Ontwerpresolutie - B7-0476/2013Ontwerpresolutie
B7-0476/2013

    ONTWERPRESOLUTIE over de migratiestromen over de Middellandse Zee, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa

    16.10.2013 - (2013/2827(RSP))

    naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
    ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

    Juan Fernando López Aguilar, Sylvie Guillaume, Claude Moraes, Rita Borsellino namens de S&D-Fractie

    Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0474/2013

    Procedure : 2013/2827(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B7-0476/2013
    Ingediende teksten :
    B7-0476/2013
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    B7‑0476/2013

    Resolutie van het Europees Parlement over de migratiestromen over de Middellandse Zee, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa

    (2013/2827(RSP))

    Het Europees Parlement,

    –   gezien de discussies in de Raad van 7 en 8 oktober 2013 over de recente gebeurtenissen in Lampedusa,

    –   gezien de verklaringen van de voorzitter van de Commissie en commissaris Cecilia Malmström op 9 oktober 2013,

    –   gezien de verklaring van de hoge commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) van 12 oktober 2013[1],

    –   gezien resolutie 1872(2012) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa (PACE) met als titel "Lives lost in the Mediterranean Sea: Who is responsible", die op 24 april 2012 werd aangenomen,

    –   gezien de vorige verklaringen en het meest recente verslag van 24 april 2013 van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten van migranten over het beheer van de externe grenzen van de Europese Unie en de gevolgen daarvan voor de mensenrechten van migranten[2],

    –   gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

    –   gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

    –   gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen hierbij,

    –   gezien Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken[3],

    –   gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van regels voor de bewaking van de zeebuitengrenzen in het kader van de operationele samenwerking gecoördineerd door het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (COM(2013)0197),

    –   gezien Verordening (EU) nr. 1168/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (FRONTEX)[4],

    –   gezien het standpunt van het Europees Parlement dat op 10 oktober 2013 in eerste lezing is goedgekeurd met het oog op de aanneming van Verordening (EG) nr. .../2013 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van het Europees grensbewakingssysteem (EUROSUR)[5],

    –   gezien de gemeenschappelijke mededelingen van de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 20 maart 2013 getiteld "Europees nabuurschapsbeleid: naar een sterker partnerschap" (JOIN/2013/0004),

    –   gezien zijn resolutie van 7 april 2011 over de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid – de zuidelijke dimensie[6],

    –   gezien de mondelinge vraag betreffende een permanent EU-overbrengingssysteem op vrijwillige basis van 20 mei 2013,

    –   gezien het verslag van zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken over het bezoek van een delegatie aan Lampedusa in november 2011,

    –   gezien de artikelen 77, 78, 79 en 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

    –   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

    A. overwegende dat op 3 oktober bij het drama nabij Lampedusa minstens 360 migranten zijn omgekomen en honderden andere migranten nog vermist zijn; overwegende dat op 11 oktober 2013 bij het volgende drama nabij Malta nog eens minstens 23 mensen zijn omgekomen;

    B.  overwegende dat volgens de Internationale Organisatie voor Migratie sinds 1993 minstens 20 000 personen zijn omgekomen op zee, waaruit opnieuw blijkt dat al het mogelijke moet worden gedaan om de levens van mensen in gevaar te redden en dat de lidstaten hun internationale verplichtingen inzake redding op zee moeten nakomen;

    C. overwegende dat er op het niveau van de EU nog altijd onduidelijkheid bestaat over de taakverdeling tussen de verschillende betrokken entiteiten wat het bieden van bijstand aan schepen in nood betreft, alsook wat de coördinatie van opsporings-en reddingsacties betreft;

    D. overwegende dat mensensmokkelaars en mensenhandelaren illegale migranten exploiteren, en dat slachtoffers door criminele netwerken worden gedwongen, gelokt of misleid om naar Europa te komen en overwegende dat die criminele netwerken een ernstig risico vormen voor het leven van migranten en een uitdaging voor de EU;

    E.  overwegende dat het beginsel van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid wordt uiteengezet in artikel 80 van het VWEU;

    F.  overwegende dat het nieuwe herziene gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) als doel heeft te voorzien in duidelijkere regels en een eerlijke en adequate bescherming te waarborgen van personen die internationale bescherming nodig hebben;

    G. overwegende dat de EU-wetgeving reeds voorziet in een aantal instrumenten, zoals de visumcode en de Schengengrenscode, die het mogelijk maken visa te verlenen op humanitaire gronden;

    H. overwegende dat de lidstaten moeten worden aangemoedigd om gebruik te maken van de middelen die beschikbaar zullen zijn in het kader van het Fonds voor asiel en migratie en de voorbereidende actie "Hervestiging van vluchtelingen in noodsituaties", die onder meer de volgende maatregelen omvat: steun voor mensen die reeds door het bureau van de hoge commissaris van de VN voor vluchtelingen (UNHCR) als vluchteling zijn erkend; ondersteuning van noodacties in het geval van groepen vluchtelingen, die als prioritair zijn aangemerkt en die het slachtoffer zijn van een gewapende aanval en geconfronteerd worden met extreem schadelijke en levensbedreigende omstandigheden; zo nodig, verstrekking van extra financiële steun in noodsituaties aan de diensten van het UNHCR en zijn verbindingsorganisaties in de lidstaten en op EU-niveau;

    1.  is van mening dat Lampedusa de EU wakker moet schudden en dat de enige manier om verdere tragediën te voorkomen is een gecoördineerde aanpak te volgen op basis van solidariteit en verantwoordelijkheid, en ondersteund door gemeenschappelijke instrumenten;

    2.  is bezorgd over het feit dat steeds meer personen hun leven riskeren door te proberen per boot de Middellandse Zee over te steken naar de EU; vraagt de lidstaten maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat personen op een veilige manier toegang verkrijgen tot het asielstelsel van de Unie, zonder dat zij hun toevlucht hoeven te nemen tot mensensmokkelaars of criminele netwerken en zonder dat zij hun leven op het spel hoeven te zetten;

    3.  vraagt de lidstaten alle bestaande EU-wetgeving en -procedures om veilige toegang tot de EU te verlenen, te onderzoeken en te promoten; merkt op dat legale binnenkomst de voorkeur verdient boven gevaarlijkere illegale binnenkomst, die risico's van mensenhandel kan inhouden;

    4.  vraagt de Commissie en de lidstaten de in het kader van het EU-visabeleid in de regio beschikbare instrumenten in overweging te nemen teneinde de wettelijke manieren voor migratie naar de EU te vergemakkelijken en daardoor de stimulans voor illegale immigratie naar de EU te helpen verminderen;

    5.  dringt er bij de EU en de lidstaten op aan de gemengde migratiestromen te controleren met gebruikmaking van de beschikbare Europese en nationale instrumenten, en voor een goede coördinatie en communicatie te zorgen, bijvoorbeeld via het vergaren en het analyseren van relevante informatie;

    6.  vraagt de Unie, het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (Frontex) en de lidstaten ervoor te zorgen dat het bijstaan van migranten in nood en het redden van migranten op zee tot de belangrijkste prioriteiten behoren van de tenuitvoerlegging van de recent goedgekeurde EUROSUR-verordening;

    7.  roept de EU op haar samenwerking met derde landen op te schroeven, in het bijzonder in het kader van het nabuurschapsbeleid, onder meer door die derde landen te steunen en aan te moedigen hun verplichtingen krachtens internationaal recht na te komen, met inbegrip van reddingen op zee, de bescherming van vluchtelingen en de eerbiediging van grondrechten;

    8.  benadrukt dat er bij de opvang van vluchtelingen behoefte is aan een coherentere aanpak en meer solidariteit met de lidstaten die onder bijzondere druk staan; vraagt de lidstaten ervoor te zorgen dat alle bepalingen van de verschillende instrumenten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) correct worden toegepast;

    9.  benadrukt in het bijzonder dat het belangrijk is de financiële verantwoordelijkheid op asielgebied te delen en beveelt aan een van de nodige middelen voorzien en op objectieve criteria gebaseerd mechanisme in het leven te roepen om de druk te verminderen op die lidstaten die, absoluut of verhoudingsgewijs, grotere aantallen asielzoekers en begunstigden van internationale bescherming opvangen;

    10. herinnert eraan dat solidariteit in de EU samen moet gaan met verantwoordelijkheid; herinnert eraan dat de lidstaten wettelijk verplicht zijn bijstand te verlenen aan migranten op zee; vraagt die lidstaten die hun internationale verplichtingen niet zijn nagekomen, niet langer schepen met migranten aan boord terug te sturen;

    11. roept de medewetgevers, in het bijzonder de Raad, op zo snel mogelijk nieuwe interceptieregels op te stellen voor door Frontex gecoördineerde operaties op zee om doeltreffende en gecoördineerde reddingsmaatregelen op EU-niveau te bereiken en ervoor te zorgen dat de operaties worden uitgevoerd met de volledige eerbiediging van de relevante internationale mensenrechten en vluchtelingenwetgeving en -normen en verplichtingen krachtens het recht van de zee;

    12. vraagt de Unie en de lidstaten elke wetgeving die personen die bijstand verlenen aan migranten op zee strafbaar stellen, in te trekken of te herzien; vraagt de Commissie een voorstel te doen tot wijziging van Richtlijn 2008/115/EG van de Raad, waarin hulp bij illegale binnenkomst, illegaal verkeer en illegaal verblijf[7] worden gedefinieerd teneinde te verduidelijken dat het verstrekken van humanitaire bijstand aan migranten in nood op zee wordt aangemoedigd en geen daad is die ooit tot enige vorm van sanctie mag leiden;

    13. roept de Unie en de lidstaten op ervoor te zorgen dat kapiteins die opsporings-en reddingsacties ondernemen, er niet van worden beschuldigd te helpen bij het smokkelen van de geredde personen of dat zij niet wegens strafbare feiten worden aangeklaagd;

    14. verzoekt de Unie en de lidstaten om een profielerings- en verwijzingsmechanisme op te zetten, met inbegrip van toegang tot een eerlijke en efficiënte asielprocedure voor degenen die eventueel internationale bescherming nodig hebben, gebaseerd op het inzicht dat het aan land brengen niet noodzakelijk impliceert dat het land waar op zee geredde personen worden ontscheept alleen de verantwoordelijkheid moet dragen voor de behandeling van procedures en het aandragen van oplossingen;

    15. verzoekt de Unie en de lidstaten te werken aan de instelling van doeltreffende en voorspelbare mechanismen voor het vinden van veilige plaatsen voor het aan land brengen van geredde vluchtelingen en migranten;

    16. vraagt de lidstaten in overeenstemming met het bestaande internationale en EU-recht het beginsel van non-refoulement in acht te nemen; verzoekt de lidstaten onmiddellijk een einde te maken aan elke vorm van onrechtmatige en langdurige detentie, die in strijd is met het internationaal en Europees recht, en herinnert eraan dat maatregelen om migranten vast te houden altijd vergezeld moeten gaan van een administratief besluit, naar behoren gerechtvaardigd moeten zijn en slechts voor een beperkte periode mogen gelden;

    17. herinnert de lidstaten eraan dat personen die om internationale bescherming vragen, naar de bevoegde nationale asielinstanties moeten worden doorverwezen en toegang moeten krijgen tot eerlijke en doeltreffende asielprocedures;

    18. roept de lidstaten op de toepassing van artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. 604/2013[8] te overwegen teneinde de verantwoordelijkheid te nemen voor de asielaanvragen van personen die het risico lopen geen toegang te krijgen tot hun rechten in een lidstaat die haar verplichtingen niet kan nakomen; is eveneens van mening dat de lidstaten moeten overwegen artikel 15 van bovenvermelde verordening toe te passen om familieleden samen te brengen;

    19. moedigt de lidstaten aan om in dringende behoeften te voorzien door hervestiging naast de bestaande nationale quota's en door toelating op humanitaire gronden; moedigt de lidstaten aan gebruik te maken van de nog beschikbare fondsen in het kader van de voorbereidende actie/het proefproject voor hervestiging;

    20. vraagt een verhoging van de begrotingen van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) en van Frontex; herinnert eraan dat een behoorlijke financiering van deze instrumenten essentieel is om een gecoördineerde aanpak te ontwikkelen;

    21. roept Frontex en de lidstaten op ervoor te zorgen dat alle grenswachten en ander personeel van de lidstaten dat deelneemt aan grenswachtteams samen met personeel van Frontex opleiding krijgen over de relevante Unie- en internationale wetgeving, met inbegrip van grondrechten, toegang tot internationale bescherming en richtsnoeren over de identificatie van personen die bescherming zoeken en de doorverwijzing van deze personen naar de gepaste faciliteiten overeenkomstig artikel 5 van de herziene Frontex-verordening;

    22. is verheugd over de intentie van de Commissie om een task force op te richten over de kwestie van migratiestromen in het Middellandse-Zeegebied; benadrukt dat dit slechts als een eerste stap in de richting van een ambitieuzere aanpak kan worden beschouwd;

    23. vraagt in het algemeen dat een meer omvattende aanpak wordt aangenomen voor het EU-beleid inzake asiel, legale migratie, werkgelegenheid, illegale immigratie, visa, externe grenzen, buitenlandse zaken en ontwikkeling teneinde een brede benadering van onderling verbonden migratiekwesties te garanderen;

    24. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.