Ontwerpresolutie - B7-0394/2013Ontwerpresolutie
B7-0394/2013

ONTWERPRESOLUTIE over de druk die Rusland uitoefent op landen van het Oostelijk Partnerschap (tegen de achtergrond van de komende top van het Oostelijk Partnerschap in Vilnius)

9.9.2013 - (2013/2826(RSP))

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

Rebecca Harms, Werner Schulz namens de Verts/ALE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0389/2013

Procedure : 2013/2826(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B7-0394/2013
Ingediende teksten :
B7-0394/2013
Debatten :
Aangenomen teksten :

B7‑0394/2013

Resolutie van het Europees Parlement over de druk die Rusland uitoefent op landen van het Oostelijk Partnerschap (tegen de achtergrond van de komende top van het Oostelijk Partnerschap in Vilnius)

(2013/2826(RSP))

Het Europees Parlement,

–   gezien de derde top van het Oostelijk Partnerschap die zal plaatsvinden in november 2013 in Vilnius,

–   gezien het feit dat Oekraïne, Armenië, Georgië en Moldavië naar verwachting associatieovereenkomsten met de Europese Unie zullen ondertekenen hetzij paraferen; gezien met name de nieuwe, uitgebreide aard van de associaties in kwestie, die uitzicht bieden op brede en intensieve verhoudingen met Europese partners en lang niet alleen puur economische voordelen zullen opleveren maar tot sterke politieke en maatschappelijke betrekkingen kunnen leiden,

–   gezien het Memorandum van Boedapest van 1994 betreffende de nucleaire ontwapening van Oekraïne, dat Oekraïne garanties biedt tegen het gebruik of de dreiging van geweld en voorziet in de verlening van steun aan het land indien er pogingen worden gedaan om het door middel van economische dwang onder druk te zetten,

–   gezien de Slotakte van Helsinki,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de associatieovereenkomsten en de vergaande en veelomvattende vrijhandelsovereenkomsten tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap een vrijwillige verbintenis vormen en de samenwerking tussen de partijen op heel wat vlakken kunnen versterken en met succes laten voortduren;

B.  overwegende dat de landen van het Oostelijk Partnerschap die vooruitzichten hebben op een associatieovereenkomst, recentelijk druk hebben ondervonden – bijvoorbeeld in de vorm van door Rusland ingevoerde handelsbeperkingen en protectionistische maatregelen – die ertoe geleid heeft dat deze landen zich nu als gevolg van geopolitieke dwang die ze eigenlijk niet zouden mogen ondervinden, in een hachelijke positie bevinden;

C. overwegende dat de aard van de druk die op de landen van het Oostelijk Partnerschap wordt uitgeoefend gaat van actuele economische en politieke kwesties tot de aankondiging van toekomstige economische beperkingen, en een uiting vormt van het voornemen van Rusland om de regio van het Oostelijk Partnerschap als zijn persoonlijke invloedssfeer te blijven beschouwen en zich te blijven verzetten tegen het vooruitzicht van een toenadering tussen deze landen en de Europese Unie door middel van de associatieovereenkomsten;

D. overwegende dat de door Moskou opgelegde handelssancties en -beperkingen als gevolg van de nog altijd sterke onderlinge afhankelijkheid tussen de economieën van de landen van het Oostelijk Partnerschap en Rusland ernstige gevolgen hebben in de landen in kwestie;

E.  overwegende dat de EU en Rusland ondanks de inspanningen die ze de afgelopen jaren hebben geleverd om tot een strategisch partnerschap te komen, er tegenstrijdige meningen blijken op na te houden met betrekking tot democratie, mensenrechten en de rechtsstaat, en dat Rusland zich in toenemende mate verwijdert van de waarden waarop de EU gestoeld is;

F.  overwegende dat de landen van het Oostelijk Partnerschap conform de Slotakte van Helsinki over het volledige en autonome recht en de volledige en autonome vrijheid beschikken om op voet van gelijkheid betrekkingen aan te gaan met de landen van hun keuze;

G. overwegende dat er nu meer dan ooit voldoende aandacht moet worden besteed aan de groeiende druk in de oostelijke buurlanden van de EU en aan het project van het Oostelijk Partnerschap op zich, dat Rusland door zijn optreden aanvecht en in twijfel trekt;

F.  overwegende dat het in het vermogen van Rusland ligt om de bevroren conflicten op te lossen; overwegende dat Rusland deze macht al naargelang zijn geopolitieke en economische belangen al herhaaldelijk heeft gebruikt om de autonomie van bepaalde landen van het Oostelijk Partnerschap te verzwakken of te ondermijnen;

1.  brengt in herinnering dat de beginselen van gelijkheid, eerbied voor de inherent met autonomie verbonden rechten, het niet tussenbeide komen in binnenlandse aangelegenheden, goede samenwerking tussen landen en het vervullen, naar eer en geweten, van de verplichtingen uit hoofde van het internationale recht in het kader van de overeenkomsten van Helsinki zijn bestempeld als grondregels voor de internationale betrekkingen tussen onafhankelijke landen en als zodanig op geen enkele manier met de voeten mogen worden getreden;

2.  betreurt het feit dat de landen van het Oostelijk Partnerschap die de eindfase van de onderhandelingen over de ondertekening of parafering van hun associatieovereenkomst hebben bereikt, nu de top van het Oostelijk Partnerschap in Vilnius dichterbij komt op verschillende manieren toenemend onder druk worden gezet; beschouwt deze druk als onaanvaardbaar en vraagt Rusland om niets te doen dat niet in overeenstemming is met de hierboven genoemde beginselen van Helsinki;

3.  benadrukt met klem dat de vrije keuzes van de landen van het Oostelijk Partnerschap, die geen enkele negatieve impact hebben op hun handel met Rusland, er niet toe mogen leiden dat deze landen onder meer handelsmaatregelen, visumbeperkingen, beperkingen van de mobiliteit van werknemers en inmenging in bevroren conflicten moeten ondergaan;

4.  vraagt de Commissie en de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) het standpunt in te nemen dat deze betreurenswaardige ontwikkelingen de zuiver commerciële dimensie te buiten gaan en dat de handelsdimensie slechts een dekmantel vormt voor schaamteloze politieke druk, maatregelen te nemen ter verdediging van de partners van de Unie en zo een duidelijk signaal af te geven dat zij alle landen van het Oostelijk Partnerschap in hun Europese ambities en keuzes steunen;

5.  dringt er eveneens op aan dat de Commissie en de Raad Moskou nogmaals duidelijk maken dat de ontwikkeling van het project van een Oostelijk Partnerschap niet tot doel heeft de betrekkingen tussen deze landen en de Russische Federatie te schaden, en vraagt de Commissie in dit verband al het mogelijke te doen om eventuele moeilijkheden glad te strijken en op te lossen, zodat de nieuwe associatieovereenkomsten geen negatieve gevolgen hebben voor de huidige betrekkingen van de partnerlanden met Rusland;

6.  vraagt de Commissie en de Raad met klem om concrete economische en financiële maatregelen te nemen die de economieën van deze landen zullen helpen het evenwicht te bewaren onder de financiële en economische druk die Rusland na de eventuele afronding van de associatieovereenkomsten in Vilnius waarschijnlijk en zoals reeds aangekondigd op de landen in kwestie zal uitoefenen;

7.  vraagt dat de landen van het Oostelijk Partnerschap in de aanloop naar de top van het Oostelijk Partnerschap in Vilnius hun inspanningen om een eind te maken aan hun huidige problemen, voortzetten en nog opdrijven, en niet zwichten voor de op hen uitgeoefende druk;

8.  benadrukt dat de voorwaarden die de Raad Buitenlandse Zaken heeft gesteld met het oog op de eventuele ondertekening van associatieovereenkomsten, moeten worden vervuld, in het bijzonder die met betrekking tot de rechtsstaat, democratie en mensenrechten;

9.  herhaalt dat het aanbieden van en onderhandelen over associatieovereenkomsten met onze Oost-Europese partners hen heeft blootgesteld aan openlijke, verontrustende en toenemende druk van Rusland om hen ervan te weerhouden een associatie aan te gaan met de EU, wat de EU op haar beurt de verantwoordelijkheid geeft om hen voor zich te winnen en te steunen;

10. vraagt de Commissie en de EDEO om in de betrokken partnerlanden op korte termijn een grootschalige voorlichtings- en bewustmakingscampagne over de aard, voordelen en voorwaarden van de associatieovereenkomsten op te zetten en te lanceren;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de EDEO, de Raad, de Commissie en de presidenten, premiers en parlementen van Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Georgië, Moldavië, Oekraïne en de Russische Federatie.