Procedure : 2013/2827(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0479/2013

Ingediende teksten :

B7-0479/2013

Debatten :

Stemmingen :

PV 23/10/2013 - 11.13
CRE 23/10/2013 - 11.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0448

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 124kWORD 57k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0474/2013
16.10.2013
PE519.357v01-00
 
B7-0479/2013

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over migratiestromen over de Middellandse Zee, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa (2013/2827(RSP))


Marie-Christine Vergiat, Patrick Le Hyaric, Cornelia Ernst, Alda Sousa, Marisa Matias namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over migratiestromen over de Middellandse Zee, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa (2013/2827(RSP))  
B7‑0479/2013

Het Europees Parlement,

–   gezien de discussies in de Raad van 7 en 8 oktober 2013 over de recente gebeurtenissen in Lampedusa,

–   gezien de verklaringen van de voorzitter van de Commissie en commissaris Cecilia Malmström op 9 oktober 2013,

–   gezien de verklaring van de hoge commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) van 12 oktober 2013,

–    gezien het verslag van april 2012 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa met als titel "Lives lost in the Mediterranean Sea",

–   gezien de vorige verklaringen en het meest recente, in april 2013 gepubliceerde verslag van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten van migranten over het beheer van de externe grenzen van de Europese Unie en de gevolgen daarvan voor de mensenrechten van migranten,

–   gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–   gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–   gezien de artikelen 78, 79 en 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen hierbij,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat bij de meest recente drama's nabij Lampedusa op 3 en 11 oktober meer dan 400 migranten zijn omgekomen en tientallen anderen nog vermist zijn;

B.  overwegende dat volgens de Internationale Organisatie voor Migratie sinds 1993 minstens 20 000 personen zijn omgekomen op zee, waaruit opnieuw blijkt dat al het nodige moet worden gedaan om de levens van personen in gevaar te redden en dat de lidstaten hun internationale verplichtingen inzake redding op zee moeten nakomen overeenkomstig het beginsel van non-refoulement van asielzoekers;

C. overwegende dat deze tragediën vraagtekens plaatsen bij de basisbeginselen van het migratiebeleid van de Europese Unie, dat een fort Europa bouwt en migranten ertoe aanzet steeds meer risico's te nemen om het EU-grondgebied te bereiken;

D. overwegende dat de lidstaten moeten worden aangemoedigd om gebruik te maken van de middelen die beschikbaar zullen zijn in het kader van het Fonds voor asiel en migratie en de voorbereidende actie "Hervestiging van vluchtelingen in noodsituaties", die onder meer de volgende maatregelen omvat: steun voor mensen die reeds door het UNHCR als vluchteling zijn erkend; ondersteuning van noodacties in het geval van vluchtelingengroepen die als prioriteit zijn aangemerkt en die het slachtoffer zijn van een gewapende aanval en te maken hebben met andere extreem schadelijke en levensbedreigende omstandigheden, en zo nodig, verstrekking van extra financiële steun in noodsituaties aan de diensten van het UNHCR en zijn verbindingsorganisaties in de lidstaten en op EU-niveau;

1.  betuigt zijn oprechte deelneming met de families van de vele personen die tijdens de recente gebeurtenissen in de Middellandse Zee hun leven hebben verloren;

2.  is van mening dat Lampedusa de EU en de lidstaten wakker moet schudden en dat de enige manier om dit soort tragediën in de toekomst te voorkomen de goedkeuring is van een gecoördineerde aanpak op basis van solidariteit en verantwoordelijkheid met de ondersteuning van gemeenschappelijke instrumenten;

3.  moedigt de lidstaten aan de relevante maatregelen te nemen opdat mensen die bescherming zoeken, hun leven niet riskeren in een poging om het EU-grondgebied te bereiken; verwerpt de huidige acties van Frontex en betreurt het dat de door de lidstaten en de Commissie beoogde maatregelen in essentie leiden tot de versterking van grensbewaking en -controle, hetgeen enkel kan bijdragen tot een progressieve versterking van fort Europa; vraagt de afwijking van het Dublin II-mechanisme; roept de lidstaten op hun verantwoordelijkheden in verband met de opvang van migranten niet over te dragen aan buurlanden die de mensenrechten niet eerbiedigen;

4.  is bezorgd over het feit dat steeds meer personen hun leven riskeren door te proberen de Middellandse Zee per boot over te steken naar de EU; vraagt de lidstaten maatregelen goed te keuren die in het bijzonder asielzoekers in staat zouden stellen om op een veilige manier toegang te verkrijgen tot het asielstelsel van de Unie, zonder dat zij hun toevlucht hoeven te nemen tot mensensmokkelaars of criminele netwerken en zonder dat zij hun leven op het spel hoeven te zetten;

5.  herinnert eraan dat solidariteit in de EU samen moet gaan met verantwoordelijkheid; herinnert eraan dat de lidstaten wettelijk verplicht zijn bijstand te verlenen aan migranten op zee; vraagt de lidstaten hun internationale verplichtingen na te komen en niet langer schepen met migranten aan boord terug te sturen;

6.  vraagt de lidstaten overeenkomstig het bestaande internationale en EU-recht het beginsel van non-refoulement in acht te nemen; verzoekt de lidstaten onmiddellijk een einde te maken aan elke vorm van onrechtmatige en langdurige detentie, die in strijd is met het internationaal en Europees recht, en herinnert eraan dat maatregelen om migranten vast te houden altijd vergezeld moeten gaan van een administratief besluit, naar behoren gerechtvaardigd moeten zijn en slechts voor een beperkte periode mogen gelden;

7.  vraagt de EU en de lidstaten elke wetgeving die personen die bijstand verlenen aan migranten op zee strafbaar stellen, op te heffen of te herzien; vraagt de Raad Richtlijn 2008/115/EG van de Raad te herzien, waarin sancties worden vastgelegd voor hulp bij illegale binnenkomst, illegaal verkeer en illegaal verblijf teneinde te verduidelijken dat het verstrekken van humanitaire bijstand aan migranten in nood op zee wordt aangemoedigd en geen daad is die ooit tot enige vorm van sanctie mag leiden;

8.  roept de Unie en de lidstaten op ervoor te zorgen dat kapiteins die opsporings-en reddingsacties ondernemen, er niet van worden beschuldigd te helpen bij het smokkelen van de geredde personen of dat zij niet wegens strafbare feiten worden aangeklaagd;

 

9.  benadrukt meer bepaald dat het belangrijk is de verantwoordelijkheden op het vlak van asiel te delen en beveelt aan een goed toegerust en op objectieve criteria gebaseerd mechanisme in het leven te roepen om de druk te verminderen op die lidstaten die, absoluut of verhoudingsgewijs, grotere aantallen asielzoekers en begunstigden van internationale bescherming opvangen;

10. vraagt de Unie en de lidstaten concrete maatregelen te nemen ter versterking van de solidariteit in reddingsdiensten, de behandeling van asielaanvragen, de overbrenging en hervestiging teneinde nodeloze tragediën op zee te voorkomen en tegelijkertijd de verantwoordelijkheid te delen met de lidstaten die buitengrenzen hebben en geconfronteerd worden met toenemende migratiestromen;

11. benadrukt dat er bij de opvang van migranten en asielzoekers behoefte is aan een coherentere aanpak en meer solidariteit tussen de lidstaten; vraagt de lidstaten ervoor te zorgen dat alle bepalingen van de verschillende instrumenten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) correct worden toegepast;

12. vraagt de lidstaten om humanitaire visa te verstrekken aan ontheemde Syriërs in het bijzonder, om meer bepaald de bepalingen van artikel 25 en artikel 5, lid 4, onder c), van respectievelijk de visumcode en de Schengengrenscode te benutten en om, zoals gevraagd door de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de vereiste van een transitvisum voor Syriërs op te heffen, omdat het bijna onmogelijk is om van buiten de EU asiel aan te vragen;

13. benadrukt dat het asielrecht op elk moment door de lidstaten moet worden verdedigd en dat toegang tot het EU-grondgebied moet worden verleend aan personen die op de vlucht zijn voor een conflict en asiel zoeken; herinnert de lidstaten eraan dat personen die om internationale bescherming vragen, naar de bevoegde nationale asielinstanties moeten worden doorverwezen en toegang moeten krijgen tot eerlijke en doeltreffende asielprocedures;

14. vraagt de EU passende, verantwoorde maatregelen te treffen met het oog op een mogelijke instroom van vluchtelingen in haar lidstaten; vraagt de Commissie en de lidstaten de huidige situatie verder te volgen en aan noodplannen te werken, waarbij het ook mogelijk moet zijn de richtlijn tijdelijke bescherming toe te passen indien de omstandigheden dat vereisen;

15. moedigt de lidstaten aan om in dringende behoeften te voorzien door hervestiging en door toelating op humanitaire gronden; moedigt de lidstaten aan gebruik te maken van de nog beschikbare fondsen in het kader van de voorbereidende actie/het proefproject voor hervestiging;

16. vraagt een verhoging van de begroting van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO); herinnert eraan dat een behoorlijke financiering van dit instrument essentieel is om een gecoördineerde aanpak te ontwikkelen;

17. vraagt de Unie, Frontex en de lidstaten ervoor te zorgen dat het bijstaan van migranten in nood en het redden van migranten op zee tot de belangrijkste prioriteiten behoren van de tenuitvoerlegging van de recent goedgekeurde EUROSUR-verordening;

18. roept de Unie en de lidstaten op zo snel mogelijk regels op te stellen voor door Frontex gecoördineerde operaties op zee om doeltreffende en gecoördineerde reddingsmaatregelen op EU-niveau te bereiken en ervoor te zorgen dat de operaties worden uitgevoerd met de volledige eerbiediging van de relevante internationale mensenrechten en vluchtelingenwetgeving en -normen en verplichtingen krachtens het recht van de zee;

19. roept de Unie en de lidstaten op doeltreffende mechanismen te bepalen voor de opvang van vluchtelingen en migranten, die in het bijzonder de toegang tot asielprocedures mogelijk maken;

20. roept Frontex en de lidstaten op ervoor te zorgen dat alle grenswachten en ander personeel dat deelneemt aan grenswachtteams opleiding krijgen over de relevante Unie- en internationale wetgeving, met inbegrip van grondrechten en toegang tot internationale bescherming, en richtsnoeren over de identificatie van personen die bescherming zoeken en de doorverwijzing van deze personen naar de gepaste faciliteiten overeenkomstig artikel 5 van de herziene Frontex-verordening, die leidt tot een aanzienlijke wijziging van de prioriteiten van Frontex-operaties en het gedrag van grenswachten;

21. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, de secretaris-generaal van de VN, de hoge commissaris van de VN voor vluchtelingen en de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten van migranten.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid