliteit van haar ontwerpwetgeving te verhogen, haar effectbeoordeling van wetsontwerpen te verbeteren, indien nodig het gebruik van concordantietabellen voor te stellen voor een betere omzetting van de EU-wetgeving, en het Parlement te steunen bij zijn onderhandelingen met de Raad over het gebruik van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, die aanzienlijke blokkades in het wetgevingsproces dreigen op te werpen, zoals in het geval van de financieringsinstrumenten voor externe acties voor 2014‑2020; herinnert opnieuw aan zijn herhaalde verzoek om de onderhandelingen over het Interinstitutioneel Akkoord van 2003 over betere wetgeving te heropenen;

Een interne sociale markt die duurzame en inclusieve economische groei oplevert

14. wijst op de belangrijke rol van de interne markt als motor van de Europese integratie, economische groei en werkgelegenheid en als pijler van de werkelijke economie van de EU, die de convergentie tussen de euro- en niet-eurolanden bevordert; dringt er daarom bij de Commissie op aan zich te richten op de beleidsaansturing van de interne markt om de goedkeuring en handhaving van de wettelijke en beleidsprioriteiten te stroomlijnen en een regelmatige evaluatie van de integratie van de interne markt te ontwikkelen – op basis van het verslag over de integratie van de interne markt bij de jaarlijkse groeianalyses en op de landenspecifieke aanbevelingen – in het kader van het Europees semester;

15. verzoekt de Commissie een consequente uitvoering van het eerste en het tweede wetgevingspakket eengemaakte markt te blijven nastreven, door voorstellen te doen voor het ontwikkelen, aanvullen en implementeren van de digitale interne markt, zoals een nieuw strategisch kader voor zowel de beschikbaarheid als de grensoverschrijdende overdraagbaarheid van digitale inhoud in de EU; onderstreept dat een recht van universele toegang tot het internet moet worden gegarandeerd;

16. verzoekt de Commissie om de uitvoering, handhaving en uitbreiding van de agenda van de consument zorgvuldig en strikt te controleren, in het bijzonder met betrekking tot de nieuwe EU-regelingen voor schadeloosstelling voor consumenten, bescherming van de consument en het vertrouwen in de interne markt; onderstreept in dit verband de noodzaak om specifieke wetgevende instrumenten te ontwikkelen, aan te nemen en uit te voeren op het gebied van misleidende reclame en marketingpraktijken, transparantie en vergelijkbaarheid van tarieven voor bankdiensten, verandering van bankrekeningen en het recht op toegang tot een elementaire bankrekening voor alle consumenten; verzoekt de Commissie om het langverwachte wetsvoorstel over pakketreizen en vakanties in te dienen;

17. dringt daarom aan op een hernieuwde beleidsbenadering ten aanzien van de universele toegang voor consumenten tot nutssectoren (water, energie, vervoer, gas en elektriciteit en postdiensten) op basis van kwaliteit, universaliteit en betaalbaarheid, met specifieke aandacht voor de groeiende kwetsbare consumentengroepen; benadrukt dat het probleem van energiearmoede op concrete en efficiënte wijze moet worden aangepakt; dringt er daarom bij de Commissie op aan te onderzoeken of de ontwikkeling van een regeling voor insolventie van consumenten en huishoudens haalbaar is en een specifiek wetgevingsvoorstel in te dienen;

18. vraagt de Commissie met klem het gemoderniseerde douanewetboek te implementeren door geharmoniseerde e‑douanepraktijken volledig te ontwikkelen;

19. verzoekt de Commissie een voorstel te presenteren over de 14e richtlijn vennootschapsrecht betreffende de grensoverschrijdende overdracht van vennootschapszetels, waarbij het behoud van medezeggenschap voor het personeel verzekerd wordt via een overdracht in overeenstemming met het acquis, in principe vallend onder de wetgeving van de lidstaat van ontvangst, met uitzondering van die gevallen waarin de wetgeving van de lidstaat van ontvangst niet voorziet in ten minste hetzelfde niveau van medezeggenschap als dat wat van toepassing is in de lidstaat van herkomst;

20. benadrukt dat met het oog op een zo spoedig mogelijke versterking van de efficiëntie en soliditeit van de financiële markten in de Unie de hangende Commissievoorstellen over financiële diensten snel moeten worden goedgekeurd om zo vertraging bij de inwerkingtreding van de relevante wetgeving te vermijden;

21. verzoekt de Commissie om zo snel mogelijk haar voorstellen aan te nemen over een ontwerpverordening tot invoering van één afwikkelingsmechanisme en over de follow‑up van de aanbevelingen inzake structurele bankhervormingen; onderstreept hoe belangrijk het is dat de co-wetgevers deze voorstellen snel behandelen, zodat zij spoedig in werking kunnen treden;

22. vraagt ​​om de onderhandelingen te heropenen over de richtlijn depositogarantiestelsel, waarvan de noodzaak onlangs bleek bij de Cypriotische crisis, parallel met het voorstel voor een richtlijn betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen;

23. verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk een voorstel inzake geldmarktfondsen goed te keuren en daarbij ten volle rekening te houden met de aanbevelingen van het Europees Comité voor systeemrisico's (ESRB);

24. verzoekt de Commissie een voorstel in te dienen voor een convergentiecode in het kader van het EU-semester, op basis van de EU 2020-strategie, en met een sterke sociale pijler;

25. verzoekt de Commissie te komen met een voorstel over de informatie en raadpleging van werknemers, het anticiperen op en managen van herstructureringen, zoals uiteengezet in de resolutie van het Europees Parlement van 15 januari 2013 (2012/2061(INI));

26. verzoekt de Commissie om te komen met een voorstel voor de herziening van de arbeidstijdenrichtlijn (2003/88/EG), die de bescherming van alle werknemers tegen lange werktijden en de inachtneming van de besluiten van het Europees Hof van Justitie over de erkenning van aanwezigheidsdiensten als arbeidstijd verzekert; verzoekt de Commissie een Europese kaderverordening voor te bereiden over een redelijk inkomen, hetzij door middel van collectieve onderhandelingen of via een wet, en daarbij rekening te houden met de verenigbaarheid met, en de eerbiediging van nationale tradities en praktijken en de autonomie van de sociale partners; dringt er bij de Commissie op aan de richtlijn inzake de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers voor gelijke of gelijkwaardige arbeid te herzien; dringt erop aan dat de Commissie zich meer inspant voor het deblokkeren van de richtlijn moederschapsverlof (2010/18/EU) en de beloofde follow‑up van haar kosten-batenanalyse van 2010 over de invoering van een vaderschapsverlof uitvoert;

27. verzoekt de Commissie om een kaderrichtlijn te presenteren over sociale diensten van algemeen belang, op grond van artikel 14 VWEU en Protocol 26;

28. herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om een ​​nieuwe Europese strategie te presenteren voor gezondheid en veiligheid op het werk voor de komende jaren tot 2020; verzoekt de Commissie om een voorstel te presenteren voor een richtlijn over arbeidsgerelateerde aandoeningen van het bewegingsapparaat en een herziening van Richtlijn 2004/37/EG betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk;

Klimaat, milieu, energie en vervoer

29. verwacht dat de Commissie onverwijld wetgevingsvoorstellen indient over de herziening van de Richtlijn nationale emissieplafonds (2001/81/EG) en andere wetgeving inzake luchtkwaliteit, met het oog op een betere bescherming tegen de negatieve gevolgen van de luchtverontreiniging op de menselijke gezondheid;

30. is ingenomen met het groenboek over een kader voor het beleid inzake klimaatverandering en energie voor 2030, maar dringt erop aan dat hieraan een vervolg wordt gegeven met een wetgevingsvoorstel met inbegrip van bindende doelstellingen voor CO2‑reductie, energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen; dringt erop aan dat de Commissie komt met een wetsvoorstel inzake monitoring, rapportage en verificatie van de uitstoot van broeikasgassen afkomstig van zeevervoer; verzoekt de Commissie te komen met een nieuw bindend streefcijfer voor hernieuwbare energie voor 2030 van 45%, teneinde investeerders zekerheid in gerelateerde technologieën garanderen;

31. dringt er bij de Commissie op aan vaart te zetten achter de herziening van het hygiënepakket, gezien de recente gebeurtenissen rond frauduleuze praktijken met betrekking tot vleesproducten in de EU;

32. betreurt de trage gang van zaken bij het ​​indienen van een wetsvoorstel over het gebruik van kloontechnieken in de voedselproductie, en dringt er bij de Commissie op aan dit in te dienen, samen met een voorstel betreffende nieuwe voedingsmiddelen; verzoekt de Commissie om zo spoedig mogelijk een adequaat beleidskader inzake hormoonontregelende stoffen te presenteren;

33. dringt er bij de Commissie op aan een wetgevingsvoorstel tot oprichting van een Waarnemingspost voor energie in te dienen met het oog op een betere informatievoorziening inzake de markt voor energie-import een betere analyse van exportmarkt; verzoekt de Commissie onderzoek te verrichten naar de uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van de maatregelen die de EU tot haar beschikking heeft om een nieuwe Europese Energiegemeenschap op te richten en ten uitvoer te leggen;

34. verzoekt de Commissie een strategie te ontwerpen voor energiearmoede, samen met passende voorstellen, met inbegrip van een algemene EU-definitie van energiearmoede;

35. verzoekt de Commissie om de bevoegdheden van het Europees Spoorwegbureau op het gebied van veiligheid, certificering en homologatie van rollend materieel uit te breiden;

36. verwacht dat de Commissie zich verder inspant voor de volledige tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, met inbegrip van de invoering van de functionele luchtruimblokken en Sesar (Single European Sky ATM Research) om te voldoen aan de toekomstige behoeften inzake luchtruimcapaciteit en veiligheid;

Landbouw en visserij

37. verzoekt de Commissie om te zorgen voor een soepele overgangsperiode voor 2014 met het oog op de inwerkingtreding van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid in 2015; verzoekt de Commissie voorts het reeds op aangekondigd wettelijk kader inzake het afzetbevorderingsbeleid voor te stellen, alsook de herziening van de verordeningen groenten en fruit en biologische landbouw;

38. verzoekt de Commissie de nodige stappen te nemen om de lidstaten te assisteren met de tenuitvoerlegging van het onlangs goedgekeurde gemeenschappelijk visserijbeleid in overeenstemming met het toekomstige Europese Fonds voor maritieme zaken en visserij; verwacht dat de Commissie ervoor zorgt dat artikel 43, lid 2, VWEU de rechtsgrondslag vormt van haar voorstellen en het gebruik van artikel 43, lid 3, beperkt tot voorstellen die strikt verbonden zijn met de instelling en toewijzing van vangstmogelijkheden; verwacht met het oog hierop dat de Commissie meewerkt aan de oprichting van een interinstitutionele taskforce, bestaande uit vertegenwoordigers van de drie instellingen om na te gaan wat de meest geschikte weg vooruit is;

Samenhangende en inclusieve samenlevingen – Europa voor de burger

39. herinnert eraan dat het cohesiebeleid het belangrijkste investeringsinstrument is voor de verwezenlijking van de EU 2020-doelstellingen; dringt er daarom bij de Commissie op aan snel passende maatregelen te nemen, om een tijdige start te garanderen, alsook duidelijke voorwaarden te stellen zodat de operationele programma's 2014‑2020 in de lidstaten kunnen worden uitgevoerd; dringt er bij de Commissie op aan onmiddellijk een herzien ontwerp van Verordening (EG) nr. 2012/2002 over het Europees Solidariteitsfonds in te dienen;

40. is ingenomen met het voorstel van de Commissie over de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderzoekers, studenten, leerlinguitwisselingen, stagiairs en vrijwilligers; dringt aan op verdere inhoudelijke voorstellen over legale migratie; verwacht in dit verband van de Commissie dat zij de sociale partners blijft stimuleren in verband met het bereiken van een akkoord over een kwaliteitskader voor stages op grond van artikel 155 VWEU; meent dat anders de Commissie een richtlijn tot vaststelling van kwaliteitsnormen en fatsoenlijke minimale arbeidsomstandigheden voor stages en leerplaatsen moet voorstellen;

41. betreurt het uitblijven van een wetgevingsvoorstel voor grotere onderlinge solidariteit binnen de EU op het gebied van asiel, waar het reeds herhaaldelijk op heeft aangedrongen, en wijst erop dat de Unie zich ertoe heeft verplicht voor 2012 over een functionerend gemeenschappelijk asielbeleid te beschikken dat een hoog niveau van bescherming en volledige eerbiediging van de grondrechten waarborgt;

42. steunt het voorstel om Verordening (EG) nr. 168/2007 over het Europees Bureau voor de grondrechten te wijzigen en verzoekt de Commissie om een gedetailleerd voorstel voor een controlemechanisme en systeem voor vroegtijdige waarschuwing op te stellen, op basis van de bepalingen van artikel 7 VEU en artikel 258 VWEU;

43. verzoekt de Commissie het stappenplan over procedurele rechten af te ronden en toezicht te houden op de omzetting in nationaal recht van de aangenomen richtlijnen om ervoor te zorgen dat de basisrechten van verdachten en beschuldigde personen voldoende worden beschermd door gemeenschappelijke minimumnormen voor procedurele rechten in strafprocedures, en het beginsel van wederzijdse erkenning daadwerkelijk wordt toegepast;

44. verwacht dat de Commissie doorgaat met de ontwikkeling van een EU-aanpak van het strafrecht en juicht het voornemen van de Commissie toe om een wetgevingsvoorstel in te dienen voor een Europees openbaar ministerie dat bevoegd is voor het opsporen, vervolgen en berechten van personen die schade toebrengen aan activa die door of namens de EU worden beheerd;

45. verzoekt de Commissie om een stappenplan voor de gelijkheid op grond van seksuele geaardheid en genderidentiteit voor te bereiden, dat zou moeten worden aangenomen in 2014; wenst dat het kaderbesluit van de Raad betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht wordt herzien, en dat andere vormen van haatmisdrijven, waaronder misdrijven op grond van seksuele gerichtheid, genderidentiteit en genderexpressie, in het kaderbesluit worden opgenomen;

46. verzoekt de Commissie om met een voorstel voor een richtlijn inzake de uitbanning van geweld tegen vrouwen te komen en de conventie van de Raad van Europa inzake de voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te ondertekenen of te ratificeren, om zo een sterke impuls te geven aan de overige lidstaten die dat nog moeten doen;

47. verzoekt de Commissie met klem haar omvattende herziening van de richtlijn gegevensbewaring (2006/24/EC) van het Europees Parlement en de Raad in te dienen, en voorstellen voor een aanpak van de tekortkomingen te doen;

48. verzoekt de Commissie dringend voor te gaan met haar werk inzake de onderhandelingen over een overeenkomst tussen de EU en de VS over de bescherming van persoonsgegevens die worden doorgegeven en verwerkt met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen van strafbare feiten, waaronder terrorisme, in het kader van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken; wijst nogmaals dat de snelle sluiting deze overeenkomst een urgente zaak is;

49. dringt er bij de Commissie op aan haar herziening van het auteursrecht voort te zetten, om te garanderen dat het aangepast is aan de internetomgeving en gebaseerd op maatschappelijke legitimiteit; herhaalt dat de hervorming van de industriële eigendomsrechten moet worden afgerond om de groei en werkgelegenheid in Europa te stimuleren;

50. verwacht van de Commissie dat zij nieuwe voorstellen indient of zich verder buigt over de herziening van de bestaande wetgeving op het vlak van het burgerlijk en procesrecht, met name Rome II en Brussel II; betreurt het feit dat er bij de herschikking van Brussel I onvoldoende rekening is gehouden met arbeidsrechtelijke kwesties en verzoekt de Commissie de oprichting te overwegen van een exclusief forum voor geschillen met betrekking tot collectieve actie, in lijn met de Rome II-verordening;

51. verzoekt de Commissie een voorstel voor een verordening inzake een Europese Wet bestuursprocesrecht in te dienen, met het oog op het ontwikkelen van een samenhangend en alomvattend geheel van gecodificeerde bestuursrechtelijke regels; verzoekt de Commissie om een voorstel over de wederzijdse erkenning van de rechtskracht van documenten van de burgerlijke stand;

52. verzoekt de Commissie om de uitvoering van de verordening over het Europees burgerinitiatief te evalueren en zo nodig te wijzigen;

53. verzoekt de Commissie om met het oog op de aanstaande Europese verkiezingen de kredieten toegekend aan het programma "Communiceren over Europa in partnerschap" op ten minste hetzelfde niveau als 2013 te waarborgen;

Buitenlands en ontwikkelingsbeleid

54. benadrukt het belang van een nieuwe, en doortastender bevestiging van het toetredingsperspectief voor de landen van de Westelijke Balkan en onderschrijft de aanbeveling van de Commissie om de toetredingsonderhandelingen met Servië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) te starten; verzoekt de Commissie om met Turkije om te gaan als een kandidaat-lidstaat, die moet streven naar de hoogst mogelijke democratische normen en praktijken, en stelt voor de opening van de hoofdstuk 22 over het regionaal beleid en de hoofdstukken 23 en 24 over de grondrechten en de rechterlijke macht te overwegen;

55. verzoekt de Commissie om de omvang en de efficiëntie van de humanitaire hulp en assistentie van de EU aan mensen in Syrië die basisgoederen en diensten nodig hebben en aan vluchtelingen uit Syrië in de buurlanden te vergroten;

56. verzoekt de Commissie een voorstel in te dienen tot instelling van een mechanisme, gefinancierd uit het desbetreffende financieel instrument voor extern optreden van de EU, en bestaande uit een team van nationale en internationale onderzoekers, aanklagers, advocaten en andere deskundigen uit de EU-lidstaten, evenals uit andere betrokken landen (Zwitserland, Canada en de Verenigde Staten), met de bedoeling juridisch en technisch advies en bijstand te verstrekken aan de autoriteiten van de "Arabische lente"-landen inzake het invorderen van wederrechtelijk verkregen vermogen, gestolen door voormalige dictators, hun families en regimes;

57. herinnert de Commissie aan de noodzaak om haar evaluatie van de uitvoering van de consensus over humanitaire hulp, de complementariteit hiervan met de hulp van de lidstaten en de donoren en de noodzaak van een herziening van Verordening (EG) nr. 1257/1996 te verbeteren;

Handel

58. steunt de inspanningen van de Commissie in alle lopende bilaterale handelsbesprekingen, maar verzoekt de Commissie terdege rekening te houden met de standpunten van het Parlement inzake Japan en het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen; herinnert aan zijn verzoek om bindende sociale en milieunormen in alle bilaterale handelsovereenkomsten alsook normen inzake maatschappelijk verantwoord ondernemerschap op te nemen;

59. verwacht de voorstellen van de Commissie over het streven naar een "verantwoorde aanvoerketen" en bestrijding van de ergste vormen van kinderarbeid via handelsinstrumenten;

60. betreurt het gebrek aan ambitie in het voorstel van de Commissie voor de modernisering van de handelsbeschermingsinstrumenten en verzoekt de Commissie een voorstel tot herziening van Verordening (EG) nr. 428/2009 inzake producten voor tweeërlei gebruik te presenteren;

Juridische mededeling - Privacybeleid