Procedure : 2013/2882(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0072/2014

Ingediende teksten :

B7-0072/2014

Debatten :

PV 05/02/2014 - 20
CRE 05/02/2014 - 20

Stemmingen :

PV 06/02/2014 - 9.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0104

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 156kWORD 80k
28.1.2014
PE527.281v01-00
 
B7-0072/2014

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over het voortgangsverslag 2013 betreffende Montenegro (2013/2882(RSP))


Charles Tannock namens de Commissie buitenlandse zaken

Resolutie van het Europees Parlement over het voortgangsverslag 2013 betreffende Montenegro (2013/2882(RSP))  
B7‑0072/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst van 29 maart 2010 tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds(1),

–       gezien de conclusies van de Europese Raad van 19 en 20 juni 2003 en de bijlage daarbij met als titel "De agenda van Thessaloniki voor de Westelijke Balkan: op weg naar Europese integratie",

–       gezien de mededeling van de Commissie van 9 november 2010 aan het Europees Parlement en de Raad over het advies van de Commissie betreffende het verzoek van Montenegro om toetreding tot de Europese Unie (COM(2010)0670),

–       gezien het verslag van 22 mei 2012 van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de vorderingen van Montenegro bij de uitvoering van de hervormingen (COM(2012)0222) en de conclusies van de Raad van 26 juni 2012 met het besluit om op 29 juni 2012 de toetredingsonderhandelingen te openen met Montenegro,

–       gezien de conclusies van de Raad Algemene zaken van 11 december 2012 over de uitbreiding en het stabilisatie- en associatieproces,

–       gezien de mededeling van de Commissie met de titel "Uitbreidingsstrategie en belangrijke uitdagingen 2013-2014" van 16 oktober 2013 (COM(2013)0700) en het daarbij gevoegde werkdocument van de diensten van de Commissie SWD(2013)0411 getiteld "Voortgangsverslag 2013 over Montenegro";

–       gezien de verklaring en de aanbevelingen van de zesde bijeenkomst van het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité EU-Montenegro van 29-30 april 2013,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Montenegro, onder meer zijn resolutie van 22 november 2012 over uitbreiding: beleid, criteria en strategische belangen van de EU(2),

–       gezien zijn resolutie van 22 oktober 2013 over het begrotingsbeheer van de pretoetredingsmiddelen van de Europese Unie op het gebied van de rechtsstelsels en de strijd tegen corruptie in de kandidaat-landen en potentiële kandidaat-landen en zijn opmerkingen over Montenegro(3),

–       gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat EU-toetreding een belangrijke drijvende kracht moet blijven achter aanhoudende politieke, sociale en economische hervormingen;

B.     overwegende dat de EU van de rechtsstaat het kernpunt van het uitbreidingsproces heeft gemaakt;

C.     overwegende dat Montenegro vooruitgang heeft geboekt met betrekking tot zijn integratie in de EU en dat het hele politieke spectrum en de samenleving in het algemeen enthousiast zijn over het Europese project; overwegende dat het land erin is geslaagd om de hoofdstukken 25 en 26 voorlopig af te sluiten;

D.     overwegende dat de handhaving van de rechtsstaat, met name via hervormingen van het rechtsstelsel, en de bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad de hoogste prioriteit hebben; overwegende dat de screening van alle hoofdstukken is afgerond; overwegende dat de onderhandelingen over de hoofdstukken 23 en 24 in december 2013 zijn geopend, overeenkomstig de "nieuwe benadering" van de Commissie om de hervormingen van de rechtspraak en het binnenlands beleid vroeg in het toetredingsproces aan te pakken;

E.     overwegende dat de onafhankelijkheid en de doeltreffendheid van de rechterlijke macht door de recente grondwetshervormingen zullen worden vergroot, zodra die volledig zijn doorgevoerd;

F.     overwegende dat financiële corruptie en georganiseerde misdaad, ook binnen instellingen, alsmede electorale wanpraktijken een ernstige bron van zorgen blijven; overwegende dat Montenegro deze moet aanpakken en degelijke resultaten moet boeken op het vlak van de rechtsstaat;

G.     overwegende dat het maatschappelijk middenveld een belangrijke rol speelt in het proces van hervorming en EU-toetreding;

H.     overwegende dat regionale samenwerking bijzonder belangrijk is voor de politieke stabiliteit en voor de veiligheid en economische ontwikkeling in Montenegro en de gehele regio;

Toetredingsonderhandelingen

1.      is ingenomen met de opening van vijf nieuwe onderhandelingshoofdstukken in december 2013; is voorstander van meer schot brengen in de toetredingsonderhandelingen, op voorwaarde dat er hervormingen worden nagestreefd en doorgevoerd en er concrete resultaten worden geboekt;

2.      is ingenomen met de actieplannen van de regering met betrekking tot de hoofdstukken 23 en 24, die een uitgebreide hervormingsagenda bevatten en het ijkpunt vormen voor de opening van deze hoofdstukken;

3.      juicht toe dat de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld bij de onderhandelingsstructuren zijn betrokken; merkt desalniettemin op dat organisaties van het maatschappelijk middenveld de regering ertoe hebben opgeroepen zoveel mogelijk transparantie te tonen gedurende het onderhandelings- en toetredingsproces, onder meer door een bredere selectie van organisaties bij de werkgroepen te betrekken en uitgebreide nationale raadplegingen te organiseren;

4.      onderstreept de verantwoordelijkheid van zowel de regering als het parlement om de communicatie met het publiek te verbeteren en om alle belanghebbende partijen, organisaties van het maatschappelijk middenveld en het algemene publiek tijdig en op transparante wijze in kennis te stellen van de ontwikkelingen in de toetredingsonderhandelingen en om hun brede deelname aan dit proces te vergemakkelijken;

Politieke criteria

5.      dringt er bij alle politieke machten, zowel in de regering als in de oppositie, alsmede bij de belangrijkste sociale en economische actoren op aan om door middel van een duurzame dialoog en constructieve samenwerking de aandacht te blijven richten op de agenda inzake EU-integratie van het land;

6.      is ingenomen met de versterking van de toezichthoudende rol van het Montenegrijnse parlement, onder meer via hoorzittingen voor controle en raadpleging; dringt echter aan op een krachtigere follow-up van de conclusies van de hoorzittingen, beter toezicht op de uitvoering van aangenomen wetgeving en actievere parlementaire betrokkenheid bij de onderhandelingen; is ingenomen met de resolutie over de methode, de kwaliteit en de dynamiek van het EU-integratieproces van Montenegro, die op 27 december 2013 door het parlement van Montenegro is aangenomen; is van mening dat het parlement en de organisaties van het maatschappelijk middenveld volledig moeten worden betrokken bij het integratieproces en dat dit proces brede democratische steun nodig heeft;

7.      betreurt het feit dat een enquêtecommissie die naar aanleiding van het beruchte schandaal rond audio-opnamen dat dit jaar speelde belast was met onderzoek naar vermeend misbruik van overheidsmiddelen voor partijpolitieke doeleinden, geen politieke conclusies heeft getrokken in haar eindverslag en de gerechtelijke afhandeling in dit opzicht onvolledig is gebleven; onderstreept hoe belangrijk het is om in voorkomend geval grondig onderzoek te verrichten en passende actie te ondernemen; roept de verantwoordelijke Montenegrijnse autoriteiten derhalve op tot een snelle, vrije en eerlijke afronding van de gerechtelijke procedure, met de samenwerking van alle relevante partijen, waarbij alle delicten zorgvuldig, objectief en volledig in overeenstemming met de wet worden onderzocht; is voorts ingenomen met het onlangs aangekondigde onderzoek naar het schandaal rond video-opnamen in Cetinje, waarbij iedereen die inbreuk heeft gepleegd op de kieswet passende sancties krijgt opgelegd op basis van een eerlijk proces;

8.      benadrukt dat het vertrouwen van de bevolking in het kiesstelsel en de democratische structuren moet worden verbeterd en verzoekt het parlement de herziening van het kiesrecht te versnellen door de wetten die de verkiezingen en de financiering van politieke partijen regelen, te wijzigen, met inbegrip van de ontwerpwetgeving over één enkele kiezerslijst en de ontwerpwijzigingen van de wet op de identiteitskaarten; onderstreept dat het één-kiezersregister volledig transparant en aan controle onderworpen moet zijn; benadrukt dat deze hervormingen in overeenstemming met de sinds lang bestaande aanbevelingen van de OVSE en het ODIHR en volledig transparant moeten zijn, en dat het maatschappelijk middenveld erbij moet worden betrokken; steunt de oproep van de Commissie om een duidelijke, algemeen aanvaarde afbakening van openbare en partijpolitieke belangen vast te stellen; verzoekt de regering proactief informatie te publiceren over de staatssteun aan individuen en bedrijven, werkgelegenheid in de openbare dienstensector en andere uitgaven die van invloed kunnen zijn op het stemgedrag; merkt op dat de perceptie van corruptie net zo schadelijk kan zijn als corruptie zelf;

9.      benadrukt hoe belangrijk hervormingen van het openbaar bestuur zijn voor de toepassing van het acquis; is van oordeel dat het van essentieel belang is om het coördinatie- en toezichtmechanisme voor de uitvoering van de strategie voor overheidsdiensten te versterken en aanvullende maatregelen te treffen voor het scheppen van een transparant, professioneel, doeltreffend en op verdiensten gebaseerd openbaar bestuur; roept de autoriteiten op om bij de werving en het ontslag van ambtenaren niet de indruk te wekken dat het ambtenarenapparaat verder wordt gepolitiseerd; verzoekt tevens om de onafhankelijkheid en de capaciteiten van de diensten van de Ombudsman te versterken;

10.    is ingenomen met de grondwettelijke amendementen die tot doel hebben de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te vergroten door de politieke invloed op de benoeming van de openbare aanklagers en rechterlijke ambtenaren op alle niveaus te verlagen, via transparantere, op verdiensten gebaseerde procedures, en met name door de hoogste openbare aanklager te kiezen; neemt evenwel nota van het initiatief van de Ombudsman om de grondwettelijkheid van deze amendementen en van de bepalingen van de wet op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de verkiezing van de rechters van dat hof te beoordelen; verzoekt de bevoegde autoriteiten degelijke resultaten te boeken op het gebied van tuchtprocedures en te zorgen voor tijdige rechtspraak, in combinatie met de eenmaking van de jurisprudentie; verzoekt voorts om aanvullende wetgevings- en andere maatregelen te treffen en ten uitvoer te leggen om de politisering van de rechterlijke macht in de praktijk verder terug te dringen, onder meer door de prestaties van de rechterlijke macht objectief te evalueren, de verantwoordingsplicht van de rechterlijke macht duidelijk aan te tonen in overeenstemming met de aanbevelingen van de Commissie van Venetië, en promoties te baseren op verdiensten; onderstreept tevens dat de onafhankelijkheid van de strafrechtbanken ten opzichte van de uitvoerende macht moet worden gewaarborgd;

11.    is ingenomen met de stappen die zijn gezet om het rechtsstelsel te stroomlijnen, een doeltreffende rechtspraak te bevorderen en de achterstand met de te behandelen gevallen verder weg te werken; maakt zich evenwel zorgen over de duur van de rechtsgang, de gebrekkige infrastructuur van vele rechtbanken, de zwakke handhaving van civiele en administratieve besluiten en het gebrek aan financiële middelen voor de rechterlijke macht en de aanklagers; pleit ervoor de capaciteiten van raden voor justitie en rechtsvervolging uit te breiden en de verantwoordingsplicht en integriteitsgaranties binnen het rechtsstelsel te versterken; dringt bovendien aan op maatregelen om de toegang van burgers tot de civiele rechtspraak en schadeloosstelling te waarborgen, in overeenstemming met de Europese normen; dringt er bij de rechtbanken op aan de bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad transparanter en controleerbaarder te maken;

12.    pleit voor een passende follow-up van buitengewone verslagen over oorlogsmisdaden om zo een einde te maken aan straffeloosheid, waarbij oorlogsmisdaden strenger, doeltreffender en transparanter worden onderzocht en vervolgd; benadrukt dat er aanvullende actie moet worden ondernomen om niet alleen straffeloosheid, maar ook de schijn daarvan te bestrijden; spoort de autoriteiten in dit verband aan de richtsnoeren voor de strafbepaling te herzien en het schijnbaar onevenredig hoge aantal vrijspraken in het geval van de ernstigste misdrijven te onderzoeken;

13.    looft de regering voor haar strategie voor justitiële hervorming 2007-2012, maar maakt zich zorgen over de trage uitvoering ervan; merkt op dat de voorbereidingen van de strategie voor 2013-2018 zich in een gevorderd stadium bevinden; verzoekt de regering van Montenegro derhalve zich in algemene zin te richten op de uitvoering van de bestaande strategieën, met uitgebreide en in het openbaar besproken evaluaties, en niet simpelweg de bestaande strategieën te vervangen zonder de vereiste beoordeling te verrichten; pleit ervoor dat controleorganen voor strategieën en actieplannen de norm worden;

14.    benadrukt dat er aanvullende inspanningen moeten worden verricht op het gebied van corruptiebestrijding en verzoekt om de uitvoering van de GRECO-aanbevelingen;

15.    vreest dat onderwijs, de gezondheidszorg, het verkiezingsproces, landbeheer, ruimtelijke ordening en de bouwsector, privatisering en openbare aanbesteding nog altijd kwetsbaar zijn voor corruptie; verwacht dat de opening van de onderhandelingen inzake hoofdstuk 5 (overheidsopdrachten) de noodzakelijke hervormingen op dit gebied zullen bespoedigen; is ingenomen met de oprichting van de nieuwe anticorruptiecommissie van het Parlement; dringt er bij de autoriteiten op aan de capaciteit van de toezichthoudende organen te versterken, de auditing te verbeteren, de transparantie van partijfinanciering te vergroten en de capaciteit op alle niveaus uit te breiden, teneinde onregelmatigheden bij de uitvoering van de wetten op openbare aanbesteding en de overige bovengenoemde terreinen te beperken;

16.    benadrukt dat hervormingen moeten worden doorgevoerd in de strijd tegen corruptie en de georganiseerde misdaad en dat moet worden gezorgd voor doeltreffende onderzoeken, vervolgingen en veroordelingen op alle niveaus; verzoekt om meer samenwerking en coördinatie tussen rechtshandhavingsinstanties en de rechterlijke macht bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad en corruptie op alle niveaus, en om de prestaties van de rechterlijke macht in zaken op hoog niveau te verbeteren; maakt zich ernstig zorgen over de nietigverklaring van in eerste aanleg uitgesproken vonnissen in zaken die betrekking hebben op de georganiseerde misdaad; beklemtoont dat straffeloosheid voor misdadigers die voor corruptie of georganiseerde misdaad zijn veroordeeld, niet aanvaardbaar is; verzoekt de autoriteiten ervoor te zorgen dat de overheidsdiensten en -instellingen alle passende maatregelen nemen en verantwoordelijk worden gehouden wanneer ze dit niet doen;

17.    verzoekt Montenegro te blijven deelnemen aan internationale en regionale samenwerking ter bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad; pleit voor meer inspanningen op het gebied van doeltreffende grensbewaking met het oog op de bestrijding van georganiseerde misdaad en smokkel op de "Balkanroute"; benadrukt dat het toezicht moet worden opgeschroefd en dat er maatregelen moeten worden getroffen ter bestrijding van het witwassen van geld door lokale en internationale criminele groepen;

18.    benadrukt dat de Montenegrijnse regering de raadplegingen moet voortzetten en versterken en de interactie en de dialoog met het maatschappelijk middenveld, alsook met de oppositie, moet verbeteren, met het oog op meer transparantie in beleid en wetgeving, in het bijzonder met betrekking tot de toepassing van wetten en de bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad; looft in dit verband de inspanningen die de regering heeft geleverd om haar werkzaamheden transparanter te maken voor het publiek en te erkennen dat er nog veel werk moet worden verricht; is ingenomen met de ruime deelname van het maatschappelijk middenveld aan de werkgroepen inzake de onderhandelingshoofdstukken van de EU, maar wijst op de bezorgdheid van sommige vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld over de aard en de kwaliteit van die deelname; betreurt de recente verslechtering van de betrekkingen tussen bepaalde delen van de regering en het maatschappelijk middenveld, waarbij van beide kanten wordt gevreesd dat onderlinge vijandigheden de gedeelde wens om de EU-integratie te bevorderen, overschaduwen; pleit derhalve voor een productieve en evenwichtige dialoog tussen alle partijen, waarbij de regering het werk van het maatschappelijk middenveld objectief ondersteunt en vergemakkelijkt en de vertegenwoordigers volledig betrekt in het politieke proces, en waarbij de organisaties van het maatschappelijk middenveld het beleid bekritiseren en de regering op eerlijke en constructieve wijze ter verantwoording roepen;

19.    stelt met tevredenheid vast dat de IPA-steun in Montenegro goed functioneert; spoort zowel de Montenegrijnse regering als de Commissie aan om de administratieve procedure voor het verkrijgen van IPA-middelen te vereenvoudigen, opdat deze steun gemakkelijker toegankelijk wordt voor kleine en niet-gecentraliseerde maatschappelijke organisaties, vakbonden en andere begunstigden;

20.    benadrukt dat Montenegro de acht IAO-verdragen betreffende fundamentele arbeidsrechten en het herziene Europees Sociaal Handvest heeft geratificeerd; onderstreept het feit dat de fundamentele arbeidsrechten en vakbondsrechten, ofschoon deze over het algemeen worden geëerbiedigd, verder moeten worden versterkt; onderstreept de belangrijke rol van een sociale dialoog en verzoekt de regering de sociale raad te versterken;

21.    onderstreept het belang van vrije, onafhankelijke en onpartijdige media in een functionerende democratie; maakt zich ernstig zorgen over de toename van verbale en fysieke intimidatie van journalisten; wijst opnieuw op het belang van het stimuleren van verantwoordelijke media, redactionele onafhankelijkheid en diversiteit van de eigendom van de media in overeenstemming met de Europese normen; benadrukt dat alle spelers uit de politiek en de media verantwoordelijk zijn voor het scheppen van een klimaat waarin verschillende meningen worden getolereerd; is van oordeel dat het van essentieel belang is dat er wordt bijgedragen aan de bescherming van journalisten en de persvrijheid; verzoekt om alle tegen journalisten gerichte bedreigingen en aanvallen adequaat te onderzoeken en vervolgen, met inbegrip van eerdere, onopgeloste delicten; is ingenomen met het besluit een speciaal orgaan op te zetten om toezicht te houden op de onderzoeksprocedures bij moorden en aanvallen op journalisten, dat kan bijdragen aan meer vertrouwen tussen de staat en de media;

22.    wijst op de bijzondere rol van onafhankelijke en duurzame publieke media bij het versterken van de persvrijheid en de democratie, en verzoekt de autoriteiten de wet op de Montenegrijnse radio en televisie ten volle te eerbiedigen, met inbegrip van de rechtswaarborgen die de betaalbaarheid van de publieke media garanderen, zodat deze hun maatschappelijke taken kunnen vervullen;

23.    verzoekt om betere getuigenbescherming en de vaststelling van een wet op de bescherming van klokkenluiders;

24.    benadrukt dat alle politieke actoren verantwoordelijk zijn voor het creëren van een klimaat van verdraagzaamheid en betrokkenheid voor alle minderheden in het land; is ingenomen met het minderhedenbeleid van de regering, dat met name de verdere integratie van de Albanese gemeenschap in Montenegro heeft bevorderd; is van oordeel dat de situatie van sociaal kwetsbare groepen moet worden verbeterd, bijvoorbeeld door mensen met een handicap toegang te bieden tot onderwijs en zorgvoorzieningen, evenals fysieke toegang tot overheidsgebouwen; is ingenomen met het recente actieplan voor de Roma van de regering, maar pleit voor aanvullende onderwijs- en werkgelegenheidsvoorzieningen voor de Roma en andere minderheden, die nog altijd worden gediscrimineerd, met name voor wat betreft de beperkte toegang tot onderwijs voor Roma-, Asjkali- en Egyptische kinderen;

25.    merkt op dat vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd zijn op vele terreinen van de Montenegrijnse samenleving, zoals in het parlement, in de besluitvorming en op de arbeidsmarkt; verzoekt de regering meer inspanningen te leveren om de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen, de relevante financiële en personele middelen te verhogen, de uitvoering van het actieplan inzake gendergelijkheid te waarborgen, het beginsel van gelijke beloning voor gelijk werk in te voeren, en een bredere participatie van vrouwen, met name in de politiek, te stimuleren;

26.    maakt zich zorgen over de hoge mate van intolerantie ten opzichte van homoseksualiteit in Montenegro, en de veelvuldige geweldsdaden en -dreigingen alsook haatuitingen tegen homorechtenactivisten; betreurt het feit dat de meeste prominente LGBTI-activisten uit veiligheidsoverwegingen asiel hebben aangevraagd in het buitenland; is evenwel ingenomen met de nieuwe strategie van de regering voor het verbeteren van de kwaliteit van leven van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen, maar legt de nadruk op de uitvoering ervan; onderstreept met name de noodzaak om het publiek te onderrichten en te informeren om een mentaliteitsverandering te bevorderen; looft de regering en de politie met name voor hun steun voor en het faciliteren van de eerste Pride Parades die dit jaar zijn gehouden in Budva en Podgorica; benadrukt dat het tijdens de optochten gepleegde geweld tegen homo's volledig moet worden onderzocht en dat de daders moeten worden vervolgd; spoort de autoriteiten aan de verdraagzaamheid jegens lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen verder te bevorderen en strafbare feiten tijdig te vervolgen; benadrukt de noodzaak om de maatschappelijke acceptatie te vergroten en een einde te maken aan de discriminatie jegens homoseksuelen;

27.    is bezorgd over het aanhoudende geweld tegen vrouwen en kinderen, en vreest dat velen dit als sociaal aanvaardbaar beschouwen; betreurt de trage ontwikkeling van gezins- en gemeenschapsgerichte diensten; verzoekt de regering het publiek meer bewust te maken van geweld binnen gezinnen en geweld tegen vrouwen, en van het recht van het kind op bescherming tegen elke vorm van geweld, verwaarlozing of uitbuiting; is ingenomen met de nieuwe maatregelen van de regering om huiselijk geweld aan te pakken, de rechten van kinderen te versterken en beroepsopleidingen te ontwikkelen, maar pleit voor aanvullende maatregelen met het oog op een doeltreffende uitvoering van de wet op bescherming tegen familiaal geweld, met name wat betreft de bescherming, ondersteuning en toegang tot de rechter van de slachtoffers, de ontwikkeling en coördinatie van preventieprogramma's en een grotere verantwoordingsplicht voor de daders;

Sociaal-economische kwesties

28.    verzoekt de regering de nadruk te leggen op toenemende economisch groei om armoede te bestrijden en de levensstandaard van alle burgers te verbeteren, onder meer door te onderzoeken of de sociale zekerheid kan worden hervormd, en om regionale verschillen te verkleinen; roept op tot meer inspanningen om de omvangrijke informele sector aan te pakken en de bescherming van intellectuele eigendomsrechten en het algemene rechtsstelsel te verbeteren, teneinde corruptie stelselmatig te bestrijden en het bedrijfsklimaat te verbeteren, en om structurele hervormingen door te voeren met het oog op het aantrekken en handhaven van buitenlandse directe investeringen, die van cruciaal belang zijn om de economie te diversifiëren;

29.    beklemtoont dat handelsgeschillen moeten worden beslecht op een transparante manier die vrij is van politieke inmenging en gebaseerd is op de rechtsstaat teneinde het ondernemingsklimaat verder te verbeteren; pleit ervoor het geschil rond de aluminiumfabriek KAP spoedig te beslechten; benadrukt dat privatiseringen op een eerlijke, zorgvuldige, transparante en ordelijke manier moeten geschieden; wijst op de problemen met betrekking tot staatssteun en verzoekt om transparantie en duurzaamheid wanneer deze wordt toegekend, overeenkomstig het acquis en de stabilisatie- en associatieovereenkomst; is ingenomen met de inspanningen van de regering om de toenemende staatsschuld en het grote structurele begrotingstekort aan te pakken; roept op tot meer activiteiten om de toekomstige tenuitvoerlegging van het IPA-programma voor plattelandsontwikkeling te waarborgen en om wetgeving inzake waterkwaliteit te ontwikkelen overeenkomstig het acquis;

30.    merkt op dat de nieuwe wet op openbare aanbesteding in januari 2012 van kracht is geworden, maar dat deze in de praktijk, in het bijzonder in de gezondheidszorg, niet doeltreffend genoeg wordt uitgevoerd; verzoekt de Montenegrijnse autoriteiten om meer transparantie te betrachten bij alle aanbestedingsprocedures en om actieplannen op te stellen met heldere doelstellingen, procedures en termijnen, teneinde de nieuwe wet op openbare aanbesteding op doeltreffende wijze te handhaven en de wetgeving inzake concessies, nutsvoorzieningen en overheidsopdrachten op defensiegebied in overeenstemming te brengen met het acquis communautaire;

31.    prijst de uitvoering van de Small Business Act; verzoekt om een verhoging van de overheidssteun voor kmo's als drijvende kracht achter economische groei; verzoekt om de eenmaking van gefragmenteerde strategieën die de doeltreffendheid van instrumenten voor ondernemingen en de industrie belemmeren;

32.    is bezorgd over de onveranderde situatie op de arbeidsmarkt en dringt derhalve aan op doortastende maatregelen om het hoofd te bieden aan de hoge werkloosheid, met name onder jongeren die op zoek zijn naar een eerste baan, en om de slecht functionerende arbeidsmarkt een impuls te geven; roept de regering op ervoor te zorgen dat de uitvoering van de arbeidswetgeving in overeenstemming is met de IAO-normen, onder meer door de inspecties te verbeteren; benadrukt dat de grijze economie moet worden aangepakt; pleit voor een versterking van de tripartiete sociale dialoog;

33.    spoort Montenegro aan verdere inspanningen te leveren op het gebied van milieu en klimaatverandering door de bestuurlijke capaciteit voor de uitvoering van de desbetreffende EU-beleidsmaatregelen en -wetgeving te versterken om te zorgen voor overeenstemming met het acquis op het gebied van milieu en klimaatverandering;

34.    merkt op dat illegale bouwwerkzaamheden, met name in de toeristische gebieden, een groot probleem zijn in Montenegro; roept de Montenegrijnse autoriteiten op duurzame ontwikkeling in het land krachtig te bevorderen; benadrukt dat de ontwikkeling van het toerisme in overeenstemming moet zijn met de bescherming van het milieu;

Regionale samenwerking

35.    is ingenomen met de proactieve deelname van Montenegro aan initiatieven zoals die over regionale verzoening en het project "de Zes van de Westelijke Balkan", en de wens van de regering om het voortouw te nemen bij regionale samenwerkingsinitiatieven; verzoekt Montenegro zijn culturele en economische samenwerking met aangrenzende EU-lidstaten te versterken; prijst de regering voor het onderhouden van goede bilaterale betrekkingen met al haar buurlanden, met inbegrip van Kosovo, maar benadrukt dat het geschil met Kroatië over land- en zeegrenzen spoedig moet worden beslecht, met name in het licht van eerste offshore-olie-exploratie; moedigt de definitieve afbakening van de grenzen met Servië, Bosnië en Herzegovina en Kosovo aan om potentiële bronnen van spanning weg te nemen; is ingenomen met de vorderingen op het vlak van het proces van de verklaring van Sarajevo, met inbegrip van de uitvoering van het regionale huisvestingsprogramma; pleit voor verdere samenwerking met de buurlanden via de uitwisseling van ervaringen met de toetredingsonderhandelingen;

36.    is ingenomen met de recente bezoeken van premier Dačić aan Podgorica en van premier Đukanović aan Belgrado, de eerste premierbezoeken sinds Montenegro onafhankelijk werd; looft deze bezoeken als een sterk signaal van verzoening en van toegenomen betrokkenheid en openheid aan beide kanten, hetgeen een goed voorteken is voor verdere regionale en Europese integratie;

37.    benadrukt dat de goede betrekkingen die Montenegro onderhoudt met de landen in de regio een basis vormen voor vruchtbare onderhandelingen met de EU, en dat het land zelf een voorbeeld is van samenwerking en inzet voor vrede en stabiliteit in de Westelijke Balkanregio;

38.    is ingenomen met de recente inspanningen van de regering om intern ontheemden te registreren en hun status te verduidelijken, maar beseft dat dit moeilijk is, ook met betrekking tot het wegnemen van de administratieve lasten; roept de EU en de andere Balkanpartners op de Montenegrijnse regering bij te staan om deze kwestie zo snel mogelijk op te lossen en een pijnlijk hoofdstuk in de geschiedenis van de regio af te sluiten;

39.    is ingenomen met de inzet van de Montenegrijnse regering om lid te worden van de NAVO, maar wijst op de sterk uiteenlopende opvattingen in het parlement en in de samenleving als geheel; spreekt zijn vertrouwen uit dat de inspanningen van Montenegro om lid te worden van de NAVO ten goede zullen komen aan zijn streven om lid te worden van de EU en de regionale samenwerking en veiligheid zullen verbeteren; prijst met name de bijdrage die Montenegro, ondanks de beperkte defensiemiddelen, levert aan de VN- en de GVDB-missies, onder meer in Afghanistan, Liberia en Mali; is ingenomen met dit duidelijke signaal van de inzet van Montenegro om samen met de internationale partners wereldwijde vrede en stabiliteit te bevorderen;

°

°       °

40.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regering en het parlement van Montenegro.

 

(1)

PB L 108 van 29.4.2010, blz. 3.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0453.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0434.

Juridische mededeling - Privacybeleid