Procedure : 2013/2994(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0011/2014

Ingediende teksten :

B7-0011/2014

Debatten :

PV 16/01/2014 - 5
CRE 16/01/2014 - 5

Stemmingen :

PV 16/01/2014 - 8.11
CRE 16/01/2014 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0043

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 132kWORD 68k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0008/2014
8.1.2014
PE527.196v01-00
 
B7-0011/2014

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over een EU-strategie tegen dakloosheid (2013/2994(RSP))


Raül Romeva i Rueda, Karima Delli, Rui Tavares, Jean Lambert, Elisabeth Schroedter, Nikos Chrysogelos namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over een EU-strategie tegen dakloosheid (2013/2994(RSP))  
B7‑0011/2014

Het Europees Parlement,

–   gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, in het bijzonder de artikelen 2 en 3,

–   gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 9,

–   gezien het herziene Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa, en met name artikel 31,

–   gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name artikel 34,

–   gezien zijn verklaring van 16 december 2010 over een EU-strategie inzake dakloosheid(1),

–   gezien zijn resolutie van 14 september 2011 over een EU-strategie inzake dakloosheid(2),

–   gezien zijn resolutie van 11 juni 2013 over sociale huisvesting in de Europese Unie(3),

–   gezien de slotaanbevelingen van de Europese Consensusconferentie over dak- en thuisloosheid van 9 en 10 december 2010,

–   gezien de resultaten van de rondetafelconferentie van de voor dakloosheid verantwoordelijke ministers, die in maart 2013 door het Ierse voorzitterschap werd georganiseerd,

–   gezien de conclusies van de 19e informele bijeenkomst van 9 en 10 december 2013 van de Europese Ministers van Volkshuisvesting,

–   gezien de conclusies van de rondetafelconferentie van 1 maart 2013 van de voor dakloosheid verantwoordelijke EU-ministers, waaronder zes beginselen om Europese beleidsmakers te informeren over dakloosheid, en een verzoek aan de Commissie om de lidstaten te ondersteunen in hun strijd tegen dakloosheid door het pakket sociale-investeringsmaatregelen uit te voeren,

–   gezien het jaarverslag 2012 van het Comité voor sociale bescherming met de titel "Social Europe: Current Challenges and the Way Forward", waaruit blijkt dat de dakloosheid in grote delen van de EU een stijgende lijn vertoont,

–   gezien zijn resolutie van 3 juli 2013 over de situatie van de grondrechten: normen en praktijken in Hongarije(4), waarin het de Hongaarse regering aanspoort haar verantwoordelijkheden ten aanzien van dakloosheid op zich te nemen en een einde te maken aan de criminalisering van daklozen,

–   gezien het advies van het Comité van de Regio's van oktober 2011, "Naar een Europese agenda voor sociale huisvesting", waarin het de Commissie oproept onverwijld uitvoering te geven aan een EU-strategie tegen dakloosheid, zoals het Parlement ook had voorgesteld in zijn resolutie van 2011,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 27 oktober 2011 over de daklozenproblematiek, waarin het een beroep doet op de Commissie om hiervoor een ambitieuze strategie te ontwikkelen en om de lidstaten te ondersteunen bij het ontwikkelen van doeltreffende nationale strategieën,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat dakloosheid nog altijd in alle lidstaten voorkomt en een ontoelaatbare schending van de menselijke waardigheid en mensenrechten vormt;

B.  overwegende dat dakloosheid de meest extreme vorm van armoede en behoeftigheid is en de afgelopen jaren in praktisch alle lidstaten is toegenomen;

C. overwegende dat armoede geen misdaad is en dat dakloosheid noch een misdaad noch een keuze van levensstijl is;

D. overwegende dat de landen die het zwaarst zijn getroffen door de economische en financiële crisis te maken hebben met een ongekende toename van de dakloosheid, met name onder jongeren;

E.  overwegende dat dakloosheid een duidelijke prioriteit is geworden voor het armoedebeleid van de EU in het kader van de Europa 2020-strategie en het EU-pakket sociale-investeringsmaatregelen;

F.  overwegende dat het Parlement op 14 september 2011 met overweldigende meerderheid een resolutie heeft aangenomen voor een geïntegreerde EU-strategie, ondersteund door nationale en regionale strategieën met als langetermijndoelstelling een einde te maken aan dakloosheid;

G. overwegende dat de ministers op 1 maart 2013 tijdens de rondetafelconferentie over dakloosheid in Leuven overeenstemming hebben bereikt over zes beginselen;

H. overwegende dat verschillende EU-organen, zoals de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO), het Comité van de Regio's, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Parlement, de Commissie hebben verzocht een EU-strategie tegen dakloosheid of iets soortgelijks te ontwikkelen;

I.   overwegende dat de beleidscoördinatie op EU-niveau op het gebied van dakloosheid, in het kader van de open coördinatiemethode voor sociale bescherming en insluiting en de Europa 2020-strategie, heeft bijgedragen aan de nationale, regionale en plaatselijke inspanningen van de afgelopen tien jaar, en overwegende dat er behoefte aan en vraag naar is dat deze werkzaamheden verder worden uitgebreid met een meer strategische en langetermijnaanpak;

J.   overwegende dat dakloosheid per definitie een veelzijdig probleem is dat om een veelzijdige beleidsrespons vraagt;

K. overwegende dat uit steeds meer gegevens blijkt dat op huisvesting gerichte benaderingen van dakloosheid het meest doeltreffend zijn voor het teweegbrengen van duurzame inclusie;

L.  overwegende dat de Europa 2020-strategie en het hoofddoel hiervan om het risico op armoede en sociale uitsluiting voor ten minste 20 miljoen mensen vóór 2020 mensen weg te nemen, nieuwe inspanningen vergt van de lidstaten en de EU, die ook gericht moeten zijn op de terugdringing van dakloosheid;

M. overwegende dat het vlaggenschipinitiatief Europees Platform tegen armoede en sociale uitsluiting een essentieel onderdeel van de Europa 2020-strategie is, en verscheidene acties in verband met dakloosheid omvat die nog niet zijn uitgevoerd;

N. overwegende dat in het kader van het Europees semester steeds meer aandacht aan dakloosheid wordt besteed, waarbij enkele lidstaten dakloosheid als een prioriteit in de strijd tegen armoede hebben opgenomen in hun nationale hervormingsprogramma's van 2012 en 2013;

O. overwegende dat het huidige EU-beleidskader en de maatschappelijke werkelijkheid de weg banen voor verbeterde en meer ambitieuze maatregelen tegen dakloosheid op EU-niveau;

P.  overwegende dat de Europese Consensusconferentie in december 2010 een solide basis vormt voor meer ambitieuze EU-maatregelen tegen dakloosheid;

Q. overwegende dat de directe verantwoordelijkheid voor de bestrijding van dakloosheid bij de lidstaten ligt en met name bij de regionale en lokale autoriteiten, en overwegende dat een EU-strategie een aanvullende rol speelt;

R.  overwegende dat de Commissie een belangrijkere rol kan spelen binnen de gebieden die tot haar bevoegdheid behoren, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel;

S.  overwegende dat DG Werkgelegenheid het beste in staat is om leiding te geven bij de bestrijding van dakloosheid, maar dat ook enkele andere DG's op hun respectieve werkterreinen de dakloosheid moeten bestrijden;

T.  overwegende dat een toenemend aantal lidstaten een holistische strategie inzake dakloosheid volgen en voor de verdere ontwikkeling van hun beleid baat kunnen hebben bij Europese samenwerking;

U. overwegende dat in sommige lidstaten overheidsinstanties maatregelen hebben getroffen om dakloosheid te bestraffen of strafbaar te stellen, en dat deze maatregelen niet stroken met de grondrechten van daklozen, ondoeltreffend en vaak kostbaar in de tenuitvoerlegging zijn;

V. overwegende dat de strafbaarstelling van dakloosheid niet thuishoort in een moderne democratische samenleving en neerkomt op een dubbele straf voor noodlijdende mensen die reeds zijn uitgesloten van de maatschappij;

1.  dringt er bij de Commissie op aan dat zij zo spoedig mogelijk een EU-strategie tegen dakloosheid ontwikkelt, overeenkomstig de resolutie van het Parlement van 14 september 2011 over een EU-strategie inzake dakloosheid en de voorstellen van andere EU-instellingen en organen;

2.  verzoekt de Commissie een deskundigenwerkgroep op hoog niveau op te richten om haar te ondersteunen bij de voorbereiding en verdere ontwikkeling van een EU-strategie tegen dakloosheid; benadrukt dat deze deskundigenwerkgroep vertegenwoordigers van de belangrijkste belanghebbenden bij de bestrijding van dakloosheid moet omvatten, waaronder nationale en lokale beleidsmakers, onderzoekers, ngo's en daklozen zelf;

3.  spoort EPSCO ertoe aan op grond van een concreet voorstel van de Commissie een EU-strategie tegen dakloosheid te bepreken en goed te keuren;

4.  verzoekt de Commissie de nodige aandacht te besteden aan de verwijzing naar dakloosheid in de landenspecifieke aanbevelingen voor lidstaten waar dringend actie moet worden genomen tegen dakloosheid; roept de lidstaten op dakloosheid op bredere schaal op te nemen in hun nationale hervormingsprogramma's;

5.  verzoekt de lidstaten uitgebreide strategieën tegen dakloosheid te ontwikkelen waarbij de nadruk op huisvesting en vooral op preventie ligt, en rekening wordt gehouden met de richtsnoeren uit de mededeling van de Commissie "Naar sociale investering voor groei en cohesie" en het werkdocument van de diensten van de Commissie met de titel "Confronting Homelessness in the European Union";

6.  vestigt de aandacht op zijn resolutie van 14 september 2011 over dakloosheid voor de belangrijkste onderdelen van een EU-strategie tegen dakloosheid, en verzoekt de Raad en de Commissie actie te ondernemen op de volgende punten:

•   regelmatige Europese controle van de voortgang in de lidstaten op het gebied van dakloosheid;

•   een EU-indicator voor dakloosheid op grond van het ETHOS-model (European Typology of Homelessness and Housing Exclusion) om de omvang van huisvestingsgerelateerde sociale uitsluiting te meten;

•   onderzoek naar en kennisopbouw over beleid en diensten op het gebied van dakloosheid, met inbegrip van onderzoek naar de kosteneffectiviteit;

•   sociale innovatie met betrekking tot beleid en diensten op het gebied van dakloosheid, met inbegrip van het testen en het op grotere schaal toepassen;

•   koppeling met EU-fondsen, in het bijzonder het ESF, het EFRO en het FEAD;

7.  vraagt de Commissie het EaSI-programma (werkgelegenheids- en sociale innovatie) te gebruiken als voornaamste financieringsbron voor een EU-strategie om onderzoek en grensoverschrijdende uitwisselingen te financieren, en haar samenwerking met belangrijke Europese partners zoals Feantsa (Europese Federatie van Nationale organisaties werkend met daklozen) en Habitact (Europees uitwisselingsforum inzake lokale strategieën ter bestrijding van dakloosheid) verder uit te bouwen;

8.  benadrukt dat sociale innovatie door het Europees platform tegen armoede en sociale uitsluiting en het kaderprogramma voor onderzoek dient te worden bevorderd, met het oog op de analyse van nieuwe beleidsmaatregelen ter verbetering van de toegang tot huisvesting en de terugdringing van dakloosheid;

9.  verzoekt de lidstaten en het EU-voorzitterschap periodiek een Europese rondetafelconferentie te organiseren van voor dakloosheid verantwoordelijke EU-ministers, waartoe het Ierse voorzitterschap in maart 2013 de aanzet heeft gegeven; vraagt de Commissie voor deze bijeenkomst de praktische en financiële ondersteuning te verlenen;

10. is ingenomen met de zes beginselen die de ministers op 1 maart 2013 tijdens de rondetafelconferentie over dakloosheid in Leuven overeen zijn gekomen;

11. verzoekt het Europees Comité voor sociale bescherming haar toezichtactiviteiten in het kader van de Europa 2020-strategie – met inbegrip van de prestatiemonitor sociale bescherming, op grond van het gemeenschappelijk evaluatiekader, en de nationale sociale verslagen – uit te breiden naar dakloosheid;

12. verzoekt de Commissie dakloosheid in alle ter zake doende EU-beleidsgebieden te integreren, en moedigt de Commissie aan bij de ontwikkeling en uitvoering van een EU-strategie tegen dakloosheid verschillende directoraten-generaal te betrekken, onder leiding van het directoraat-generaal Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie;

13. verzoekt de Commissie bij een EU-strategie tegen dakloosheid de nadruk op de volgende prioritaire thema's te leggen;

•    op huisvesting gerichte benaderingen van dakloosheid als sociale investering;

•    verband tussen vrij verkeer en dakloosheid;

•    kwaliteit van daklozendiensten;

•    preventie van dakloosheid;

•    dakloosheid onder jongeren;

14. is van oordeel dat de lidstaten en hun lokale overheden in samenwerking met huurdersorganisaties doeltreffende preventieve maatregelen moeten treffen om te voorkomen dat huurders, en met name huurders uit kwetsbare groepen, uit hun huis worden gezet, in het bijzonder tijdens zeer koude perioden, niet alleen omdat huisuitzettingen veel menselijk leed veroorzaken – met name voor families – maar ook omdat huursubsidiëring en het voorkomen van huurbetalingsproblemen en huurachterstanden voor de betrokken overheden minder duur is;

15. verzoekt de Commissie en de Raad te overwegen om een EU-garantie in te voeren om ervoor te zorgen dat niemand in de Europese Unie gedwongen is buiten te slapen wegens een gebrek aan op hem of haar afgestemde (noodhulp)diensten; is van oordeel dat een dergelijke garantie kan worden gemodelleerd naar de Europese jeugdgarantie, en dezelfde bestuursstructuur kan gebruiken;

16. dringt er bij de lidstaten op aan dat zij sociale en betaalbare huisvesting ontwikkelen voor de meest kwetsbaren om sociale uitsluiting en dakloosheid te voorkomen;

17. roept de lidstaten en de regionale en lokale overheden op doeltreffende en stimulerende maatregelen te treffen op basis van prognostische analyses van de behoefte aan woningen, om de langdurige leegstand van woningen aan te pakken, met name in dichtbevolkte gebieden, teneinde de bouwspeculatie te bestrijden en deze woningen beschikbaar te stellen als betaalbare en sociale huisvesting;

18. geeft uiting aan zijn zorgen over de hypotheeksituatie in Spanje, Ierland en nu Griekenland, en in het bijzonder over de golf van uitzettingen waardoor talloze mensen dakloos zullen worden; meent dat de herziene Spaanse hypotheekwet niet strookt met de uitspraak van het Europees Hof van Justitie van 14 maart 2013; verzoekt de Commissie Spanje aan te sporen tot een correcte omzetting van Richtlijn 93/13/EEG; pleit ervoor dat de banksector op een dusdanige manier wordt hervormd dat deze in de behoeften van de maatschappij voorziet door een einde te maken aan beslaglegging op woningen vanwege onbetaalde hypotheken; beveelt de lidstaten aan een eigendomsneutraal woningbeleid te voeren om zeepbellen op de huizenmarkt te voorkomen;

19. verzoekt de Commissie en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten met klem meer aandacht te besteden aan de gevolgen van extreme armoede voor de toegang tot en de uitoefening van de grondrechten, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de uitoefening van het recht op huisvesting van essentieel belang is voor de uitoefening van een aanzienlijk aantal andere rechten, waaronder verschillende politieke en sociale rechten;

20. verzoekt de lidstaten alle beschikbare middelen in te zetten om de ergste vormen van armoede, waaronder dakloosheid, uit te bannen; waarschuwt ervoor dat het verminderen van de zichtbaarheid van daklozen het probleem verergert;

21. verzoekt de lidstaten onmiddellijk een einde te maken aan de criminalisering van daklozen, onder meer in Polen, Hongarije en België, en aan de discriminerende praktijken die worden toegepast om daklozen de toegang tot sociale diensten en opvanghuizen te ontzeggen, met name in Engeland en Nederland;

22. verzoekt de Commissie dit proces nauwlettend te volgen en waar nodig landenspecifieke aanbevelingen te doen om ervoor te zorgen dat de menselijke waardigheid in de gehele EU wordt geëerbiedigd;

23. verzoekt de lidstaten de internationale mensenrechtenverdragen niet langer te schenden en alle door hen ondertekende overeenkomsten volledig te eerbiedigen, met inbegrip van het Handvest van de grondrechten, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van de VN en het Sociaal Handvest van de Raad van Europa;

24. verzoekt de Commissie erop toe te zien dat haar beleid en beleidsaanbevelingen geen mensenrechtenschendingen in de hand werken;

25. verzoekt de Commissie en de lidstaten optimale werkmethoden uit te wisselen met betrekking tot een doeltreffende toepassing van het recht op huisvesting;

26. is van mening dat de EU-strategie tegen dakloosheid volledig in overeenstemming moet zijn met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarin "de essentiële rol en de ruime discretionaire bevoegdheid van de nationale, regionale en lokale autoriteiten om diensten van algemeen economisch belang te verrichten, te doen verrichten en te organiseren op een manier die zoveel mogelijk in overeenstemming is met de behoeften van de gebruikers" zijn vastgesteld; is van mening dat de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van dakloosheid bij de lidstaten ligt en dat een EU-strategie tegen dakloosheid de lidstaten dan ook zo doeltreffend mogelijk moet ondersteunen bij het nemen van deze verantwoordelijkheid, waarbij het subsidiariteitsbeginsel volledig in acht wordt genomen;

27.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Comité van de Regio's, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Europees Comité voor sociale bescherming en de Raad van Europa.

 

(1)

PB C 169 E van 15.6.2012, blz. 139.

(2)

PB C 51 E van 22.2.2013, blz. 101.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0246.

(4)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0315.

Juridische mededeling - Privacybeleid