Ontwerpresolutie - B7-0009/2014Ontwerpresolutie
B7-0009/2014

ONTWERPRESOLUTIE over een EU-strategie tegen dakloosheid

8.1.2014 - (2013/2994(RSP))

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

Niccolò Rinaldi, Marielle de Sarnez namens de ALDE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0008/2014

Procedure : 2013/2994(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B7-0009/2014
Ingediende teksten :
B7-0009/2014
Aangenomen teksten :

B7‑0009/2014

Resolutie van het Europees Parlement over een EU-strategie tegen dakloosheid

(2013/2994(RSP))

Het Europees Parlement,

–   gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 2 en 3,

–   gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 9,

–   gezien het herziene Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa, met name artikel 31,

–   gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name artikel 34,

–   gezien zijn schriftelijke verklaring van 22 april 2008 over het uit de wereld helpen van dakloosheid[1],

–   gezien zijn resolutie van 14 september 2011 over een EU-strategie inzake dakloosheid[2],

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat in het kader van de Europa 2020-strategie en het EU-pakket sociale-investeringsmaatregelen dakloosheid een duidelijke prioriteit voor het armoedebeleid van de EU geworden is;

B.  overwegende dat dakloosheid nog altijd in alle lidstaten voorkomt en een ontoelaatbare schending van de menselijke waardigheid en mensenrechten vormt;

C. overwegende dat dakloosheid de meest extreme vorm van armoede en behoeftigheid is en de afgelopen jaren in praktisch alle lidstaten is toegenomen;

D. overwegende dat de lidstaten die het zwaarst zijn getroffen door de economische en financiële crisis te maken hebben met een ongekende toename van de dakloosheid;

E.  overwegende dat het Parlement op 14 september 2011 met overweldigende meerderheid een resolutie heeft aangenomen voor een geïntegreerde EU-strategie, ondersteund door nationale en regionale strategieën met als langetermijndoelstelling een einde te maken aan dakloosheid;

F.  overwegende dat tijdens de op 1 maart 2013 op initiatief van het Ierse presidentschap in Leuven gehouden ministeriële rondetafelconferentie over dakloosheid, ten aanzien van zes beginselen overeenstemming is bereikt;

G. overwegende dat verschillende EU-organen, zoals de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO), het Comité van de Regio's, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Parlement, de Commissie hebben verzocht een EU-strategie tegen dakloosheid of iets soortgelijks te ontwikkelen;

H. overwegende dat de beleidscoördinatie op EU-niveau op het gebied van dakloosheid in het kader van de open coördinatiemethode voor sociale bescherming en insluiting, en de Europa 2020-strategie de afgelopen tien jaar een toegevoegde waarde opgeleverd hebben voor de nationale, regionale en plaatselijke inspanningen en overwegende dat er behoefte en vraag bestaat om deze werkzaamheden verder te ontwikkelen met een meer strategische aanpak voor de lange termijn;

I.   overwegende dat dakloosheid per definitie een veelzijdig probleem is dat om een veelzijdige beleidsrespons vraagt;

J.   overwegende dat uit steeds meer gegevens blijkt dat op huisvesting gerichte benaderingen van dakloosheid het meest doeltreffend zijn;

K. overwegende dat de Europa 2020-strategie en het hoofddoel hiervan om het risico op armoede en sociale uitsluiting voor ten minste 20 miljoen mensen vóór 2020 mensen weg te nemen, en die ook gericht moeten zijn op de terugdringing van dakloosheid, nieuwe inspanningen vergen van de lidstaten en de EU;

L.  overwegende dat een essentieel onderdeel van de Europa 2020-strategie, het vlaggenschipinitiatief Europees platform tegen armoede en sociale uitsluiting, verscheidene acties in verband met dakloosheid omvat die nog niet zijn uitgevoerd;

M. overwegende dat in het kader van het Europees semester aan dakloosheid steeds meer aandacht besteed wordt, waarbij enkele lidstaten dakloosheid als een prioriteit in de strijd tegen armoede hebben opgenomen in hun nationale hervormingsprogramma's van 2012 en 2013;

N. overwegende dat het huidige EU-beleidskader en de maatschappelijke werkelijkheid de weg banen voor verbeterde en meer ambitieuze acties tegen dakloosheid op EU-niveau;

O. overwegende dat de Europese Consensusconferentie in december 2010 een solide basis vormt voor meer ambitieuze EU-acties tegen dakloosheid;

P.  overwegende dat de directe verantwoordelijkheid voor de bestrijding van dakloosheid bij de lidstaten ligt en met name regionale en lokale autoriteiten, en overwegende dat een EU-strategie een aanvullende rol speelt;

Q. overwegende dat de Commissie een belangrijkere rol kan spelen binnen de gebieden die tot haar bevoegdheid behoren, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel;

R.  overwegende dat DG Werkgelegenheid het beste in staat is om leiding te geven bij de bestrijding van dakloosheid, maar dat ook enkele andere DG's op hun respectieve werkterreinen de dakloosheid moeten bestrijden;

S.  overwegende dat een toenemend aantal lidstaten een holistische strategie inzake dakloosheid volgen en voor de verdere ontwikkeling van hun beleid baat kunnen hebben bij Europese samenwerking;

T.  overwegende dat in sommige lidstaten overheidsinstanties maatregelen hebben getroffen om dakloosheid te bestraffen of strafbaar te stellen, wat in strijd is met de grondrechten van daklozen;

U. overwegende dat de strafbaarstelling van dakloosheid niet thuis hoort in een moderne democratische samenleving en neerkomt op een dubbele straf voor de reeds maatschappelijk uitgesloten en noodlijdende mensen;

1.  dringt er bij de Commissie op aan zo spoedig mogelijk een EU-strategie voor dakloosheid te ontwikkelen, overeenkomstig de resolutie van het Parlement van 14 september 2011 over een EU-strategie voor dakloosheid en de voorstellen van andere EU-instellingen en organen;

2.  is van mening dat de EU-strategie inzake dakloosheid volledig in overeenstemming moet zijn met het Verdrag van Lissabon, waarin "de essentiële rol en de ruime discretionaire bevoegdheid van de nationale, regionale en lokale autoriteiten om diensten van algemeen economisch belang te verrichten, te doen verrichten en te organiseren op een manier die zoveel mogelijk in overeenstemming is met de behoeften van de gebruikers", worden bevestigd; is van mening dat de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van dakloosheid bij de lidstaten ligt en dat een EU-strategie inzake dakloosheid de lidstaten dan ook zo doeltreffend mogelijk moet ondersteunen bij het nemen van deze verantwoordelijkheid, waarbij het subsidiariteitsbeginsel volledig in acht genomen wordt;

3.  verzoekt de Commissie een deskundigenwerkgroep op hoog niveau op te richten om haar te ondersteunen bij de voorbereiding en verdere ontwikkeling van een EU-strategie inzake dakloosheid;

4.  verzoekt de Commissie de nodige aandacht te besteden aan de verwijzing naar dakloosheid in de landenspecifieke aanbevelingen voor lidstaten waar dringend actie moet worden genomen tegen dakloosheid; roept de lidstaten op dakloosheid op bredere schaal op te nemen in hun nationale hervormingsprogramma's;

5.  vraagt de Commissie het EaSI-programma (werkgelegenheids- en sociale innovatie) te gebruiken als voornaamste financieringsbron voor een EU-strategie om onderzoek en grensoverschrijdende uitwisselingen te financieren, en haar samenwerking met belangrijke Europese partners zoals Feantsa (Europese Federatie van Nationale organisaties werkend met daklozen) en Habitact (Europees uitwisselingsforum inzake lokale strategieën ter bestrijding van dakloosheid) verder uit te bouwen;

6.  verzoekt de Commissie dakloosheid in alle ter zake doende EU-beleidsgebieden te integreren; en moedigt de Commissie aan bij de ontwikkeling en uitvoering van een EU-strategie inzake dakloosheid verschillende directoraten-generaal te betrekken, onder leiding van het directoraat-generaal Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie;

7.  verzoekt de Commissie bij een EU-strategie voor dakloosheid de nadruk op de volgende prioritaire thema's te leggen;

•    op huisvesting gerichte benaderingen van dakloosheid;

•    verband tussen vrij verkeer en dakloosheid;

•    kwaliteit van daklozendiensten;

•    preventie van dakloosheid;

•    dakloosheid onder jongeren;

8.  verzoekt de Commissie en de Raad te overwegen om een garantie af te geven teneinde ervoor te zorgen dat niemand in de EU gedwongen is buiten te slapen wegens een gebrek aan op hem afgestemde (noodhulp)diensten; is van mening dat een dergelijke garantie kan worden gemodelleerd naar de Europese jeugdgarantie, welke berust op een aanbeveling van de Raad, en dezelfde bestuursstructuur daarvan kan gebruiken;

9.  verwijst naar zijn resolutie van 14 september 2011 inzake dakloosheid voor de essentiële onderdelen voor een EU-strategie inzake dakloosheid, en wenst met name de volgende elementen te benadrukken:

•    stelselmatige Europese controle van de vorderingen van de lidstaten op het gebied van dakloosheid;

•    een EU-indicator voor dakloosheid;

•    onderzoek naar en kennisopbouw over beleid en diensten met betrekking tot dakloosheid, met inbegrip van onderzoek naar de kosteneffectiviteit;

•    sociale innovatie op het gebied van beleid en diensten inzake dakloosheid, met inbegrip van het testen en het op grotere schaal toepassen;

•    koppeling met EU-fondsen, met name het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen;

10. verzoekt de lidstaten en het EU-voorzitterschap periodiek een Europese rondetafelconferentie te organiseren van voor dakloosheid verantwoordelijke EU-ministers, waartoe het Ierse voorzitterschap in maart 2013 de aanzet gegeven heeft; vraagt de Commissie voor deze bijeenkomst de praktische en financiële ondersteuning te verlenen;

11. verzoekt de lidstaten uitgebreide strategieën voor dakloosheid te ontwikkelen waarbij de nadruk op huisvesting en vooral op preventie ligt, en rekening wordt gehouden met de richtsnoeren uit de mededeling van de Commissie "Naar sociale investering voor groei en cohesie" en het werkdocument van de diensten van de Commissie met de titel "Confronting Homelessness in the European Union";

12. verzoekt het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten met klem meer aandacht te besteden aan de gevolgen van extreme armoede voor de toegang tot en de uitoefening van de grondrechten, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de uitoefening van het recht op huisvesting van essentieel belang is voor de uitoefening van een aanzienlijk aantal andere rechten, waaronder verschillende politieke en sociale rechten; stelt voor dat het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten zijn aandacht richt op de strafbaarstelling van dakloosheid als schending van mensenrechten;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Comité van de Regio's, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Europees Comité voor sociale bescherming en de Raad van Europa.