Procedure : 2013/2994(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0010/2014

Ingediende teksten :

B7-0010/2014

Debatten :

PV 16/01/2014 - 5
CRE 16/01/2014 - 5

Stemmingen :

PV 16/01/2014 - 8.11
CRE 16/01/2014 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0043

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 122kWORD 56k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0008/2014
8.1.2014
PE527.195v01-00
 
B7-0010/2014

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over een EU-strategie tegen dakloosheid (2013/2994(RSP))


Stephen Hughes, Alejandro Cercas, Pervenche Berès namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over een EU-strategie tegen dakloosheid (2013/2994(RSP))  
B7‑0010/2014

Het Europees Parlement,

–   gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in het bijzonder de artikelen 9, 14, 151 en 153,

–   gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name artikel 34 betreffende sociale zekerheid en sociale bijstand, en artikel 36 betreffende toegang tot diensten van algemeen economisch belang,

–   gezien het Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa, en met name artikel 31 betreffende het recht op huisvesting,

–   gezien zijn schriftelijke verklaringen van 22 april 2008 over het uit de wereld helpen van dakloosheid(1) en van 16 december 2010 over een EU-strategie inzake dakloosheid(2),

–   gezien zijn resolutie van 14 september 2011 over een EU‑strategie inzake dakloosheid(3),

–   gezien het jaarverslag van het Comité voor sociale bescherming (2012) met de titel "Social Europe - Current Challenges and the Way Forward",

–   gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie met de titel "Confronting Homelessness in the European Union" (SWD(2013)0042) van 20 februari 2013,

–   gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie met de titel "Social investment through the European Social Fund" (SWD(2013)0044) van 20 februari 2013,

–   gezien de mededeling van de Commissie met de titel "Naar sociale investering voor groei en cohesie – inclusief de uitvoering van het Europees Sociaal Fonds 2014‑2020" (COM(2013)0083) van 20 februari 2013,

–   gezien de in Leuven gehouden rondetafeldiscussie van 1 maart 2013 van de voor dakloosheid verantwoordelijke EU‑ministers,

–   gezien zijn resolutie van 18 april 2013 over de gevolgen van de financiële en economische crisis voor de mensenrechten(4),

–   gezien zijn resolutie van 12 juni 2013 over de mededeling van de Commissie met de titel "Naar sociale investering voor groei en cohesie – inclusief de uitvoering van het Europees Sociaal Fonds 2014‑2020"(5),

–   gezien zijn resolutie van 11 juni 2013 over sociale huisvesting in de Europese Unie(6),

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat dakloosheid een van de ergste vormen van sociale uitsluiting en behoeftigheid is, met verwoestende gevolgen voor de personen zelf en voor de samenleving als geheel;

B.  overwegende dat dakloosheid een schending van de menselijke waardigheid en van de mensenrechten vormt; overwegende dat huisvesting een basisbehoefte van de mens en een voorwaarde voor behoorlijke levensomstandigheden en sociale insluiting is;

C. overwegende dat de financiële en economische crisis negatieve gevolgen heeft gehad voor de sociale situatie in Europa en dat alles wijst op een verergering van de daklozenproblematiek; overwegende dat deze achteruitgang nog sterker is in de landen die een economisch aanpassingsprogramma uitvoeren;

D. overwegende dat het aantal mensen in de EU dat met armoede of sociale uitsluiting wordt bedreigd volgens het jaarverslag van het Comité voor sociale bescherming (2012) neerkomt op bijna een kwart van de bevolking; overwegende dat het moeilijk is nauwkeurige gegevens inzake dakloosheid te vinden;

E.  overwegende dat de huidige graad van armoede en sociale uitsluiting een gevaar vormt voor het streefdoel van de Europa 2020-strategie om het aantal mensen dat door armoede en sociale uitsluiting wordt getroffen of bedreigd met ten minste 20 miljoen te verminderen;

F.  overwegende dat het vlaggenschipinitiatief Europees Platform tegen armoede en sociale uitsluiting een essentieel onderdeel van de Europa 2020-strategie is;

G. overwegende dat dakloosheid een gemeenschappelijk probleem van alle lidstaten is, en overwegende dat samenwerking tussen de lidstaten derhalve van essentieel belang is voor de bestrijding van dakloosheid;

H. overwegende dat dakloosheid per definitie een complex en veelzijdig fenomeen is waarvoor geen standaardoplossing bestaat;

I.   overwegende dat rekening moet worden gehouden met de kennis over de specifieke behoeften van verschillende sociale groepen, en overwegende dat uitgebreide gegevens en statistieken inzake dakloosheid van essentieel belang zijn voor een doeltreffende bestrijding van dakloosheid;

J.   overwegende dat daklozen in sommige lidstaten worden gecriminaliseerd, hetgeen betekent dat er sprake is van discriminatie van daklozen en een schending van de Europese grondrechten;

1.  verzoekt de Commissie om, in samenwerking met de belangrijkste belanghebbenden, uiterlijk eind 2015 een Europese strategie tegen dakloosheid vast te stellen, overeenkomstig de resolutie van het Parlement van 14 september 2011 over een EU‑strategie inzake dakloosheid;

2.  verzoekt de Commissie een werkgroep van relevante belanghebbenden op te richten, die vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, onderzoekers, daklozen en beleidsmakers omvat, alsmede nationale en regionale deskundigen, teneinde steun te verlenen en bij te dragen aan de ontwikkeling van een dergelijke strategie;

3.  wijst er opnieuw op dat de uitbanning van dakloosheid in eerste instantie tot de verantwoordelijkheden van de lidstaten behoort; dringt er derhalve bij de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (Epsco) op aan een dergelijke Europese strategie tegen dakloosheid te bespreken en goed te keuren;

4.  wijst er opnieuw op dat onderzoek en samenwerking op het gebied van een Europese strategie tegen dakloosheid kunnen worden gefinancierd via het Europese programma voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI);

5.  onderstreept dat er op Europees niveau uitgebreide en vergelijkbare gegevens inzake dakloosheid moeten worden verzameld, zonder daarbij daklozen te stigmatiseren; benadrukt dat het verzamelen van gegevens een voorwaarde is voor de ontwikkeling van doeltreffend beleid dat uiteindelijk leidt tot de uitbanning van dakloosheid;

6.  verzoekt de lidstaten hun samenwerking te verdiepen, teneinde meer van elkaar te leren en de uitwisseling van beste praktijken te intensiveren en een gemeenschappelijke beleidsaanpak te ontwikkelen; verzoekt de lidstaten regelmatig op ministerniveau bijeen te komen om dakloosheid te bespreken;

7.  verzoekt de Commissie daklozen te erkennen als een bijzonder kwetsbare sociale groep, die is blootgesteld aan meerdere vormen van discriminatie en met beperkte fundamentele basisrechten; onderstreept in deze context de bijzondere behoeften van dakloze kinderen;

8.  verzoekt de Commissie de daklozenkwestie te integreren in alle relevante beleidsterreinen, teneinde het risico op en de omvang van dakloosheid te beperken;

9.  verzoekt de Commissie om de lidstaten te ondersteunen bij het vaststellen van nationale en regionale strategieën tegen dakloosheid als een essentieel onderdeel van de uiteindelijke uitbanning van dakloosheid en om te helpen bij de evaluatie van deze strategieën;

10. verzoekt de Commissie en de Raad een "EU-onderdakgarantie" te creëren, teneinde ervoor te zorgen dat er voldoende noodonderdak en andere voorzieningen en diensten beschikbaar zijn voor daklozen in de Europese Unie;

11. onderstreept dat er dringend een eind moet worden gemaakt aan alle vormen van criminalisering van daklozen en marginalisering van hele gemeenschappen; verzoekt de Commissie en de Raad politieke druk uit te oefenen op de lidstaten die dakloosheid bestraffen;

12. verzoekt de lidstaten de middelen van het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD), alsmede andere programma's zoals het Europees Sociaal Fonds (ESF), te gebruiken om de situatie van daklozen te verbeteren en het pad te effenen voor sociale insluiting en arbeidsintegratie;

13. verzoekt het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten om verder onderzoek te doen naar de gevolgen van extreme armoede en sociale uitsluiting met betrekking tot fundamentele, politieke en sociale rechten;

14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Comité van de Regio's, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Europees Comité voor sociale bescherming en de Raad van Europa.

(1)

PB C 259 E van 29.10.2009, blz. 19.

(2)

PB C 169 E van 15.6.2012, blz. 139.

(3)

PB C 51 E van 22.2.2013, blz. 101.

(4)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0179.

(5)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0266.

(6)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0246.

Juridische mededeling - Privacybeleid