Procedure : 2013/2827(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0475/2013

Ingediende teksten :

B7-0475/2013

Debatten :

Stemmingen :

PV 23/10/2013 - 11.13
CRE 23/10/2013 - 11.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0448

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 129kWORD 62k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0474/2013
16.10.2013
PE519.353v01-00
 
B7-0475/2013

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over migratiestromen over de Middellandse Zee, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa (2013/2827(RSP))


Jan Mulder namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over migratiestromen over de Middellandse Zee, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa (2013/2827(RSP))  
B7‑0475/2013

Het Europees Parlement,

–   gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–   gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–   gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen hierbij,

–   gezien Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken(1),

–   gezien het voorstel over de bewaking van de zeebuitengrenzen in het kader van de operationele samenwerking, gecoördineerd door het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten,

–   gezien Verordening (EU) nr. 1168/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (FRONTEX)(2),

–   gezien het standpunt van het Europees Parlement dat op 10 oktober 2013 in eerste lezing is goedgekeurd met het oog op de aanneming van Verordening (EG) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van het Europees grensbewakingssysteem (EUROSUR)(3),

–   gezien de gemeenschappelijke mededeling van de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 20 maart 2013 "Europees nabuurschapsbeleid: naar een sterker partnerschap" (JOIN(2013)00004),

–   gezien zijn resolutie van 7 april 2011 over de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid – de zuidelijke dimensie(4),

–   gezien de mondelinge vraag betreffende een permanent EU-overbrengingssysteem op vrijwillige basis van 20 mei 2013,

–   gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken over het bezoek van een delegatie aan Lampedusa in november 2011,

–   gezien het bezoek van de voorzitter van de Europese Commissie, Jose Manuel Barroso, en de commissaris voor Binnenlandse Zaken, Cecilia Malmström, aan Lampedusa op 9 oktober 2013 en het daaraan gerelateerde plenair debat op dezelfde dag over het migratiebeleid van de EU in het Middellandse Zeegebied, met bijzondere aandacht voor de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa,

–   gezien artikel 77 en artikel 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat bij de meest recente tragische gebeurtenissen bij Lampedusa ten minste 360 migranten om het leven zijn gekomen, en nog veel meer mensen vermist worden;

B.  overwegende dat volgens de Internationale Organisatie voor Migratie sinds 1993 minstens 20 000 personen zijn omgekomen op zee, waaruit opnieuw blijkt dat al het mogelijke moet worden gedaan om de levens van mensen in gevaar te redden en dat de lidstaten hun internationale verplichtingen inzake redding op zee moeten nakomen;

C. overwegende dat mensensmokkelaars en mensenhandelaren illegale migranten exploiteren, en dat slachtoffers door criminele netwerken worden gedwongen, gelokt of misleid om naar Europa te komen; overwegende dat die criminele netwerken een ernstig risico vormen voor het leven van migranten en een uitdaging voor de EU;

D. overwegende dat het beginsel van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid wordt uiteengezet in artikel 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

E.  overwegende dat het nieuwe herziene gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) als doel heeft te voorzien in duidelijkere regels en een eerlijke en adequate bescherming van vluchtelingen die internationale bescherming nodig hebben te waarborgen;

F.  overwegende dat de EU-wetgeving reeds voorziet in een aantal instrumenten, zoals de Visumcode en de Schengengrenscode, op grond waarvan het mogelijk is vluchtelingen een visum op humanitaire gronden te verlenen;

G. overwegende dat de lidstaten moeten worden aangemoedigd om gebruik te maken van de middelen die beschikbaar zullen zijn in het kader van het Fonds voor asiel en migratie en de voorbereidende actie "Hervestiging van vluchtelingen in noodsituaties", die onder meer de volgende maatregelen omvat: steun voor mensen die reeds door het bureau van de hoge commissaris van de VN voor vluchtelingen (UNHCR) als vluchteling zijn erkend; ondersteuning van noodacties in het geval van groepen vluchtelingen, die als prioritair zijn aangemerkt en die het slachtoffer zijn van een gewapende aanval en geconfronteerd worden met extreem schadelijke en levensbedreigende omstandigheden; zo nodig, verstrekking van extra financiële steun in noodsituaties aan de diensten van het UNHCR en zijn verbindingsorganisaties in de lidstaten en op EU-niveau;

1.  geeft uiting aan zijn diepe bedroefdheid over het verlies aan mensenlevens bij Lampedusa; dringt er bij de Europese Unie en de lidstaten om meer te doen om verder verlies van mensenlevens op zee te voorkomen;

2.  is van mening dat Lampedusa de EU wakker moet schudden en dat de enige manier om verdere tragediën te voorkomen is een gecoördineerde aanpak te volgen op basis van solidariteit en verantwoordelijkheid, en ondersteund door gemeenschappelijke instrumenten;

3.  dringt aan op humanitaire assistentie aan overlevenden van dergelijke tragische gebeurtenissen, en vraagt ​​dat de EU en de lidstaten zich blijven inzetten om hun universele grondrechten te waarborgen, met name die van niet-begeleide minderjarigen;

4.  merkt op dat legale binnenkomst in de EU beter is dan gevaarlijkere illegale binnenkomst, die het risico van mensenhandel en verlies van mensenlevens kan inhouden; vraagt daarom de lidstaten alle bestaande EU-wetgeving en -procedures voor verlening van veilige toegang tot de EU te onderzoeken om mensen die hun land ontvluchten tijdelijk toe te laten; wijst er op dat de EU-wetgeving reeds voorziet in een aantal instrumenten, zoals artikel 25 van de Visumcode en artikel 5 van de Schengengrenscode, op grond waarvan het mogelijk is vluchtelingen een visum op humanitaire gronden te verlenen;

5.  is bezorgd over het feit dat steeds meer personen hun leven riskeren door te proberen per boot de Middellandse Zee over te steken naar de EU; vraagt de lidstaten maatregelen goed te keuren die in het bijzonder asielzoekers in staat stellen om op een veilige manier toegang te verkrijgen tot het asielstelsel van de Unie;

6.  herinnert eraan dat solidariteit in de EU samen moet gaan met verantwoordelijkheid; herinnert de lidstaten eraan dat zij wettelijk verplicht zijn bijstand te verlenen aan migranten op zee;

7.  dringt er bij de lidstaten op aan gebruik te maken van hun bevoegdheden en alle bestaande maatregelen voor redding op zee te benutten;

8.  vraagt de EU en de lidstaten elke wetgeving die personen die bijstand verlenen aan migranten op zee strafbaar stelt, op te heffen of te herzien; vraagt de Europese Commissie Richtlijn 2002/90/EG van de Raad te herzien, waarin sancties worden vastgelegd voor hulp bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf teneinde te verduidelijken dat het verstrekken van humanitaire bijstand aan migranten in nood op zee de algemene regel moet zijn en niet een daad die ooit tot enige vorm van sanctie zou kunnen leiden;

9.  roept de Unie en de lidstaten op zo snel interceptieregels op te stellen voor door Frontex gecoördineerde operaties op zee om doeltreffende en gecoördineerde reddingsmaatregelen op EU-niveau te bereiken en ervoor te zorgen dat de operaties worden uitgevoerd met de volledige eerbiediging van de relevante internationale mensenrechten en vluchtelingenwetgeving en -normen en verplichtingen krachtens het recht van de zee;

10. roept Frontex en de lidstaten op ervoor te zorgen dat alle grenswachten en ander personeel uit de lidstaten dat deelneemt aan Europese grenswachtteams, alsook het personeel van het agentschap, opleiding krijgen in de relevante Unie- en internationale wetgeving en grondrechten, in overeenstemming met artikel 5 van de herziene Frontex-verordening;

11. verzoekt de Unie en de lidstaten te werken aan de instelling van doeltreffende mechanismen voor het vinden van veilige plaatsen voor het aan land brengen van geredde vluchtelingen en migranten;

12. verzoekt de Unie en de lidstaten om te zorgen voor toegang tot een eerlijke en efficiënte asielprocedure voor degenen die eventueel internationale bescherming nodig hebben, gebaseerd op het inzicht dat het aan land brengen niet noodzakelijk impliceert dat het land waar op zee geredde personen worden ontscheept alleen de verantwoordelijkheid moet dragen voor de behandeling van procedures en het aandragen van oplossingen;

13. dringt er bij de Europese Unie en de lidstaten op aan de stromen asielzoekers in goede banen te leiden met gebruikmaking van de beschikbare Europese en nationale instrumenten, en voor goede coördinatie en communicatie te zorgen, bijvoorbeeld via het faciliteren en het uitwisselen van informatie tussen de verschillende kustwachtdiensten;

14. vraagt de Unie, Frontex en de lidstaten ervoor te zorgen dat het bijstaan van migranten in nood en het redden van migranten op zee tot de belangrijkste prioriteiten behoren van de tenuitvoerlegging van de recent goedgekeurde EUROSUR-verordening;

15. vraagt ​​om een verhoging van het budget voor het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) en het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten (Frontex) om de lidstaten bij te staan ​​in omstandigheden waarin extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen nodig is, rekening houdend met het feit dat zich in sommige situaties humanitaire noodsituaties en reddingsacties op zee voordoen; herinnert eraan dat een behoorlijke financiering van deze instrumenten essentieel is om een gecoördineerde aanpak te ontwikkelen; verzoekt de lidstaten om hun praktische samenwerking met het EASO en Frontex uit te breiden, onder meer door hulp in natura (gedetacheerde ambtenaren, materiële steun, enz.);

16. betreurt het dat de EU niet in staat of niet bereid is om een alomvattende strategie te ontwikkelen voor het Middellandse Zeegebied, waarin de migratie van arbeid binnen de context wordt geplaatst van de sociale, economische en politieke ontwikkeling van de regio; vraagt ​​de EU om de zuidelijke buurlanden ruimere markttoegang te geven; dringt er bij de VV/HV op aan om meer bekendheid te geven aan maatregelen die wilde emigratie ontmoedigen en de regeringen van de landen van de zuidelijke Middellandse Zeegebied stimuleren om meer effectieve controle van hun grenzen uit te oefenen;

17. vraagt de EU door te gaan met het bieden van humanitaire, financiële en politieke bijstand in crisisgebieden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, teneinde de onderliggende oorzaken van migratie aan te pakken;

18. vraagt de lidstaten ervoor te zorgen dat alle bepalingen van de verschillende instrumenten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) correct worden toegepast; herinnert de lidstaten eraan dat mensen die om internationale bescherming vragen, naar de bevoegde nationale asielinstanties moeten worden doorverwezen en toegang moeten krijgen tot eerlijke en doeltreffende asielprocedures;

19. benadrukt in het bijzonder dat het belangrijk is de financiële verantwoordelijkheid op asielgebied te delen en beveelt aan een van de nodige middelen voorzien en op objectieve criteria gebaseerd mechanisme in het leven te roepen om de druk te verminderen op die lidstaten die, absoluut of verhoudingsgewijs, grotere aantallen asielzoekers en begunstigden van internationale bescherming opvangen;

20. vraagt de EU en de lidstaten adequate, verantwoorde maatregelen te treffen met het oog op een mogelijke instroom van vluchtelingen in de lidstaten; vraagt de Commissie en de lidstaten de huidige situatie te blijven volgen en noodplannen op te stellen, waarbij het ook mogelijk moet zijn de richtlijn tijdelijke bescherming toe te passen indien de omstandigheden dat vereisen;

21. vraagt de lidstaten in overeenstemming met het bestaande internationale en EU-recht het beginsel van non-refoulement in acht te nemen; verzoekt de lidstaten onmiddellijk een einde te maken aan elke vorm van onrechtmatige en langdurige detentie, die in strijd is met het internationaal en Europees recht, en herinnert eraan dat maatregelen om migranten vast te houden altijd vergezeld moeten gaan van een administratief besluit, naar behoren gerechtvaardigd moeten zijn en slechts voor een beperkte periode mogen gelden;

22. moedigt de lidstaten aan om in dringende behoeften te voorzien door hervestiging naast de bestaande nationale quota's en door toelating op humanitaire gronden; moedigt de lidstaten aan gebruik te maken van de nog beschikbare kredieten in het kader van de voorbereidende actie/het proefproject voor hervestiging;

23. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de hoge commissaris van de VN voor vluchtelingen.

 

(1)

PB L 132 van 29.05.10, blz. 11.

(2)

PB L 304 van 22.11.2011, blz. 1.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0416.

(4)

PB C 296 E van 2.10.2012, blz. 114.

Juridische mededeling - Privacybeleid