Procedure : 2013/2682(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0337/2013

Ingediende teksten :

B7-0337/2013

Debatten :

PV 03/07/2013 - 14
CRE 03/07/2013 - 14

Stemmingen :

PV 04/07/2013 - 13.3
CRE 04/07/2013 - 13.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0322

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 123kWORD 54k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0336/2013
1.7.2013
PE515.881v01-00
 
B7-0337/2013

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over het toezichtprogramma van de National Security Agency in de VS, toezichthoudende instanties in verschillende lidstaten en de gevolgen voor de privacy van EU-onderdanen (2013/2682(RSP))


Axel Voss, Manfred Weber, Véronique Mathieu Houillon namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het toezichtprogramma van de National Security Agency in de VS, toezichthoudende instanties in verschillende lidstaten en de gevolgen voor de privacy van EU-onderdanen (2013/2682(RSP))  
B7‑0337/2013

Het Europees Parlement,

–   gezien de artikelen 2 en 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–   gezien het Europees Verdrag voor de rechten van de mens,

–   gezien de Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika(1),

–   gezien de "Veilige haven"-overeenkomst tussen de EU en de VS (2000/520/EG), met name artikel 3 daarvan, en de lijst van deelnemers aan de overeenkomst,

–   gezien de Patriot Act en de Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA) van de VS en de daaropvolgende wijzigingswetten,

–   gezien de lopende onderhandelingen over een kaderakkoord tussen de EU en de VS inzake de bescherming van persoonsgegevens als die worden doorgestuurd en verwerkt met het oog op de samenwerking van politie en justitie,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat uit berichten in de internationale pers in juni 2013 is gebleken dat de Amerikaanse overheid via programma's zoals PRISM op grote schaal de persoonlijke gegevens van EU-onderdanen raadpleegt en verwerkt als deze gebruikmaken van Amerikaanse internetproviders;

B.  overwegende dat commissaris Reding een brief heeft geschreven aan de minister van Justitie van de VS, Eric Holder, waarin zij melding maakt van de bezwaren in Europa en om opheldering en uitleg verzoekt over het PRISM-programma en andere soortgelijke programma's die zich bezighouden met de verzameling en opsporing van gegevens, en over de wetten die zulke programma's toestaan;

C. overwegende dat de Amerikaanse overheid nog steeds geen volledig antwoord heeft gegeven, ondanks de besprekingen op de vergadering tussen de ministers van Justitie van de EU en de VS op 14 juni 2013 in Dublin;

D. overwegende dat het trans-Atlantische partnerschap tussen de EU en de VS is gebaseerd op de eerbiediging van de grondrechten, de rechtsstaat en loyale samenwerking op voet van gelijkheid;

E.  overwegende dat de lidstaten en de Commissie krachtens de "Veilige haven"-overeenkomst de plicht hebben de veiligheid en de integriteit van persoonsgegevens te garanderen;

F.  overwegende dat de bedrijven die volgens de internationale pers bij het PRISM-programma betrokken zijn, allemaal partij bij de "Veilige haven"‑overeenkomst zijn;

G. overwegende dat de Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken, die door de EU en het Congres is geratificeerd, bepaalt onder welke voorwaarden gegevens kunnen worden verzameld en uitgewisseld en op welke wijze hulp kan worden gevraagd en verleend bij het verkrijgen van bewijs in het ene land om strafrechtelijke onderzoeken of procedures in een ander land vooruit te helpen;

H. overwegende dat commissaris Malmström op 14 juni 2013 de oprichting van een trans-Atlantische groep deskundigen heeft aangekondigd;

I.   overwegende dat de internationale pers tevens heeft bericht over de vermeende samenwerking en betrokkenheid van EU-lidstaten in het PRISM-programma en andere soortgelijke programma's, of over het feit dat zij toegang hadden tot de gecreëerde databases;

J.   overwegende dat verscheidene lidstaten soortgelijke toezichtprogramma's als PRISM hebben of de instelling daarvan bespreken;

K. overwegende dat er op EU-niveau wordt gewerkt aan een hervorming van de situatie inzake gegevensbescherming, door middel van een herziening van Richtlijn 95/46/EG;

L.  overwegende dat de lidstaten verplicht zijn de fundamentele waarden in acht te nemen die in artikel 2 van het VEU en het Handvest van de grondrechten verankerd zijn;

1.  onderstreept zijn krachtige steun aan de gezamenlijke trans-Atlantische inspanningen in de strijd tegen terrorisme en zware en georganiseerde misdaad;

2.  beschouwt nauwe trans-Atlantische samenwerking op het gebied van gegevensuitwisseling als een essentieel onderdeel van deze inspanningen;

3.  onderstreept echter ook dat het zeer veel belang hecht aan het recht van EU-onderdanen op privacy, de eerbiediging van de rechtsstaat, een grondige bescherming van de persoonsgegevens van EU-onderdanen, het functioneren van een vrij en veilig internet, en rechtszekerheid voor EU-onderdanen;

4.  toont zich daarom zeer bezorgd over het PRISM-programma en andere soortgelijke programma's die, als de momenteel beschikbare informatie wordt bevestigd, een ernstige schending kunnen inhouden van het grondrecht van de EU-onderdanen op privacy en gegevensbescherming;

5.  vraagt de Amerikaanse autoriteiten de EU onverwijld volledige informatie te verstrekken over het PRISM-programma en andere soortgelijke programma's waarmee gegevens verzameld worden, zoals commissaris Reding in haar brief van 10 juni 2013 aan de Amerikaanse minister van Justitie, Eric Holder, heeft gevraagd;

6.  verzoekt de Amerikaanse overheid de wettigheid van het PRISM-programma en andere soortgelijke programma's voor de verzameling van gegevens te verifiëren, en te bewijzen dat deze programma's op zijn minst in overeenstemming zijn met het Amerikaans recht en met de bestaande trans-Atlantische overeenkomsten;

7.  verlangt dat de trans-Atlantische groep deskundigen, als aangekondigd door commissaris Malmström en waaraan het Parlement zal deelnemen, een passend niveau van veiligheidsmachtiging en toegang tot alle relevante documenten krijgt, om zijn werk adequaat en binnen een bepaalde termijn te kunnen uitvoeren; eist voorts dat het Parlement in deze deskundigengroep op adequate wijze is vertegenwoordigd;

8.  verzoekt de Commissie en de Amerikaanse autoriteiten zo snel mogelijk de onderhandelingen te hervatten over het kaderakkoord inzake de bescherming van persoonsgegevens als die worden doorgestuurd en verwerkt met het oog op de samenwerking van politie en justitie;

9.  verzoekt de Commissie er bij deze onderhandelingen voor te zorgen dat het akkoord op zijn minst voldoet aan de volgende criteria:

a)  de EU-burgers wordt het recht verleend op informatie wanneer hun gegevens in de VS worden verwerkt;

b)  er wordt voor gezorgd dat de EU-burgers toegang genieten tot het rechtsstelsel van de VS op een wijze die gelijk is aan degene die geldt voor Amerikaanse burgers;

c)  er wordt met name recht van verhaal verleend;

10. verzoekt de Commissie, gezien de onlangs openbaargemaakte informatie, een volledige evaluatie van de "Veilige haven"-overeenkomst krachtens artikel 3 van de overeenkomst te verrichten;

11. toont zich zeer bezorgd over de onthullingen over de vermeende toezichtprogramma's die door de lidstaten worden beheerd, hetzij met de hulp van de Amerikaanse NSA, hetzij unilateraal;

12. benadrukt dat alle bedrijven die diensten in de EU aanbieden zonder uitzondering de EU-wetgeving moeten naleven en aansprakelijk zijn voor eventuele inbreuken;

13. benadrukt dat bedrijven die binnen de jurisdictie van derde landen actief zijn gebruikers in de EU duidelijk moeten waarschuwen dat hun persoonsgegevens mogelijk op geheim bevel worden verwerkt door rechtshandhavingsinstanties of inlichtingendiensten;

14. verzoekt de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken dit punt op passende wijze verder te behandelen;

15. besluit na te denken over de oprichting van een orgaan binnen het Parlement dat zich inlaat met en uitspreekt over kwesties die betrekking hebben op inlichtingendiensten en soortgelijke zaken, voor zover dit onder de bevoegdheden van het Parlement valt of voortvloeit uit andere bevoegdheden;

16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Raad van Europa en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

(1)

PB L 181 van 19.7.2003, blz. 34.

Juridische mededeling - Privacybeleid