Procedure : 2014/2512(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0018/2014

Ingediende teksten :

B7-0018/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/01/2014 - 8.10
CRE 16/01/2014 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0042

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 133kWORD 63k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0018/2014
13.1.2014
PE527.208v01-00
 
B7-0018/2014

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Zuid-Sudan (2014/2512(RSP))


Louis Michel, Niccolò Rinaldi, Graham Watson, Jelko Kacin, Liam Aylward, Marielle de Sarnez, Marietje Schaake, Sarah Ludford, Kristiina Ojuland, Hannu Takkula, Johannes Cornelis van Baalen, Robert Rochefort namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Zuid-Sudan (2014/2512(RSP))  
B7‑0018/2014

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn resolutie van 13 juni 2012 over de situatie in Sudan en Zuid-Sudan(1),

–   gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948 en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–   gezien partnerschapsovereenkomst 2000/483/EG tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten anderzijds, ondertekend in Cotonou (Benin) op 23 juni 2000 en achtereenvolgens herzien in 2005 en 2010,

–   gezien het algemene vredesakkoord van 2005,

–   gezien de overeenkomsten van Addis van 27 september 2012,

–   gezien de verklaringen van Catherine Ashton, hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, over de situatie in Zuid-Sudan van 24 december 2013 en 2 januari 2014,

–   gezien de verklaringen van de woordvoerder van de hoge vertegenwoordiger over de situatie in Zuid-Sudan van 16 en 28 december 2013,

–   gezien de lokale EU-verklaring over het huidige conflict in Zuid-Sudan van 20 december 2013,

–   gezien de verklaringen van de VN-Veiligheidsraad over de situatie in Zuid-Sudan van 17, 20 en 30 december 2013,

–   gezien resolutie 2132 (2013) van de VN-Veiligheidsraad over Zuid-Sudan van 24 december 2013,

–   gezien de verklaring van de voorzitter van de commissie van de Afrikaanse Unie, Nkosazana Dlamini Zuma, over de situatie in Zuid-Sudan van 4 januari 2014,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de regering van Zuid-Sudan moeite heeft om een functionerende staat op te bouwen sinds zij op 9 juli 2011 de onafhankelijkheid van Sudan heeft uitgeroepen; overwegende dat president Salva Kiir van Zuid-Sudan, nadat eind 2012 in Juba geruchten de ronde waren gaan doen over een geplande staatsgreep, een reeks decreten heeft afgekondigd om ingrijpende wijzigingen aan te brengen in de top van de Zuid-Sudanese regering en het Zuid-Sudanese leger, alsmede in zijn partij, zonder dat hiervoor een ruime consensus bestond;

B.  overwegende dat president Kiir, die behoort tot de Dinka-stam, op 23 juli 2013 het hele kabinet heeft ontbonden en vicepresident Riek Machar, een Nuer, heeft ontslagen; overwegende dat president Kiir in november 2013 alle leidinggevende instanties van het Volksbevrijdingsleger van Sudan (Sudan People’s Liberation Army, SPLM), inclusief het politieke bureau, de nationale conventie en de nationale bevrijdingsraad, heeft ontbonden;

C. overwegende dat hooggeplaatste leden van het politieke bureau van het SPLM, inclusief ondervoorzitter van de partij Riek Machar op 14 december 2013 een vergadering van de nationale bevrijdingsraad hebben verlaten wegens "het ontbreken van een geest van dialoog";

D. overwegende dat op 15 december 2013 militaire confrontaties hebben plaatsgehad tussen presidentiële gardes in legerkazernes in Juba, de Zuid-Sudanese hoofdstad, en president Kiir Riek Machar heeft beschuldigd van een poging om de macht te grijpen;

E.  overwegende dat op 16 december 2013 gevechten zijn begonnen die zich buiten Juba hebben verspreid tot het gebied rond Jonglei;

F.  overwegende dat de Sudanese regeringstroepen sinds september 2011, d.w.z. vóór de situatie medio december 2013 erger werd, in het wilde weg bombardementen hebben uitgevoerd in de staat Blauwe Nijl, daarbij tastbare angst zaaiend onder de daar wonende burgers;

G. overwegende dat een Nuer-militie onder leiding van Peter Gadet, de gedeserteerde commandant van de 8e divisie, op 19 december 2013 heeft verklaard Bor, de hoofstad van de staat Jonglei, te hebben ingenomen; overwegende dat de stad Bor eind december 2013, begin januari 2014 is ingenomen en weer heroverd door vertegenwoordigers zowel van het leger als van de rebellen en overwegende dat het leger sinds 4 januari strijdt om de stad weer in handen te krijgen;

H. overwegende dat de regering op 21 december 2013 heeft bevestigd de controle te hebben verloren over Bentiu, de hoofdstad van de essentiële, olieproducerende staat Eenheid, aan generaal James Koang, een Nuer-commander die loyaal is aan Machar, hoewel Machar dit heeft ontkend; overwegende dat VN-onderzoekers te midden van de uitbraak van geweld volgens etnische scheidslijnen in Zuid-Sudan een massagraf hebben ontdekt in Bentiu, een stad die onder controle is van de rebellen, en dat de rebellen volgens minister van informatie Michael Makuei Lueth als schuldig voor de moorden kunnen worden beschouwd;

I.   overwegende dat het conflict zich heeft uitgebreid naar de oliegebieden en dat eind december 2013 in vijf van de tien staten in Zuid-Sudan melding was gemaakt van gevechten, inclusief Jonglei, Eenheid, Boven-Nijl en Centraal-Evenaarsgebied, en dat ook melding is gemaakt van etnisch geweld in het hele land; overwegende dat president Salva Kiir op 2 januari 2014 de noodtoestand heeft afgekondigd in Eenheid en Jonglei, twee staten waarvan Machargetrouwe rebellen de hoofstad onder controle hebben;

J.   overwegende dat de rebellen op 24 december 2013 de stad Malakal, hoofdstad van Boven-Nijl, waaruit alle ruwe olie van Zuid-Sudan afkomstig is, binnen zijn getrokken en overwegende dat het leger op 27 december heeft verklaard de stad weer volledig onder controle te hebben gekregen;

K. overwegende dat de regeringstroepen van Zuid-Sudan op 30 december 2013 een confrontatie hebben gehad met militieleden van het etnische Witte Leger en andere rebellengroepen die loyaal zijn aan Machar in de buurt van Bor, waar de vijandigheden het hoogst oplaaien, en dat een woordvoerder van de rebellen heeft ontkend dat de militieleden van het Witte Leger gehoorzamen aan Machar; overwegende dat het conflict volgens de VN-missie in Zuid-Sudan (UNMISS) wel is begonnen als politieke machtsstrijd, maar een etnische dimensie heeft gekregen en dat er bewijs is van etnische moorden;

L.  overwegende dat er onlangs aanvallen tegen Nuba, illegale executies, massaverkrachtingen en willekeurige arrestaties van in het Nuba-gebergte wonende burgers zijn geweest; overwegende dat Sudanese regeringsmilities en de Sudanese strijdkrachten gedurende de laatste twee weken van december 2013 met de hulp van veiligheidselementen aanvallen hebben uitgevoerd tegen een groot aantal gebieden rond Kadugli en Dillanj, dat duizenden burgers hun woonplaats zijn ontvlucht en dat melding is gemaakt van illegale executies en massaverkrachtingen van vrouwen;

M. overwegende dat vertegenwoordigers van president Salva Kiir en Riek Machar elkaar op 5 januari 2014 hebben ontmoet in Ethiopië voor de start van vredesgesprekken met focus op een staakt-het-vuren en de vrijlating van politieke gevangenen; overwegende dat de gevechten ondanks deze gesprekken voortduren; overwegende dat het belangrijkste geschilpunt de vrijlating is van gevangenen die worden beschuldigd van het plannen van een staatsgreep medio december;

N. overwegende dat op 3 september 2013 een topontmoeting is georganiseerd tussen de presidenten van Sudan en Zuid-Sudan in Khartoem; overwegende dat beide partijen hun engagement hebben hernieuwd om voort te gaan met de uitvoering van de overeenkomsten van Addis van 27 september 2012, onder leiding van het uitvoeringspanel op hoog niveau van de Afrikaanse Unie dat wordt voorgezeten door president M'Beki, en te werken aan een oplossing voor de overige onopgeloste kwesties, inclusief de definitieve status van Abyei en aangelegenheden in verband met de grenzen; overwegende dat deze gesprekken een positieve stap zijn in de richting van de stabilisering van Zuid-Sudan;

O. overwegende dat steeds meer burgers vluchten naar de buurlanden; overwegende dat het geweld volgens Toby Lanzer, humanitair coördinator in Zuid-Sudan, de laatste twee weken ongeveer 200 000 mensen heeft verdreven uit hun woonplaats en voor vele honderdduizenden mensen gevolgen heeft gehad op indirecte wijze; overwegende dat de VN op 18 december 2013 heeft gemeld dat 13 000 mensen een schuilplaats voor de gevechten hebben gevonden in de twee VN-kampen in Juba; overwegende dat deze crisis gevolgen dreigt te hebben voor een veel ruimer gebied dat al vatbaar is voor instabiliteit en dat hierbij op elk moment rekening moet worden gehouden bij de internationale respons op het terrein;

P.  overwegende dat de Afrikaanse Unie bemiddelt om de crisis in Zuid-Sudan te beëindigen; overwegende dat de Afrikaanse Unie en de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (Intergovernmental Authority on Development, IGAD) bij diverse gelegenheden hebben opgeroepen tot de afkondiging in Zuid-Sudan van een onmiddellijk staakt-het-vuren;

Q. overwegende dat de VN hun aanwezigheid op het terrein hebben opgevoerd, inclusief het zenden van drie helikopters naar de Zuid-Sudanese hoofdstad Juba begin januari 2014 om te helpen de vredeshandhavingsbases van de Verenigde Naties in het land te versterken; overwegende dat deze inspanning past in het kader van een door de Veiligheidsraad goedgekeurd plan om de wapensterkte van UNMISS te verdubbelen tot bijna 14 000, om te proberen bescherming te bieden aan de burgers die de gevolgen ondervinden van de drie weken durende permanente gevechten tussen regeringsgezinde en regeringsvijandige troepen;

R.  overwegende dat momenteel 62 000 burgers in Zuid-Sudan worden beschermd door VN-vredestroepen in de VN-bases;

S.  overwegende dat de EU haar ontwikkelingshulp aanzienlijk heeft opgevoerd om in de behoeften van Zuid-Sudan te voorzien; overwegende dat de EU op 23 december 2013 heeft aangekondigd 50 miljoen EUR te zullen verstrekken voor humanitaire hulp in Zuid-Sudan, om te voorzien in basisbehoeften en omdat de algemene toestand is erkend als zijnde een van de ergste humanitaire crises van dit moment; overwegende dat de humanitaire hulp van de EU hiermee voorlopig komt op 170 miljoen EUR voor de begrotingsjaren 2013 en 2014;

T.  overwegende dat het mandaat van de missie van de Europese Unie inzake luchtvaartbeveiliging in Zuid-Sudan (European Union Aviation Security Mission in South Sudan, EUAVSEC) liep tot januari 2014; overwegende dat deze missie was bedoeld voor de beveiliging van de internationale luchthaven van Juba;

1.  spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de snel erger wordende veiligheids- en humanitaire crisis in Zuid-Sudan als gevolg van het politieke geschil en het hieruit voortvloeiende geweld waaraan 's lands politieke leiders schuld zijn; wijst erop dat dit ernstig gevaar oplevert voor de stabiliteit en de langetermijnveiligheid in Zuid-Sudan, alsmede voor de stabiliteit van de regio als geheel;

2.  veroordeelt krachtig de wreedheden die tegen onschuldige burgers van diverse gemeenschappen worden begaan door elementen van beide kanten en de gemelde schendingen van de mensenrechten en misdaden die worden begaan door alle partijen, inclusief gewapende groepen en de nationale veiligheidsdiensten; veroordeelt krachtig de aanval van 19 december 2013 tegen het UNMISS-kamp in Akobo, waardoor twee Indische soldaten zijn omgekomen en een derde gewond is geraakt en waardoor op zijn minst 20 mensen zijn omgekomen die bij UNMISS bescherming zochten; veroordeelt degenen die aansprakelijk zijn voor schendingen van het internationale humanitaire recht en het internationale recht op het gebied van de mensenrechten en benadrukt het feit dat zij aansprakelijk moeten worden gesteld en moeten worden vervolgd; veroordeelt krachtig de aanvallen op olie-installaties, die vele slachtoffers hebben gemaakt onder de werknemers in de olie-industrie, en verzoekt alle partijen te zorgen voor de veiligheid van de economische infrastructuur en de veiligheid van de werknemers; is tevreden met het besluit van de Afrikaanse Unie om een commissie op te richten om de mensenrechtenschendingen en andere misdaden te onderzoeken;

3.  vraagt de onmiddellijke stopzetting van de pesterijen jegens en illegale arrestatie van leden van de oppositie die op legale en vreedzame wijze hun recht uitoefenen op vrije meningsuiting en vergadering;

4.  bevestigt opnieuw sterk gehecht te zijn aan de soevereiniteit, onafhankelijkheid, eenheid en territoriale integriteit van de Republiek Zuid-Sudan;

5.  vraagt beide partijen zich te houden aan de grondwet en de bij de grondwet gecreëerde instellingen te eerbiedigen;

6.  merkt op dat Zuid-Sudan beschikt over grote oliereserves en dat deze een potentiële bron van spanning zijn;

7.  veroordeelt de gevechten en het gerichte geweld tegen burgers en specifieke etnische en andere gemeenschappen die zich in het hele land voordoen en die geleid hebben tot honderden doden en gewonden, meer dan 300 000 ontheemden en 30 000 vluchtelingen in de buurlanden (Oeganda, Kenia, Ethiopië en Sudan); maakt zich zorgen over het feit dat het conflict een etnisch conflict is geworden tussen verschillende groepen in Zuid-Sudan en dat het kan leiden tot een burgeroorlog;

8.  maakt zich zorgen over de humanitaire situatie in het land, met name voor de Zuid-Sudanese staatsburgers die ontheemd zijn of gevlucht zijn naar de buurlanden; verzoekt alle partijen te zorgen voor veilige en ongehinderde toegang voor humanitaire organisaties;

9.  maakt zich grote zorgen dat Zuid-Sudan dreigt af te glijden naar een ramp zowel voor zijn bevolking als voor de stabiliteit van de regio, gelet op de mogelijkheid van een militaire ingreep zowel door Sudan als door Zuid-Sudan voor de controle over de strategische oliesites; wijst erop dat de situatie in Zuid-Sudan een gevaar blijft vormen voor de internationale vrede en veiligheid in de regio;

10. is tevreden met de start van de Zuid-Sudanese vredesgesprekken en moedigt de hierbij betrokken personen aan hun gesprekken onder de auspiciën van de IGAD voort te zetten; vraagt een onmiddellijk akkoord over een staakt-het-vuren, monitoring en toegang voor de verlening van humanitaire hulp;

11. benadrukt het feit dat een algemene politieke oplossing, met inbegrip van overeenstemming over een staakt-het-vuren en de vrijlating van politieke gevangenen, van vitaal belang is om een oplossing voor de crisis te vinden en de weg te effenen voor een duurzame ontwikkeling van Zuid-Sudan;

12. moedigt de regering van de Republiek Zuid-Sudan aan een gebaar te stellen van goede wil door onmiddellijk alle gearresteerde politici die niet bij de voortdurende gevechten zijn betrokken, vrij te laten, zodat zij effectief kunnen meewerken aan een vreedzame oplossing van het conflict;

13. moedigt de buurlanden, de regionale organisaties en de internationale gemeenschap aan hun inspanningen om het geweld te beëindigen voort te zetten; spreekt zijn steun uit voor de bemiddeling door de IGAD; is tevreden met het werk van speciale vertegenwoordiger van de VN en UNMISS-hoofd Hilde Johnson en met het werk van de Afrikaanse Unie en is tevreden met de versterking van de UNMISS-capaciteit voor onderzoek op het gebied van de mensenrechten, met de ondersteuning van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten;

14. is tevreden met de humanitaire hulp die met name door de EU, de Afrikaanse Unie en de VN wordt verleend aan de slachtoffers van het conflict en de ontheemden in Zuid-Sudan en verzoekt deze instellingen en andere internationale en regionale partners om de wederopbouw van Zuid-Sudan en het vredesproces in het land actief te ondersteunen; verzoekt de Zuid-Sudanese autoriteiten met alle regionale en internationale partners samen te werken om het land te stabiliseren;

15. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Veiligheidsraad en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de instellingen van de Afrikaanse Unie, de Economische Gemeenschap van Centraal-Afrikaanse Staten, de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en de lidstaten van de Europese Unie.

 

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0248.

Juridische mededeling - Privacybeleid