Procedure : 2013/2827(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0474/2013

Ingediende teksten :

B7-0474/2013

Debatten :

Stemmingen :

PV 23/10/2013 - 11.13
CRE 23/10/2013 - 11.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0448

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 127kWORD 57k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0474/2013
16.10.2013
PE519.352v01-00
 
B7-0474/2013

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over migratiestromen over de Middellandse Zee, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa (2013/2827(RSP))


Salvatore Iacolino, Véronique Mathieu Houillon, Manfred Weber, Roberta Angelilli, Ivo Belet, Marco Scurria, Hubert Pirker namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over migratiestromen over de Middellandse Zee, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa (2013/2827(RSP))  
B7‑0474/2013

Het Europees Parlement,

–   gezien Verordening (EU) nr. 1168/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (Frontex)(1),

–   gezien het standpunt van het Europees Parlement dat op 10 oktober 2013 in eerste lezing is goedgekeurd met het oog op de aanneming van Verordening (EG) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van het Europees grensbewakingssysteem (EUROSUR)(2),

–   gezien de gemeenschappelijke mededelingen van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 20 maart 2013 getiteld "Europees nabuurschapsbeleid: naar een sterker partnerschap" (JOIN(2013)/0004),

–   gezien zijn resolutie van 7 april 2011 over de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid – de zuidelijke dimensie(3),

–   gezien Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken(4),

–   gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen hierbij,

–   gezien Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven(5),

–   gezien Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese politiedienst (Europol)(6),

–   gezien de mondelinge vraag van 20 mei 2013 betreffende een permanent EU-overbrengingssysteem op vrijwillige basis,

–   gezien het verslag van zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken over het bezoek van een delegatie aan Lampedusa in november 2011,

–   gezien het bezoek van de voorzitter van de Commissie, Jose Manuel Barroso, en de commissaris voor Binnenlandse Zaken, Cecilia Malmström, aan Lampedusa op 9 oktober 2013 en het daaraan gerelateerde plenair debat op dezelfde dag over het migratiebeleid van de EU in het Middellandse-Zeegebied, met bijzondere aandacht voor de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa,

–   gezien de slotresolutie van zijn Bijzondere Commissie georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen, en met name de opmerkingen over de strijd tegen mensenhandel en “handelaars in de dood”,

–   gezien de artikelen 77 en 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat honderden migranten onlangs het leven hebben verloren in de buurt van het Italiaanse eiland Lampedusa, en dat duizenden anderen de afgelopen decennia in de Middellandse Zee zijn omgekomen;

B.  overwegende dat de tragische gebeurtenissen voor de kust van Lampedusa gezien moeten worden in de context van de voortdurende en ongecontroleerde migratiestromen in het Middellandse-Zeegebied, die vooral de lidstaten in Zuid-Europa betreffen maar een ernstig probleem vormen voor àlle lidstaten;

C. overwegende dat de politieke onrust in Noord-Afrika, met name in Egypte, Libië en Tunesië, en meer recent de crisis in Syrië geleid hebben tot een verontrustende toename van irreguliere migratiestromen, die een uitzonderlijke situatie teweeg heeft gebracht;

D. overwegende dat het nieuwe herziene gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) tot doel heeft te voorzien in duidelijkere regels en een billijke en adequate bescherming te waarborgen van vluchtelingen die internationale bescherming nodig hebben, in de context van gewone en reguliere migratiestromen;

E.  overwegende dat het beginsel van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid beschreven wordt in artikel 80 van het VWEU;

F.  overwegende dat Frontex onder meer voorziet in de coördinatie van patrouilles langs de Italiaanse kust onder gebruikmaking van personeel, schepen, vliegtuigen en helikopters die ten dele worden uitgeleend door een aantal lidstaten;

G. overwegende dat de Commissie heeft voorgesteld de rol van Frontex in de Middellandse Zee te verbreden door patrouilles voor opsporings- en reddingsacties van Cyprus tot Spanje in te zetten en gebruik te maken van het EUROSUR-systeem;

H. overwegende dat de Commissie de afgelopen dagen 30 miljoen EUR aan EU-middelen heeft toegezegd aan Italië in verband met de migratiestromen;

I.   overwegende dat mensensmokkel en mensenhandel illegale migranten exploiteren, en dat slachtoffers door criminele netwerken worden gedwongen, gelokt of misleid om naar Europa te komen, en overwegende dat de problemen een ernstige bedreiging vormen voor de veiligheid van de EU en een ernstig risico voor het leven van migranten;

1.  betreurt het feit dat de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa niet konden worden voorkomen, ondanks de maatregelen die reeds zijn ingevoerd om levens in het Middellandse-Zeegebied te redden;

2.  is van mening dat de reeds bestaande instrumenten en maatregelen geen mogelijkheid bieden om doeltreffende oplossingen te vinden waarmee kan worden voorkomen dat dergelijke tragedies zich opnieuw voordoen, zoals onmiddellijk door de Italiaanse autoriteiten is verklaard;

3.  is van mening dat het redden van levens in de Middellandse Zee begint in derde landen en dringt aan op betere en efficiëntere samenwerking tussen de EU en derde landen, teneinde een herhaling van de gebeurtenissen zoals die voor de kust van Lampedusa te voorkomen;

4.  spreekt zijn voldoening uit over de nieuwe patrouille-, reddings- en surveillance-operatie Mare Nostrum die door Italië is gelanceerd om de humanitaire reddingsacties in de Middellandse Zee te verbeteren;

5.  dringt aan op humanitaire assistentie aan overlevenden van dergelijke tragische gebeurtenissen, en vraagt ​​dat de EU en de lidstaten zich blijven inzetten om de universele grondrechten van deze overlevenden te waarborgen, met name die van niet-begeleide minderjarigen;

6.  onderstreept dat de EU weliswaar eerbiediging van de mensenrechten voor alle migranten moet garanderen, maar zich daarbij vooral moet concentreren op echte vluchtelingen zoals gedefinieerd in het Verdrag van Genève, zodat optimale assistentie en bescherming worden geboden aan degenen die hier recht op hebben;

7.  erkent dat de Italiaanse autoriteiten, non-gouvernementele organisaties zoals Caritas en het Rode Kruis, en de plaatselijke bevolking enorme inspanningen hebben geleverd bij de eerste opvang van en reddingsoperaties voor alle immigranten en vluchtelingen, en dringt er bij de Commissie op aan de door voorzitter Barroso aangekondigde middelen op korte termijn beschikbaar te stellen;

8.  benadrukt dat er bij de opvang van vluchtelingen behoefte is aan een coherentere aanpak en meer solidariteit met de lidstaten die onder bijzondere druk staan;

9.  verzoekt de Commissie assistentie te verlenen aan derde landen, met name landen van herkomst en landen die als doorvoerland naar de EU fungeren, bij het verbeteren van plaatselijke infrastructuur, medische zorg, grenscontroles, asielsystemen en opvang;

10. beschouwt de bilaterale overeenkomsten inzake migratiebeheer tussen de EU en landen die als doorvoerland naar de EU fungeren als prioriteit voor de Unie op de korte termijn, met inbegrip van de financiering van politiefaciliteiten en opleiding op het gebied van wetshavingscapaciteit, alsmede assistentie aan deze landen – alsmede de landen van herkomst van migranten – met het doel hun economie te diversifiëren en te verbeteren;

11. spreekt zijn voldoening uit over de op voorstel van Italië door de Raad in het leven geroepen task force die tot doel heeft de instrumenten waarover de EU beschikt te verbeteren, daar deze in het kader van samenwerking doeltreffender zouden kunnen worden ingezet;

12. acht van prioritair belang dat de instrumenten en middelen van de EU, onder meer die waarover Frontex (EUROSUR) en Europol beschikken, beter worden gecoördineerd, zodat tezamen met derde landen krachtiger kan worden opgetreden tegen criminele netwerken van mensenhandelaars en -smokkelaars;

13. is ingenomen met de voorstellen van de Commissie om een opsporings- en reddingsoperatie van Cyprus tot Spanje in te zetten en Frontex te versterken door het budget en de capaciteit ervan uit te breiden, met het doel levens te redden en mensenhandel en -smokkel te bestrijden; moedigt de lidstaten aan meer grensbewakers, middelen en uitrusting beschikbaar te stellen om Frontex te assisteren, en na te gaan of het mogelijk is een team van EU-kustwachten onder leiding van Frontex in te stellen;

14. dringt erop aan de sancties voor mensenhandelaars en -smokkelaars aan te scherpen en breed opgezette voorlichtingscampagnes te lanceren om de aandacht te vestigen op de risico’s die mensen lopen als zij hun leven toevertrouwen aan handelaars en smokkelaars;

15. onderstreept dat de lidstaten een systeem van overbrenging binnen de EU op vrijwillige basis zouden kunnen overwegen;

16. verzoekt de Raad en de Commissie na te gaan of het mogelijk is een tweede operationeel kantoor van Frontex in het Middellandse-Zeegebied te openen, waarbij alle kosten door de gekozen lidstaat worden gedragen;

17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen van de lidstaten.

 

(1)

PB L 304 van 22.11.2011, blz. 1.

(2)

P7_TA(2013)0416.

(3)

PB C 296 E van 2.10.2012, blz. 114.

(4)

PB L 132 van 29.5.2010, blz. 11.

(5)

PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98.

(6)

PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.

Juridische mededeling - Privacybeleid