Procedure : 2014/2512(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0032/2014

Ingediende teksten :

B7-0032/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/01/2014 - 8.10
CRE 16/01/2014 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0042

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 129kWORD 59k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0018/2014
13.1.2014
PE527.222v01-00
 
B7-0032/2014

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Zuid-Sudan (2014/2512(RSP))


Véronique De Keyser, Ricardo Cortés Lastra, Ana Gomes, Norbert Neuser, Tanja Fajon, Liisa Jaakonsaari, Pino Arlacchi namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Zuid-Sudan (2014/2512(RSP))  
B7‑0032/2014

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over Zuid-Sudan, met name die van 10 december 2013 over de inspanningen van de internationale gemeenschap ten behoeve van de ontwikkeling en de staatsopbouw in Zuid-Sudan(1),

–   gezien de verklaringen van 2 januari 2014 en 24 december 2013 van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Catherine Ashton over de situatie in Zuid-Sudan,

–   gezien de conclusies van de Raad van 22 juli 2013 over Sudan en Zuid-Sudan,

–   gezien de lokale EU-verklaring van 20 december 2013 van de delegatie van de Europese Unie,

–   gezien de resoluties 2132(2013) van 24 december 2013 en 2126(2013) van 25 november 2013 van de VN-Veiligheidsraad,

–   gezien de besprekingen over de situatie in Zuid-Sudan, die werden aangevraagd door de Raad voor vrede en veiligheid van de Afrikaanse Unie, met name tijdens zijn vergadering van 30 december 2013 in Banjul, en door de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD) tijdens haar topbijeenkomst van 27 december 2013 in Nairobi,

–   gezien de alomvattende vredesovereenkomst (CPA) voor Sudan van 2005,

–   gezien het stappenplan voor Sudan en Zuid-Sudan zoals vervat in het door de Raad voor vrede en veiligheid van de Afrikaanse Unie op 24 april 2012 uitgebrachte communiqué, waar de EU volledig achter staat,

–   gezien de persverklaring van de Afrikaanse Unie die zij op 4 januari 2014 heeft afgegeven namens de voorzitter van de Commissie van de Afrikaanse Unie, dr. Nkosazana Dlamini-Zuma,

–   gezien de verklaring van het uitvoerend secretariaat van de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD) van 19 december 2013,

–   gezien de herziene Overeenkomst van Cotonou,

–   gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–   gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–   gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat op 15 december 2013 in Zuid-Sudan een gewapend conflict is uitgebroken tussen etnische groepen en het geweld sindsdien dramatisch is toegenomen, wat heeft geleid tot een verslechtering van de situatie en een grootschalige humanitaire crisis;

B.  overwegende dat de crisis is losgebarsten toen president Kiir verklaarde dat troepen die trouw zijn gebleven aan Riek Machar, de gewezen vicepresident die in juli uit zijn ambt werd ontheven, hadden geprobeerd een staatsgreep te plegen; overwegende dat president Kiir tot de etnische groep Dinka behoort en Machar tot de Lou Nuer, en dat het conflict steeds meer wordt gekenmerkt door berichten van etnisch gericht geweld;

C. overwegende dat volgens de VN reeds bijna 1 000 mensen zijn omgekomen en meer dan 200 000 burgers zijn ontheemd als gevolg van het conflict, en dit in vier staten, namelijk Centraal-Evenaarsgebied, Jonglei, Eenheid en Boven-Nijl; overwegende dat het aantal Zuid-Sudanezen dat een onderkomen zoekt in de buurlanden gestegen is tot ongeveer 22 610, waarvan er zo'n 13 000 sinds 15 december de grens met Uganda zijn overgestoken en ongeveer 5 290 vluchtelingen in Ethiopië zijn aangekomen;

D. overwegende dat reeds vóór het gewapend conflict van december 2013 naar schatting 3,1 miljoen mensen humanitaire hulp nodig hadden;

E.  overwegende dat de actieve vijandelijkheden de grootste uitdaging vormen voor de toegang van humanitairehulpoperaties; overwegende dat de toegang tot voedsel overal in het land beperkt blijft en dat de verdeling van basisvoedsel en –levensmiddelen met name in Bor en Bentiu noodzakelijk is; overwegende dat geweld en de noodzaak om te vluchten ertoe hebben geleid dat veel mensen hun middelen van bestaan, met name hun voedselvoorziening, zijn kwijtgeraakt, en dat dit uiteindelijk tot een voedselcrisis kan leiden;

F.  overwegende dat volgens de VN, de hulpgoederen voor zo'n 62 000 mensen die een onderkomen gevonden hebben in VN-kampen in Zuid-Sudan, bijna opgebruikt zijn; overwegende dat cholera en de mazelen dreigen uit te breken en dat er dringend nood is aan basisgezondheidszorg, zuiver water en betere sanitaire omstandigheden;

G. overwegende dat de partijen die bij het conflict in Zuid-Sudan zijn betrokken, op 7 januari 2014 in Addis Abeba onderhandelingen zijn gestart onder de auspiciën van de IGAD; overwegende dat het staken van de vijandelijkheden, de opening van humanitaire corridors, de kwestie van politieke gevangenen en de bescherming van de burgerbevolking de belangrijkste agendapunten van deze besprekingen zullen zijn;

H. overwegende dat ondanks de lopende vredesbesprekingen de veiligheidssituatie alarmerend blijft, waarbij de gevechten blijven aanhouden op een aantal plaatsen in Zuid-Sudan, onder meer in de omgeving van Bor in de staat Jonglei en in delen van de staten Eenheid en Boven-Nijl;

I.   overwegende dat de VN-Veiligheidsraad een resolutie heeft goedgekeurd waardoor 5 500 militairen en 440 politieagenten extra zullen worden gestuurd en de totale capaciteit van de VN-missie in Zuid-Sudan zo zal worden vergroot;

J.   overwegende dat de Commissie levensreddende acties steunt, waarbij in 2012/2013 bijna 160 miljoen EUR aan humanitaire hulp werd toegekend; overwegende dat zij in 2014 tevens 50 miljoen EUR beschikbaar stelt om tegemoet te komen aan de steeds grotere en intensere humanitaire crisis in het land;

K. overwegende dat het VN-Bureau voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA) een oproep van in totaal 166 miljoen USD heeft gelanceerd om tegemoet te komen aan de crisis en van januari t/m maart naar schatting 628 000 mensen te helpen;

L.  overwegende dat hulporganisaties op 31 december 2013 het crisisplan voor Zuid-Sudan hebben gelanceerd in de hoop 209 miljoen USD te verzamelen om tegemoet te komen aan de behoeften van de huidige crisis;

M. overwegende dat elf politici in Zuid-Sudan gevangen zijn genomen; overwegende dat zij zonder aanklacht worden vastgehouden en dat een van hen Pagan Amum is, de gewezen secretaris-generaal van de regerende Volksbevrijdingsbeweging van Sudan;

N. overwegende dat het Internationaal Strafhof twee arrestatiebevelen heeft uitgevaardigd tegen president al-Bashir, die ervan wordt beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide, begaan door Sudanese troepen en hun bevriende Janjaweed-militie in Darfur, Sudan;

O. overwegende dat er in Zuid-Sudan een tekort is aan basisdiensten zoals veilig water, sanitaire voorzieningen en gezondheidszorg; overwegende dat één kind op vijf sterft vóór de leeftijd van vijf jaar en één zwangerschap op zes uitmondt in het overlijden van de moeder, dat 20% van de bevolking ondervoed is en dat dodelijke epidemieën vaak voorkomen en zich gemakkelijk verspreiden; overwegende dat voedselonzekerheid elk jaar een gevaar is voor meer dan een miljoen mensen;

P.  overwegende dat staatsopbouw en het overwinnen van fragiliteit een langetermijnperspectief en een solide, voorspelbare en stabiele betrokkenheid van de internationale gemeenschap vereisen;

Q. overwegende dat Zuid-Sudan in grote mate afhankelijk is van de olieproductie en momenteel qua export volledig afhankelijk is van Sudan, en dat deze situatie niet alleen economisch onhoudbaar is maar ook een instrument vormt om druk uit te oefenen op het nieuwe land, wat tot bijkomende spanningen leidt;

R.  overwegende dat de olieproductie van Zuid-Sudan met 45 000 vaten per dag is gedaald tot 200 000 vaten per dag nadat de olievelden in de noordelijke staat Eenheid als gevolg van de gevechten werden gesloten;

1.  spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de recente geweldspiraal in Zuid-Sudan, die ernstige gevolgen heeft op humanitair gebied, op het gebied van veiligheid en op politiek, economisch en sociaal gebied in een land dat al fragiel en onbestendig is, en die de hele Oost-Afrikaanse regio kan destabiliseren;

2.  veroordeelt krachtig de recentste uitbarstingen van gevechten in Zuid-Sudan en verzoekt alle partijen hun wapens neer te leggen en onmiddellijk een einde te maken aan het geweld dat heeft gezorgd voor doden, gewonden en schade onder de burgerbevolking en voor de ontheemding van meer dan 200 000 mensen sinds de crisis in december 2013 is begonnen;

3.  dringt er bij alle betrokken partijen op aan het internationale humanitaire recht en het internationale recht op het gebied van de mensenrechten te eerbiedigen, alsmede toegang en bescherming te verlenen aan de humanitaire organisaties die de lijdende burgerbevolking te hulp komen en humanitaire corridors open te stellen voor de levering van hulpmiddelen en apparatuur; verzoekt alle strijdende partijen in het land vluchten toe te staan om de humanitaire posten te bevoorraden;

4.  steunt ten volle de lopende onderhandelingen in Addis Abeba om te komen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en tot duurzame vrede en stabiliteit; dringt er aan regerings- en aan rebellenzijde op aan om te goeder trouw onvoorwaardelijke, inclusieve en omvattende politieke gesprekken te voeren, met het oog op een succesvolle afsluiting van de onderhandelingen; is ingenomen met de inspanningen van de Afrikaanse Unie en de IGAD ter bevordering van een inclusieve dialoog en bemiddeling;

5.  moedigt alle buurlanden van Zuid-Sudan aan nauw samen te werken om de veiligheidssituatie in de regio te verbeteren;

6.  verzoekt alle partijen onmiddellijk een einde te maken aan alle mensenrechtenschendingen, inclusief deze die worden begaan ten aanzien van vluchtelingen en ontheemden, vrouwen en personen die tot kwetsbare groepen behoren, alsook ten aanzien van journalisten, en dringt erop aan dat degenen die zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen aansprakelijk worden gesteld;

7.  is ingenomen met het besluit van de Raad voor vrede en veiligheid van de Afrikaanse Unie om een commissie op te richten om de mensenrechtenschendingen en andere misdaden te onderzoeken en werkwijzen en instrumenten aan te bevelen om te zorgen voor het afleggen van verantwoording, voor verzoening en voor het helen van de wonden tussen alle gemeenschappen;

8.  benadrukt dat het belangrijk is dat de Zuid-Sudanese regering en haar internationale partners nieuwe inspanningen leveren om door te gaan met de ontwapening, demobilisatie en herintegratie van gewapende groeperingen en om een ruime hervorming van de beveiligingssector door te voeren;

9.  betreurt het besluit van de hoge vertegenwoordiger van de EU om het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de EU voor Sudan/Zuid-Sudan te beëindigen, gezien de ernstige politieke onrust in Sudan en de gewapende conflicten; is van mening dat de EU zonder speciale vertegenwoordiger voor Sudan/Zuid-Sudan bij internationale onderhandelingen en inspanningen aan de zijlijn zal staan; verzoekt de hoge vertegenwoordiger daarom dit besluit in te trekken en het mandaat van de speciale vertegenwoordiger voor Sudan/Zuid-Sudan te verlengen;

10. verzoekt de internationale gemeenschap haar financieringstoezeggingen aan Zuid-Sudan en de regio na te komen, en met name de ernstige tekorten inzake voedselhulp, noodonderkomens en bescherming aan te pakken;

11. benadrukt dat het noodzakelijk is grote investeringen te doen op het gebied van infrastructuur, de verlening van basisdiensten en de agrarische ontwikkeling in Zuid-Sudan;

12. dringt er bij de regering van Zuid-Sudan op aan de nodige politieke en economische hervormingen door te voeren om oplossingen aan te reiken voor de problemen van het land inzake wanbestuur, chronische armoede, toenemende corruptie en onveiligheid;

13. verzoekt Zuid-Sudan met klem de Overeenkomst van Cotonou tussen de EU en de ACS-landen te ratificeren, opdat de EU haar verbintenissen op de lange termijn ten aanzien van de ontwikkeling van Zuid-Sudan kan nakomen;

14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering van Zuid-Sudan, de mensenrechtencommissaris van Zuid-Sudan, de Nationale Wetgevende Vergadering van Zuid-Sudan, de instellingen van de Afrikaanse Unie, de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

 

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0546.

Juridische mededeling - Privacybeleid